SciLogs International .com.be.es.de

Word ik 150?

Door Liesbeth Gijsel, 16 Augustus 2011, 13:40

Binnenkort is het weer zover: aan het eind van de zomer brengen we altijd een weekend in de Ardennen door met mijn schoonfamilie. En dan bedoel ik ook familie in de breedste zin van het woord: niet alleen boers en zussen, neefjes en nichtjes, maar ook tantes, ooms, en de kinderen daarvan. En niet te vergeten: de grootouders, die intussen al overgrootouders zijn van maar liefst zeven achterkleinkinderen.

Mijn kinderen hebben nog vier overgrootouders die in leven zijn. Ze zijn een stuk in de tachtig en wonen nog steeds zelfstandig samen in hun eigen huis. Zelf heb ik mijn overgrootouders nooit gekend – zelfs voor een van mijn opa’s kwam ik te laat. Niet zo verwonderlijk: wie geboren werd aan het begin van de vorige eeuw, had een gemiddelde levensverwachting van amper vijftig jaar. Wie vandaag geboren wordt, mag verwachten de tachtig te halen

 

130 jaar

 

Het mag duidelijk zijn: de levensverwachting is exponentieel gestegen. Het is vandaag bijna niet meer voor te stellen dat je op je vijftigste het loodje zou leggen en dat mensen zouden zeggen: ze was al vijftig, en ze heeft toch een mooi leven gehad, het was tijd om te gaan. Maar blijft onze levensverwachting ook stijgen? Zal ik mezelf over vijftig jaar – als ik 83 ben – nog helemaal niet oud vinden, en vinden dat ik nog minstens twintig jaar tegoed heb? Of zal ik zelfs 120 of 150 worden? 


Vuilnismannen

De geneeskunde gaat nog steeds met rasse schreden vooruit. Wie kanker krijgt, heeft steeds meer kans om de ziekte te overleven. Stents en pacemakers laten mensen met cardiovasculaire ziektes langer leven. En je kan ook zelf het heft in handen nemen, met de tot in den treure aangehaalde gezonde leefregels: niet roken (longkanker is de tweede doodsoorzaak bij mannen), genoeg bewegen en gezond eten. 

Maar uiteindelijk zullen we altijd sterven, en veel wetenschappers leggen de bovengrens van het ouder worden op 120 jaar. Ons lichaam slijt, en doet dat nadat we ons ‘nut’ hebben bewezen (lees: de leeftijd voorbij zijn dat we kinderen krijgen) tegen een razendsnel tempo. Op 120 jaar houden onze cellen sowieso op met delen, klinkt het, en is het menselijk lichaam niet meer in staat tot leven.

Al zijn er genoeg andere wetenschappers die dat tegenspreken, en de zoektocht naar het eeuwige leven is al een hele tijd geopend. De meest controversiële van het stel onsterfelijkheidszoekers is de Britse gerontoloog Aubrey de Grey. Als we het verlies van het telomeer – dat bij elke celdeling uitrafelt tot de cel zich uiteindelijk niet meer kan delen – kunnen tegengaan, is het eeuwige leven geen fantasie meer, stelt hij. En er zijn nog heel wat andere pistes.

 

 

 

Ons lichaam stapelt afval op binnenin, en naarmate we ouder worden, zijn we steeds minder goed in het verwerken van al dat afval. Nu blijken er bacteriën te zijn die verzot zijn op dit afval, en die zich op kerkhoven tegoed doen aan het afval in de lichamen van dode mensen. Als we die bacteriën identificeren en in het lab zetten, dan kunnen we bekijken of we ze kunnen inzetten om ook in levende lichamen voor vuilnisman te spelen, meent De Grey.


Gentherapie

Of moeten we het niet zoeken in pilletjes, maar in genetische manipulatie? Gentherapie, stamceltherapie, maar ook een doorgedreven prenatale genetische screening zou ons kunnen vrijwaren van ziektes als kanker, dementie of hart- en vaataandoeningen. Er worden immers steeds meer genen ontdekt die gelinkt worden aan allerhande aandoeningen. Zorgen we ervoor dat we de gezonde variant van die genen hebben, dan zijn we meteen van deze kwalen verlost. In één moeite door kunnen we door genetische wijzigingen voorkomen dat onze hersencellen afsterven. ‘Er zal een nieuwe mensensoort ontstaan’, zei filosoof en bio-ethicus John Harris daarover onlangs in Eos. Gedreven door een evolutie die we zelf sturen, door betere geneeskunde, meer welzijn, en door gentherapie.

Of ik dat allemaal nog zelf zal meemaken, valt sterk af te wachten. Niet alleen bestaat er een grote huiver tegenover designerbaby’s en genetische manipulatie. Maar de wetenschap hierover staat ook nog in de kinderschoenen. Het menselijk genoom is al een tijdje volledig ontcijferd, en er worden inderdaad steeds meer genetische afwijkingen geïdentificeerd die gelinkt worden aan ziektes. Maar oplossingen daarvoor zijn meestal nog niet in zicht. Bovendien is de stelling ‘één gen, één ziekte’ veel te simplistisch: bij het ontstaan van ziektes spelen gewoonlijk nog heel wat andere factoren een rol.


Hongeren

Tijd voor een paar experimenten die wél al lukten. Bij dieren, dan tenminste. In 1994 kwamen Russische wetenschappers op de proppen met hoogbejaarde muizen. Ze hadden oude muizen de hormoonklieren van jonge soortgenoten gegeven, en omgekeerd. De jonge beestjes met de oude hormoonklieren legden al gauw het loodje, maar de oude muizen leefden veel langer dan normaal. Ook de toevoeging van het hormoon melatonine aan hun drinkwater bleek toe te dragen aan hun hogere levensverwachting. Melatonine zou vrije radicalen tegengaan, die voor veroudering zorgen. 

Ook effectief is een streng dieet. Meer dan zeventig jaar geleden al ontdekten wetenschappers dat ratten, muizen, honden en ook primaten, langer leven en gezonder zijn dan hun soortgenoten als ze slechts 30 à 40 procent van hun normale voedselhoeveelheid eten. Kanker, diabetes en zelfs hersenziektes worden voorkomen. De kans dat bij mensen zich iets gelijkaardigs zou voordoen als we onszelf op een hongerdieet zetten, is dus vrij groot. We zouden meteen een derde langer leven. Die 120ste verjaardag komt dus echt in zicht…

En uiteraard zijn er al mensen die dit uitproberen. In de Amerikaanse staat North Carolina is er zelfs al een heuse Calorie Restriction Society met adviezen en tips voor een langer (en hongerend) leven… 


Rode wijn

Leuk is anders, natuurlijk. En er zijn ook behoorlijk wat risico’s verbonden aan ondervoeding. Het moet op een andere manier kunnen, vonden twee wetenschappers aan het Massachussettes Institute of Technology (MIT). Zij ontdekten dat een streng dieet bij muizen bepaalde genen activeert die zorgen voor een langer leven en een betere gezondheid. Nu we dit weten, kunnen we mogelijk medicijnen ontwikkelen die dezelfde genen activeren. Er zijn al kandidaten: resveratrol – de stof die onder meer in rode wijn zit – blijkt hetzelfde effect te hebben. Bij wormen en muizen blijkt resveratrol te verhinderen dat zenuwcellen afsterven. 


Vol is vol

Het eeuwige leven lijkt niet binnen handbereik. Maar we mogen volgens mij wel verwachten dat de levensverwachting nog verder zal stijgen, zodat over enkele tientallen jaren honderd jaar worden meer regel dan uitzondering is. 

Sommige mensen stellen zich echter vragen bij de zoektocht naar levensverlenging. Want als we met z’n allen langer gaan leven, duiken een heleboel problemen op: vergrijzing – wie zal ons pensioen betalen? – en overbevolking, om er maar twee te noemen. We zijn al met zoveel, de aarde kan niet meer mensen aan, klinkt het.

 

 

Terechte redenen om de zoektocht stop te zetten? Ik vind van niet. Toen men begin 20ste eeuw de penicilline uitvond, schoot de bevolkingscurve ook de hoogte in, samen met de levensverwachting. Stom idee, om dat medicijn uit te vinden? Niemand die daar vandaag zo over denkt … 

Als ik 150 word, kan ik nog eens mijmerend terugdenken aan deze dagen dat ik dacht dat ik – met wat geluk – amper 80 zou worden. Intussen een blik werpend op mijn spelende achterachterkleinkinderen in de tuin van een weekendhuis in de Ardennen …

 


Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Reacties

Voeg reactie toe
 authimage

Reacties