Dialecten met een leger en een marine (II)
Dankzij de
bijbelvertalingen kregen de meeste grote taalgebieden een standaardtaal (zie Deel I) die
door de enorme bloei van de boekdrukkunst vrij snel voor een nieuwe standaard
zorgde: woorden werden vaak niet langer op zeven verschillende manieren
geschreven, maar kregen een vaste vorm, die dan nog vaak in de eerste
woordenboeken en grammatica’s werd neergeschreven. Stilaan ging men niet langer
alleen het Latijn in de universiteiten gebruiken, maar de landstaal, met als jammerlijk
gevolg dat studenten niet altijd even gemakkelijk in Italië, Spanje, Duitsland
of Spanje konden gaan studeren.
Een
eerste probleem met die eerste standaardtalen was dat men nu op papier wel één
taal had, maar die vorm van de taal in vele gevallen een compromis was en in
andere één regionale vorm. Het was dus niet noodzakelijk zo dat men in andere delen
van het land die bepaalde variant helemaal kon begrijpen. We denken nu dat alle
Italianen een zelfde taal spreken, maar dat is een vrij recente ontwikkeling:
Italië bestond uit ontelbare rijken en rijkjes met elk hun eigen taal. In het
Zuid-Italië en Sicilië werd er zelfs nog Grieks gesproken en als in de
negentiende eeuw in Napels Italiaans sprak, dan dachten ze dat je uit Frankrijk
of Duitsland kwam.
Toen
men in dezelfde negentiende eeuw van taal een belangrijk deel van de nationale
identiteit maakte, werd het plots
cruciaal om deze taal aan te leren aan die scholen: de nieuwe industrie en de
centrale administratie hadden steeds meer opgeleide mensen nodig die liefst
allemaal een zelfde taal gebruikten. Maar die taal was op de eerste plaats nog
altijd een geschreven taal: het was pas bij de ontwikkeling van de telefoon en de radio dat
de standaardtaal ook echt een bepaalde uitspraak kreeg.
Beschaafd Nederlands, marginaal dialect
Uiteraard
probeerde men vanaf het begin één bepaalde uitspraak in het hele taalgebied op
te leggen en dat was in de meeste gevallen de uitspraak van het cultureel of
politiek meest dominante groep: in Nederland is dat niet de uitspraak van
Breda, Maastricht of Leeuwarden, maar die van Den Haag en Amsterdam. In
Vlaanderen dacht men aanvankelijk dat men het probleem kon oplossen door ook
het Noord-Nederlandse accent van de Randstad te kiezen als norm en het is die
vorm die door de nationale Radio en later Televisie verspreid werd. Zoals de
toenmalige naam van die taalvorm al aangaf (Algemeen Beschaafd Nederlands), werd uitspraak een
manier om mensen sociaal van elkaar te onderscheiden. Beschaafde mensen zoals u
en ik spreken wat nu verbloemend Algemeen Nederlands hee, het marginale klootjesvolk
mompelt in het dialect.
Natuurlijk
is dat altijd zo geweest, alleen sprak de adel en de burgerij in Vlaanderen vroeger
gewoon Frans om zich te onderscheiden. En dat is niet alleen bij ons zo: twee Britten
moeten maar een paar woorden tegen elkaar zeggen voor ze exact van elkaar weten
tot welke klasse (en subklasse) hun gesprekspartner behoort. Een dergelijk
snobisme zorgde zelfs voor taalveranderingen. In het Engels verdween de
rollende ‘r’ toen de burgerij die vulgair begon te vinden. En op dezelfde
manier heeft men in Mechelen een lange aa die heel dicht aansluit bij die van
het standaard-Nederlands maar die de maneblussers ontwikkelden om zich af te
zetten tegen de boeren van het platteland (en alle andere Brabanders van Brussel
en Dordrecht).
Antwerps werd Algemeen Vlaams
In
Vlaanderen strooide dan de komst van de commerciële televisie roet in het eten.
Waar de jongens van de vrije radio nog het opgewonden Hollands van Radio
Veronica hadden geïmiteerd, ging men in Vilvoorde en omstreken meer en meer een
tussentaal spreken met algemeen-Antwerpse klanken en al vlug volgde de VRT en
in haar spoor ook politici en andere mensen die het regelmatig mogen komen
uitleggen. Het is die taalvariant die ondertussen Algemeen Vlaams is geworden.
Vlamingen kijken niet meer naar de Nederlandse televisie (wij maken nu onze
eigen rommel) en wij luisteren niet naar de Nederlandse radio. Geen wonder dat
we Nederlandse programma’s moeten ondertitelen. Binnenkort zal men bij de
onderhandelingen over het verdiepen van de Schelde tolken moeten gebruiken.

Ondertussen
blijft taal een machtig wapen in de klassenstrijd, maar de vraag is hoelang dit
nog zal duren. Op de universiteit wordt steeds meer dialect gesproken en we
hebben zelfs in de letteren studenten die geen Algemeen Nederlands meer kunnen
spreken omdat ze ook op de lagere en de middelbare school aan Beschaafd
Antwerps genoeg hadden. Vorig jaar had ik twee studenten die hun mondeling
examen in het Antwerps aflegden en die onafhankelijk van elkaar het excuus
gaven dat ze zich jammer genoeg voor de middagdut niet genoeg konden
concentreren om ook nog eens op hun taal te letten. En toen een collega (niet
in de letteren, dit keer) een student tijdens een mondeling examen vroeg om
verder toch maar Nederlands te spreken was het oprecht verbaasde antwoord: ‘En wa
sprejkekik dan? Chinees, of wa?’ Die jongen zal het ver brengen. In
Groot-Antwerpen.






LetterenLaser














Deze tekst (en de vorige uit de - nog te schrijven? - reeks): gesneden brood voor leraren Nederlands in de derde graad van het voortgezet onderwijs.Kort, krachtig, confronterend en met de nodige humor.De perfecte wetenschappelijke vulgarisatie, en daaraan is er meer en meer een dwingende nood.
Vorige week hoorde ik de bedienden van een restaurant ABN spreken en ik kreeg hierbij het gevoel dat ze toneel speelden.