Zonder trauma geen literatuur

Door Geert Lernout, 05 Juni 2009, 09:31

Vandaag vind ik in mijn mailbox een uitnodiging voor een groot literatuurcongres, een van de vele initiatieven in de maand mei waarmee mijn collega’s zoals gebruikelijk de korte periode tussen de laatste colleges en de eerste examens proberen te overbruggen. Maar deze uitnodiging valt echt op: dit is de eerste keer dat een literatuurcongres adverteert met een “skip intro” webpagina. Muziek en bewegende beelden: de wereldbol te midden van fonkelende sterren met de Blauwe Donau van Strauss (en van Kubrick). De muziek wordt al na enkele maten onderbroken door een ontploffing: de aarde versnippert in groen en blauw die snel veranderen in stukken rood en zwart en in deze laatste kleuren krijg je, met het geratel van een ouderwetse typemachine (die ook een ouderwets machinegeweer zou kunnen zijn), de titel van de conferentie en de echte openingspagina.

De vorm is echter minder belangrijk dan de inhoud. Een internationaal congres over het ondertussen in onze kringen erg sexy thema “Literature and the Memory of Catastrophe” in het bredere gebied van wat men tegenwoordig “Traumastudies” noemt.

It’s trauma, Jim, but not as we know it

Studies over één literair thema zijn lange tijd uit de mode geweest, maar dit onderwerp is nu al bijna vijftien jaar heel erg hot. Politiek en historisch omvat het enerzijds de literaire of artistieke weergave van de holocaust of andere genociden, en als je de term breed genoeg bekijkt, dan vind je in iedere roman en ieder gedicht wel een trauma. Zonder trauma zou er waarschijnlijk geen literatuur zijn: waarover zouden schrijvers het anders moeten hebben?

Maar zo eenvoudig is het ook weer niet. Traumastudies is een telg van die vorm van literatuurtheorie die zich geënt heeft op een oorspronkelijk Franse filosofische traditie die men in het algemeen postmodern kan noemen en die zich op de eerste plaats liet inspireren door diepe denkers zoals Heidegger en Freud. Op deze grondvesten bouwde men in de jaren zeventig en tachtig filosofische, antropologische en psychoanalytische tempels waarvan men hier en daar in Europa en de US nog ruïnes vindt.

Nu de eerste generatie postmodernen verdwenen is (Jacques Lacan, Michel Foucault, Gilles Deleuze, Jacques Derrida, Jean Baudrillard), wordt hun rol overgenomen door nieuwe auteurs die op dezelfde radicale wijze de Grote Vragen stellen. Waar de oudere meesterdenkers nog de gehele westerse cultuur en de hele universiteit wilden hervormen, hebben de meeste epigonen zich strategisch teruggetrokken in departementen literatuurwetenschap en theologie. Er zijn nauwelijks nog psychologen of psychiaters die Lacan lezen, maar in de literatuurdepartementen leeft zijn leer rustig verder. Voor postmodernen is taal heel belangrijk, maar hun opvattingen over wat taal is, hebben merkwaardig genoeg niets te maken met wat hun collega’s uit de taalkunde doen.

Er bestaat ook een wetenschappelijk verantwoorde studie van de menselijke psychologie, de neurologische studie van het geheugen, van het proces van herinnering en van vergeten, van de manieren waarop echte mensen met trauma’s omgaan. Dit onderzoek gebeurt aan dezelfde universiteit waar de literatuurwetenschappers zich liever laten leiden door filosofische prietpraat die spits geformuleerd is en heel diep klinkt, alsof de wereld ademloos zit te wachten tot de meesterfilosoof eindelijk het bevrijdende woord heeft gesproken. En alsof literatuur echt een kwestie is van leven en dood, zoals moet blijken uit het motto van de conferentie, een uitspraak van Jacques Derrida: “Hypothesis to be verified: all responsible witnessing engages a poetic experience of language.” Het klinkt heel wetenschappelijk en heel diep, maar het betekent niet zo veel en vooral: het maakt geen ene moer uit of deze uitspraak nu waar is of niet.

Met traumastudies hebben literatuurspecialisten misschien wel even het gevoel dat ze terug iets met de echte wereld te maken hebben: het gaat daarbij over de dood van echte mensen, over leed en pijn die zichtbaar en voelbaar zijn. Maar deze ethische impuls krijgt een bittere nasmaak als alle leed even absoluut blijkt te zijn. Het verlies en gemis van de overlevenden van de Shoah wordt dan vergeleken met het verlies van de Ierse taal in Ierland. Of er blijkt een verband te zijn tussen het verlies van het overgrote deel van je familie in een genocide en het individuele verlies van de imaginaire fallus.

Bijna acht jaar geleden was de toenmalige wereldtop van traumatologen ergens in Nederland tijdens een lange en diepgravende namiddagsessie bezig de diepste wortelen van alle mogelijke trauma’s bloot te leggen. Na vier uur keihard werken kwamen ze knipperend met de ogen buiten in een wereld die er plots heel anders uitzag: het was elf september 2001 en de rest van ons had zich ondertussen in een echt trauma gestort. Zonder op advies van de specialisten te wachten.


Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon

Reacties


Voeg reactie toe
 authimage

Reacties

  1. 24.11.2009 | 19:27

    okay