SciLogs International .com.be.es.de

Recentste blogposts RSS

Vege-week (slot)

23. November 2011, 14:57

En, wat hebben we geleerd? Een heleboel. Dat je maar beter niet zomaar in een vegetarisch of veganistisch dieet vliegt, zonder informatie in te winnen of een bezoekje aan een diëtist. Dat vegetarisch eten een ontdekkingstocht is langs allerlei nieuwe voedingsproducten, die soms ook niet zo makkelijk te vinden zijn. Dat je als veganist niet alle vitamines die je nodig hebt, uit plantaardig voedsel kan halen, maar ook verrijkte producten moet eten (zoals B12-verrijkte sojaproducten). En dat het niet eenvoudig was om man en kinderen enthousiast te maken voor dat ‘rare eten’…

Maar we hebben wel felicitaties gekregen van diëtiste Evelyne Mertens. Op enkele kleine opmerkingen na (ik moet meer melkproducten eten, de kinderen af en toe wat gezondere koekjes, sommige producten waren niet helemaal veganistisch), eten we ‘volwaardig en gevarieerd’.

Althans, ikzelf en de kinderen. Mijn vriend besefte allicht niet goed waar hij aan begon toen hij erin toestemde om mee te doen met mijn veggie week. Noodzakelijke tussendoortjes voor veganisten met noten en gedroogd fruit heeft hij nooit meegenomen naar het werk, het vegetarisch broodbeleg was ook niet aan hem besteed, en op vrijdag was volhouden gewoonweg on-mo-ge-lijk. Hij was een hele dag op stap met twee (vleesetende) vrienden. ’s Middags bestelde hij met pijn in het hart nog een belegd broodje ‘met alleen groenten, en zonder mayonaise’ (deden ze er toch wel ei op zeker!), maar ’s avonds was er het obligate bezoek aan de frituur, en daarbij kon een frikandel speciale en een goed sausje niet ontbreken. Vegetarisch of veganistisch eten in gezelschap of buitenshuis: chapeau voor de mensen die dat volhouden!

Evelyne en Maureen Vande Capelle van EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief) werpen op dat wij ook wel erg drastisch tewerk zijn gegaan. Normaal verloopt de overgang naar een vegetarisch, en zeker naar een veganistisch dieet, niet van dag op dag, maar er gaan weken, maanden of zelfs jaren over voor je volledig veggie gaat. Het kost tijd om je eetpatroon aan te passen, om te wennen aan nieuwe producten en nieuwe smaken, om van de gezonde gewoontes die we nu snelsnel hebben ingevoerd, ingesleten vanzelfsprekendheden te maken.


Gezond of niet?


Een overtuigd vegetariër – laat staan veganist – ben ik zelf door dit experiment niet geworden. Maar intussen weet ik wel dat de vegetarische maaltijden die wij voordien soms aten (gewoon een maaltijd zonder vlees, of het vlees vervangen door een veggie burger) eigenlijk niet zo’n goed idee zijn als je volwaardig vegetariër wil zijn. Vleesvervangers zijn een must, anders krijg je niet de nodige eiwitten binnen. En veel veggie burgers blijken ook geen volwaardige vervangers, waarschuwt Evelyne. Vaak zijn het gewoon groenten of pasta met een laagje paneermeel errond: veel koolhydraten en vetten, geen eiwitten. Ook veggie burgers met kaas zijn erg vet. Denken dat je supergezond eet als je van die burgers op tafel tovert, is dus een waanbeeld.

Sowieso aten wij al minstens twee keer in de week ’s avonds geen vlees, en intussen hebben we wel mooi veel meer alternatieven leren kennen, zoals seitan en tofu, én een uitgebreide databank met makkelijke recepten. (Volwaardige) vleesvervangers zijn voor de zogenoemde flexitariër overigens geen must: als je op andere dagen wél vlees eet, hoef je die niet te gebruiken.

Ik neem me ook voor om gezondere tussendoortjes te eten. Vandaag heb ik alvast een portie druiven en een sinaasappel naar binnen gewerkt, en een granenkoek uit het veganistische pak dat ik vorige week heb gekocht. Onze zoontjes wil ik af en toe ook gedroogd fruit en noten aanbieden. Daar dacht ik voordien nooit aan, maar ze vinden het lekker en het is gezond, dus zeker een aanrader.

Is vegetarisch en veganistisch eten nu gezond of niet? Het is in elk geval stukken gezonder dan elke dag 200 gram vlees naar binnen te werken – obesitas, hoge bloeddruk, bepaalde kankers: de links zijn veelvuldig aangetoond. In vlees, zuivel en eieren zitten echter wel wat essentiële voedingsstoffen. Daarom zijn verrijkte voeding en de juiste vleesvervangers ontzettend belangrijk, zeker als je ook je kinderen erbij betrekt. Uitgebreidere informatie en de mening van experts van de universiteiten van Gent en Wageningen, lees je binnenkort in Eos.



Geschreven in Weirde Wetenschap | 4 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Vege-week (5)

18. November 2011, 15:19

De laatste dag vandaag van onze veggie/vega-week. Het begint ons steeds beter te lukken om een evenwichtig menu uit te dokteren waarin we genoeg vitamnies en mineralen binnenkrijgen. Tegelijk beginnen we ook te verlangen naar de terugkeer van onze ‘gewone kost’: wat vlees of kaas op de boterham, eens een goed stoof(vlees)potje ’s avonds, een stukje vis…

Laten we zeggen dat het een interessante ervaring was, waaruit ik zeker wel wat zaken wil meenemen, maar het ‘flexitariërschap’ lijkt me wel zoveel makkelijker, leuker en lekkerder dan het strikte veganisme van de afgelopen drie dagen. Ons oudste zoontje Boris vroeg vanmorgen hoe lang we nog vegetarisch zouden eten. ‘Nog maar 1 dag? Maar ik wil dat nog langer verderdoen’, zei hij totaal tegen mijn verwachtingen in (Gisteravond zat hij echt te walgen van het ene stukje tofu dat hij moest proeven…). Maar hij had het over zijn ontdekking van noten en gedroogd fruit – vooral abrikozen zijn zijn favoriet. Het doosje dat ik gisteren meegaf naar school was ’s avonds helemaal leeg. Voor herhaling vatbaar, dus, en ook nog eens supergezond. Benieuwd of hij vandaag ook die ene dadel en vijg opeet die ik tussen de rest heb gestopt …

Cola

Gisteren was overigens een topdag qua gezond en evenwichtig veganistisch menu. Goede punten gekregen van diëtiste Evelyne Mertens. ’s Ochtends waldkornbrood (vezels, zink), sojamelk voor de kinderen (volwaardige eiwitten, calcium, ijzer, vitamine B2 en B12) en pindakaas (eiwitten, plantaardige vetten, foliumzuur – wat overigens belangrijk is voor mij tijdens m’n zwangerschap). Maar vooral met onze tussendoortjes zijn we met rasse schreden vooruitgegaan. Boris, Arne en ik hadden allebei een potje mee met noten (essentiële vetten, zink, ijzer) en gedroogd fruit (ijzer), en daarnaast ook nog één (de kinderen) of twee (ikzelf) stukken vers fruit (vitamines, mineralen). Bij mijn vriend is de lol er een beetje af, hij beperkte zich tot een blikje cola – ‘omdat ik toch ergens mijn energie uit moet halen’ – en kreeg uiteraard slechte punten. Als je dan toch zoveel calorieën wil binnenspelen, kan je nog beter kiezen voor een blikje vruchtensap, daar zitten tenminste nog wat vitaminen en mineralen in, luidt het oordeel van Evelyne.

’s Avonds improviseerden we een wokschotel met tofu in sojasaus, sojascheuten, groenten (broccoli, wortel, ui) en bruine rijst. Boris spuugde dus zoals gezegd de tofu weer uit, en met moeite konden we hem overtuigen de rest van zijn bord leeg te eten. Gelukkig hadden we nog wat veggie balletjes over van de dag ervoor die we als vleesvervanger konden aanbieden. Arne deed het deze keer een stuk beter, al ging bij hem de tofu er ook niet allemaal in. Als dessert waren daar weer de sojapuddinkjes – daar zijn ze echt gek op. Al bij al hebben we allemaal een volwaardige avondmaaltijd gehad, concludeert Evelyne: volwaardige eiwitten (tofu, balletjes, pudding), zink en vezels (rijst), vitamines, mineralen en ijzer (groenten).



Broodbeleg

Voor het broodbeleg is het voor ons nog steeds zoeken, zeker als je ook geen kaas kan eten. En om steeds maar naar de natuurvoedingswinkel te hollen heb ik geen tijd en geen geld. Omdat er nog tofu in de koelkast lag, maakte ik met de inspiratie van het moment een tomatensmeerseltje (met tofu, zongedroogde tomaatjes, een verse tomaat en olijfolie) – dat kon ermee door qua smaak. Gisteren kwam er nog een potje bij: zelfgemaakte veggie prepare met worteltjes (een recept van EVA). Mijn vriend haalde zijn neus op voor het tofusmeersel en at op het werk een slaatje met witte kool, rozijnen, tomaten en bonen bij zijn boterhammen met pindakaas. Maar we kregen allebei de goedkeuring van Evelyne, al mocht het bij mij een boterham minder zijn.

Helaas zijn de kinderen niet gek op het veggie beleg. De vegetarische boterhamworst vinden ze wel lekker, en die hadden ze dus weer meegekregen, maar die bevat wat te veel vet en zout en is bovendien niet altijd veganistisch. Een ander soort beleg of een plantaardig (verrijkt) melkproduct zijn aan te raden, want anders krijgen ze niet genoeg aminozuren, calcium en ijzer binnen.

Maureen, culinair expert van EVA, raadt me aan toch nog maar eens een natuurvoedingswinkel binnen te stappen. Die heeft inderdaad wel het meeste keuze, spreads met pitten of groenten, humus, …  Het is even zoeken waar kinderen van houden.

Maar ook in de supermarkt zijn wel degelijk dingen te vinden, zegt Maureen. Alleen niet op de geijkte plaatsen voor beleg. Champignons à la greque, hummus, tapenades of guacomole. Tja, het was nog niet in me opgekomen om het bij de sausjes te gaan zoeken. De vegetariërs vinden hun gading uiteraard ook wel bij zaken als komkommersla, eiersla of andere groentenslaatjes – al stel ik me zeer de vraag of een overdaad aan mayonaise een goed idee is. Nog een laatste tip van Maureen: een laagje hummus met geroosterde plakken aubergine of courgette. Maar da’s dan weer eerder iets voor volwassenen, denk ik.

Morgen is ons experiment dus voorbij. Volgende week nog een afsluitende blog. Het volledige verhaal ‘Is vegetarisch gezond?’, waarin ook andere voedingsexperts aan bod komen die zelf geen vegetariërs zijn, lees je in het volgende nummer van Eos!



Geschreven in Weirde Wetenschap | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Vege-week (4)

17. November 2011, 13:25

Gisteren eindelijk de tijd om heel wat adviezen van diëtiste Evelyne ter harte te nemen en eens te kijken hoe ik de kinderen enthousiaster kon krijgen. ’s Middags was ik zelf thuis, en dus kon ik met mijn zoontjes lunchen. Ik zette gewoonweg alles op tafel wat ik nog in de kast had staan en wat vegetarisch was of in de adviezen naar voren kwam: een restje soep van gisteren, vegetarische worst, een overschotje olijventofu, walnoten, hazelnoten, zonnebloempitten, gedroogde abrikozen en rozijnen. Boris (5) besloot prompt dat hij zijn pistolet met abrikozen wilde beleggen. Voor mij deed dat wat vreemd aan, maar waarom niet, eigenlijk? Arne ging liever voor de vertrouwde worst. Ok, wel wat zout, maar hij at er graag walnoten en rozijnen bij. Het fruit en de walnoten gingen er trouwens gretig in bij alletwee (en bij mij ook, overigens). En als toetje: een vanille soyapuddinkje.

Hoera! Diëtiste Evelyne kon geen enkel negatief punt ontdekken in onze veganistische lunch (afgezien van de worst, dan, die volgens haar misschien ook niet strikt veganistisch is). We kregen dankzij de noten, pitten en het gedroogd fruit heel wat essentiële vetten en aminozuren binnen, en ook een portie zink en ijzer. De pudding is dan weer verrijkt met vitaminen (onder meer ‘vleesvitamine’ B12) en mineralen. Wat nog beter was geweest, was een glas vers sinaasappelsap bij onze lunch. ‘De ijzerabsorptie wordt bevorderd als je samen met de ijzerinname vitamine C binnenkrijgt’, zegt Evelyne. Ze raadt ook af om koffie of thee te drinken bij het eten. Die bevatten tannines en die gaan de ijzerabsorptie tegen.

Mijn vriend, die op het werk at, bracht het er wat slechter van af. Hij at twee boterhammen met vegetarische worst en een slaatje met aardappel, tomaat, witte kool, rozijnen en broccoli. ‘Geen volwaardige lunch qua eiwitten en aminozuren’, concludeert Evelyne. Wel positief zijn de vele groenten (broccoli is bijvoorbeeld een goede bron van calcium).

Nieuw voor mij was Evelynes opmerking dat tussendoortjes belangrijk zijn voor een optimale werking van het metabolisme: tussen de drie hoofdmaaltijden twee (maximum drie) tussendoortjes, om 10u, om 15u30 en eventueel ’s avonds, raadt ze aan.

Verborgen dieren

We hebben het dus niet slecht gedaan gisteren. Althans, bij het middageten. In ons ontbijt en avondeten doken verborgen dieren op! Veganistisch blijkt toch nog een stuk moeilijker dan vegetarisch, en er komt wel wat uitzoekwerk bij kijken voordat je weet welke producten je kan kopen. De nesquik die de kinderen in hun sojamelk deden bij het onbijt, bijvoorbeeld, bevat verborgen dierlijke ingrediënten. Veganistisch cacaopoeder (uit de natuurwinkel) of choco-sojamelk zijn het alternatief. En de honing die we aten, is natuurlijk ook afkomstig van dieren… niet aan gedacht! Volgens Maureen van EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief) hoef je in principe niets van je ontbijttafel te schrappen, want veel pure choco is bijvoorbeeld veganistisch, en ook hagelslag zonder melkextracten is te vinden.

De verrijkte sojamelk die de kinderen dronken, is overigens een volwaardig, plantaardig alternatief voor halvolle koemelk, zegt Evelyne. Het bevat volwaardige eiwitten (en dus essentiële aminozuren), ijzer, calcium en vitamines uit de B-groep (zoals B12).

Ook ons avondeten was strikt genomen niet veganistisch. Maar wel erg kindvriendelijk – Boris mocht kiezen, en kreeg zijn appelmoes en gebakken aardappeltjes. Mét resultaat: geen zeurende kinderen (‘Het is echt hééérlijk!’), en twee lege borden. Bij de appelmoes en aardappelen kwamen nog vegetarische balletjes en quornsteak (wat voor mij een beetje naar kip smaakte). En als dessert: een sojapuddinkje, vanille voor ons, choco voor de kinderen. Zo kregen we genoeg volwaardige eiwitten binnen, vond Evelyne, maar in quorn wordt helaas kippe-eiwit gebruikt… Appelmoes is goed voor één keer, maar groenten bij het avondeten zijn eigenlijk beter en geven een langere verzadiging.

En er zijn nog meer instinkers waar je als beginnend veganist of vegetariër voor moet opletten, stelt Evelyne. Gelatine, bijvoorbeeld, of dierlijk stremsel in kazen (dat komt uit de maag van een geslacht kalf, en zit bijvoorbeeld in de Philadelphia die ik dinsdag op mijn broodje had), vleesbouillon en ook sommige E’s.

E120 (karmijnzuur) is een dierlijke kleurstof die wordt gewonnen uit fijngestampte schildluizen. Onder meer vruchtensiropen, snoepjes (rode M&M’s bijvoorbeeld), frisdranken of alcoholische dranken (Campari) worden er rood mee gekleurd. E904 of schellak is een glansmiddel dat toegevoegd wordt aan vruchten, bonbons en suikerwaren, en dat wordt verkregen uit een afscheidingsproduct van lakschildluizen.


Noten en fruit

Mijn bezoek aan de supermarkt gisteren zorgde vooral voor een grote aanvoer van gedroogd fruit. De kinderen krijgen in hun boekentas een mix mee van walnoten, gedroogde abrikozen, rozijntjes en gedroogde bananen. Voor mezelf heb ik als tussendoortje ook walnoten mee, hazelnoten, rozijnen, vijgen en dadels. Om Boris toch melk te laten drinken koos ik, samen met hem, voor sojamelk met bosvruchten. En ja hoor, hij heeft z’n hele glas vanmorgen opgedronken. Andere soorten melk (rijstmelk, amandelmelk, hazelnotenmelk, …), waarvan Maureen me op het bestaan wees, hebben de weg naar de Colruyt helaas nog niet gevonden. Net zomin als veganistisch broodbelegd, andere notenpasta’s dan pindakaas (zoals amandelpasta), of andere dessertjes dan de alpro soya puddinkjes. Veganisten kiezen er natuurlijk zelf voor, maar ik krijg op slag wel medelijden met mensen met een koemelkallergie.

In elk geval, onze ‘kindvriendelijke’ dag en het bezoek aan de supermarkt heeft ervoor gezorgd dat de animo er weer in zit, én dat we volgens mij ook beter tegemoet zullen komen aan alle essentiële vitamines en voedingsstoffen die we nodig hebben.

 



Geschreven in Weirde Wetenschap | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Vege-week (3)

16. November 2011, 11:39

Ik wil worst met appelmoes! Ik lust die melk niet! Het mag duidelijk zijn, onze vegetarisch/veganistische week begint een beetje te wegen op onze kinderen. Moet ik me schuldig voelen dat ik hen dat aandoe? Of zouden ze misschien evenveel zeuren als ze ‘gewone’ maaltijden voorgeschoteld kregen? Op andere dagen eten ze namelijk ook niet altijd even gretig. En wij zijn sowieso ook niet de ouders die elke dag kindvriendelijk koken.

Vanmorgen dus aan onze eerste veganistische dag begonnen. Plotsklaps stond er heel wat minder op de ontbijttafel: geen melk, maar sojamelk (vies, vond onze oudste zoon Boris, zelfs met nesquick erin dronk hij nog maar een paar slokjes. Zijn broertje daarentegen vroeg om nog een tweede beker chocolademelk), hagelslag, choco: verdwenen, want daar zit melk in. Bleven over: confituur, honing en speculaaspasta.

Vanaf vandaag dus ook geen koekje of melk meer op school voor onze zoontjes. Die kwestie is intussen gelukkig vrij makkelijk uitgeklaard met de leerkrachten. Boris z’n juf blijkt zelf vegetarisch te zijn, dus die maakte er helemaal geen problemen van dat hij de komende drie dagen een veganistisch koekje meekrijgt in de boekentas.

Vanmiddag heb ik vrij genomen, en ik plan een bezoekje aan de supermarkt met de kinderen. Kunnen ze zelf een beetje mee kiezen wat we gaan eten.

Geen volwaardige maaltijd

En wat is het oordeel van experts Evelyne en Maureen over ons menu van gisteren? Omdat we minder brood in huis hadden dan we dachten, namen alleen de kinderen boterhammen mee. Mijn vriend en ik trakteerden onszelf op het werk op een broodje. Mijn bruin broodje met philadelphia, rucola en zongedroogde tomaatjes (jummie!) kan bij diëtiste Evelyne Mertens op veel bijval rekenen: bruin brood (vezels, mineralen) en groenten. Philadelphia is een light kaas, dus minder vet dan gewone kaas, maar nog steeds wel vrij zout. Ook aan te raden is om er toch een salade bij te eten of een stuk fruit. De smos kaas van mijn vriend is, zoals we wel verwachtten, niet echt gezond te noemen: mayonaise en kaas zijn goed voor veel vetten en zout. Ook de vegetarische boterhamworst die de kinderen meekregen (deze keer zijn de boterhammen wel op!), bevat volgens Evelyne vrij veel vetten en koolhydraten in verhouding tot de eiwitten, en ook vrij veel zout. Ze raadt ons aan genoeg af te wisselen.

Als avondeten baseren we ons op wat nog in onze (bijna lege) koelkast zit. Goed voor een groentensoepje met ui, selder en wortel en pasta met prei en saffraan (het recept vind je hier). Geen vleesvervangers deze keer, maar gewoon een pasta met groenten. Niet zo’n goed idee voor echte vegetariërs of veganisten, zo blijkt. Er zitten niet genoeg eiwitten in, een vleesvervanger zoals tofu of (extra) noten toevoegen is noodzakelijk. ‘Deze pasta is een typisch ‘Donderdag Veggiedag’-gerecht’, zegt Maureen van vegetariërsvereniging EVA. ‘Perfect als je als omnivoor een veggie dagje wil inlassen, maar als je elke dag vegetarisch of veganistisch eet, moet je een beetje letten op de volwaardigheid van je maaltijd.’

Algemeen raadt diëtiste Evelyne ons aan om meer groenten en fruit te introduceren op allerlei momenten van de dag, omdat die belangrijke vitamines en mineralen leveren. Ook noten (ijzer, zink, vetten, eiwitten) zijn belangrijk. Om de kinderen de nodige aminozuren te laten opnemen, geeft ze ons de tip om meer te diversifiëren, bijvoorbeeld met havermoutpap, smeerpasta’s van peulvruchten, volkoren beschuiten, omelet, verrijkte sojaproducten, noten of gedroogd fruit.



Evenwichtig en gezond eten: het is toch moeilijker dan ik dacht!





Geschreven in Weirde Wetenschap | 2 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Vege-week (2)

15. November 2011, 11:31

Tot zover het enthousiasme over de olijventofu… Gisteravond vond ik twee boterhammendoosjes waarin de boterham met het smeerseltje waar ze zondagavond nog zo gek op waren, waren overgebleven. Gelukkig hadden we voor de zekerheid allebei onze zoontjes nog een boterhammetje met kaas meegegeven. Vandaag hebben ze een soort vegetarische boterhamworst mee uit de natuurwinkel. Hopelijk lukt dat beter, al vrees ik dat er wel nogal wat zout in zit…

Gisteravond verorberden we ons eerste vegetarische diner: seitangoulash (het recept vind je hier). Best lekker, al moet ik wel besluiten dat seitan niet meteen mijn lievelingsvleesvervanger is. De algemene smaak van de goulash kon echter best wel concurreren met het recept van BV-kok Jeroen Meus (dat we onlangs ook al eens uitprobeerden, toen wel met vlees). En het voordeel is dat de vegetarische versie niet zo lang moet pruttelen. Arne, ons jongste zoontje, at gretig alle seitanblokjes op, en met een beetje hulp ook al de rest. Zijn grote broer Boris daarentegen besloot al snel dat hij niets lustte van zijn bord. Maar na een crisismoment of twee konden we hem toch overtuigen om te eten, en uiteindelijk was alles op. Beloning: yoghurt als dessert!

Voer voor kinderen


Maureen van EVA vindt ons experiment met de olijventofu inderdaad nogal gewaagd voor kinderen. De vege-organisatie heeft zelf een tijd geleden broodbeleg laten testen door een groep kinderen, en de ‘winnaar’ was ook een tofubeleg, maar dan met tomaten en wortel. Andere favorieten: erwtenspread en seitan met curry. Zoet beleg kan ook natuurlijk, zegt Maureen, zoals notenpasta’s. Maar ik denk dat we voorlopig onze regel ‘’s ochtends zoet, ’s middags hartig’ niet zullen verbreken.


Maureen, die culinair expert is bij EVA, wijst me ook op de verschillende soorten seitan die er bestaan. Daar had ik eerlijk gezegd geen flauw idee van. Blijkbaar goed dat ik ons stukje seitan in de natuurwinkel gekocht heb gisteren, want die smaakt volgens haar veel beter dan wat je in de supermarkt vindt – vrij taai en zout, luidt het oordeel, en vooral goed om gehakt van te maken. Al kan de hele vege- en biowereld ook nog wel wat leren van de supermarkt: verpak die handel toch wat aantrekkelijker! In zo'n doorzichtige vacuümverpakking moet je al echt overtuigd zijn om een pakje seitan mee te nemen. Om alle essentiële aminozuren binnen te krijgen, eet je overigens beter niet elke dag seitan, zegt Maureen nog. Je wisselt het best af met sojaproducten.

Gezond of ongezond?

En dan nu het verdict van diëtiste Evelyne Mertens. Het was even slikken toen ik haar uitgebreide evaluatie onder ogen kreeg. Terwijl ik zelf dacht dat we goed bezig waren, blijkt er toch nog heel wat voor verbetering vatbaar. We hebben wel strikt vegetarisch gegeten, maar echt gezond niet. De hagelslag en stroop die we ’s ochtends op onze boterhammen smeren, kan op weinig bijval rekenen: snelle suikers, dus een minder lange verzadiging. Fruit of sinaasappelsap (mineralen, vitaminen) introduceren aan de ontbijttafel zou ook niet slecht zijn, stelt Evelyne. De kinderen drinken een beker halfvolle melk (calcium, vitaminen/mineralen), dus die zijn goed bezig. Zelf trek ik mijn neus op voor melk (alleen chocolademelk gaat erin), en mijn vriend drinkt dat ook zelden of nooit. Wij drinken liever thee of water. ‘Probeer toch een melkproduct te introduceren’, raadt Evelyne ons aan, ‘want het is een belangrijke bron van calcium’. Dat kunnen we nu immers niet meer uit vlees halen. Maar er zijn ook positieve punten aan ons ontbijt: we eten allemaal volkorenbrood (vezels, mineralen, en een bron van zink, belangrijk voor vegetariërs) en margarine (verrijkt met essentiële vetzuren en vitamines) in plaats van boter.

 

Onze lunch kan op meer bijval rekenen, de tofuspread (met olijven, tofu, olijfolie, pijnboompitten) bevat gezonde, essentiële vetzuren en volwaardige eiwitten en ook de groentensoep die de kinderen op school krijgen (met – zo wisten ze te vertellen – onder meer spruitjes) is positief. Onze boterhammen met kaas bevatten echter veel verzadigde vetten en zout. Overschakelen op magere kaas kan dat vetprobleem alvast oplossen, stelt Evelyne. Noten kunnen het vet op een gezondere manier vervangen. Het slaatje dat mijn vriend op het werk bij zijn boterhammen opeet (met aardappel, olijven, tomaten en pasta) bevat volgens de diëtiste te veel koolhydraten, zeker in combinatie met brood. Ze raadt hem aan om zich te beperken tot één bron van koolhydraten, en die aan te vullen met groenten. Zelf krijg ik een beetje op mijn kop omdat ik twee wafels heb gegeten als tussendoortje. Veel zout, verzadigde vetzuren, transvetzuren en snelle suikers, luidt het verdict. Beperken tot één is de boodschap, en nog beter: overschakelen op ‘gezondere’ koekjes, zoals sultana, vitalinea of kinderkoekjes. Die ene appel die ik gegeten heb, krijgt best ook nog gezelschap van één of twee andere stukken fruit. Evelyne raadt overigens ook gedroogd fruit aan als tussendoortje, omdat daar ook ijzer in zit – belangrijk als je zwanger bent, zoals ik. ‘Andere bronnen van ijzer zijn noten, graanproducten, groene groenten en peulvruchten.’

En hoe zit het met onze goulash? Het is een volwaardige maaltijd, concludeert Evelyne, met vetten, koolhydraten en eiwitten in een goede verhouding. Al bevat seitan redelijk wat zout. Ook de yoghurt die we eten als dessert is prima. Oef!

B12-tekort

Een van de belangrijkste dingen waar vegetariërs rekening mee moeten houden, is dat ze de vitamine B12 die in dierlijke producten zit, nu veel minder binnenkrijgen. ‘B12 wordt beter opgenomen als je het in kleine hoeveelheden eet’, zegt Evelyne. ‘Je kan als vegetariër een B12-tekort vermijden door twee tot drie keer per dag een zuivelproduct, ei of verrijkte sojaproducten te eten of drinken.’
?Dat wordt de komende dagen nog wat moeilijker, als ook zuivel en eieren van ons menu geschrapt worden en we compleet veganistisch gaan. Gisteren heb ik al verrijkte sojamelk ingeslagen en hopelijk bevalt dat onze kinderen, die gewend zijn aan een paar glazen melk per dag. Op hun school heb ik intussen leerkrachten aangesproken om te vragen of ik veganistische koekjes (zonder ei) mag meegeven, ter vervanging van het koekje dat ze daar krijgen. Wordt vervolgd!



Geschreven in Weirde Wetenschap | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Vege-week (1)

14. November 2011, 10:06

Hoe gezond of ongezond is een vegetarisch dieet? Kunnen we zomaar zonder de voedingsstoffen die in vlees of zuivel zitten? Dat is de vraag die ik wil beantwoorden in een volgend artikel in Eos. Omdat de praktijk nog steeds de beste leerschool is, ga ik deze week compleet veggie. Sterker nog, ik sleur m’n hele gezin mee, en we laten ons menu elke dag evalueren door de veganisten van EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief) en door een gespecialiseerd diëtiste.

Ok, te veel vlees is misschien ongezond, maar helemaal geen vlees meer? En ook geen melk of yoghurt? Dat is toch niet goed, en al helemaal niet voor opgroeiende kinderen of zwangere vrouwen. Het zijn opmerkingen die geregeld vallen als het over vegetarisme of veganisme gaat. Krijg je wel genoeg ijzer binnen, en genoeg vitamines, of tout court wel genoeg voedingsstoffen – zijn niet al die veganisten veel te mager? Loop je niet het risico dat je kind een ontwikkelingsachterstand oploopt?

Tijd om eens uit te zoeken hoe het zit. Geen betere proefkonijnen dan m’n eigen gezin, met twee kleuters en ikzelf als zwangere vrouw. De vader des huizes mag model staan voor elke gezonde volwassene die wil overschakelen op een vegetarisch dieet.

Vandaag is onze eerste vegetarische dag. Voorlopig houden we het nog relatief makkelijk, met een ‘gewoon’ vegetarisch dieet. Geen vlees of vis, dus. Vanaf woensdag schakelen we over op een veganistisch dieet, en gooien we alle dierlijke producten overboord, dus ook zuivel en eieren. Dan wordt het pas echt moeilijk, zeker als we ook nog alle nodige vitamines en voedingsstoffen willen binnenkrijgen.

Wat me nog het meeste benieuwt, is of onze zoontjes, 2,5 en 5 jaar zijn ze, het zo leuk zullen vinden om een week allerlei lekkers te laten staan. Zeker de jongste heeft er namelijk een handje van weg om eerst zijn vlees weg te plukken uit zijn bord, en de rest vaak met lange tanden op te eten. Bovendien kicken ze allebei even erg op yoghurt, pudding of andere zuiveldesserts.

Goed, vanmorgen dus ons eerste ‘vegetarische ontbijt’. Dat was alvast een makkie, want ’s ochtends eten wij nooit vlees. Bovendien mag voorlopig alles waar melk in zit, nog blijven staan. De beker melk, de hagelslag, de choco: geen probleem. De lunchpakketten klaarmaken was al wat moeilijker. Maar daar had ik me gisteravond op voorbereid. Op basis van een receptje dat ik op de website van EVA vond, had ik een tofu-smeersel gemaakt met olijven. Op tien minuten klaar, en het was niet moeilijk om mijn zoontjes enthousiast te maken want ze zijn gek op olijven. Ze kwamen onmiddellijk kijken wat ik aan het doen was – en proeven van het resultaat. Hopelijk vinden ze het vanmiddag ook nog lekker. En anders hebben ze nog een boterham met kaas als reserve…

Waar ik me het meest het hoofd over breek, is de overschakeling naar veganisme en hoe dat gaat lopen met de kinderen. Vooral op school, want daar krijgen ze elke dag melk en een koekje (waar hoogstwaarschijnlijk eieren in zitten). Eigen drank en koekjes meegeven is normaal gezien uit den boze, dus dat wordt creatief zijn.

Eerst vanavond nog koken, en vervolgens alles wat we vandaag gegeten en gedronken hebben, doorgeven aan Maureen Vande Capelle van EVA. Benieuwd wat het verdict zal zijn van haar en van diëtiste Evelyne van onze eerste vege-dag. Geen verborgen vlees gegeten? Maar vooral: hebben we gezond en evenwichtig gegeten? 



Geschreven in Weirde Wetenschap | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Astronautje spelen

19. Oktober 2011, 15:59

Nog welgeteld 16 dagen en Diego, Romain, Sasha, Aleksej, Wang en Sukhrob zijn weer vrij. Nee, deze drie Russen, twee Europeanen en een Chinees zijn geen misdadigers, ze lieten zichzelf vrijwillig ‘opsluiten’ in een nepruimtetuig in Moskou. Maar liefst 520 dagen lang moesten ze doen alsof ze naar Mars gingen en terug, terwijl ze de hele tijd middenin Moskou bleven. In de helft van de ‘reis’ stapten drie van hen over in een pseudo-Marslander, en vervolgens in een zandbak waar ze een paar dagen nep-Marsstenen verzamelden. Intussen werden de bemanningsleden constant gefilm en opgevolgd door tientallen internationale wetenschappers. Mars500, heet het experiment. Als dat geen ‘weirde wetenschap’ is, weet ik het ook niet meer.


Ik probeer het me in te beelden hoe lang ik het zou volhouden (niet dat ik, als totale nitwit en als vrouw, ook maar zou worden toegelaten), en hoe het zou zijn. Ik denk dat ik gek zou worden. Tussen vijf mannen gaan zitten met een andere cultuur en een andere taal, maar een keer om de tien dagen een douche en de andere dagen moet je je maar zien te beredderen, de enige privéruimte die je ter beschikking hebt, is je slaapkamertje van 2,8 op 3,2 meter. En overal die camera’s!


Voor het geld moet je het ook niet echt doen. De Europeanen Diego en Romain zouden zowat 3.000 euro per maand krijgen, de anderen 2.000. Op het eerste gezicht niet zo slecht, als je er rekening mee houdt dat kost en inwoning gratis zijn. Maar intussen lopen eventuele hypotheekleningen en gezinskosten wel gewoon door, natuurlijk. En wordt er anderhalf jaar uit je leven ‘weggeknipt’: weg partner, weg kinderen, weg vrienden, weg wereld.

Monotonie

Toch kregen de organisatoren, het Russische IMBP (Instituut voor Biomedische Problemen), de Europese ruimtevaartorganisatie ESA en haar Chinese tegenhanger, duizenden vacatures binnen van mensen die graag ‘astronautje wilden spelen’. Hun motieven liepen uiteen van de ambitie om echt ruimtevaarder te worden tot de mensheid vooruit helpen.

Doel van het experiment is te weten komen of de mens psychisch en fysiek opgewassen is tegen zo’n lange isolatie. Daarom moeten de zes elke dag een routine doorlopen van medische tests (bloedprikken, fysieke training, wetenschappelijke computergames) en enquêtes invullen over hun gemoedstoestand. Daarnaast lopen tijdelijke experimenten, zoals de invloed van blauw licht of voedingssupplementen.


Het ziet ernaar uit dat de zes alleszins heelhuids 4 november halen. Onoverkomelijke ruzies, ongelukken of zware depressies zijn er niet geweest. Maar een invloed heeft de langdurige isolatie zeker gehad. De bemanning leed vooral onder het gebrek aan zintuiglijke prikkels en onder de monotonie van hun dagen. Ze raakten vermoeid en wat geïrriteerd. Bovendien bleven ze niet gespaard van ‘plagerijtjes’ van ground control, die hen onder meer verblijdde met een communicatiestoring en een 22 uur durende stroompanne. Het is nu afwachten wat de officiële wetenschappelijke resultaten zullen prijsgeven.

Na de ‘landing’ op 4 november worden de zes ‘astronauten’ een paar dagen medisch opgevolgd. Daarna mogen ze hun leven verderzetten. Nochtans zou het erg interessant zijn om te zien hoe het hen verder vergaat. Pikken ze na anderhalf jaar zomaar de draad weer op? En kunnen hun familieleden dat ook? Het kan niet anders dan dat deze episode een blijvende stempel drukt op hun leven.

In een artikel in het nieuwe nummer van Eos ga ik uitgebreid in op de ‘Mars500’-missie, en komen ook enkele experts aan bod die het experiment volgen.

De Italiaans-Colombiaanse deelnemer Diego Urbina is een fervent twitteraar en houdt je live op de hoogte van alles wat er gebeurt in het ruimtetuig.




Geschreven in Weirde Wetenschap | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Vleeseters - nee, wetenschappers! - zijn hufters

09. September 2011, 15:56

Vleeseters gedragen zich egoïstischer dan vegetariërs, zo moest onlangs blijken uit een onderzoek van sociaal psycholoog Diederik Stapel, waaraan onder meer collega Roos Vonk van de Radboud Universiteit had meegewerkt. Amper een paar weken later blijkt dat het onderzoek waarschijnlijk helemaal verzonnen is. Dat laat Roos Vonk zelf weten, nadat Stapel door zijn universiteit op non-actief is gezet wegens fraude. Er werd ontdekt dat hij een ander onderzoek had verzonnen, en volgens de rector van de universiteit heeft hij zelfs ‘op grote schaal onderzoeksdata verzonnen’. Een commissie gaat nu Stapels verleden na om uit te pluizen wat hij allemaal op zijn kerfstok heeft.

 

Stapel mag een kruis maken over zijn wetenschappelijke carrière. Maar ook anderen hebben boter op het hoofd. Allereerst de persdienst van de universiteit, die het bericht over het onderzoek de wereld in bombardeerde terwijl het artikel met de onderzoeksresultaten nog niet eens was gepubliceerd – en dus gecheckt door peer reviewers – in een vaktijdschrift. Nu, Tilburg is niet de enige universiteit die zich daar schuldig aan maakt. Alle collega’s doen het: een lekker nieuwtje voor de pers kan je toch niet laten verstoffen?

 

Partij voor de Dieren

En zo zijn we bij die pers zelf. Bij Eos brachten we het bericht niet. We kregen allemaal het bericht van de universiteit in onze mailbox, maar dat werd voornamelijk op hoongelach onthaald. Kijk je alleen al naar de manier waarop het onderzoek zogezegd is gevoerd, dan rijzen er al twijfels: enkele proefpersonen werden ‘onzeker gemaakt’ (hoe?), en konden vervolgens kiezen of ze een foto van vlees, vis of een vegetarisch gerecht wilden zien (zien, dus niet eten). Wie een biefstuk te zien kreeg, maakte vervolgens bij een lijst met meerkeuzevragen egoïstischere keuzes. ‘Vlees eten maakt asociaal en eenzaam’, zo concludeerden Stapel en Vonk vervolgens. ‘Vleeseters denken meer in termen van dominantie en de baas zijn. Vlees eten is een manier om je te verheffen boven anderen.’

 

 

Wel zeer verregaande conclusies. Maar ook de achtergrond van onderzoeker Roos Vonk was een reden om het bericht niet klakkeloos over te nemen: zij is lid van de Nederlandse Partij voor de Dieren en voormalig voorzitter van de actiegroep Wakker Dier. Wel leuk als vegetariërs dan zo goed uit je onderzoek komen.

 

 

Nu Stapel zijn carrière wel mag vergeten, probeert Roos Vonk zich eruit te reden. ‘Niet alleen was het onderzoek niet waardenvrij, de resultaten waren compleet fake! Er zijn vermoedelijk helemaal geen onderzoeksresultaten over de effecten van denken aan vlees’, geeft ze toe op haar website. Waarmee ze meteen bekent dat ze òf gretig meewerkte aan de frauduleuze praktijken, òf gewoonweg haar naam verbindt aan onderzoek waar ze eigenlijk niks mee te maken heeft. Het bericht op haar website laat het laatste uitschijnen.

 

Publish or perish

Volgens Luca Consoli (Radboud Universiteit), die onderzoek doet naar ethiek en wangedrag in de wetenschap, (die overigens de fraude allesbehalve wil goedpraten), werkt de druk om te publiceren fraude in de hand. Dat zegt hij in het volgende nummer van Eos (dat op 22/9 uitkomt), in een artikel over het systeem van peer review en publicaties. Wetenschappers moeten tegenwoordig om de haverklap een publicatie in een A1-vaktijdschrift halen, bladen die hoog aangeschreven staan. Want vooral zo krijgt een universiteit geld in het laatje. De mogelijke gevolgen laten zich raden: haastwerk, resultaten die het liefst de hypothese bevestigen (desnoods met wat kleine aanpassinkjes), onderzoek in de exacte wetenschappen krijgt de voorkeur boven de humane en sociale wetenschappen, …

 

Check en dubbelcheck

De media zijn eigenlijk in hetzelfde bedje ziek. Alles moet snel, alles moet leuk, en wie een filmpje of gratis foto’s bij zijn persbericht stopt, heeft zoveel meer kans om opgepikt te worden. Vooral (nieuws)websites bulken van deze berichtjes, die evengoed de week erop door ander onderzoek onderuitgehaald kunnen worden. Genre ‘Linkshandigen zijn creatiever’, ‘Gamen maakt agressief’ of ‘Alcohol doet je langer leven’. Eos maakt zich er bij tijd en wijlen ook schuldig aan. Gelukkig zijn er nog websites zoals Nieuwscheckers, die zulke berichten grondig tegen het licht houden.

 

Nu zo’n grote fraudezaak aan het licht komt, krijgen wij journalisten weer een broodnodige waarschuwing van ‘check en dubbelcheck’. Kritische zin, gezond verstand en meerdere bronnen: het zijn en blijven de ijkpunten voor goede journalistiek, ook in tijden van supersnel nieuws.

 

En nog even voor de aardigheid: aan volgende onderzoeken werkte Diederik Stapel ook mee. Of ze vervalst zijn of waar, laat ik graag aan de onderzoekscommissie over: ‘Ook vrouwen met macht gaan vaker vreemd’, ‘Rommel op straat leidt tot racisme’, ‘Sinterklaas leert kleuters eerlijk delen’ en ‘Succes bij Trivial Pursuit hangt af van je groepsgevoel met je tegenspeler’.

 

 



Geschreven in Weirde Wetenschap | 2 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Op zoek naar de schat van de Inca’s

25. Augustus 2011, 08:42

Avontuur, wildernis, verborgen schatten, gevaarlijke dieren en spannende legendes: wie die elementen weet te combineren, is verzekerd van kijkcijfersucces. En als je daar nog een wetenschappelijk verantwoord sausje aan kan geven, overstijg je het niveau van de Expeditie Robinsons van deze wereld.

Dat is precies wat de nieuwste BBC-productie doet: documentairemaker Ken James gaat in de jungle van Ecuador op zoek naar een verborgen incaschat. In zijn kielzorg volgen onder andere een incahistoricus, die vooraf allerlei kaarten en legendes bestudeerde. En twee jonge Vlaamse biologen, zo las ik op De Standaard Online.  Frederik Thoelen, een vogelspecialist, werkt in het gewone leven in een opvangcentrum voor gewonde wilde dieren in Opglabbeek.



Zijn kompaan Brecht Engelin is niet alleen bioloog, maar ook een natuurfotograaf. Half augustus vertrokken ze naar het oerwoud, ze vertellen over hun belevenissen, maar vooral over de schitterende natuur, op hun blog.


 

 

En wat is er nu aan van die incaschat? Eerst de legende. In 1532 slaagde conquistador Francisco Pizarro erin om de incakeizer Atahualpa gevangen te nemen. Atahualpa overtuigde Pizarro hem vrij te laten in ruil voor een gigantische hoeveelheid goud. Dat goud werd massaal aangevoerd, maar toch executeerde Pizarro de incakeizer. Intussen was het laatste goud – 750 ton – nog onderweg. Maar toen de dragers hoorden dat hun keizer gedood was, verstopten ze hun kostbare lading in het ontoegankelijke Llanganates-gebergte. De schat werd vergeten, tot een Spaanse avonturier, Valverde, ernaartoe werd geleid door zijn incavrouw. De man nam echter maar een klein deel van de schat mee terug naar Spanje. Op zijn sterfbed beschreef hij de route naar de schat, in wat sindsdien de Derrotero de Valverde  heet (hier vind je een vertaling in het Engels). Wie op zoek gaat naar de schat, verdwijnt echter op mysterieuze wijze. Een van de schattenzoekers laat echter een gedetailleerdere schatkaart achter. In 1860 stuit de Engelse plantkundige Richard Spruce op deze kaart, én op het geschrift van Valverde. Hij publiceert beide documenten in de Journal of Royal Geographical Society. In 1866 beweert schattenjager Barth Blake dat hij de incaschat heeft gevonden. Hij neemt alleen mee wat hij dragen kan, maar ook hij komt in mysterieuze omstandigheden om het leven.

Legende of waarheid? We weten alleszins zeker dat Atahualpa bergen goud bezat – dat staat te lezen in Spaanse verslagen. Daarin staat ook dat een groot konvooi met goud onderweg was. Of Valverde echt heeft bestaan, is een open vraag. Maar zijn routebschrijving is wel te volgen als je ze tegenover moderne kaarten van de regio legt.

De kans dat de schattenjagers van de BBC op tonnen goud stoten, is klein. Ofwel lag het er simpelweg nooit, of het is al lang gevonden en weggehaald, of het is verdwenen in de jungle – door aardbevingen, verzakkingen, overstromingen of andere natuurfenomenen.

 


De belofte van goud maakt het programma natuurlijk extra spannend. Al zal er allicht zo ook genoeg te beleven vallen. Het Llanganates Nationaal Park in de Andes heeft een ongelooflijke biodiversiteit, en dat er twee biologen mee zijn, doet verwachten dat daar heel wat aandacht naar zal gaan. Onderweg moet het team ook allerlei moeilijkheden overwinnen: er zijn nauwelijks paden door de jungle, een hardnekkige mist belemmert het zicht, de lucht zal ijler worden en hoogteziekte zal de kop opsteken.

Vandaag is het zover: het team, dat tot nu in het Yasuni Nationaal Park verbleef, trekt nu écht de Llanganates in.



Geschreven in Weirde Wetenschap | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Word ik 150?

16. Augustus 2011, 13:40

Binnenkort is het weer zover: aan het eind van de zomer brengen we altijd een weekend in de Ardennen door met mijn schoonfamilie. En dan bedoel ik ook familie in de breedste zin van het woord: niet alleen boers en zussen, neefjes en nichtjes, maar ook tantes, ooms, en de kinderen daarvan. En niet te vergeten: de grootouders, die intussen al overgrootouders zijn van maar liefst zeven achterkleinkinderen.

Mijn kinderen hebben nog vier overgrootouders die in leven zijn. Ze zijn een stuk in de tachtig en wonen nog steeds zelfstandig samen in hun eigen huis. Zelf heb ik mijn overgrootouders nooit gekend – zelfs voor een van mijn opa’s kwam ik te laat. Niet zo verwonderlijk: wie geboren werd aan het begin van de vorige eeuw, had een gemiddelde levensverwachting van amper vijftig jaar. Wie vandaag geboren wordt, mag verwachten de tachtig te halen

 

130 jaar

 

Het mag duidelijk zijn: de levensverwachting is exponentieel gestegen. Het is vandaag bijna niet meer voor te stellen dat je op je vijftigste het loodje zou leggen en dat mensen zouden zeggen: ze was al vijftig, en ze heeft toch een mooi leven gehad, het was tijd om te gaan. Maar blijft onze levensverwachting ook stijgen? Zal ik mezelf over vijftig jaar – als ik 83 ben – nog helemaal niet oud vinden, en vinden dat ik nog minstens twintig jaar tegoed heb? Of zal ik zelfs 120 of 150 worden? 


Vuilnismannen

De geneeskunde gaat nog steeds met rasse schreden vooruit. Wie kanker krijgt, heeft steeds meer kans om de ziekte te overleven. Stents en pacemakers laten mensen met cardiovasculaire ziektes langer leven. En je kan ook zelf het heft in handen nemen, met de tot in den treure aangehaalde gezonde leefregels: niet roken (longkanker is de tweede doodsoorzaak bij mannen), genoeg bewegen en gezond eten. 

Maar uiteindelijk zullen we altijd sterven, en veel wetenschappers leggen de bovengrens van het ouder worden op 120 jaar. Ons lichaam slijt, en doet dat nadat we ons ‘nut’ hebben bewezen (lees: de leeftijd voorbij zijn dat we kinderen krijgen) tegen een razendsnel tempo. Op 120 jaar houden onze cellen sowieso op met delen, klinkt het, en is het menselijk lichaam niet meer in staat tot leven.

Al zijn er genoeg andere wetenschappers die dat tegenspreken, en de zoektocht naar het eeuwige leven is al een hele tijd geopend. De meest controversiële van het stel onsterfelijkheidszoekers is de Britse gerontoloog Aubrey de Grey. Als we het verlies van het telomeer – dat bij elke celdeling uitrafelt tot de cel zich uiteindelijk niet meer kan delen – kunnen tegengaan, is het eeuwige leven geen fantasie meer, stelt hij. En er zijn nog heel wat andere pistes.

 

 

 

Ons lichaam stapelt afval op binnenin, en naarmate we ouder worden, zijn we steeds minder goed in het verwerken van al dat afval. Nu blijken er bacteriën te zijn die verzot zijn op dit afval, en die zich op kerkhoven tegoed doen aan het afval in de lichamen van dode mensen. Als we die bacteriën identificeren en in het lab zetten, dan kunnen we bekijken of we ze kunnen inzetten om ook in levende lichamen voor vuilnisman te spelen, meent De Grey.


Gentherapie

Of moeten we het niet zoeken in pilletjes, maar in genetische manipulatie? Gentherapie, stamceltherapie, maar ook een doorgedreven prenatale genetische screening zou ons kunnen vrijwaren van ziektes als kanker, dementie of hart- en vaataandoeningen. Er worden immers steeds meer genen ontdekt die gelinkt worden aan allerhande aandoeningen. Zorgen we ervoor dat we de gezonde variant van die genen hebben, dan zijn we meteen van deze kwalen verlost. In één moeite door kunnen we door genetische wijzigingen voorkomen dat onze hersencellen afsterven. ‘Er zal een nieuwe mensensoort ontstaan’, zei filosoof en bio-ethicus John Harris daarover onlangs in Eos. Gedreven door een evolutie die we zelf sturen, door betere geneeskunde, meer welzijn, en door gentherapie.

Of ik dat allemaal nog zelf zal meemaken, valt sterk af te wachten. Niet alleen bestaat er een grote huiver tegenover designerbaby’s en genetische manipulatie. Maar de wetenschap hierover staat ook nog in de kinderschoenen. Het menselijk genoom is al een tijdje volledig ontcijferd, en er worden inderdaad steeds meer genetische afwijkingen geïdentificeerd die gelinkt worden aan ziektes. Maar oplossingen daarvoor zijn meestal nog niet in zicht. Bovendien is de stelling ‘één gen, één ziekte’ veel te simplistisch: bij het ontstaan van ziektes spelen gewoonlijk nog heel wat andere factoren een rol.


Hongeren

Tijd voor een paar experimenten die wél al lukten. Bij dieren, dan tenminste. In 1994 kwamen Russische wetenschappers op de proppen met hoogbejaarde muizen. Ze hadden oude muizen de hormoonklieren van jonge soortgenoten gegeven, en omgekeerd. De jonge beestjes met de oude hormoonklieren legden al gauw het loodje, maar de oude muizen leefden veel langer dan normaal. Ook de toevoeging van het hormoon melatonine aan hun drinkwater bleek toe te dragen aan hun hogere levensverwachting. Melatonine zou vrije radicalen tegengaan, die voor veroudering zorgen. 

Ook effectief is een streng dieet. Meer dan zeventig jaar geleden al ontdekten wetenschappers dat ratten, muizen, honden en ook primaten, langer leven en gezonder zijn dan hun soortgenoten als ze slechts 30 à 40 procent van hun normale voedselhoeveelheid eten. Kanker, diabetes en zelfs hersenziektes worden voorkomen. De kans dat bij mensen zich iets gelijkaardigs zou voordoen als we onszelf op een hongerdieet zetten, is dus vrij groot. We zouden meteen een derde langer leven. Die 120ste verjaardag komt dus echt in zicht…

En uiteraard zijn er al mensen die dit uitproberen. In de Amerikaanse staat North Carolina is er zelfs al een heuse Calorie Restriction Society met adviezen en tips voor een langer (en hongerend) leven… 


Rode wijn

Leuk is anders, natuurlijk. En er zijn ook behoorlijk wat risico’s verbonden aan ondervoeding. Het moet op een andere manier kunnen, vonden twee wetenschappers aan het Massachussettes Institute of Technology (MIT). Zij ontdekten dat een streng dieet bij muizen bepaalde genen activeert die zorgen voor een langer leven en een betere gezondheid. Nu we dit weten, kunnen we mogelijk medicijnen ontwikkelen die dezelfde genen activeren. Er zijn al kandidaten: resveratrol – de stof die onder meer in rode wijn zit – blijkt hetzelfde effect te hebben. Bij wormen en muizen blijkt resveratrol te verhinderen dat zenuwcellen afsterven. 


Vol is vol

Het eeuwige leven lijkt niet binnen handbereik. Maar we mogen volgens mij wel verwachten dat de levensverwachting nog verder zal stijgen, zodat over enkele tientallen jaren honderd jaar worden meer regel dan uitzondering is. 

Sommige mensen stellen zich echter vragen bij de zoektocht naar levensverlenging. Want als we met z’n allen langer gaan leven, duiken een heleboel problemen op: vergrijzing – wie zal ons pensioen betalen? – en overbevolking, om er maar twee te noemen. We zijn al met zoveel, de aarde kan niet meer mensen aan, klinkt het.

 

 

Terechte redenen om de zoektocht stop te zetten? Ik vind van niet. Toen men begin 20ste eeuw de penicilline uitvond, schoot de bevolkingscurve ook de hoogte in, samen met de levensverwachting. Stom idee, om dat medicijn uit te vinden? Niemand die daar vandaag zo over denkt … 

Als ik 150 word, kan ik nog eens mijmerend terugdenken aan deze dagen dat ik dacht dat ik – met wat geluk – amper 80 zou worden. Intussen een blik werpend op mijn spelende achterachterkleinkinderen in de tuin van een weekendhuis in de Ardennen …

 



Geschreven in Weirde Wetenschap | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Baby's onder de loep

09. Februari 2009, 11:42

De laatste werkdag vandaag, en dus is een ‘afscheidsblog’ op zijn plaats. Geen echt afscheid: de titel zegt het al – ik ga er vier maanden tussenuit voor bevallingsverlof. En wat is dan toepasselijker als uitzwaaiblog dan wat ‘weirde’ wetenschappelijke weetjes over baby’s? Ze zien er zo hulpeloos uit, maar zelfs een pasgeboren baby is een uiterst complex wezentje met ongelooflijk veel aangeboren instincten.

MAMA!

De band tussen moeder en kind wordt verbazend snel opgebouwd. Onderzoek heeft uitgewezen dat een baby 45 uur na zijn geboorte (dat zijn nog geen twee dagen!) zijn moeder al kan herkennen aan haar geur. Ook omgekeerd werkt dat trouwens. Experimenten met geblinddoekte moeders wijzen uit dat een moeder haar kind uit een rij baby’s kan ruiken. En een krijsende baby kan voor een buitenstaander altijd hetzelfde klinken: een moeder herkent het geluid van haar kind en wordt alleen daardoor wakker. Erg handig toen onze voorouders nog allemaal op een kluitje woonden. En als je vandaag maar een slecht geïsoleerd wandje ver van je kroostrijke buren zit...

huilende baby

BABY GEEFT BORSTVOEDING

Bij vier tot vijf procent van de pasgeboren baby’s lekt er melk uit de tepels, zowel bij jongens als meisjes. Ze hebben onder de tepel een klein borstknobbeltje, dat na een paar weken spontaan weer verdwijnt. Schuldige daarvoor zijn de hormonen van de moeder. Tijdens de zwangerschap dringen die hormonen door tot in het bloed van de baby, en het duurt een paar dagen voor die ze weer kwijt raakt.

ROCK'N'ROLL BABY

Baby’s van een paar maanden oud en peuters bewegen maar wat graag op muziek of beginnen in hun handjes te klappen zodra ze een liedje horen. Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat dat ritmegevoel niet aangeleerd is, door bijvoorbeeld baby’s ritmisch te wiegen, maar aangeboren. Uit experimenten bij slapende baby’s van een paar dagen oud – die elektroden op hun hoofd kregen geplakt – blijkt dat pasgeborenen verbaasd reageren als een drumsolo in een rockliedje plots onderbroken wordt. Volgens de onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam speelde het aangeboren ritmegevoel wellicht een rol bij het ontstaan van muziek.

WATERWONDER

Nog voor hij kan lopen, kruipen of zelfs maar zijn hoofd optillen, kan een baby al zwemmen. Onder water dan nog! Een baby die met het gezicht naar beneden voorzichtig in het water wordt losgelaten, houdt automatisch zijn adem in en begint te bewegen alsof hij zwemt. Het is geen overblijfsel van zijn verblijf in de baarmoeder: de baby gebruikt zijn longen dan nog niet, en er is sowieso geen plaats om te zwemmen. Mogelijk hebben wij het vermogen om onder water te zwemmen overgeërfd van onze heel verre voorouders die meer aan het water waren gebonden dan wij.

nirvana

Hierbij wel een ‘don’t try this at home’-waarschuwing. Je kan het zelf proberen, maar waakzaamheid is geboden. En een zwembad is geen ideale omgeving voor zo’n jong baby’tje: het houdt zijn ogen wijd open onder water en als dat vol chloor zit, is dat toch af te raden. Hun onderwaterzwemvermogen raken baby’s na drie à vier maanden weer kwijt.

 

PAPA OF DADDY?

Nog zo’n verbazingwekkend kunstje van baby’s is het vermogen om de ene taal van de andere te onderscheiden, nog voor hij er ook maar een woord van begrijpt, laat staan zelf spreekt. Experimenten met baby’s van vier maanden oud tonen aan dat ze niet alleen aan de klank kunnen horen of er van taal wordt geswitcht, maar ook enkel aan visuele factoren. Onderzoekers lieten enkele proefkonijnen naar opnames kijken zonder geluid van volwassenen die Engels en Frans praatten. Zowel de kinderen uit tweetalige als die uit eentalige gezinnen, konden het verschil opmerken tussen beide talen. Dat vermogen, dat waarschijnlijk aangeboren is, gaat na acht maanden verloren bij kinderen die maar in één taal worden opgevoed.

Nog meer wetenschappelijk verantwoorde babyweetjes? Interessant boek hierover (dat al inspiratie leverde voor deze post) is Baby van Desmond Morris (Kosmos, 2008)





Geschreven in Weirde Wetenschap | 2 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Op zoek naar het perfecte lawaai

18. December 2008, 16:45

Het geluid dat een autoportier maakt als je het dichtslaat, het lawaai dat uit een stofzuiger of een mixer komt, het geronk van een Harley Davidson. Het zijn niet zomaar geluiden. Wat je te horen krijgt, is op voorhand grondig bestudeerd en zorgvuldig uitgekiend om in te werken op ons gemoed en – vooral – onze kooplust. Welkom in de wereld van de psychoakoestiek.

Harley Davidson 

Ik had er nog nooit bij stilgestaan. Een stofzuiger of een motor kunnen blijkbaar heel wat stiller zijn. Maar dan verkopen ze niet: wij associëren een stille stofzuiger met een slechte stofzuiger, en een stille Harley met een nerdy brommertje.

Honderden mensen verdienen er hun brood mee: geluid perfect afstellen op de menselijke psychologie. Dat heet dan psychoakoestiek. Het is de Vlaamse student Ward Jonckheere die me in deze wereld inwijdt. Hij won dinsdag de Vlaamse scriptieprijs voor zijn Masterproef. Daarin beschrijft de student elektromechanica de psychoakoestiek van commerciële producten, hoe dat wordt onderzocht en komt hij zelf met nieuwe software op de proppen om het ideale geluid te zoeken.

 BOMBARDEMENT VAN GELUID 

Wat is een goede auto en wat niet? Elke nieuwe auto rijdt, voor welk type we kiezen, heeft meer te maken met behoeftes en emoties dan met objectieve kwaliteit. En dat geldt ook voor veel huishoudtoestellen en kantoorapparatuur.

 porsche

‘Blikgeluid bij het dichtklappen van een autodeur roept bijvoorbeeld negatieve associaties op’, schrijft Jonckheere. Hij heeft gelijk: ik denk dan meteen aan een ‘conservenblikje’ van een auto, dat bij de minste botsing tot schroot wordt herleid en dat op elk moment in panne kan vallen. Er is ook een verwachtingspatroon. Zo is het perfect mogelijk een nieuwe Harley-Davidson te maken die superstil start. Maar veel aantrekkingskracht zou die Harley niet hebben: het karakteristieke uitlaatgeluid is voor de meeste liefhebbers een must. 

Wat is nu een goed geluid? Wat we horen is niet hetzelfde als het objectief te meten en geproduceerde geluid. Een gemiddelde mens kan geluiden waarnemen tussen 20 Hz en 20 kHz. Als het om verschillen in toonhoogte gaat: die kunnen we waarnemen als het om een verschil van meer dan 2 Hz gaat. Een kleiner verschil ‘horen’ we niet echt, maar we kunnen wel een soort ‘zweving’ voelen.

Maar horen is geen louter mechanisch fenomeen van golven, maar ook een gevoelsmatig en perceptie-evenement. De geluidsgolven bereiken ons oor via de lucht, maar in het oor worden die getransformeerd tot neurale actiepotentialen. Die zenuwimpulsen gaan naar het brein, waar ze waargenomen worden. Je moet als productontwerper dus niet alleen rekening houden met het mechanische geluid, maar ook met het oor en de hersenen. 

De psychoakoestiek is de wetenschap die bestudeert hoe mensen geluid waarnemen: de relatie tussen objectieve natuurkundige aspecten (de akoestiek) van klank, en de subjectieve waarneming (de psychologie). De geluidsgolven kunnen met de juiste meettechnieken exact gemeten worden. Maar hoe wij die golven ervaren in onze hersenen, is moeilijker te achterhalen.

Continu krijgen wij een bombardement van geluid over ons heen: een zoemende computer, een tikkend toetsenbord, een auto die voorbijrijdt, mensen die praten, de radio die aanstaat, een lamp die zachtjes zoemt. Hoe filteren we de relevante geluiden hieruit? Hoe komt het dat we ons van sommige geluiden bewust zijn en van andere niet? Waarom vinden we sommige geluiden aangenaam en andere niet? Wanneer wordt een geluid storend?

PANEL VAN LUISTERAARS

In de psychoakoestiek van nieuwe producten wordt gewerkt met specifieke geluidssoftware en met een panel van luisteraars, voor de subjectieve ervaring. Verschillende parameters worden in rekening genomen: luidheid, scherpte, fluctuatiesterkte en ruwheid. Maar soms zijn ook nieuwe termen nodig: ‘uitlaatgeluid kan je beter waarderen in termen van gedreun, gejauw en gekletter’, zegt Jonkheere.

Je moet rekening houden met het fysische (de geluidsdruk), het gehoor (de luidheid en de scherpte) en gevoelens en emoties (robuust, sportief, elegant).

stofzuiger 

Bij het vormen van het ideale geluid bij een product zijn drie factoren van belang, schrijft Jonckheere:

De bron (de gebruiker stelt zich een beeld voor van het product), bv: denk aan een stofzuiger

De situatie (de activiteit die je met het product uitvoert), bv: beeld je in dat je aan het stofzuigen bent

De persoon (mensen hebben een persoonlijke verwachting, motivatie, smaak, voorkeur of aversie), bv hoe vind je dat een goede stofzuiger moet klinken?

Eén fysisch geluid kan bijgevolg verschillende ‘sound qualities’ hebben: het geluid van een stofzuiger kan je, als je aan het stofzuigen bent, een aangenaam gevoel geven. Maar in een andere situatie kan het net een storend geluid zijn. Ontwerpers, en dan vooral die van auto’s, nemen steeds vaker psychologen onder de arm om die menselijke factor in te calculeren.

Ward Jonckheere denkt dat ‘sound quality’-voorspelling een enorme progressie zal meemaken. Nu kan de kwaliteit van het geluid van een product vaak pas achteraf worden bestudeerd, of eventueel bij een prototype. Maar daar komt stilaan verandering in. Auto-ontwerpers bouwen nu al virtuele wagens waarvan ze de ‘sound quality’ proberen te voorspellen.

In elk geval, niets is dus zo onschuldig als het lijkt. Iets om over na te denken als je de volgende keer aan het stofzuigen of autorijden bent…

 



Geschreven in Weirde Wetenschap | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken


De wetenschap achter de Sint en de Kerstman

09. December 2008, 12:07

De Sint en de Kerstman hebben het weer zwaar te verduren deze maand: miljoenen pakjes moeten ze in één nacht tijd afleveren in miljoenen huizen over de hele wereld. En daarvoor hebben die sukkels ocharme een paard en een stuk of wat Zwarte Pieten of een slee en wat armzalige rendieren ter beschikking. Maar gelukkig is daar de wetenschap. Professor dr. Larry Silverberg van de North Carolina State University legde op de website Newswise uit hoe de kindervrienden in hun missie slagen.


tekening kerstman


Silverberg is professor mechanische en ruimtevaartengineering. Volgens hem hebben de Goede Mannen kennis van de elektromagnetische golven, van het ruimte-tijdcontinuüm, nanotechnologie, genetische manipulatie en computerwetenschap. De ouwe mannen met baarden zijn dus maar al te goed op de hoogte van de laatste spitstechnologie en wetenschappelijke inzichten.

HIGHTECH

De Sint en de Kerstman hebben een persoonlijke pijplijn naar de gedachten van kinderen, via een luisterantenne die de hedendaagse technologie uit gsm’s en elektrocardiogrammen (die de elektrische activiteit van de hartspier registreren) combineert. Een gesofistikeerd processingsysteem filtert alle data die de antenne opvangt, en laat de Sint en de Kerstman weten wie wat wil, waar de kinderen wonen en zelfs wie braaf is geweest en wie stout. Uiteindelijk komt alle relevante informatie terecht in een navigatiesysteem dat is ingebouw in de slee van de Kerstman – of in het paard van de Sint. Dat gps-systeem berekent de efficiëntste afleveringsroute voor de cadeautjesronde.

Een ouderwetse brief sturen met alle wensen en verlangens, mag natuurlijk ook nog altijd. Er gaat niets boven de charmes van papier, balpen en enveloppe.

sint met paard

Volgend probleem: hoe spelen de Sint en de Kerstman het klaar om in één nacht tijd al die cadeautjes over de hele wereld te bezorgen? Daarvoor maken ze gebruik van hun kennis van het ruimte-tijdcontinuüm, om een ‘relativiteitswolk’ te maken om in te reizen. De slee of het paard nemen met kindervrienden plaats in die wolk, die zich met een duizelingwekkende snelheid verplaatst. Dankzij de relativiteitstheorie weten de Sint en zijn broer dat de tijd uitgerekt kan worden als een elastiek, en de ruimte uitgeperst als een sinaasappel. Omdat de relativiteitswolk zo snel beweegt, gaat de tijd er trager dan daarbuiten. Zo kan de Kerstman maandenlang cadeautjes afleveren terwijl er voor ons maar een paar minuten voorbijgaan. 

En wie zich altijd al heeft afgevraagd hoe beide dikkerds er toch in slagen om zich door de schouw te wurmen: het is dezelfde relativiteitswolk die ervoor zorgt dat ze een metamorfose kunnen ondergaan om de huizen binnen te komen. De ruimte kan immers ook worden ‘uitgeperst’.

En dan zijn er nog het paard van Sinterklaas en het rendier van Santa. Dat zijn natuurlijk geen gewone beestjes: beide dieren zijn genetisch gewijzigd zodat ze kunnen vliegen, op daken kunnen balanceren en goed kunnen zien in het donker. Echt heel uitzonderlijk sterk moeten ze niet zijn, want beide mannen nemen alle cadeautjes niet mee. Ze maken die zelf ter plekke, bij de kinderen thuis. Daarvoor gebruiken ze een staaltje van schitterende nanotechnologie. Een nanospeelgoedmaker gebruikt sneeuw en roet uit de schouw om atoom voor atoom allerlei speelgoed te fabriceren, op dezelfde manier zoals DNA de groei van organisch materiaal zoals weefsel en lichaamsdelen kan bevelen.

‘Kinderen moeten niet te veel geloof hechten aan mensen die beweren dat het niet mogelijk is om in één nacht tijd al die cadeautjes te leveren’, zegt Silverberg. ‘Het is wél mogelijk, en wetenschappelijk verklaarbaar.’




Geschreven in Weirde Wetenschap | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Geen nieuwe lipstick meer in 2013

17. November 2008, 16:06

Vrouwen aller lande, trek ten strijde! Onze schoonheid is in gevaar! Vanaf 2013 zijn in Europa dierproeven verboden voor schoonheidsmiddeltjes, en daardoor wordt de industrie klemgezet in de ontwikkeling van vernieuwende producten, waarschuwt de Vrije Universiteit Brussel (VUB).

‘Het is voor wetenschappers niet haalbaar om op korte termijn voldoende betrouwbare alternatieve testen op punt te stellen. Hierdoor komt de veiligheid van innovatieve cosmetische producten in het gedrang.’ Dat concludeert Marleen Pauwels in haar doctoraalonderzoek in de Farmaceutische Wetenschappen.


lipstick

Even voor alle duidelijkheid: het gaat hier niet om medicijnen,
maar om schoonheidsproducten zoals dagcrèmes, lipstick en nagellak. Waar hebben we het dan over? Gaan we eraan dood als er over vier jaar één soort wonderwallencrème minder in de schappen ligt? Ok, Marleen Pauwels heeft gelijk dat het ook over dagelijkse en noodzakelijke producten gaat zoals tandpasta en zonnebrandolie. Maar het is niet dat we daarvoor nu geen uitgebreid en uitstekend gamma ter beschikking hebben. Jammer natuurlijk voor de industrie, dat wel. Elk jaar uitpakken met een nieuw, ‘revolutionair’ en ‘zoveel beter werkend’ product is goed voor het imago en voor de verkoop.

In de Europese Unie worden jaarlijks ruim tien miljoen proefdieren gebruikt. De meeste worden opgeofferd aan medisch-wetenschappelijk onderzoek. ‘Slechts’ 0,25 procent ondergaat cosmeticatests. Goed dus voor zo’n 25.000 konijnen, ratten en andere beestjes.

Maar hoe zit het nu met die dierproeven? Bestaan er echt geen alternatieven? The Body Shop ligt toch ook al decennialang vol met middeltjes allerhande waarvoor geen enkel dier de dood in is gejaagd? Tijd om een paar dingen op een rijtje te zetten.

DRAIZE-TEST
De Amerikaanse toxicologen Alan Goldberg en Thomas Hartung publiceerden een tijd geleden een erg interessant artikel in Scientific American. Goldberg staat aan de John Hopkins Universiteit aan het hoofd van het Centrum voor Alternatieven voor Dierproeven. Hartung ontwikkelde een alternatieve pyrogeentest – een test waarbij men nagaat of een stof koorts kan veroorzaken. Ze belichten een aantal alternatieven voor dierproeven die vandaag al bestaan, en werpen een blik op de nabije toekomst.

Draize-testDe Draize-test was jarenlang dé controversiële dierentest bij uitstek. Honderdduizenden konijnen kregen een of ander middeltje in hun ogen gesmeerd om te zien of dat irritatie veroorzaakte. De foto’s van rode ogen, blinde konijnen en een verschroeide huid deden menig mens huiveren. Gelukkig bestaan er vandaag vrij goede alternatieven voor de Draize-test. Zo gebruikt men nu vaak dierenogen afkomstig van slachthuizen, in Duitsland doet men tests op een substantie uit een kippenei, dat vergelijkbaar zou zijn met ons hoornvlies. Maar we kunnen tegenwoordig ook al tests uitvoeren op ‘menselijke ogen’: onderzoekers kunnen weefselkweekjes maken van cellen uit het menselijk hoornvlies, en weefsels die het oppervlak van het menselijk oog nabootsen.

Ook worden nu al chips gebruikt in plaats van echte dieren: chips waarop bijvoorbeeld alle negenduizend relevante genen van de zebravis zijn aangebracht. En een aantal bedrijven is druk bezig om zulke chips ook te maken met menselijke genen: zo hebben we binnenkort een hele mens op één chipje, waar we dan allerlei stoffen kunnen op testen.

WEEFSELKWEEK

Dieren zijn geen mensen, en sommige dierproeven zijn niet zomaar extrapoleerbaar naar mensen. Wie lak heeft aan dierenleed, heeft er dus ook baat bij dat er nieuwe methodes worden ontwikkeld om chemische stoffen te testen, waarbij menselijk weefsel wordt gebruikt. Het is vandaag al mogelijk om allerlei menselijke cellen te kweken, zoals huid-, long-, oog-, spier- en slijmvliescellen. Zelfs hele weefsels kan men laten groeien, door gespecialiseerde cellen op te kweken op een driedimensionale constructie. Zo kunnen we nu al ogen en longen namaken en het maagdarmkanaal en het slijmvlies van de mond en de vagina.


weefselkweekNiet alleen kunnen we daardoor de producten ‘op mensen’ testen in plaats van op dieren – waarvoor de eindproducten tenslotte bedoeld zijn. De cel- en weefselkweekjes bieden ook de mogelijkheid om betere resultaten te boeken dan bij tests op complete dieren, menen Goldberg en Hartung. ‘In vitro kunnen wetenschappers de hele reeks biochemische processen nabootsen die door een chemische stof op gang wordt gebracht’, schrijven ze. ‘In de toekomst kunnen we de functionele consequenties – mutaties van de genen, veranderingen in de celgroei enzovoort – voorspellen die optreden als een cel in het menselijk lichaam wordt blootgesteld aan een bepaalde stof. Bovendien kan men verschillende weefsels in één vat kweken en daarmee allerlei complexe interacties nabootsen. Deze ontwikkelingen staan nog in de kinderschoenen, maar ze kunnen in principe het gebruik van dieren geheel overbodig maken bij het bestuderen van de toxicodynamica: de hele keten van processen die ervoor zorgen dat een chemische stof door het lichaam wordt verspreid, wordt omgezet in andere stoffen en uiteindelijk uitgescheiden.’

VIRTUELE MENS

Behalve cel- en weefselkweekjes voor in-vitro-tests kunnen ook computermodellen een alternatief bieden voor de in-vivo-dierproeven. Dat klinkt misschien vreemd en heel futuristisch, maar nu al gebruikt de farmaceutische industrie computermodellen van elkaar beïnvloedende organen om de werking van geneesmiddelen te bestuderen. Charles DeLisi, de man achter het wereldwijde Human Genome Project, werkt zelfs aan een volledig virtuele mens. Hij hoopt alle fysiologische processen van de mens in software te recreëren. De organen van deze virtuele mens zouden ‘verspreid’ en tegelijk ontwikkeld worden over computers over de hele Verenigde Staten. Algoritmes zouden de functies van het menselijk lichaam recreëren, en kunnen bestuderen hoe functies in het ene deel van het lichaam andere beïnvloeden. Uiteindelijk moet dit model kunnen voorspellen wat een chemische stof, een virus, een bacterie of een fysiek letsel voor impact heeft op cellulair, orgaan-, systeem- en andere niveaus. Wat het oor betreft, staat DeLisi al vrij ver, en ook ons reukvermogen zou binnenkort in een softwareprogramma gegoten moeten zijn. Als hij voor zijn Virtual Human Project even doorzettend is als voor het Human Genome Project, ziet de toekomst voor proefdieren er uiterst rooskleurig uit. Want het probleem dat een celkweekje niet laat zien wat er in de rest van je lichaam gebeurt als je in aanraking komt met een chemische stof, is nu een van de grootste moeilijkheden om dierproeven af te schaffen.


konijn cosmetica


Dus ja, er zijn alternatieven genoeg voor dierproeven voor cosmetica. En nee, die zijn er nog niet allemaal en de alternatieve tests zijn ook niet allemaal even goed. Vooral voor langetermijneffecten zijn er nog problemen. Maar zullen er daarom de komende jaren minder schoonheidsmiddelen in de rekken liggen? Of minder goede cosmetica? Ik denk van niet. Bovendien moet je soms drastische maatregelen nemen om iets in gang te zetten. Het is pas met het zwaard van Damocles boven haar hoofd dat de industrie écht het nut inziet van alternatieven voor dierproeven.

Meer weten? Hier lees je het recentste nieuws over (alternatieven) voor dierproeven.



Geschreven in Weirde Wetenschap | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Met je neus op een lieveheersbeestje

07. November 2008, 14:40

Hoe vliegt een lieveheersbeestje? Dat vertelt dit fascinerende filmpje, dat het diertje laat zien terwijl het in extreme slow motion zijn fragiele vleugeltjes vanonder zijn dekschildjes vouwt, om vervolgens gracieus weg te vliegen. 

 



Geschreven in Weirde Wetenschap | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken