Superinsecticiden: een risicoverhaal
Imidacloprid. Een neonicotinoïde. In het Nederlands: een insecticide. Het kent een wereldwijd succes; jaarlijks wordt er 20.000 ton van geproduceerd. Plaaginsecten alsook insecten die plantenziekten overbrengen worden bijzonder effectief bestreden. Maar hier blijft het niet bij: het insecticide neemt zowat alle insectengroepen mee in het verderf. Imidacloprid is niet zomaar een insecticide; het is een superinsecticide.
Wat voorafging
In de jaren 1940 en '50 was er een torenhoge vraag naar DDT. Dichloordiphenoltrichloorethaan is een insecticide dat tijdens de oorlogsjaren en daarna massaal werd gebruikt als bestrijdingsmiddel tegen malaria en tyfus. Beiden hebben in hun levenscyclus een fase waarbij de eencellige veroorzaker (respectievelijk Plasmodium en Rickettsia) op de mens wordt overgedragen door geleedpotigen (respectievelijk muggen en kleerluizen). DDT is dodelijk voor deze organismen. Wat men toen niet wist is dat DDT ook een heel aantal nadelige effecten heeft op het milieu: het veroorzaakt kanker en is een ernstige bedreiging voor fauna, voornamelijk vogels. Onder andere de Amerikaanse zeearend (Haliaeetus leucocephalus), het nationale symbool van de Verenigde Staten, kwam zelfs op het randje van uitsterven te staan. Het Amerikaanse verbod op DDT in 1972 kon dit verhinderen en sinds 2004 staat de soort op de IUCN Red List weer geclassificeerd als niet-bedreigd (least concern). Hoewel al enkele decennia verboden in de meeste landen (behalve in India, een aantal ontwikkelingslanden en - natuurlijk - Noord-Korea) is DDT-vervuiling tot op heden nog erg wijd verspreid.
Lesje niet geleerd
In de jaren 1990 werden neonicotinoïden geïntroduceerd als nieuwe, systematische insecticiden. Deze nieuwe-generatie superinsecticiden verhinderen de normale werking van de acetylcholine (ACh) neurotransmittor. Normaal gezien komt aan het uiteinde van een zenuwcel ACh vrij als reactie op een (elektrische) prikkel. De ruimte waarin ACh terechtkomt is de synaptische spleet. Een volgende cel kan worden geactiveerd door ACh door zich te binden aan een ACh-receptor. Betreft het een zenuwcel, wordt er een elektrisch signal opgewekt. Bij een spiercel vindt spiercontractie plaats. Zo’n pulsoverdracht van zenuwcellen naar spiercellen is verantwoordelijk voor maag- en darmcontracties, om een concreet voorbeeld te geven.
Als een neonicotinoïde werkt imidacloprid antagonistisch op de (nicotinerge) ACh-receptoren van insecten, met als logisch gevolg een blokkage van de zenuimpulsen. De insecten stoppen met eten, raken verlamd en sterven uiteindelijk om uiteenlopende redenen. Overigens, de 'bindplek' (binding site) aan ACh-receptoren bij insecten is anders dan die bij zoogdieren; gelukkig voor ons. Maar daarmee is de kous niet af, geenszins.
Al snel na het introduceren van dit nieuwe type insecticide ontstond de vrees dat residuen van neonicotonoïden in pollen en nectar schadelijk zouden zijn voor honingbijen (Apis mellifera). Die vrees bleek niet ongegrond. Meer nadelige effecten van imidacloprid werden vastgelegd: mortaliteit van de aquatische ringworm Lumbriculus variegatus, kortere levensduur van de steenvlieg Pteronarcys dorsata, fysiologische en gedragsveranderingen bij eendagsvliegen en ringwormen, en ga zo maar door.
Utrecht Universiteit
Drie onderzoekers van het Copernicus Institute of Sustainable Development van de Utrechtse universitaire instellingen beten zich vast in de problematiek van imidacloprid en richtten zich specifiek op het oppervlaktewater. Met behulp van data van de jaren 1998 en 2003 tot 2009 kunnen Tessa Van Dijk, Marja Van Staalduinen en Jeroen Van der Sluijs ons enkele rake waarnemingen voorschotelen.
Een eerste belangrijke vaststelling is dat in bijna de helft van het aantal gemeten locaties (801 in totaal) te veel imidacloprid in het water zit. Ten tweede bestaat er een negatieve relatie tussen soortsabundantie en de concentratie van imidacloprid voor alle soorten vlokreeftjes, libellen en waterjuffers, tweevleugeligen, eendagsvliegen, pissebedden en slakken die in deze soorten werden opgenomen. Tot ieders verbazing is het omgekeerde waar voor watermijten; zij lijken net voordeel te hebben aan het de chemicaliën.
Voedselketenproblematiek
Een recent Japans onderzoek toonde experimenteel aan dat onder invloed van imidacloprid het aantal soorten zooplankton naar beneden gaat, waardoor vissen hoger in de voedselketen worden aangetast in juveniele en volwassen groei. Ook andere studies bevestigden de negatieve invloed van imidacloprid op de voedselketen.
Normen oppervlaktewater
In het onderzoeksartikel wordt best wat aandacht besteed aan de milieukwaliteitsnormen voor het oppervlaktewater (environmental risk limits) die werden vastgesteld voor imidacloprid, en dan vooral aan het overschrijden van deze normen. Het maximaal toelaatbaar risiconiveau (MTR) is de norm die het meeste van tel is, gedefinieerd als de concentratie van een stof in het water, sediment, bodem of lucht waar beneden geen negatief effect is te verwachten. Geen negatief effect valt dan blijkbaar relatief op te vatten, want theoretisch geldt er voor het ecosysteem een beschermingsniveau is van 95%. Met andere woorden, 5% van de soorten kan schade ondervinden. Voor imidacloprid is de MTR-norm 13 ng/L, maar - zo blijkt uit het Utrechtse onderzoek - zelfs onder deze grens heeft imidacloprid nog schadelijke effecten op de insectenrijkdom in het water. In bijna de helft van de ruim 9.000 waterstalen werd deze MTR-norm overschreden. De hoogste gemeten waarde van imidacloprid in oppervlaktewater was 320 µg/L (een waterstaal uit Noordwijkerhout, Zuid-Holland). Haal er gerust een rekenmachine bij; dit is een slordige 24.600 keer meer dan de MTR-norm.
Het is duidelijk dat een (internationaal) debat over imidacloprid en andere neonicotinoïde-insecticiden nodig is. De onderzoekers willen duidelijk maken dat dit erg breed werkende superinsecticide ernstige gevolgen heeft voor de globale insectenrijkdom van onze planeet. En hoewel we deze zespotigen (subphylum Hexapoda, Insecta) maar al te vaak als onze vijanden beschouwen, vervullen zij enkele onvervangbare ecosysteemdiensten. Zo bestuiven ze onze gewassen en zijn het bestrijders van schadelijke dieren. Denk maar aan de lieveheersbeestjes die zich voeden met schadelijke bladluizen (maar vergeet in dit kader even het Aziatische lieveheersbeestje). Honing, bijenwas en zijde zijn andere tastbare producten van belangrijke waarde voor onze huidige economie.
Europese beperkingen
Omdat we - na de onaangename DDT-ervaring - opnieuw een heleboel biodiversiteit op het spel zetten voor ochot, ocharme een handjevol plaaginsecten waar de landbouw mee worstelt, lijkt een internationaal verbod geen overbodige luxe. In Frankrijk, Duitsland en Slovenië bestaat zo'n verbod intussen en in april besliste de Europese Commissie al dat de overige EU-lidstaten beperkingen moeten invoeren op het gebruik van neonicotinoïden. Dit gebeurde op basis van een wetenschappelijk rapport van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (European Food Safety Authority, EFSA). Enerzijds mogen de neonicotinoïden in kwestie (imidacloprid, clothianidin en thiametoxam) niet langer gebruikt worden voor gewassen die aantrekkelijk zijn voor bijen. Anderzijds is er het verbod om ze te gebruiken in perioden waarin de bijen actief zijn. Het gebruik van neocotinoïden wordt daarenboven beperkt tot professionelen; particulieren zullen niet langer superinsecticiden vinden in de handel.
Uiteraard barst de discussie pas nu echt los. Bayer en Syngenta, twee grote produceren van zulke pesticiden, reageerden al snel negatief op de nieuwe spelregels. Bayer ontkent in een persbericht dat de neonicotinoïde-chemicaliën de bijen zouden schaden. Syngenta, op haar beurt, meent dat er ernstige tekortkomingen zijn in het eerder genoemde wetenschappelijke rapport van de EFSA. Zoals zo vaak zal er een evenwicht moeten gezocht worden tussen economische en ecologische belangen.
Bronnen:
- Hayasaka D, Korenaga T, Suzuki K, Saito F, Sánchez-Bayo K& K Goka 2012. Cumulative ecological impacts of two successive annual treatments of imidacloprid and fipronil on aquatic communities of paddy mesocosms. Ecotoxicology and Environmental Safety 80: 355-362.
- Krupke CH, Hunt GJ, Eitzer BD, Andino G & K Given 2012. Multiple routes of pesticide exposure for honey bees living near agricultural fields. PLoS ONE 7 (1): e29268.
- Van Dijk TC, Van Staalduinen MA & JP Van der Sluijs 2013. Macro-invertebrate decline in surface water polluted with imidacloprid. PLoS ONE 8 (5): e62374.
Geschreven in Wetenschap , Biodiversiteit | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken

| 