SciLogs International .com.be.es.de

Diepzeemijnbouw komt eraan

Door Jan Stel, 16 September 2011, 09:22

Ruim vijfhonderd jaar geleden dacht Columbus dat het goud voor het opscheppen lag aan de andere kant van de oceaan. De belangen van de lokale bevolking waren hieraan volstrekt ondergeschikt. Bovendien werden deze bevolking grotendeels uitgeroeid. Nu denken een groot aantal mijnbouw- en baggerbedrijven, dat er op de oceaanbodem een fortuin voor het opscheppen ligt: zeldzame aarden, mineralen, goud, metalen en wellicht grondstoffen voor nieuwe medicijnen.

De schatten liggen op een paar kilometer diepte op ons te wachten. Dat weten we sinds 13 maart 1874, maar vooral door het onderzoek van de diepzee in de afgelopen decennia. Op die dag haalde de bemanning van de HMS Challenger, ergens tussen Hawaï en Tahiti, een net binnen van een diepte van 5200 meter. In het net zaten mangaanknollen. Bijna twintig jaar later waren de stenen onderzocht. Het bleek dat ze bestonden uit mangaan en een aantal bijzondere en nu strategisch belangrijke, mineralen: kobalt, koper en nikkel.

Dergelijke knollen werden in de jaren zestig van de vorige eeuw overal op de bodem van de diepzee aangetroffen. De exploitatie ervan was, in het economisch klimaat van die tijd, niet haalbaar. Ook was de technologie er niet helemaal klaar voor. Dat is nu, een halve eeuw later, anders. De prijzen van metalen als koper en goud zijn hoog, evenals de vraag naar zeldzame aarden. De laatste, die we gebruiken in onze flatscreens en ipods, komen op land bijna uitsluitend (97%) in China voor.

Technologiekloof
Op 1 november 1967 hield Arvid Pardo, die de ambassadeur van Malta bij de Verenigde Naties was, zijn later beroemd geworden pleidooi voor het concept van het ‘gemeenschappelijk erfdeel van de mensheid’. Hij nam deel aan de onderhandelingen over een nieuw internationaal zeerechtverdrag. Het verdrag werd in 1994 van kracht en geeft, op hoofdlijnen, een internationaal kader voor het gebruik van de zee door de mens. Pardo maakte zich – zoals later bleek, zeer terecht – zorgen over de groeiende kloof tussen landen met een hoog ontwikkelde technologie en landen, die daar niet over kunnen beschikken. Dat zijn dan gewoonlijk ontwikkelingslanden zoals Papoea Nieuw-Guines, ongeveer veertien maal zo groot als Nederland.

Pardo voorzag dat het gebruik van de oceanische ruimte alleen maar zou toenemen. Ook voorzag hij het gevaar van deze menselijke activiteiten: vervuiling van de oceanische ruimte, onrechtvaardige verdeling van de rijkdommen, ongelimiteerde mijnbouwactiviteiten, lozing en dumping van afval. Daarom pleitte hij voor een gezamenlijk beheer en gebruik van wat we nu vaak de ‘global commons’ noemen. Zijn concept omvat dan ook vier dimensies die betrekking hebben op de economie, ecologie, ethiek en vrede. Met deze holistische aanpak was Pardo zijn tijd ver vooruit.



In 2013 zal, als alle plannen doorgaan, het Canadese bedrijf Nautilus Minerals Inc, als eerste in de diepzee, polymetaal sulfiden winnen. Zeg maar koper, zilver en goud. Dat zal in de EEZ van Paoea Nieuw-Guinea, PNG, gebeuren. Solafare-1 is een mijnbouwgebied, ter grootte van een paar voetbalvelden, op een diepte van 1500 tot 2500 meter. Het ligt in de Bismarck Archipel, ruim dertig kilometer voor de kust van de eilanden New Ireland en New Britain. De metalen bevinden zich in een SMS-afzetting op de bodem van de diepzee. SMS betekent ‘Seafloor Massive Sulphide’ en wijst op de hoge concentratie van metalen in de afzetting. Ze ontstaan als heetwaterbronnen bezwijken onder hun eigen gewicht en ‘afvalheuvels’ vormen, die - in de loop van duizenden jaren - een gesteentelaag rijk aan metalen en mineralen oplevert.

Hier zullen machines van 150 ton met een enorme robotarm de kegels van de oude, uitgedoofde heetwaterbronnen omzagen. Daarna wordt het gesteente verpulverd en door een bulldozer naar een plek gebracht waar het gruis wordt opgezogen door een enorme ‘stofzuiger’. Zo belandt het uiteindelijk in een fabrieksschip aan het oppervlak. Het transport van de bodem naar het schip gebeurt met een riser, waarmee men bij een olieboring het boorgruis naar boven haalt. Nadat het erts eruit is gehaald en het water is gezuiverd, wordt dat laatste weer teruggevoerd de diepte in. Het erts wordt met grote schepen aan land gebracht, waar het verder zal worden verwerkt. Het is een kostbare operatie, waarvan slechts een klein deel in de staatskas van
Papoea Nieuw-Guines zal vloeien.



Vrees voor vervuiling
Nautilus is een beursgenoteerd bedrijf. Anglo American, Teck Resources en Metalloinvest, één van de grootste en snelst groeiende mijnbouw- en metallurgische Russische bedrijven, behoren tot de grootaandeelhouders. De website van Nautilus (www.nautikusminerals.com) ziet er prachtig uit. De milieueffectrapportage is indrukwekkend. Of het bedrijf werkelijk rekening houdt met het bijna volstrekt onbekende milieu van de diepzee, is zeer de vraag. Ook wordt er geen rekening gehouden met de wensen van de inheemse bevolking op de nabij gelegen eilanden, ver weg van de PNG-hoofdstad. Zij zijn bang voor vervuiling van de zee, waarvan ze al eeuwenlang afhankelijk zijn voor hun levensonderhoud. Ook is die zee een onlosmakelijk onderdeel van hun cultuur, hun identiteit en hun manier van leven. Hier leven mensen niet alleen van de zee; ze leven er al eeuwenlang met de zee. Hun leven is nauw verbonden met de cycli van de zee. De zee ‘bepaalt hun agenda’ en is hun kalender.

Dat diepzeemijnbouw een impact zal hebben op het ecosysteem is bijna onvermijdelijk. Over de ecologie van ecosystemen in de diepzee is nog zeer weinig bekend. Het zal waarschijnlijk niet eens mogelijk zijn op basis van de huidige kennis te bepalen of de gevolgen van deze menselijke activiteit wel of niet omkeerbaar, wel of niet blijvend, zullen zijn. Het idee van Nautilus om het gebied waar de ertsen gewonnen worden, later weer te laten herkoloniseren uit een nabij gelegen gebied, komt dan ook ongeloofwaardig over. Ook is het onbekend of er grote sedimentpluimen bij de winning zullen ontstaan, of de bij de winning wellicht vrijkomende giftige stoffen gevolgen hebben voor de visstand elders en of het terugpompen van het gezuiverde water tot algenbloeien gaat leiden.

Allemaal vragen waarop de mijnbouwgigant geen duidelijk antwoord geeft. En dan zijn er ook nog een reeks van technologische problemen. Wat gebeurt er als de riser verstopt raakt? Hoe gedraagt zo’n kilometerslange buis zich in het water? En dat, terwijl de mijnbouwindustrie op het land, helemaal geen goede reputatie heeft op milieugebied. Diepzeemijnbouw vereist een nieuwe aanpak, nieuwe instrumenten en nieuwe technologieën. Dat is iets anders dan de mix van bestaande technieken en technologieën uit de offshore olie- en gaswinning, de baggerindustrie en de mijnbouw in ondiepe kustgebieden, die Nautilus gaat toepassen om deze SMS-afzettingen te ontginnen.

Snelle groeiende markt
In 1965 verscheen het boek The mineral resources of the sea. Hierin wekte John L. Mero de indruk, dat er oneindige voorraden metalen in de aardappelachtige mangaanknollen op de diepzeebodem liggen. Dat leidde tot de actie van Arvid Pardo binnen de VN. Het gevolg was de instelling van de International Seabed Authority, ISA, binnen het huidige internationale zeerecht. ISA regelt de ontginning van grondstoffen buiten de EEZ. Het gaat hierbij uit van het door Pardo geformuleerd concept van de ‘Common Heritage for Mankind. Toen was de technologie voor de daadwerkelijke ontginning niet beschikbaar. Nu wel.

Inmiddels is de belangstelling voor de diepzeemijnbouw snel aan het toenemen. In de ISA werden onlangs de plannen van China en Rusland in het internationale deel van de oceanische ruimte goedgekeurd. Rusland in de Atlantische Oceaan; China in de Indische Oceaan. India schoot hierdoor in een versnelling en bouwt nu een groot onderzoekschip voor diepzee-onderzoek. Dit land werkt nu ook aan de noodzakelijke voorstellen en binnenlandse wetgeving voor de diepzeemijnbouw.

Nautilus en een aantal landen hebben een overeenkomst met een landen zoals PNG, Tonga, Fiji, Salomon Eilanden, maar ook Nieuw-Zeeland gesloten voor activiteiten in hun EEZs. En in de Lage Landen gaan Nederlandse en Belgische scheepsbouwers en baggeraars, zoals IHC Merwede en DEME, samenwerking om zich te positioneren op die nieuwe, naar men verwacht, snel ontwikkelende markt van de diepzeemijnbouw.


Reacties

Voeg reactie toe
 authimage

Reacties