Nieuw Amsterdams Genootschap voor Theoretische Fysica

De meest fundamentele, schitterende, ingewikkelde,
kinderlijk eenvoudige wetten van de natuurkunde worden op deze plaats vertaald
naar alledaagse, huis-tuin-en-keukenrituelen. En vice versa.
Wij zijn het Nieuw Amsterdams Genootschap voor Theoretische
Fysica, een genootschap dat studenten bundelt om natuurkunde te bedrijven en te
verspreiden. Komt u in het dagelijks leven iets tegen dat u niet begrijpt of
niet kunt plaatsen met behulp van de regels van uw logica, neem dan contact met
ons op, opdat wij voor opheldering kunnen zorgen.
Tevens roepen wij alle studenten die dit lezen op mee te
helpen met natuurkundig zendelingenwerk. Ga dus zo spoedig mogelijk naar uw
dichtstbijzijnde basisschool of middelbare school om de Wetten te verspreiden!
Heeft u hier hulp bij nodig, contacteer ons. Heeft u hier geen
zin in? Neem dan vooral contact met ons op.











| 

Hoe kan het dat het kampvuur zo anders voelt dan dat het klinkt en zo anders ruikt dan dat het eruit ziet?
Is wat wij kampvuur noemen alleen maar het resultaat van de gewaarwording van onze specifieke zintuigen? Of is het kampvuur echt? Als het kampvuur niet echt is, leven wij dan in een wereld die niet echt is en het sprookje is dat de zintuigen on voorhouden door hun verbeelding ervan?
Wat gebeurt er eigenlijk met een hier gestelde vraag? Niemand lijkt te reageren....
He Dick
Dit was de vraag:
Is het vuur echt?
Hoe kan het dat het kampvuur zo anders voelt dan dat het klinkt en zo anders ruikt dan dat het eruit ziet?
Is wat wij kampvuur noemen alleen maar het resultaat van de gewaarwording van onze specifieke zintuigen? Of is het kampvuur echt? Als het kampvuur niet echt is, leven wij dan in een wereld die niet echt is en het sprookje is dat de zintuigen on voorhouden door hun verbeelding ervan?
Paradigma.
Er is een groep mensen die denkt dat waarnemen het registreren is van de werkelijkheid. Een andere groep denkt dat waarnemen het veranderen van de werkelijkheid is.
De eerste groep denkt dat wat ze waarnemen echt is, de tweede groep denkt dat het juist altijd onmogelijk is te weten hoe iets echt is.
Aan beide groepen is gevraagd om hun uitgangspunt te bewijzen. Wie dit leest zal denken dat de eerste groep gelijk heeft, en dat het bewijs een fluitje van een cent was. Dat komt omdat de meeste mensen in de eerste groep zitten. Deze mensen denken zelfs dat het niet eens nodig is om hun visie te bewijzen, ze hebben wel wat beters te doen. Er moet wel een echte wereld zijn, want anders zou alles een product van de fantasie zijn. Maar bewijzen dat wat ze waarnemen echt zo is, daar beginnen ze niet aan. Ze doen alsof dat minderwaardig is.
De tweede groep, nou ja het zijn er maar een paar, gaat onmiddellijk aan de slag. De eerste stap is het definiëren van het begrip waarneming. Waarnemen is dat het ene van wat er is iets anders van wat er is opmerkt. Voordat er leven was ontstaan was er niets dat iets anders opmerkte. De eerste levende cel was ook de eerste waarneming. Die cel liet iets van buiten naar binnen komen en maakte er zichzelf van. Iets anders liet hij door zijn wand weer naar buiten gaan. Alleen datgene wat hij kon veranderen in zichzelf merkte hij op, al het andere wat er wel was, maar wat hij niet kon veranderen door zijn aard, merkte hij ook niet op. Ademhalen is ook opmerken dat er daar iets is, door het te veranderen in jezelf. Er zit veel meer stikstof dan zuurstof in de ingeademde lucht, maar die wordt niet veranderd en dus niet opgemerkt. Elk zintuig verandert iets wat er is op zijn eigen manier. Zo is wat je waarneemt dus nooit wat er is, maar altijd iets anders, en ook veel minder. Zij zullen eindigen met: wij zijn niet degene die vertelt wat er is, maar degene die eerst altijd verandert wat er is.
De eerste groep die denkt dat waarnemen het registreren van de werkelijkheid is, weigert nog steeds met argumenten te bewijzen dat ze gelijk hebben. Wel zeggen ze dat het geen bewijs is dat iets er niet is, omdat wij dat toevallig niet weten. Als niemand de boom in het ondoordringbare woud nog heeft waargenomen, bestaat hij al wel. Dat je dat pas met zekerheid kunt zeggen, nadat iemand die boom heeft waargenomen waren ze even vergeten. De boom in het voorbeeld is een verzonnen boom, en hoort niet bij de objectieve werkelijkheid, terwijl ze hem wel zo opvoeren.
Iets is pas bewezen als het is waargenomen, en niet als het is verzonnen. De nog niet waargenomen werkelijkheid kan dus nooit bewezen worden. Dat er iets is voordat het is waargenomen kan nooit bewezen worden, het kan pas achteraf bewezen worden, na de waarneming, dat het er ook voor de waarneming geweest moet zijn. Daar schuilt de vergissing: omdat er na de waarneming duidelijk wordt dat het er vóór die waarneming ook geweest moet zijn, wordt de conclusie getrokken dat de waarneming er dus niets mee te maken heeft. Zo lijken zijzelf de vertellers van wat er is, en niet degenen die pas door te veranderen iets kunnen opmerken.
Twee groepen mensen die zichzelf anders definiëren.