Mens en dier
Jaarlijks worden er in de Nederlandse leghenfokkerij meer dan 30 miljoen mannelijke eendagskuikens vergast, omdat de sector daar weinig mee kan aanvangen. Wetenschappers bestuderen nu manieren om te zorgen dat meer vrouwtjeskuikens dan haantjes het licht zien. Die zoektocht naar diervriendelijker alternatieven is een gevolg van de groeiende maatschappelijke weerstand tegen het nutteloos doden van levende wezens. De consument krijgt in dit Nederlandse onderzoek trouwens inspraak, de verschillende alternatieve technieken werden in een enquête voorgelegd aan het grote publiek. Het zal u niet verwonderen dat de diervriendelijkste oplossing de publieke voorkeur kreeg, namelijk de leefomstandigheden zo inrichten dat de hennen ‘spontaan’ meer vrouwtjes voortbrengen.
De zoektocht naar efficiëntere legbatterijkippen is een voorbeeld van het toenemende respect dat de samenleving voor dieren opbrengt. In Nederland leeft het meer dan in Vlaanderen. Niet alleen bezet de in 2002 opgerichte Partij voor de Dieren (PvdD) twee zetels in de Tweede Kamer, het debat over dierenrechten is er een dat de krantenkolommen beheerst, waar boeken over verschijnen.
Naast de slechte behandeling van dieren in fokkerijen en slachterijen, zijn er de vele dierproeven die dierenactivisten een doorn in het oog blijven. Voor hen is er weinig verschil tussen wat er in de bio-industrie en de wetenschappelijke wereld omgaat, hun enige focus is het welzijn of het (blijven) leven van dieren. Bepaalde actiegroepen treden trouwens steeds driester op, staat in een nota van de Nederlandse inlichtingendienst, die zelf het onderscheid maakt tussen dierenrechtenactivisten – zij die folders uitdelen en lobbyen, de aanhangers van de PvdD zeg maar – en de extremisten. Die laatste groep schuwt het geweld niet, de aanhangers breken in fokkerijen in om dieren (pelsdieren vooral) vrij te laten, ze stichten brand en intimideren dierproefnemers, onder andere door hun huizen te bekladden. ‘We distantiëren ons alleen van het geweld tegen dieren,’ citeerde een krant een van de leiders.
De discussie over wetenschappelijke dierexperimenten stond dezer dagen ook op de Europese agenda. Eind vorig jaar werd een richtlijn aangekondigd die het aantal proeven en het dierenleed verder moest beperken, maar het Europese Parlement ging – met verkiezingen in het verschiet – op de rem staan. Voorlopig geen strengere regels dus, tot grote vreugde van wetenschappers die dieren gebruiken in hun onderzoek. Uit een Britse enquête bleek dat zowat drie vierde van hen gelooft dat ze nooit hetzelfde resultaat halen zonder experimenten. Een van de struikelblokken voor wetenschappers was het mogelijk verbod op het gebruik van niet-menselijke primaten. Onze nauwste verwanten kunnen we voor bepaald onderzoek, ook naar niet acuut levensbedreigende ziekten zoals kanker of alzheimer, voorlopig niet door andere soorten vervangen. Dat erkent ook Europa nu.
Het is dit jaar 50 jaar geleden dat de Britse zoöloog William Russel en microbioloog Rex Burch in hun boek The Principles of Humane Experimental Technique de 3 R’s (of 3 V’s) voorstelden. Ze schreven dat wetenschappers zich bij dierproeven moeten bezinnen over drie alternatieve mogelijkheden: refinement (verfijning), reduction (vermindering) en replacement (vervanging). Dat deze principes een halve eeuw later nog relevant zijn, bewijst een recent Amerikaans rapport dat het gebrek aan goede studies over pijn en stress bij proefdieren aan de kaak stelt. Al te vaak ontbreekt het geld om onderzoek naar betere labomstandigheden (refinement) te voeren en ook aan de diermodellen schort er wat. In de praktijk blijkt reduction ook allerminst evident: in België steeg het aantal proefdieren de afgelopen zeven jaar met bijna 20 procent, tot een goede 800.000 per jaar.

Intussen is het uitkijken naar échte alternatieven. Veel heil wordt verwacht van human tissue engineering, het creëren van natuurlijk menselijk weefsel waarop men onder andere geneesmiddelen zou kunnen testen. Of van de ontwikkeling van een virtuele mens, waarbij simulatieprogramma’s een deel van de tests vervangen. De militaire industrie werkt al met dergelijke computermodellen om de impact van biologische aanvallen op het menselijke lichaam te meten. Maar wetenschap zonder dierexperimenten zal niet voor morgen zijn.













| 
