SciLogs International .com.be.es.de

Recentste blogposts RSS

400

17. Mei 2013, 10:00

Hoera! Proficiat! We hebben het gehaald, de 400 ppmv! Op 9 mei 2013 registreerde de NOAA 400,03 ppmv als daggemiddelde atmosferische koolzuurgasconcentratie op het Mauna Loa Observatory op de hoogste top van het Hawaïaanse Big Island. Of was het weldegelijk 400,03 ppmv (N0AA) of toch 'maar' 399,73 (Scripps)? "De wereld is een nieuwe gevarenzone binnengetreden" liet de klimaatverantwoordelijke van de VN, Christiana Figueres, dan ook onmiddellijk weten. Heeft u er iets van gemerkt? Ik niet! Kortom "much ado about nothing"?

Deze memorabele dag werd trouwens al enkele weken geleden aangekondigd. Ook in de Vlaamse media. De Morgen kopte "CO2-niveau voor het eerst in de geschiedenis boven alarmpeil" (DM, 29.04.2013). De Standaard had het over een "alarmniveau" (DS, 29.04.2013); The Guardian over een "milestone" (The Guardian, 29.04.2013). Alarmpeil, Alarmniveau, Alarmfase Rood, ... het moet duidelijk zijn dat deze termen totaal geen Aardse betekenis hebben. Het heeft een zuivere symboolwaarde! De wereld is op 9 mei 2013 geen nieuwe gevarenzone binnengetreden!

Trouwens, wat betekent de 400,03 ppmv op 9 mei 2013. Dit is een daggemiddelde binnenin de seizoensvariatie van de atmosferische koolzuurgasconcentratie. Deze koolzuurgasconcentratie piekt op het noordelijke halfrond steeds rond mei. Zo was de maximumwaarde in mei 2012 ongeveer 396 ppmv. Tegen oktober zakt de koolzuurgasconcentratie naar een minimumwaarden, ongeveer 391 ppmv in oktober 2012 (zie figuur). De seizoensvariatie bedraagt gemakkelijk ~5 ppmv. Die seizoensvariatie heeft alles te maken met de opname van het koolzuurgas door de biosfeer. Vanaf de lente veroorzaakt de plantengroei een massale opname van koolzuurgas. En dat dit zeer opvallend is in het noordelijke halfrond heeft alles te maken dat het grootste deel van de continentale massa zich op het noordelijke halfrond bevindt ... weerom een geologische toevalstreffer. Dus in oktober 2013 zal de wereld "terug uit de gevarenzone" zijn ... Oef! 

In de geologische tijd blijkt dat we tenminste moeten teruggaan tot het plioceen - dus zo'n 3 à 5 miljoen jaar - om een vergelijkbare atmosferische koolzuurgasconcentratie te vinden. Dit was een tijd dat "de dinosauriërs uitgestorven waren en er van de mens nog geen sprake was" (DM, 29.04.2013; DS, 29.04.2013). Bedenk dat de dinosauriërs al 60 miljoen jaar eerder uitgestorven zijn (zucht)! En één van onze 'voorouders', Homo habilis, dook toen op in de Afrikaanse savannes.

Er wordt dan ook geopperd dat het overschrijden van deze magische grens van 400 ppmv ons terugbrengt naar de pliocene wereld, een wereld waarin het globaal 2 à 3 graden warmer was dan nu, een wereld waarin het zeeniveau ongeveer 40 meter hoger lag dan nu. Een dergelijke vergelijking houdt geologisch echter totaal geen steek! De Aardse geschiedenis is niet omkeerbaar. De Aardse geschiedenis gaat één richting uit ... voorwaarts! Of zoals Stephen Jay Gould (1941-2002) het vatte in de titel van één van zijn boeken: "Time's Arrow, Time's Cycle". De klimaatdynamiek was tijdens het plioceen immers totaal anders dan nu. Sinds de vroeg-eocene broeikaswereld - met atmosferische koolzuurgasconcentraties van meer dan 1000 ppmv - zo'n 50 miljoen jaar geleden, is het Aardse klimaat onderhevig geweest aan een "Global Cooling". Deze 'duik in de ijskelder' eindigt met de aanvang van de pleistoceenglaciatie, 2.588.000 jaar geleden. Sindsdien zitten we 'gevangen' in een afwisseling van ijstijden - met atmosferische koolzuurgasconcentraties van 180 tot 210 ppmv - en tussenijstijden - met atmosferische koolzuurgasconcentraties van 280 tot 300 ppmv.

De klimaatdynamiek tijdens het plioceen valt dan ook niet te vergelijken met de huidige klimaatdynamiek. De wereld was nog steeds aan het afkoelen. Vandaar dat het nog 2 à 3 graden warmer was dan nu, en de atmosferische koolzuurgasconcentratie meer dan 400 ppmv was. Het plioceen was een tijd waarin de Antarctische ijskap nog steeds aan het aandikken was en waarin de noordelijke ijskap pas begint te groeien. Vandaar dat het zeeniveau nog heel wat hoger lag dan tijdens de pleistoceenglaciatie.

De huidige klimaartsituatie is uniek in de Aardse geschiedenis. Tijdens een tussenijstijd, tenmidden een ijskelderwereld - met extreem lage atmosferische koolzuurgasconcentraties -  veroorzaakt Homo Sapiens een extreem snelle en dramatische toename in de atmosferische koolzuurgasconcentratie (zie ook 'Op weg naar een hyperthermische gebeurtenis'). Wat daarvan de klimatologische gevolgen zullen zijn, dat zullen enkel onze verre nazaten binnen een paar duizend jaar - hopelijk nog - kunnen vertellen. 

 

 

 

 

 



Geschreven in Klimaat | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Uit de loopgraven

18. Maart 2013, 22:00

Voor- en tegenstanders van de winning van schaliegas hebben zich meer dan ooit ingegraven in hun eigen 'grote gelijk'. Hierbij zijn beide partijen zeer selectief in de gebruikte argumentatie en spelen ze vaak op de man en niet op de bal. De tegenstanders pakken uit met al wat fout kan gaan, terwijl de voorstanders de 'Golden Age of Gas' prediken. Dit welles-nietesspel wordt niet alleen in de klassieke media uitgevochten, zoals verder blijkt uit de veelheid van artikels en opiniestukken in de internationale pers, maar ook steeds meer via de sociale media, zoals twitter (bv. @schaliegasvrij, @stopgazdeschiste, @MarcellusShale) . In deze ware loopgravenoorlog is geen plaats meer voor een middenweg, noch voor een genuanceerd en beargumenteerd standpunt, laat staan voor een open debat. Als het niet 'in het kraam' van de ene of de andere partij past, wordt elk onafhankelijk standpunt afgedaan als 'gekleurd' of 'gekocht' door de tegenpartij. Zo komen we natuurlijk geen stap verder. En als alle partijen in hun loopgraven blijven, zullen er op het einde van het verhaal alleen maar verliezers achterblijven.

Schaliegas wordt vaak aanzien als de game changer in het energiedebat. Deze schaliegasrevolutie speelt zich actueel inderdaad af in de Verenigde Staten, 'gezegend' met uitgestrekte voorraden aan gasschalies - met alom gekende namen als de Marcellus Shale, Barnett Shale of Bakken Shale. Een ware shale gas boom voltrekt zich aan de andere kant van de Atlantische Oceaan ('The new boom: Shale gas fueling an American industrial revival', The Washington Post, 15.11.2012) ... of gaat het uiteindelijk toch uitdraaien op een shale gas bubble ('The Fracked-up USA Shale Gas Bubble', Global Research, 13.03.2013)? Voor de voorstanders verzekert het schaliegas de VS voor meer dan 100 jaar energiezekerheid, terwijl tegenstanders de ontginbare voorraden eerder inschatten voor 'slechts' enkele decennia. Schaliegas is in de VS vooral een kwestie van geostrategische belang, met name de volledige energieonafhankelijkheid. Deze zou al in 2020 een realiteit zijn. Ook zuiver economische redenen, zoals jobs en goedkope energieprijzen, spelen een cruciale rol om massaal in te zetten op de schaliegasontginning. De voorstanders schermen bovendien met de positieve klimaateffecten door het vervangen van steenkool door schaliegas. Het 'propere' schaliegas produceert immers maar de helft koolzuurgas per kilowattuur dan het 'vuile' steenkool. Zo wordt schaliegas geprezen als de sleutel om de transitie naar een koolstofarme energievoorziening te bewerkstellingen ('Fracking: the monster we greens must embrace', The Guardian, 15.03.2013). Schaliegas als 'bondgenoot' van de hernieuwbare energiebronnen! Ook zorgt de schaliegasrevolutie er voor dat er geen nood meer is in de VS om 'stokoude' kerncentrales toch nog langer open te houden ('Another casualty of the shale gas boom: Nuclear power', The Washington Post, 21.02.2013). Ook de kernuitstap krijgt hier dus een duwtje in de rug door schaliegas!Toch allemaal ontwikkelingen die als muziek in de oren van de ecologisten zou moeten klinken. Waarom zijn ze er dan tegen?

De klimaatvoordelen worden vooreerst sterk in vraag gesteld, zeker door klimaatdeskundigen. Vooreerst is en blijft schaliegas een fossiele brandstof. De reductie van koolzuurgasemissie is dan ook een schijnargument. Bovendien bestaat schaliegas uit methaan, een veel sterker (21 maal) broeikasgas dan koolzuurgas. Bij de hele schaliegasproductie is er een enorm verlies aan gas door lekken. Michael E. Mann, de man van de iconische hockey stick, verwoordde het als volgt: "We may be reducing our carbon dioxide emissions, but it is possible that we are actually increasing the greenhous gas problem with methane emissions" ('Fracking, PR, and the Greening of Gas', The International, 16.03.2013). Al wordt ook deze stelling weerom weerlegt door de voorstanders ('MIT: The Facts On Fracking Methane Emissions', Energy Tomorrow, 28.11.2012).

De tegenstanders van schaliegas pakken vooral uit met alle ongemakken - groot en klein - voor de lokale gemeenschappen. Hierbij focussen zij zich vooral op het fracken, de aangewende techniek om het schaliegas uit het moedergesteente vrij te krijgen. Hiervoor zijn nu eenmaal gigantische hoeveelheden water ('The Myth of Purifying Fracking Water in Saudi America: The Competition Between Food, Drink and Energy Needs', Truthout, 29.01.2013) en zand ('Mining sand for fracking causes friction in Wisconsin', LA Times, 19.11.2012) nodig. Deze moeten enerzijds ontgonnen worden, en anderzijds aangevoerd worden naar de boorplaatsen. In de VS leidt dit tot een komen en gaan van tank- en vrachtwagen, die voor heel wat overlast zorgen in voordien rustige landelijke dorpen en stadjes. 'Voor wat hoort wat' is het excuus van de voorstanders. Economische bloei heeft uiteindelijk een prijs, niet?

En dan zijn er de chemicaliën, die vooral dienen om de wrijving te verminderen, de viscositeit van de frac-vloeistof te vergroten, en bacteriën te doden. Over deze chemicaliën wordt heel wat mist gespuid. Voor de ene zijn het onschuldige keuken- en tuinchemicaliën, waarover in volle transparantie door de frac-bedrijven gecommuniceerd wordt (zie bv. FracFocus); voor de andere zijn dit toxische mengsels, waarover de frac-bedrijven zeer geheimzinnig doen. En wat met al dat frac-water, eenmaal het na een frac job terug opgepompt wordt naar de oppervlakte. Tegenstanders halen dan telkens weer het iconische beeld van de vuurspuwende keukenkraan boven uit de documentaire Gasland (al blijkt dit achteraf een hoax te zijn).

Voor hen is het een uitgemaakte zaak dat het sterk vervuilde - en bovendien radioactieve - frac-water grond- en oppervlaktewater aantasten. Het opgepompte water moet weerom getransporteerd worden; weerom een komen en gaan van tankwagens. Voorstanders trachten dit alles te ontkrachten door er op te wijzen dat fracking al meer dan vijftig jaar wordt aangewend in de conventionele olie- en gaswinning zonder dat er ooit iemand om kraaide. Business as usual!

En dan zijn er nog de aardbevingen, waarmee de burgers bang worden gemaakt, al is het verre van uitgemaakt dat fracking en dus de schaliegaswinning aardbevingen van enige betekenis veroorzaakt ('Did Fracking Cause Oklahoma's Largest Recorded Earthquake?', Scientific American, 14.11.2011). De verhoogde seismiciteit is vooral in verband te brengen met het terug injecteren van het gebruikte frac-water in de diepe ondergrond ('Studies Link Earthquakes to Wastewater from Fracking', MIT Technology Review, 14.12.2012). En ga zo maar door ...

Voorstanders trachten dan weer deze lokale 'ongemakken' zoveel mogelijk te minimaliseren met het argument dat elke industriële activiteit nu eenmaal niet vrij is van enig risico. Daar valt natuurlijk geen speld tussen te krijgen, maar de vraag blijft dan natuurlijk aan hoeveel risico men een 'lokale' gemeenschap blootstelt voor het zogenaamde 'algemene belang', gevangen in een globale 'marktgerichte' logica.

 

Dit welles-nietesspel brengt ons dan ook nergens, zeker als we hier in het dichtbevolkte en milieubewustere Europa - met doorgaans ook veel kleinere gasschalievelden - de nodige lessen willen trekken uit de shale gas rush in de VS. Alles wijst erop dat voor- en tegenstanders zich goed hebben ingegraven in hun loopgraven. Frack-bedrijven - en hun zogenaamde 'bondgenoten' in wetenschappelijke instellingen - kondigen aan dat ze koste wat het kost hun zin zullen doordrijven ('Lord Browne promises to invest 'whatever it takes' in UK fracking', The Guardian, 12.03.2013) en zich de schaliegasrijkdom niet zullen laten ontnemen door wat 'groene fundi's'. De tegenstanders werken dan weer in op de lokale gemeenschappen door hen de schaliegasapocalyps voor te schotelen met vuurspuwende kranen, aardbevingen, kankers, radioactiviteit, en andere gezondheids- en milieuproblemen (zie bv. Schaliegasvrij Nederland). Een ware hersenspoeling van burgers zodat zij gewoon tegen alles zijn wat van ver of dicht met de ontginning van de ondergrond te maken heeft, het fameuze BANANA - of 'Build Absolutely Nothing Anywhere Near Anyone'. Lokale besturen worden opgehitst om zich 'schaliegasvrij' te verklaren.

Hoe krijgen we nu beide partijen uit die loopgraven? Wensen we hier in Europa niet dezelfde fouten te maken als in de VS en niet ondoordacht een schaliegasavontuur aan te vatten, dan is het hoogstnoodzakelijk dat alle betrokken partijen uiteindelijk wel een vergelijk vinden. En hier moet de overheid - en dus de politiek - zijn verantwoordelijkheid nemen door het hele proces van onderzoek, exploratie en mogelijke exploïtatie strikt in handen te nemen. Het gaat uiteindelijk over eenieders natuurlijke rijkdommen zowel onder- als bovengronds!

Laten we eerst en vooral investeren in echt 'onafhankelijk' onderzoek - aan universiteiten en wetenschappelijke instellingen - naar de aanwezige voorraden (resourses) in onze ondergrond, zowel van schaliegas, steenkoolgas, geothermie, .... Weten wat er in de ondergrond zit, betekent niet noodzakelijk dat het 'moet' ontgonnen worden. Kennis van mogelijk te winnen energievoorraden in de eigen ondergrond kan immers ook beschouwd worden als een 'appeltje voor de dorst', mogelijk aan te spreken in tijden van nood. Laten we vervolgens - samen met industriële partners en milieubewegingen - investeren in innovatief onderzoek naar 'propere' ontginningstechnieken en de ontwikkeling van ontginningsconcepten die een zo minimaal mogelijke impact hebben om milieu en omgeving. Dit kan gestalte krijgen in innovatieve, kleinschalige proefprojecten. In plaats van zich blindelings in een Amerikaans - puur marktgestuurd - schaliegasavontuur te storten, kan Europa hierdoor terug het voortouw nemen en de ontwikkelde know how exporteren naar de groeilanden die in de toekomst - of we het nu graag zien gebeuren of niet - schaliegas massaal zullen ontginnen. Maar laat vooral de schaliegasvoorraden zitten waar ze nu zitten, diep in de ondergrond. Want eenmaal we overgaan tot ontginning, is er geen weg terug en zal elke ontginningsput maximaal moeten renderen.

Schaliegas is en blijft een fossiele brandstof. Als we zonder kunnen, des te beter! Net door zijn potentiële rijkdom aan 'conventionele' of 'niet-conventionele' fossiele brandstoffen niet aan te spreken, maakt een overheid immers een duidelijk statement dat het hen menens is met de omschakeling naar een koolstofarme toekomst!

 

 



Geschreven in Klimaat | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Zorg voor het milieu, waarom eigenlijk?

29. December 2011, 17:00

De onheilsberichten over de 'toestand van de Aarde' zijn bon ton in de jaaroverzichten. Ook 2011 is weerom een rampjaar voor het klimaat (zie De Morgen, 28 december 2011). De muis die de klimaattop in Durban baarde, is iconisch voor het falen van de internationale gemeenschap 'om het klimaat nog te redden'.

Waarom haal ik - als aardwetenschapper - over dit alles met enige 'klimaatmoeheid' mijn schouders op? Vanuit een aards perspectief lijkt dit tenslotte niets meer dan een fait divers. Immers, voor de geoloog geldt "the past is the key to the future". En uit onze zoektocht in het aardse verleden komt geen al te rooskleurig toekomstbeeld naar voren, wel integendeel (zie Op weg naar een hyperthermische gebeurtenis?). Alles wijst erop dat de wereld van de toekomst een vijandige broeikaswereld zal zijn, waarin de komende generaties zullen trachten te overleven. Veel keuze rest hen niet: aanpassen is de boodschap!

Toch wordt ons nog steeds het 'groene paradijs' voorgehouden. Niet alleen milieubewegingen en groene partijen prediken de groene revolutie. Ook het bedrijfsleven is op de 'groene trein' gesprongen. Groen is in! Het bezit van zonnepanelen, van een hybride, ecovriendelijke wagen, van een passiefwoning, wordt vandaag als trendy afgeschilderd. Ook niet voor niets dat de reclamejongens het 'groene goud' hebben ontdekt. Aan groen is immers veel geld te verdienen. Maar haalt het allemaal nog iets uit? We blijven met zijn allen - 7 miljard ondertussen - wel nog altijd consumeren. Onze honger naar meer is niet te stillen. Het is niet omdat Mc Donalds zijn logo 'vergroent', dat de wereld er plots beter aan toe is ... of wat dacht je van de zonnebloem van bp? 

 

 

Hoe men het draait of keert, de realiteit gebiedt ons te erkennen dat het vijf na twaalf is. De menselijke impact op klimaat en leefmilieu is zo groot dat er geen weg terug is. Zonder het te beseffen - de mens had bij het begin van de industriële revolutie onvoldoende kennis over de werking van de aardse systemen - heeft de mens een globaal experiment opgestart dat niet meer terug te draaien valt, dat onze controle totaal ontglipt is. Het enige wat ons nu nog rest ... is redden wat er te redden valt. De wereld van de toekomstige generaties zal niet meer zijn als de onze. Het tijdperk van de overvloed loopt op zijn einde.

Als ik deze eerder sombere vooruitzichten tijdens lezingen aan mijn toehoorders voorhoud, dan krijg ik onvermijdelijk de vraag: wat nu? Heeft al dat 'milieugedoe' nog we zin? Eigenlijk kan ik dan bijna niets anders dan te antwoorden: doe maar voort zoals je bezig bent. "Après nous le déluge!" Want uiteindelijk ... de Aarde zal dit allemaal wel 'overleven', alleen de mens zal verworden tot een onooglijk akkefietje in de aardse geschiedenis.

Als aardwetenschapper, die elke dag weer beetje bij beetje de wondere wereld van Planeet Aarde tracht te doorgronden, ben ik toch geneigd om tegen een dergelijke 'egoïstische' ingesteldheid in te gaan. Er zijn natuurlijk de klassieke 'groene' argumenten van duurzaamheid, van solidariteit met alle wereldburgers (onze soortgenoten), van solidariteit met de komende generaties ... tot zelfs de 'diepgroene' overtuiging ("deep ecology") van solidariteit met alle levende wezens op Aarde. En uiteindelijk geef je eigenlijk geen wetenschappelijk antwoord meer op de vraag 'wat nu?', maar eerder een ethisch - bijna religieus - antwoord dat vertrekt vanuit de overtuiging dat we respect moeten opbrengen voor het wonder dat Planeet Aarde is.

Tot een collega-filosoof me voor de voeten wierp dat een dergelijke 'haast animistische, antropomorfe' visie op Planeet Aarde totaal onverenigbaar is met de 'objectiverende' manier waarop ik als natuurwetenschapper naar de kosmos, de Aarde en het leven op Aarde hoor te kijken. Vanuit zo'n strikt objectiverende zienswijze kan de mens immers niet 'zondigen' tegen de planeet. We zijn er immers gewoon een deetje van, hoe marginaal ook. De mens is een soort onder de soorten, net zoals een leeuw, een bladluis, een eik of een bacterie. Net als hen zitten we gevangen in een evolutief keurslijf. Een bladluis ligt toch ook niet wakker over de wereld van zijn nakomelingen. Onvermijdelijk kom je dan tot een geobjectiveerd wereldbeeld waarin zorg voor het milieu totaal niet past in het plaatje. Of toch?

Kan er een geobjectiveerde reden gevonden worden voor het nastreven van een duurzame wereld, van ons milieubewustzijn? Misschien wel. Waarom liggen we wakker over het globale klimaat op het einde van deze eeuw? Waarom zijn we bezorgd om de wereld van onze nazaten? Is het misschien een blijk van de evolutieve overlevingsdrang van onze soort? "Business as usual" zou immers onvermijdelijk leiden tot een verzwakking ... en mogelijk het uitsterven van onze soort. Zorg voor het milieu moet de mens als soort toelaten tijd te winnen om resistentie op te bouwen tegen een vijandige broeikaswereld, en zo uiteindelijk te overleven.

Zo bekeken, is milieubewustzijn, respect voor de Aarde, drang naar duurzaamheid meer dan enkel een 'animistische, antropomorfe' kijk op Planeet Aarde. Misschien is het ook een 'geobjectiveerde' kijk op een soort die zijn evolutief voortbestaan tracht te verzekeren. 



Geschreven in Klimaat | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Op weg naar een hyperthermische gebeurtenis?

01. December 2010, 10:10

Klimaattop na klimaattop worden de klimaatscenario's ingehaald door de werkelijkheid. De 2°C temperatuurstijging van Kopenhagen 2009 wordt opgegeven. De nieuwe limiet is nu al een 4°C temperatuurstijging, mogelijk zelfs al tegen 2060. Misschien is het hoog tijd dat de klimaatmodelleerders eens in het geologische verleden kijken om te beseffen wat er echt te gebeuren staat.

Zo'n 55,5 miljoen jaar geleden doorstond het Aardse klimaat een ongeziene crisis. Het atmosfeer-oceaansysteem kende een massale injectie van koolzuurgas. De schatting is dat 1.500 à 4.000 gigaton koolstof vrijkwam in 'amper' 15.000 tot 30.000 jaar, een ware 'carbon burp'. Het gevolg was een volledige ontregeling van de koolstofcyclus en een snelle opwarming van het globale klimaat. Wat de ware oorzaak is van deze massale injectie, blijft tot op heden een wetenschappelijk mysterie. De mens zat er alvast toen voor niets tussen!

Wat wel zeker is, is dat deze massale injectie een cascade van positieve terugkoppelingsprocessen op gang heeft getrokken met een volledige ontregeling van het klimaatsysteem tot gevolg. Verhoogde koolzuurgasconcentraties in de oceanen veroorzaakten een extreme verzuring van de oceanen. Dit leidde tot een massaal oplossen van de kalksedimenten op de diepzeebodem; hierdoor kwam extra koolzuurgas vrij in het atmosfeer-oceaansysteem, met een verdere verzuring tot gevolg. Maar ook in terrestrische systemen versterken de positieve terugkoppelingsprocessen de toename in atmosferische broeikasgasconcentratie. Deze cascade aan positieve terugkoppelingsprocessen lag aan de basis van een globale opwarming die nog meer dan 60.000 jaar bleef duren nadat de atmosferische koolzuurgasconcentratie was gestabiliseerd. Er deed zich een globale opwarming voor van 5 tot 9°C. Dit leidde tot een extreme opwarming van de oceanen; in de tropen tot meer dan 30°C, in de Artische oceaan tot ongeveer 17°C. De thermische gradient tussen evanaar en polen nam sterk af. Hierdoor werd de globale oceaancirculatie sterk verstoord. Het wegduiken van warm polair oceaanwater veroorzaakte bovendien een opwarming van de diepzee (met ongeveer 5°C). Dit gaf mogelijk aanleiding tot een destabilisatie van gashydraten onder de oceaanbodem, weerom met het massaal vrijkomen van koolzuurgas tot gevolg. De positieve terugkoppelingspiraal leek nog steeds niet doorbroken. Door de verstoring van de globale oceaancirculatie werd er ook minder zuurstof de diepzee ingepompt. Een masaal uitsterven van bentische foraminifera (eencelligen met een kalkskelet) was hiervan het gevolg. Op de continenten verschoven de neerslagpatronen. Neerslag nam toe in gematigde en polaire gebieden. Ook landplaten en zoogdieren vertoonden migraties naar hogere breedteliggingen.

Uiteindelijk zullen de Aardse systemen 'waker schieten' en via negatieve terugkoppelingsprocessen het herstel inzetten. Het belangrijkste negatieve terugkoppelingsproces is de continentale verwering. Hoe warmer, hoe gemakkelijker dit proces, hoe meer koolzuurgas uit de atmosfeer weggeplukt wordt. Massale kalksteenafzettingen op de zeevloer in het sedimentarchief zijn hiervan het bewijs. Dit herstelproces heeft zo'n 70.000 jaar in beslag genomen.

Dit is het verhaal van de hyperthermische gebeurtenis die het Aardse klimaat gekend heeft zo'n 55,5 miljoen jaar geleden in de vroeg-cenozoïsche broeikaswereld. We kennen deze gebeurtenis als het paleoceen-eoceen thermisch maximum, kortweg PETM. Deze klimaatsverstoring heeft in totaal zo'n 170.000 jaar geduurd. Bovendien lijkt het er meer en meer op dat de vroeg-cenozoïsche broeikaswereld meerdere van dergelijke hyperthermische gebeurtenissen heeft gekend.

De parallellen met de huidige klimaatcrisis zijn overduidelijk. Aan het huidige emissietempo van ongeveer 7,5 gigaton koolstof per jaar zal de mens een vergelijkbare hoeveelheid koolzuurgas in de atmosfeer gepompt hebben als bij de aanvang van het PETM in minder dan 500 jaar! Het kwaad lijkt dan ook al geschied. Er lijkt geen weg terug. We staan aan het begin van een hyperthermische gebeurtenis, maar nu een die het gevolg is van een drastische antropogene verstoring van het Aardse klimaatsysteem. Het PETM leert ons dat het heel wat tijd zal vergen alvorens het Aardse klimaatsysteem zich zal herstellen van deze 'plotse' massale injectie van koolzuurgas in de atmosfeer. We spreken niet meer over jaren of decennia, maar over tienduizenden tot honderduizenden jaren. Dat is wat we leren uit vergelijkbare gebeurtenissen uit het geologische verleden. Het wordt dan ook hoog tijd dat we ons neerleggen bij deze 'unconvenient thruth'.

 

Dit artikel is geschreven naar aanleiding van het artikel "Globale temperatuur zal zeker met vier graden stijgen" (De Morgen, 29 november 2010).

Extra lectuur:



Geschreven in Klimaat | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


"Ignoring the elephant in the room"

19. December 2009, 14:44

In Kopenhagen draait alles rond CO2! De reductie van de uitstoot van koolzuurgas – in de eerste plaats door de reductie van de verbranding van fossiele brandstoffen – wordt gezien als het mantra voor een betere wereld. Maar is dit de weg naar een betere wereld? En is dit überhaupt mogelijk? De uitkomst van Kopenhagen laat het antwoord al vermoeden.Het toegenomen atmosferische koolzuurgasgehalte en de daaraan gekoppelde opwarming van het aardse klimaat is uiteindelijk maar een symptoom van een zieke planeet. Planeet Aarde heeft koorts. En de ziekte waaraan ze lijdt, die heet de mens! Maar dat mag niet gezegd worden ...



Op het einde van de laatste ijstijd, zo’n 10.000 jaar geleden, bevolkten ongeveer 6 miljoen mensen de wereld. Tijdens de laatste ijstijd nam het ongeveer 10.000 jaar in beslag om de wereldbevolking te verdubbelen. Maar dit veranderde tijdens het holoceen, de tussenijstijd waarin we vandaag de dag nog steeds leven. Dit had alles te maken met de overgang van migrerende jager-verzamelaarsamenlevingen aangepast aan de grillige ijstijdwereld naar sedentaire landbouwgemeenschappen die mogelijk werden in het opmerkelijk stabiele klimaat van de tussenijstijd (‘neolithische revolutie’). Zo’n 5.000 jaar geleden was de wereldbevolking gegroeid tot ongeveer 50 miljoen (verdubbelingtempo van 1.600 jaar); tegen het jaar 0 tot ongeveer 250 miljoen (verdubbelingstempo van 1.200 jaar). De kaap van 1 miljard werd gerond in 1804, van 2 miljard in 1927 (verdubbeling in 123 jaar), van 3 miljard in 1960, van 4 miljard in 1974 (verdubbeling in 47 jaar), van 5 miljard in 1987, en van 6 miljard in 1999 (verdubbeling in 39 jaar). De teller vandaag staat op meer dan 6,8 miljard (zie World POPClock - http://www.census.gov/ipc/www/popclockworld.html).

Een belangrijke aansturende factor in deze demografische explosie hangt nauw samen met technologische innovatie (bv. domesticatie van plantgewassen en dieren). Elke innovatiestap verhoogt immers het ‘demografische plafond’ en laat een verdere bevolkingsgroei toe. Maar de snelheid van de bevolkingsgroei overschaduwt steeds het tempo van technologische innovatie. Het gevolg is dat het demografische plafond doorbroken wordt en een samenleving zich bezondigt aan de overexploitatie van zijn natuurlijke omgeving – ‘overshoot’. Een onhoudbare situatie die onvermijdelijk die samenleving onder spanning brengt (Malthusiaanse crisis). Als dan veranderingen in de natuurlijke omgeving nog tegenzitten (bv. klimaatwijziging) dan kan deze ‘overshoot’ die gespannen samenleving het ravijn indrijven. J. Diamond noemt dit in zijn boek Collapse een samenleving die ecologische zelfmoord – ‘ecocide’ – pleegt. Een iconisch voorbeeld zijn de Rapanui op het Paaseiland in de Stille Oceaan op het moment dat zij de laatste boom op het eiland kapten …

Onze huidige geglobaliseerde samenleving bevindt zich sinds de jaren ’80 in ‘overshoot’. Globaal verbruikt de mens 1,3 planeten. Het demografische platfond van de huidige kapitalistische, op fossiele brandstoffen gebaseerde maatschappij is duidelijk doorbroken. Technologische en maatschappelijke innovatie kan de bevolkingsgroei – en de daaraan verbonden plundering van de Aarde – niet volgen. Daarbovenop komt een klimaatsopwarming. De moderne samenleving pleegt voor het ogenblik een ecologische zelfmoord. Bevolkingen die leven in extreem fragiele ecosystemen (bv. Sahel) zijn het eerste slachtoffer. Niet alleen is de bevolkingsgroei dermate dat ook zij boven de capaciteit van deze fragiele ecosystemen leven, ook het wijzigende klimaat maakt deze ecosystemen nog fragieler. Er rest hen twee alternatieven: migratie … maar naar waar? of een hongerdood sterven … tot de bevolkingsdichtheid binnen de capaciteit van deze fragiele ecosystemen herleid is.

De huidige demografische crisis zal niet opgelost worden door de reductie van de uitstoot van koolzuurgas, maar zal zijn oplossing vinden in een drastische reductie van de groei van de wereldbevolking. Deze oproep wordt onder andere uitgedragen door de Optimum Population Trust (zie http://www.optimumpopulation.org/), waarvan Sir David Attenborough de meest gekend pleitbezorger is. Klimaatconferenties à la Kopenhagen zijn allemaal mooi en wel. Maar met de ‘ongezonde’ focus op de reductie van de uitstoot van koolzuurgas, het symptoom, negeren zij ‘the elephant in the room’, de ongebreidelde aangroei van de wereldbevolking, de ziekte. Misschien moet rond deze problematiek eens een wereldconferentie georganiseerd worden?



Geschreven in Algemeen , Klimaat | 2 Reacties | Vaste link | Afdrukken


De moderne mens, een kind van de ijstijden

15. December 2009, 21:11

Geologisch gezien leven we in zeer uitzonderlijke tijden, in een tussenijstijd in een tijdperk van ijstijden in een ijskelderwereld … met een relatief lage zeespiegel en extreem lage atmosferische koolzuurgasconcentraties. In de 4,5 miljard jaar aardse geschiedenis is dit niet de regel, maar de uitzondering. En het is in die klimaatomstandigheden dat de moderne mens – Homo sapiens – ongeveer 200.000 jaar geleden is ontstaan en zijn ontwikkeling heeft gekend.

HOLOCEEN

 

Zo’n 11.500 jaar geleden is het aardse klimaat in een tussenijstijd terecht gekomen. Het duurt nog meer dan 3.000 jaar alvorens de Scandinavische ijskap volledig afsmelt en nog meer dan 5.000 jaar alvorens de ijskap van het Noord-Amerikaanse continent verdwijnt. Er doet zich een opmerkelijke verandering plaats in het aardse klimaat. De klimaatvariabiliteit op decennium- tot millenniumschaal, zo kenmerkend voor de laatste ijstijd, valt zo goed als weg. In zijn boek over prehistorische klimaatveranderingen omschrijft W.J. Burroughs dit als ‘the end of the reign of chaos’. Het klimaat tijdens het holoceen is inderdaad opmerkelijk stabiel. De globale gemiddelde temperatuur nu en 10.000 jaar geleden is zeer gelijkaardig. Zo’n 6.000 jaar geleden kent het holoceen zijn klimaatoptimum. De globale gemiddelde temperatuur in gematigde gebieden lag toen 2 à 3°C hoger dan nu. Sindsdien vertoont het holocene klimaat een algemene afkoelingstrend die culmineert in de ‘Kleine IJstijd’ (tussen 1600 en 1850).

Het is in deze stabiele klimaatomstandigheden dat de landbouwrevolutie zich volstrekt. Deze vormt dan weer de basis voor de beschaving … en de demografische explosie. De situatie waarin we vandaag de dag terechtgekomen zijn heeft dan ook alles te maken met de uitzonderlijke klimaatstabiliteit de laatste 10.000 jaar.


HET TIJDPERK VAN DE IJSTIJDEN

Ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden is het recente tijdperk van de ijstijden, de Pleistoceenglaciatie, begonnen. Sindsdien heeft het aardse klimaat meer dan 50 glaciale cycli gekend, bestaande uit een afwisseling van een ijstijd en een tussenijstijd. In de ijskernen uit Antarctica en Groenland krijgen we een heel gedetailleerd beeld van de 8 laatste glaciale cycli, zo’n 720.000 jaar klimaatsgeschiedenis. Deze glaciale cycli hebben een opmerkelijke 100.000-jarige cycliciteit, waarbij het ongeveer 90.000 jaar duurt om het dieptepunt van de glaciatie te bereiken, en amper 10.000 jaar om uit dit dieptepunt te geraken. Atmosferische koolzuurgasconcentraties varieerden tussen 180 en 210 ppmv tijdens de ijstijden en tussen 270 en 300 ppmv tijdens de tussenijstijden (huidige concentratie = ~385 ppmv).

De moderne mens – Homo sapiens – verschijnt op het toneel zo’n 200.000 jaar geleden, tijdens het saaliaan, de voorlaatste ijstijd. Onze verre voorouders maken het einde van deze ijstijd en de daaropvolgende tussenijstijd, het eemiaan, mee, alsook de volledige laatste ijstijd, het weischseliaan. Tijdens deze laatste ijstijd verovert de mens de wereld. Maar leven in de laatste ijstijd (~116.000 tot ~11.500 jaar geleden) is geen lachertje. Het klimaat in het noordelijk halfrond was alvast zeer grillig; extreem koude perioden (globale afkoeling van 3 tot 6°C) – stadialen – wisselen af met relatief warmere perioden (globale opwarming van 5 tot 10°C) – interstadialen. Tijdens de interstadialen zijn de zomers in onze contreien zeer mild en vergelijkbaar met nu. Leven met deze hoogfrequente klimaatgrillen – op een schaal van decennia – is dan ook enkel mogelijk in jager-verzamelaargemeenschappen. Niet voor niets dat tegen het einde van de laatste ijstijd de wereldbevolking maar ongeveer 6 miljoen zielen telt.


EEN DUIK IN DE IJSKELDER

De wereld zo’n 50 miljoen jaar geleden is een broeikaswereld, zonder ijskappen, met een zeeniveau dat meer dan 100 meter hoger lag dan het huidige zeeniveau en atmosferische koolzuurgasconcentraties tot meer dan 1.000 ppmv (bijna 3 maal het huidige niveau). En dan duikt het aardse klimaat de ijskelder in. Voor bijna 50 miljoen jaar kent de Aarde een ‘global cooling’. Meer dan 30 miljoen jaar geleden ontstaat de ijskap op Antarctica; pas 3 miljoen jaar geleden verschijnt de Arctische ijskap. De wereld is veranderd in een ijskelderwereld. Deze globale afkoeling loopt opvallend gelijk met een belangrijke terugval in de atmosferische koolzuurgasconcentratie tot een extreem laag niveau tussen de 180 en 300 ppmv in het tijdperk van de ijstijden.


UITZONDERLIJKE TIJDEN

De Aarde heeft in zijn 4,5 miljard jaar durende geschiedenis welgeteld 4 ijskeldertijden gekend. De oudste – de Huroniaanglaciatie – is zo’n 2, 1 miljard jaar oud. De meest tot de verbeelding sprekende – het Cryogeniaan – vond plaats tussen 800 en 635 miljoen jaar geleden. Dit is de periode van de sneeuwbalaarde. Zo’n 300 miljoen jaar geleden is het weer prijs. En uiteindelijk is de Aarde nu opnieuw ondergedompeld in een ijskelder. Beschouwen we de totale geschiedenis van de Aarde, dan vertegenwoordigen deze ijskeldertijden geen 10% van de aardse geschiedenis. Zeer uitzonderlijk dus! Voor een wereld met ijskappen op beide polen moeten we zelfs 600 miljoen jaar terug gaan in de tijd, ten tijde van de sneeuwbalaarde. Ook dat is weer uitzonderlijk!
De aardse geschiedenis leert ons dat een broeikaswereld de regel is. Het is een wereld zonder ijskappen, met een hoog zeeniveau, en hoge atmosferische koolzuurgasconcentraties. IJskelderwerelden daarentegen zijn de uitzondering.
De mens is een kind van de ijstijden te midden een ijskelderwereld. Meer dan 80% van de menselijke geschiedenis speelt zich af tijdens de ijstijden. Of met de woorden van W.J. Burrough: “overcoming the challenges of the ice age made us what we are today”. De vraag kan dan ook gesteld worden of we als soort wel aangepast zijn aan de broeikaswereld, waarin de dinosauriërs zich zo goed voelden?



Geschreven in Algemeen , Klimaat | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Leven we in een nieuw geologisch tijdvak?

01. Maart 2009, 15:59

Om meester te blijven over de onmetelijke zee van tijd van de Aardse geschiedenis – meer dan 4.500.000.000 jaar – heeft de geoloog de geologische tijdschaal bedacht. Deze tijdschaal (zie Ogg et al. 2008 voor de meest recente tijdschaal) verdeelt de Aardse geschiedenis in eons, era’s, perioden, tijdvakken en tijden. Zo leven we nu in het fanerozoïcum (het eon dat ~542 miljoen jaar geleden begonnen is), het cenozoïcum (het era dat ~65,5 miljoen jaar geleden begonnen is), het kwartair (de periode die ~2,59 miljoen jaar geleden begonnen is), en het holoceen (het tijdvak dat zo’n 11.700 jaar geleden begon). Of toch niet? Leven we nog in het holoceen? Of leven we in een nieuw tijdvak, het ‘tijdvak van de mens’ of het antropoceen?
 
Het antropoceen
Het zijn de Nederlandse chemicus en nobelprijswinnaar Paul Josef Crutzen en de Amerikaanse bioloog Eugene F. Stoermer die in 2000 voorstelden dat de Aarde op het einde van de 18e eeuw in een nieuw tijdperk was binnengetreden (Crutzen 2002). Zij waren van mening dat sindsdien de mens een globale impact had op Planeet Aarde; de mens zal voor millennia een belangrijke omgevingskracht blijven. De aanvang van dit tijdvak valt samen met de industriële revolutie, gesymboliseerd door de uitvinding van de stoommachine door James Watt in 1784. Dit nieuwe, door de mens gedomineerde, geologische tijdvak doopten ze het antropoceen. Hierbij lieten ze zich inspireren door de Italiaanse geoloog Antonio Stoppani, die al in 1873 sprak over het antropozoïcum.


Recent werd dit voorstel bijgetreden door een groep Engelse stratigrafen (Zalasiewicz et al. 2008) die pogen een stratigrafisch fundament te geven aan het nieuwe tijdvak. Zij opperen zelfs dat mogelijk het kwartair is beëindigd. Bovendien reflecteren ze over een mogelijke stratigrafisch herkenbare holoceen-antropoceengrens.

Wat maakt een tijdvak?
Het zijn de stratigrafen die in de opeenvolging van de gesteentelagen – de gesteentekolom – de aanvang van een nieuw tijdvak vastleggen. Dit kan gebeuren op basis van plotse veranderingen in de opbouw van de gesteentekolom (lithostratigrafie), door het plots verdwijnen of verschijnen van soorten (biostratigrafie), of door een of ander karakteristiek geologisch, geochemisch of ander signaal. Zo bijvoorbeeld begint het cenozoïcum op een stratigrafisch niveau waar o.a. de dinosauriërs verdwijnen uit het fossielarchief. Bovendien wordt deze krijt-tertiairgrens gekenmerkt door een hoge concentratie aan het chemische element iridium, onlosmakelijk verbonden met de Chixculub-meteorietinslag op het Mexicaanse schiereiland Yucatan, die het einde betekende van de wereld van de dinosauriërs.

Eenmaal de stratigrafen binnen de International Commission on Stratigraphy (ICS) op basis van een reeks stratigrafische criteria akkoord geraken over de juiste positie van een stratigrafische grens, leggen ze deze vast in een zogenaamde ‘golden spike’ of ‘Global Boundary Stratotype Section and Point’, kortweg GSSP. Een GSSP is een geologische sectie waarop deze grens duidelijk herkenbaar is en in detail kan worden bestudeerd. Het binnenhalen van zo’n GSSP is dan ook meer en meer een zaak ‘van staatsbelang’ geworden, waarbij naast wetenschappelijke belangen ook politieke belangen zich laten gelden. Door absolute dateringstechnieken (geochronologie) krijgen deze stratigrafische grenzen ook een ouderdom. Het resultaat is een chronostratigrafische kolom waarbij elke chronostratigrafische grens zijn GSSP kent.

Het pleistoceen (= ‘merendeel’ ‘nieuw’) is het tijdvak dat ~2,59 miljoen jaar begon. De Aarde kwam uit de tertiaire broeikaswereld en dook een ijskelderwereld in. Sindsdien kent onze planeet een afwisseling van ijstijden en tussenijstijden. De laatste ijstijd eindigde 11.700 jaar geleden (voor het jaar 2000) – het einde van het Jonge Dryas. Sindsdien leven we in een tussenijstijd. In tegenstelling tot alle vroegere pleistocene tussenijstijden, heeft deze laatste tussenijstijd uitzonderlijk het statuut van een tijdvak gekregen. Dit tijdvak is het holoceen (= ‘geheel’ ‘nieuw’), ofwel het tijdvak van de ‘huidige wereld’. Dit tijdvak is niet alleen uitzonderlijk door zijn korte tijdspanne, maar ook door de bijzonderheid van de grens tussen het pleistoceen en het holoceen. Er is een lange discussie aan voorafgegaan maar sinds 2008 is de pleistoceen-holoceengrens vastgelegd in de ijskern NGRIP2, geboord in de Groenlandse ijskap in het kader van het Europese Greenland Ice Core Project (GRIP), exact op 1492,45 meter diepte. Op deze diepte vangt een gestage toename in de deuteriumconcentratie aan; deze toename wijst op de finale opwarming van het klimaat op het einde van de laatste ijstijd. Het holoceen is gekenmerkt door een opmerkelijke stabiliteit in zowel klimatologische omstandigheden als zeespiegel, nooit gezien in de laatste 400.000 jaar. Gedurende het grootste deel van het holoceen is de menselijke invloed op de natuurlijke omgeving beperkt gebleven binnen de globale draagkracht van Planeet Aarde. Maar sinds kort is hierin verandering gekomen. De mens heeft een globale impact op zijn natuurlijke omgeving. Ook aan de holocene klimaatstabiliteit is schijnbaar een einde gekomen. De vraag kan dan ook gesteld worden of we nog steeds in het holoceen leven.

De grens tussen holoceen en antropoceen?
De vraag die de stratigrafen zich dan ook stellen, is wanneer de invloed van de mens herkenbaar wordt in de stratigrafische kolom om zo de grens tussen het holoceen en het antropoceen vast te kunnen leggen. Door grootschalig landgebruik (meer dan 50 % van het land is door de mens beïnvloed), afdamming van rivieren, ontbossing, onttrekken van grondwater, e.a. heeft de mens een invloed op de globale gesteentecyclus. Dit moet leiden tot een duidelijke lithostratigrafisch signaal. Ook de verstoring van de biogeochemische cycli – zoals de koolstofcyclus – laat een (isotopisch) signaal achter in het gesteentearchief. Globaal neemt de temperatuur toe, alsook de zeespiegel. Een dergelijke versnelde opwarming heeft de Aarde niet meer gekend sinds meer dan 50 miljoen jaar. Er is ook een duidelijk biostratigrafisch signaal. We leven immers middenin de zesde grote uitstervinggolf. Heel wat soorten verdwijnen uit het fossielarchief. Deze uitstervinggolf zal een duidelijk herkenbaar spoor achterlaten in het fossielarchief, vergelijkbaar met de vorige uitstervinggolf, ~65,5 miljoen jaar geleden.

Alles wijst erop dat we evolueren naar een ‘supertussenijstijd’ die veel langer duurt dan alle vorige tussenijstijden in het pleistoceen. Of het zou wel eens kunnen dat het Aardse klimaat opnieuw evolueert naar een broeikaswereld, vergelijkbaar met het klimaat gedurende het tertiair. Dit zou dan ook betekenen dat zelfs het kwartair – de periode van de ijstijden – ten einde is.

En waar wordt nu de grens gelegd? Deze moet herkenbaar zijn in het gesteentearchief. De toename van de koolzuurgasconcentratie – de fameuze ‘hockeystick’ curve – is eigenlijk nog te geleidelijk om een duidelijke grens te definiëren. Het radioactieve signaal ten gevolge van de kernproeven in de jaren ’60 is een mogelijke kandidaat, maar is volgens de stratigrafen veel te jong. De toename in de loodconcentratie in de Grieks-Romeinse tijd (de bloei van de metaalbewerking) wordt dan weer als te oud gezien. De beste kandidaat volgens de stratigrafen is dan ook het aslaagje in de ijskernen ten gevolge van de vulkanische eruptie van de Tamboravulkaan in Indonesië in 1815. Dit is één van de grootste vulkanische uitbarstingen in de recente geologische geschiedenis. De impact van deze vulkaanuitbarsting op het globale klimaat laat bovendien sporen na in het dendrologische archief (groeiringen van bomen). Deze vulkaanuitbarsting ligt het dichtst bij 1784, het jaar van Watt’s stoommachine, het symbolische begin van de industriële revolutie.

Een geologisch perspectief
Sinds 200 jaar zouden we dus in een nieuw tijdvak leven. Maar zitten we niet te kort met onze neus op de feiten om dit correct te kunnen inschatten? Wat is immers 200 jaar in vergelijking met de immense zee van de geologische tijd? Het is aan de geologen om deze antropocentrische kortzichtigheid te overstijgen en alles in een geologisch perspectief te plaatsen. We stellen ons dan ook de vraag wat de toekomst zal brengen en wat uiteindelijk van de menselijke activiteit zal achterblijven in het gesteentearchief?
Een zekerheid is dat de huidige onduurzame overexploitatie van onze natuurlijke omgeving en natuurlijke rijkdommen onhoudbaar is. Zo weten we met zekerheid dat de toekomstige maatschappij er totaal anders zal uitzien dan de huidige maatschappij. Een maatschappij die voornamelijk draait op fossiele brandstoffen (olie, gas en steenkool) kan immers enkel blijven bestaan zolang de voorraden strekken. Voor olie en aardgas is dit een kwestie van decennia, voor steenkool van eeuwen. Maar ook de veranderende wereld zal uiteindelijk de mens ertoe dwingen op een andere manier te gaan leven.
Een citaat van James Lovelock vat dit mooi samen: “we live on a live planet that can respond to the changes we make, either by cancelling the changes or by cancelling us” (Lovelock 1979). Een weinig opbeurende bedenking.

Het geologische archief leert ons ook dat het zeer waarschijnlijk millennia, zelfs tienduizenden jaren, zal duren om de drastische antropogene verstoring van het Aardse klimaatsysteem teniet te doen. We weten dit immers door de studie van vergelijkbare extreme ‘hyperthermische’ gebeurtenissen meer dan 50 miljoen jaar geleden. Een ‘plotse’ massale injectie van koolzuurgas in de atmosfeer leidde toen verschillende keren door een cascade van positieve terugkoppelingsprocessen tot een ontregeling van het globale klimaatsysteem. Zo duurde het bijvoorbeeld tijdens de hyperthermische gebeurtenis op de grens tussen het paleoceen en het eoceen (~55,5 miljoen jaar geleden) meer dan 60.000 jaar alvorens negatieve terugkoppelingsprocessen terug de overhand kregen en het herstel van het klimaatsysteem werd ingezet. Het herstelproces nam dan uiteindelijk nog ~70.000 jaar in beslag. Deze hyperthermische gebeurtenis duurde uiteindelijk ongeveer 170.000 jaar. Zelfs in een dergelijk tijdskader betekent de 200 jaar van het zogenaamde antropoceen niets. We kunnen ons alleen de vraag stellen of we inderdaad aan het begin staan van een hyperthermische gebeurtenis, die mogelijk het Aardse klimaat voor de komende 100.000 tot 200.000 jaar zal tekenen.

Antropoceen of poubelliaan?
En hoe zit het dan met de mens? In het beste scenario overleeft de mens deze klimaatcrisis. In het meest noodlottige scenario wordt de soort Homo sapiens zelf slachtoffer van de zesde uitstervinggolf. Zijn we eenzelfde lot beschoren als de dinosauriërs ~65,5 miljoen jaar geleden?
En wat als de mens deze uitstervinggolf de komende tienduizenden jaren inderdaad niet overleeft? Wat zal er dan achterblijven in het gesteentearchief van enkele tienduizenden jaren ‘menselijke beschaving’? Vooreerst moet de bedenking gemaakt worden dat miljoenen jaren geologische geschiedenis vaak vervat liggen in sedimentlaagjes van amper enkele millimeter tot enkele centimeter dikte. De kans is dan ook reëel dat de ganse menselijke geschiedenis in het gesteentearchief niet meer zal zijn dan één enkel chaotisch sedimentlaagje, waarschijnlijk vol met ‘artificieel’ materiaal dat moeilijk afbreekbaar is en gekenmerkt door afwijkende geochemische concentraties en het verdwijnen van heel wat soorten uit het fossielarchief. In dat opzicht zal deze laag zeker beantwoorden aan de criteria om een stratigrafische grens – een ‘golden spike’ – vast te leggen van een nieuw tijdvak. Maar kan dit nieuwe tijdvak dan aan de mens gewijd worden en de naam antropoceen dragen? Zeker in een scenario waarin de mens niet meer meespeelt! Of beperkt het antropoceen zich dan tot dat ene sedimentlaagje?


Sedimentlaag met plastiek, een voorbeeld van het poubelliaan.

Er circuleren immers ook andere – minder verheven – namen voor sedimentafzettingen met objecten die aan menselijke activiteit toe te schrijven zijn of voor sedimentpakketten die door de mens geproduceerd zijn. Er is bijvoorbeeld sprake van het ‘poubellien inférieur sans plastique’ en het ‘poubellien supérieur à plastique’ (bv. Ager 1973). Ook Belgische geologen lieten zich niet onbetuigd. M. Rutot had het al grappend over ‘l’étage mestbackien’; Jean de Heinzelin had het in 1956 in de Lexique Stratigraphique International over het ‘smerlapien en langue belge’, gelukkig met de vermelding ‘à abandonner’. Maar toch, misschien ligt de term poubelliaan dichter bij de stratigrafische werkelijkheid.

Voorbarig!
Dat de mens een belangrijke omgevingsfactor is en zal blijven voor eeuwen, zelfs voor millennia, is een feit. En dat de menselijke geschiedenis zijn weerslag zal vinden in het geologische archief is overduidelijk. Alleen is de vraag onder welke vorm. Zal de mens centraal staan in een tijdvak dat duidelijk verschilt van het holoceen? Of is het ‘tijdvak van de mens’ – het antropoceen – een uitermate antropocentrische illusie ingegeven door een beangstigende kortzichtigheid in de tijd? Of zal de menselijke aanwezigheid in het gesteentearchief zich eerder beperken tot een ‘event horizon’, één enkele karakteristieke sedimentlaag – het poubelliaan – die mogelijk als ‘golden spike’ kan dienen voor een nieuw tijdvak, het ‘tijdvak na de mens’, ofwel het tijdvak van de ‘toekomstige wereld’? Wie zal het zeggen? In een geologisch perspectief is het nu alleszins veel te vroeg om op deze vragen een sluitend antwoord te kunnen geven. Het uitroepen van het antropoceen als nieuw geologisch tijdvak is dan ook veel te voorbarig. Hoogstens kan het antropoceen chronostratigrafisch het statuut van een ‘tijd’ (onderverdeling van een tijdvak) toebedeeld krijgen, als onderdeel van het holoceen.

Referenties
Ager, D. V. 1973. The nature of the stratigraphic record. Macmillan, London.
Crutzen, P. J. 2002. Geology of mankind. Nature
415, 23.
Lovelock, J. 1979. Gaia: A New Look at Life on Earth. Oxford University Press, Oxford.
Ogg, J. G., Ogg, G. & Gradstein, F. M. 2008. The Concise Geological Time Scale. Cambridge University Press, Cambridge.
Zalasiewicz, J., Williams, M., Smith, A. D., Barry, T. L., Coe, A. L., Bown, P. R., Brenchley, P., Cantrill, D., Gale, A., Gibbard, P., Gregory, F. J., Hounslow, M. W., Kerr, A. C., Pearson, P., Knox, R., Powell, J., Waters, C., Marshall, J., Oates, M., Rawson, P. & Stone, P. 2008. Are we now living in the Anthropocene? GSA Today
18(2), 4-8.



Geschreven in Klimaat | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken