James Joyce in tijden van internet

Door Geert Lernout, 23 Mei 2008, 20:07

Een paar weken geleden legde ik op een werkcongres voor jonge specialisten van het werk van James Joyce uit hoe het internet het onderzoek van literaire bronnen heeft veranderd. Van het werk van Joyce zijn in een aantal gevallen een groot deel van de manuscripten, zowel voorbereidende notitieboekjes als vroege versies, typoscripten en drukproeven bewaard gebleven. Op die manier kunnen onderzoekers bestuderen hoe de vaak heel moeilijke teksten tot stand kwamen. Vooral de notitieboekjes die Joyce in de laatste zeventien jaar van zijn leven bijhield en die ik samen met Vincent Deane en Daniel Ferrer uitgeef, zijn heel interessant gebleken omdat ze sporen bevatten van de boeken en tijdschriften die Joyce las tijdens het schrijven van zijn laatste boek, Finnegans Wake.

 

Finnigan's wake

James Joyce las veel, maar deed bijna nooit de moeite om in zijn werkboeken de titels of auteurs neer te schrijven van de boeken of artikelen waaruit hij interessante woorden of ideeën overnam. Dat is de taak van de uitgevers: niet alleen moeten we het onleesbare handschrift van de schrijver ontcijferen, daarnaast gaan we op zoek waar Joyce zijn mosterd haalde. Meestal vind je hier en daar wel een samenhang die je dan op weg helpt. Zo vonden we in een van de notitieboekjes de initialen RW en MW en OW. Als je wat van muziek weet, besef je al snel dat daarmee Richard Wagner, zijn vriendin Mathilde en haar echtgenoot Otto Wesendonck worden aangeduid en een aantal andere notities in de buurt gingen inderdaad over muziek. Enkele daarvan bleken uit een interview met Mevrouw Wesendonck te komen, maar die werden door bijna alle biografen en critici geciteerd. Meer dan jaar heb ik gezocht, tot ik, met de hulp van het Richard Wagner Archiv uiteindelijk de juiste bron had gevonden: een hoofdstuk in een zeldzaam boek door Edouard Schuré, een volgeling van Rudolf Steiner over vrouwen die de muze waren van een grote kunstenaar.

ZOEKEN OP HET NET

Dankzij het internet, gaat alles natuurlijk veel sneller dan op de oude ambachtelijke wijze. Als ik nu een zeldzaam woord vind (en Joyce verzamelde die), dan hoef ik het woord maar te googlen om onmiddellijk een lijst met mogelijke verdachten te vinden. Zo vond ik de term “porphyrococcus” die in geen enkel medisch of biologisch woordenboek stond. Maar op het WWW bleek al snel dat dit woord was uitgevonden in de sciencefictionroman van de Britse bioloog J.B.S Haldane die aan de basis lag van Aldous Huxley’s Brave New World. Toen ik die tekst eenmaal gevonden had, vielen wel vijf bladzijden notities netjes op hun plaats.

Met dit boek hadden we geluk: Haldane was niet alleen een van de belangrijkste evolutionaire biologen van zijn tijd was (hij legde onder meer de wiskundige basis voor de populatiegenetica) maar ook een vooraanstaand communist was en het was daarom dat zijn boekje door een ijverige kameraad was toegevoegd aan het archief van www.marxists.org. Ook de katholieken hebben heel wat teksten gedigitaliseerd, gelukkig ook heel wat boeken die Joyce zelf gebruikt heeft, zoals de Catholic Encyclopedia, waarin hij heel wat wijsheid over de godsdienst van zijn ouders heeft gevonden en die we nu ook digitaal kunnen uitpluizen.

GOOGLE BOOKS

Helaas zijn niet alle boeken die Joyce las even interessant voor de vele soorten gelovigen die het internet bevolken. Maar toen kwam Google Books online en werd het leven van de Joyce specialist opeens een heel pak gemakkelijker. Nu staan er op het internet niet langer alleen boeken die heel veel betekenen voor één of andere bevolkingsgroep, maar ook populaire en soms zelfs heel populaire boeken (zoals toeristische gidsen) die Joyce ook las.

Robbert-Jan Henkes, een van de Nederlandse vertalers van Finnegans Wake, vond op die manier in een recordtijd een tiental nieuwe bronteksten, onder meer een obscure gids voor de menhirs in Carnac en omstreken. Op basis van de gebruikte woorden kon hij zelfs bewijzen dat Joyce niet het Franse origineel maar de Engelse vertaling van het boekje had gebruikt.

Monuments     Megalites     

Google Books is niet alleen een nuttig nieuw hulpmiddel voor de studie van een weinig gelezen meesterwerk van een schrijver die door heel wat mensen als bijzonder onleesbaar wordt beschouwd. Als de mensen van Google Books verder hun best blijven doen, dan zal de ernstige studie van de intertekstualiteit in de literatuur (de invloed van de ene tekst op de andere) er plots heel anders gaan uitzien. En ook de literatuur zelf zal nooit meer dezelfde zijn.

Niemand kan nog ongestraft in een roman of gedicht naar een onbekende schrijver verwijzen. De omgevallen boekenkast Umberto Eco heeft dat al mogen meemaken. Zijn recentste roman begint met een hele reeks citaten, die later in het boek wel worden geplaatst, maar de wakkere WWW-gebruiker, kan een en ander onmiddellijk terugvinden en dat gebeurt natuurlijk ook. Er is zelfs een “Queen Loana Annotation Project” waarin al deze vondsten verzameld worden en we bijvoorbeeld te weten komen dat Bruges la Morte en Georges Simenon prominent aanwezig zijn in het eerste hoofdstuk.

Ik moet toegeven: het was bijzonder leuk om dit verhaal te vertellen aan een generatie onderzoekers die in sommige gevallen jonger zijn dan het WWW zelf.


Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon

Reacties


Voeg reactie toe
 authimage

Reacties

  1. Edwin Mooi
    06.07.2008 | 11:22

    Een mooie bijdrage!