Vegetarische spread

Door Raf Scheers, 24 November 2009, 16:06

Currysalade, champignonsalade, herfstsalade, herfstpaté – ja het is het seizoen –, kruidige paté, tofusalade met basilicum of vegetartare in twee soorten (natuur en martino). Voor de tweede keer in evenveel dagen smeren we vegetarisch beleg op onze boterhammen in plaats van kaas, hesp of salami. Deze week zullen we bij onze vaste broodjesboer geen belegde broodjes bestellen, geen Polderke, Sint-Anneke of Vlaamse Varkentje, namen die je het water in de mond doen lopen (de meer gedistingeerde collega’s plegen er een El-sur-de-la-casa of een Caprese te nemen).

Vegetarische currysalade op de boterham.


De vegetarische spread, dus. Wat zit erin? Tofu meestentijds of seitan, wat groenten (bloemkool en augurk in de herfstsalade, champignons en wortels in de champignonsalade), koudgeperste zonnebloemolie, sojadrink of plantaardige bouillon om het smeuïg te maken, en veel kruiden om de boel hartig te krijgen. Ze zijn best wel lekker, zeker als je er wat verse postelein of scheuten aan toevoegt. Maandag deelde ik dan ook in het enthousiasme. Het was allemaal nog nieuw, en opmerkingen als ‘ik wist niet dat vegetarisch zo lekker kon zijn’ waren niet van de lucht. Gisteren (dinsdag) smaakte de lunch nog wel, maar ik vraag me toch af of ik mijn vertrouwde kost voor langere tijd zou willen inruilen voor de vegetarische spread. Waarschijnlijk niet, al werd me aan tafel verzekerd dat er nog andere lekkere alternatieven zijn, zoals vegetarische worst. Te verkrijgen in plakken bovendien.

Het weren van dierlijke producten uit onze voeding wordt vaak gezien als een belangrijke manier om onze ecologische voetafdruk te verkleinen. Dat de overmatige vleesconsumptie – door ontwikkelingslanden als een teken van welvaart beschouwd en dus na te streven – nefast is voor het milieu, betwist ik helemaal niet. We kunnen best met wat minder vlees, zelf heb ik geen ‘donderdag veggiedag’ nodig om wat bewuster te eten. Maar wat mij wel stoort is dat het vaak als een zaak van of/of wordt voorgesteld. Of je bent vegetariër of je bent vleeseter (of omnivoor), voor de hardcore-adept van beide zijden zijn deze termen haast scheldwoorden.


Op de Vleeswijzer (www.vleeswijzer.nl) van de Nederlandse Stichting Varkens in Nood en van Milieudefensie – niet meteen neutrale verenigingen – prijken de vegetarische alternatieven voor vlees weliswaar helemaal bovenaan, maar het ene vlees blijkt het andere niet te zijn. Biologisch rundergehakt of biologisch kalfsvlees scoren helemaal niet slecht qua milieubelasting (en ook niet qua dierenwelzijn, maar dit aspect laten we hier buiten beschouwing). Kip komt met vier sterren zelfs in de buurt van de vier en een half van tofu of de vegaburger. De lijst is verre van volledig, want wild – het seizoen, ja – staat er bijvoorbeeld niet op. Wat zou de milieu-impact zijn van een paté van een in het wild geschoten everzwijn?

Vroeger hield iedere slager thuis een aantal dieren – vaak koeien en af en toe een varken –, die vroeg of laat in een of andere vorm in zijn etalage belandden. Ook nu nog pakken veel slagerijen uit met vlees van eigen kweek, de foto van de slager (liefst met vrouw en kinderen in de buurt) naast een gezond ogend koebeest hangt als bewijs aan de muur. Wat ik me afvraag: scoort het saucijsje (saucisse in het Vlaams) van bij de lokale slager echt zoveel slechter qua milieu dan de tofuspread die in een West-Vlaams fabriekje in een potje wordt gedraaid? En wat met de kippen van de bioboer, die het gevogelte vrij laat rondlopen en zijn koopwaar op de lokale markt aanbiedt?  

Raf Scheers 


Reacties


Voeg reactie toe
 authimage

Reacties