SciLogs International .com.be.es.de

Pinguïns bekeren op Antarctica?

Door Jan Stel, 26 Februari 2013, 13:40

Wat moeten wij op de Zuidpool? Dat was een vraag die ik als voormalig architect van het Nederlandse Antarctische onderzoek in de afgelopen dertig jaar, vaak kreeg. De vraag werd gewoonlijk gevolgd door een opmerking: het is ver weg, het is duur en levert niets op. Dat het ver weg is, dat klopt. Ook kost het geld. Maar daar hadden we, in nauw overleg met de milieubeweging, een slimme en internationaal aantrekkelijke, oplossing voor bedacht. Dat het niets oplevert, is onzin.

Bijna dagelijks lezen we nu
in de kranten over de mede door de menselijke activiteiten veroorzaakte, klimaatverandering. Met ruim zeven miljard mensen leven we er – ook achter de Nederlandse en Vlaamse dijken en duinen en ondanks een crisis – lustig op los. Daarbij vervuilen wij onze omgeving buiten elke denkbare proportie en op een ongekende, mondiale schaal. Dat leidt tot kettingreacties in de natuur. Zo leidt de kooldioxidevervuiling van de atmosfeer tot klimaatverandering. Dat veroorzaakt vervolgens een reeks van andere verschijnselen, waaronder zeespiegelstijging en verzuring van de oceaan. En wij bouwen dijken en gaan ons verplicht verzekeren tegen de onzekerheden van de toekomst. Het poolonderzoek levert waardevolle informatie om de gevolgen van deze klimaatverandering beter in te schatten. Doen dus.

Geen Randstad
Het was niet zo eenvoudig om Nederland als volwaardig lid van het Antarctisch Verdrag (België is één van de oprichters ervan), dat op politiek-bestuurlijk niveau de belangrijkste speler is, geaccepteerd te krijgen. We waren te klein en hadden niet laten zien dat het zeer versnipperde onderzoek serieus werd genomen. De financiële inspanning was gering, zeg maar minimaal. Een eigen onderzoekfaciliteit of station hadden we niet en dat wilden we ook niet. We wilden namelijk niet nog eens een station toevoegen aan de ‘Randstad van Antarctica’.

Samen met de milieubeweging en de politiek (PvdA), hebben we jarenlang een lobby gevoerd om het Nederlands Antarctisch onderzoek mogelijk te maken. Dat is uiteindelijk gelukt. Geen eigen station op het gemakkelijk toegankelijke Antarctische Schiereiland, maar wel het gebruik van de onderzoeksfaciliteiten van andere landen. Internationalisering, waarvoor je een eerlijke prijs betaalt. Dat viel vaak tegen bij NWO. Men zat liever voor een dubbeltje op de eerste rang. Ook was er een expeditie nodig. De eerste en tot nu toe enige Nederlandse Antarctische Expeditie in de winter van 1990-1991.

Dat wordt nu doodgezwegen, maar die expeditie maakte ons wel stemgerechtigd lid van het Antarctisch Verdrag. In het Nederlandse beleid stond het milieu met zijn milieueffectrapportages (MERs) voor nieuwe onderzoeksfaciliteiten zoals stations enz., centraal. Nederland was kritisch en wekte soms de irritatie van mijn logistieke collega’s op door het onbegrip voor de moeilijke omstandigheden, die werken in het Antarctisch gebied met zich meebrengt. Maar Nederland bouwde een goede naam op en leverde de eerste uitvoerend secretaris van het Antarctische Secretariaat, dat in 2004 in Buenos Aires, Argentinië, werd opgericht.




Het Nederlandse Dirck Gerritsz laboratorium op het Britse onderzoekstation Rothera (© NWO), en een luchtfoto van het Britse onderzoekstation Rothera (© BAS)

Een eigen stek

Sinds enige weken heeft Nederland nu een eigen plek onder de sporadische Antarctische zon. Een eigen station, dat we niet zo noemen. Het Britse Rothera wordt hiermee, zichtbaar, nog internationaler. Maar wel op het gemakkelijk toegankelijke Antarctische Schiereiland. Niet zoals de Belgen met hun state-of-the-art Princess Elisabeth station. Dat staat op een plek waar onderzoeksfaciliteiten dringend nodig zijn. Nederland zit weer voor een dubbeltje op de eerste rang. ‘Financieel aantrekkelijk’, zoals de overenthousiaste NWO-medewerker Dick van der Kroef op Rothera, vol trots, in het Nederlandse TV-programma ‘Nieuwsuur’ vertelde. Dat de nieuwe onderzoeksmogelijkheden van de Nederlandse containerlaboratoria een aanwinst voor de mogelijkheden van het Britse Rothera-station zijn, ligt voor de hand. Dat er belangrijk onderzoek zal worden gedaan, is zonder meer te verwachten. Het Nederlands Antarctisch onderzoek, hoe versnipperd het ook was en is, is op een aantal gebieden van hoge kwaliteit.

Maar de wijze waarop NWO dit nu in de praktijk uitvoert, is op zijn minst lachwekkend. De opening van het containerlaboratorium markeert het einde van een wel overwogen, internationaal aantrekkelijke en zeer gewaarde vorm van samenwerking. Een samenwerking, die ook de steun had van de milieubeweging.



Bouw Dirck Gerritszlaboratorium op Antarctica (korte timelapse) 

Nederlands poolonderzoek eert pechvogels

Het Nederlands poolonderzoek heeft iets met pechvogels. Dat siert ze. Immers over het algemeen probeert men pechvogels zoals Willem Barentsz of de onfortuinlijke Dirk Gerritsz, zo snel mogelijk te vergeten. Ze verdwijnen in de nevelen van de geschiedenis. Maar niet in Nederland. En zeker niet bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, NWO. Die schrijft er zelfs een mooie tweetalige brochure over.

Beide heren werkten voor voorlopers van de Verenigde Oostindische Compagnie, VOC. Ze zochten aan het eind van de 16de eeuw, naar een andere route naar ‘de oost’, waar rijkdommen lonkten. Willem Barentsz probeerde het driemaal via de Noordelijke IJszee. Zijn reizen mislukten, maar leverden wel het prachtige verhaal op over de ‘heroïsche overwintering op Nova Zembla’. Ook leidde het tot een bloeiende walvisjacht. Sinds 2008 is zijn naam vereeuwigd in het Groningse Willem Barentsz Poolinstituut, een netwerkorganisatie voor het slecht gefinancierde Nederlandse poolonderzoek.

Dirck Gerritsz, die vanwege zijn ervaringen in China en Japan ook wel Dirck China werd genoemd, was de kapitein van De Blijde Boodschap. Dat was één van de vijf schepen waarmee admiraal Mahu een route via Zuid-Amerika probeerde te vinden (zie mijn blog van 24 februari 2012). Over deze expeditie is een prachtige beschrijving bewaard gebleven. Zo achtervolgden ze per ongeluk twee Engelse schepen om die te kapen. Ze dachten dat het Spaanse schepen waren. Ze ontmoetten naakte vrouwen in Afrika en eveneens naakte reuzen in Patagonië. Ze stierven aan koorts, scheurbuik of in een gevecht met indianen. Het waren pechvogels. Van de ongeveer 500 man keerde maar een enkeling terug.




In Vuurland ontmoetten Dirk Gerritsz en zijn bemanning reuzen. De vrouwen droegen een cape van dieren huiden, waaronder pinguïns. Bij de jacht op pinguïns troffen ze een van deze vrouwen aan in het hol van een pinguïn, waar ze zich had verstopt. ©Wikepedia


Gerritsz ontdekte volgens sommige Nederlanders Antarctica. Dit is internationaal niet erkend. Wel zeker is, dat hij door de Spanjaarden werd gevangen genomen, zijn Blijde Boodschap al dan niet aan de vijand verkocht voor 12.000 zilverlingen of wel dukaten (hier zijn de geschiedschrijvers het niet eens) en pas door een gevangenenruil weer vrijkwam. Die gevangenenruil was het gevolg van de voor de Spanjaarden niet zo succesvolle slag bij Nieuwpoort, waar de Nederlands Prins Maurits hen in 1600 versloeg. Hij maakte honderden gevangen, die moesten worden geruild. Dirk Gerritsz was er dus een van. Hij is nu vereeuwigd in het Dirck Gerritsz Laboratorium.

Wie waren Dirk Gerritsz Pomp of Dirk China eigenlijk?
Dat hij in Enkhuizen, een liefelijk stadje aan de voormalige Zuiderzee, is geboren, weten we. Wanneer dat precies was is echter niet bekend. Uit het feit dat hij 23 jaar was toen hij, op 7 april 1568, naar toenmalige Portugese Goa in India vertrok wordt geconcludeerd dat hij in 1544 of het begin van 1545 is geboren. Wanneer hij gestorven is, weten we ook niet precies. Maar het was in 1608 op de terugreis van Indië aan boord van de Matelief, dat bij bezweek en een zeemansgraf kreeg.

Hij was de eerste Nederlander die, in Portugese dienst, in China en Japan is geweest. Tweemaal maakte hij een dergelijke reis van Goa uit. Onder zijn invloed zijn de Liefde en de Hoop in 1599 van het eiland Santa Maria voor de kust van Chili, naar Japan vertrokken. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid, dat er een bloeiende en bijzonder winstgevende handel tussen Nederland en Japan ontstond.

Eigenlijk was Dirk Gerritsz een wat kleurloze avonturier. Iemand met weinig ambitie. Hij bracht het in Azië tot kanonnier. Maar wel iemand die de wijde wereld introk. Hij was geen schrijver zoals zijn tijdgenoot en vriend Jan Huygen van Linschoten (1563-1611), die beroemd werd door zijn boek 'Itinerario’ uit 1596. Hierin beschreef hij de gewoonten in het Portugese rijk in Azië, de verleidingen zoals mooie vrouwen, drank en opium en de route naar Java, China en Japan. Dat laatste deed hij op basis van de verhalen die hij hierover van anderen, zoals Jan Gerritsz, had gehoord.

Dirk Gerritsz werd vanwege zijn kennis over China en Japan overgehaald om aan de ontdekkingsreis Van Mahu deel te nemen; eerst als gast later als kapitein van de Blijde Boodschap. Eigenlijk werd hij bedonderd door zijn reders. Zo was de route van de reis geheim gehouden, omdat men anders geen bemanningen zou kunnen vinden. Afgezien van een paar ingewijden, dacht men dat men langs Kaap de Goede Hoop zou varen. Dat dit niet de bedoeling was, werd pas voor de kust van West-Afrika meegedeeld. Ook was het de bedoeling, dat de zwaar bewapende vloot zowel handelsroutes zou vinden als overvallen – piraterij dus – op onder andere de Spaanse vijand zou plegen. Hoe het ook is, de reis werd een grote mislukking. Het werd een reis van vooral pechvogels.

NWO predikt de ‘Blijde Boodschap’….
Onder de pakkende titel ‘NWO predikt Blijde Boodschap: geloof, hoop en liefde’ vraagt de Tilburgse de cultuurtheoloog Frank Bosman zich af wat NWO ertoe brengt om deze religieus geladen termen in de naamgeving te gebruiken. NWO geeft ook daar geen antwoord op. Wel zegt men, in een tweetalige brochure over de naamgeving van het eerste Nederlandse onderzoekstation op Antarctica: ‘De invloed van het Christelijk geloof was in die tijd groot. Scheepsexpedities waren hachelijke ondernemingen. Men voer op Gods kompas ter voorkoming van onheil. De schepen hadden dan ook Bijbels namen’. Maar die namen blijken juist een uitzondering te zijn. En zeker in deze combinatie. Van de 514 namen van de VOC- schepen, die tussen 1595 en 1650 uit Nederland vertrokken, hadden slechts ten hoogte 4% Bijbelse namen. Bijna de helft was genoemd naar een stad of plaats en een kwart naar dieren.




Videoboodschap prins Willem-Alexander 26 januari 2013.


In het kader van het internationale Pooljaar (2007-2009) organiseerde ik het bezoek van de kroonprins en prinses Máxima aan Rothera. Mijn ‘mission impossible’ is uiteindelijk toch gelukt. Nut en noodzaak van klimaatonderzoek was het centrale thema van dat bezoek. Vier jaar na het bezoek van de Koninklijke gasten aan Rothera is er dan dit ‘pechvogel’-laboratorium. Het duurde zo lang, omdat NWO in februari 2009 geen plannen klaar had, geen visie had waar het Nederlandse poolonderzoek heen moest of kon. De toenmalige minister van onderwijs Ronald Plasterk, die ook aan dat Koninklijke bezoek deelnam, overviel hen dan ook met die (logische) vraag. En nu wordt er dan met veel bombarie en Haagse bluf een eigen station op Rothera geopend. Dit met een milieueffectrapportage, onder de vlag van het Britse station en verzorgd door de Britten. Dat van een land, dat zijn mond vol heeft over de milieueffectrapporten van andere landen.

En dan die calvinistische, door de 16de eeuwse vrijheidsstrijd doorwrongen, namen van de vier hypermoderne, 21ste eeuwse onderzoekcontainers: Blijde Boodschap en Geloof, Hoop en Liefde. Hoe verzin je het, NWO? In welke eeuw leven jullie daar in Den Haag? Of gaan we pinguïns bekeren? Bekrompenheid ten top.

Internationaal zijn ze een lachwekkende uitzondering. Dat, evenals de financiële ondersteuning van het oh zo belangrijke poolonderzoek. Mocht het een verwijzing naar de VOC-mentaliteit zijn, dan zou het beter zijn als men het VOC-motto ‘de cost gaet voor de baet uyt’ volgt. Wellicht gaat men dat doen als men zich eindelijk eens op een gedegen manier inkoopt in een eigen station op Spitsbergen.

Onderzoek in de poolgebieden is van groot belang voor de Lage Landen. Hier treffen we immers de eerste signalen aan van de veranderingen, die ons staan te wachten. Het uitstekende en internationaal zeer goed bekendstaande ijskaponderzoek van de Universiteit Utrecht is hiervan een mooi voorbeeld. Of het Dirck Gerritsz Laboratorium, waarvan de financiering slechts tot 2015 verzekerd is, daar echt iets aan bijdraagt? Dat is de vraag.



Websites:
Geloof, Hoop en Liefde in Antarctica

NWO predikt Blijde Boodschap: geloof, hoop en liefde

Het Dirck Gerritsz Laboratorium: het verhaal achter de naam


Reacties

Voeg reactie toe
 authimage

Reacties