Hardlopersleed
Een vijftal jaar geleden begon ik te joggen. Een beetje sporten zou me ongetwijfeld goed doen en de keuze was snel gemaakt. Je kan het (bijna) overal doen, op momenten die je zelf bepaalt, en een paar goede loopschoenen zijn je grootste initiële kost. Vrij snel stelde ik vast dat ik een trend volgde. Ik nam onbewust deel aan de ‘tweede hardloopgolf’, een nieuwe explosie van hardlopers na de joggingrage uit de jaren tachtig. Helaas surfte ik na een tijd ook op een andere trend mee: die van de blessures. Van alle populaire sporten leveren alleen zaalvoetbal en squash meer blessureleed op. De meest courante hardloopaandoeningen zijn een gevolg van overbelasting en treffen vooral de onderbenen, het scheenbeen (shin splints), de voetzool of de achillespees. De achillespeesblessure is de nachtmerrie onder de runners, ze is pijnlijk – kan ik u verzekeren – en moeilijk te behandelen. Ongeveer de helft krijgt ermee te maken. Het risico neemt met de leeftijd toe.
Over hardlopen en bijbehorende blessures
wordt veel zin en onzin verkondigd, en dat niet alleen door de sporters zelf,
die graag uitgebreid hun ervaringen delen. Ook voor fysiotherapeuten en artsen
is het vaak gissen naar oorzaken of beste behandelingen. Neem de achillespeesblessure.
Vroeger werd vooral rust voorgeschreven of, voor intensieve sporters, een
chirurgische ingreep waarbij slecht weefsel werd verwijderd en inkepingen in de
lengte van de pees de weefselaangroei moesten bevorderen. De voorbije jaren
dook een aantal nieuwe therapieën op, zoals injectie met bloedplaatjes (die tot
weefselgroei aanzetten) of het aanbrengen van nachtspalken. De Nederlandse
sportarts Robert-Jan de Vos onderzocht deze therapieën en kwam tot de conclusie
dat ze niet helpen. Ook de gangbare operatie staat ter discussie, omdat niet
iedereen ermee gebaat is. Volgens De Vos zijn de eenvoudige oefeningen ter
versteviging van de pees nog het meest effectief: op een trapje staan en met je
volle gewicht (eventueel verzwaard met een rugzak) de hiel op en neer bewegen.
En wachten tot het beter gaat.
Hoe komen we toch aan al die blessures?
Recente studies tonen aan dat de mens van nature een uitstekend afstandsloper
is, die veel beter presteert dan andere zoogdieren. Meer en meer komt
de sportschoen in het vizier als bron van al dat hardlopersleed. De mens
liep duizenden jaren blootsvoets of op dunne schoenzolen, pas in de jaren 1970
deed de sportschoen zijn intrede. In tegenstelling tot mensen die blootsvoets
lopen, landen geschoeide hardlopers op hun hielen, waardoor de impact op de
hielen en de benen merkelijk vergroot – ook al dienen die met lucht, gel en
andere substanties gevulde zolen net om die schokken te dempen. In grote
publieke hardloopwedstrijden zie je meer en meer (blanke) blootsvoetslopers
opduiken, er worden clubs opgericht en fabrikanten bieden al sportschoenen met
flinterdunne zolen aan, die dezelfde sensatie als blootsvoets garanderen.
Is sporten echt wel zo gezond? Moeten we als gek hardlopen om ons lekker te voelen? Feit is dat we in het Westen meer dan ooit alles binnen handbereik hebben. We brengen heel wat tijd zittend door, in de auto, op de trein en op het werk. Je hoeft voor weinig nog je deur uit, zelfs een ommetje naar de kiosk om wat tijschriften en kranten in te slaan is niet meer nodig. Onze mobiliteit is in pakweg vijftig jaar drastisch gewijzigd. Om aan de internationale sport- of beweegnormen (respectievelijk drie keer een half uur intensief sporten per week of dagelijks een halfuurtje matig bewegen) te voldoen, moet je dus wel in actie schieten. Nieuw onderzoek toont aan dat het beter is verschillende sportactiviteiten te combineren, dan in één discipline de grenzen te verleggen. Zoals ik zelf aan den lijve mocht ondervinden.












| 
