SciLogs International .com.be.es.de

Recentste blogposts RSS

Links en anti-wetenschap

26. Januari 2013, 18:00

Deze week viel mij op hoe een vrij neutraal nieuwsbericht plots een hele propagandamachine op gang trok, vooral via online nieuwssites en de sociale media. Een beproefde taktiek van 'progressieve' wereldverbeteraars? Of eerder van dogmatische ecofundamentalisten?

Alles begon met het nieuwsbericht 'Gas kan de nieuwe goudmijn van Limburg worden' (De Morgen, 21.01.2013) (zie ook 'Gasbel in Belgisch-Limburg! Worden wij nu ook rijk?' - Maastricht Dichtbij, 22.01.2013). Daarin wordt gemeld dat op basis van een wetenschappelijke studie van VITO er een opsporingsvergunning is ingediend bij de Vlaamse overheid voor de start van geologisch onderzoek aan de hand van een verkennende boring om uiteindelijk de haalbaarheid van de ontginning van steenkoolgas in kaart te brengen. In het beste geval zou dan pas vanaf 2019 de exploïtatie van het steenkoolgas van start kunnen gaan. Maar het nieuwsbericht zelf is niet geheel 'onschuldig'. Het koppelt immers de mogelijke ontginning van het steenkoolgas aan de ganse problematiek rond de ontginning van schaliegas, in het bijzonder rond de steeds meer omstreden techniek van 'fracking'. Dit terwijl steenkoolgas en schaliegas twee totaal verschillende vormen van 'onconventioneel' aardgas zijn, en dan ook een verschillende ontginningstechniek hebben. Hierdoor 'stuurt' de auteur van het artikel de berichtgeving al beetje een bepaalde richting uit, weg van feitelijke informatie richting stemmingmakerij. Zoals dan ook blijkt uit de reacties vanuit een welbepaalde 'groene' hoek.

Een dag later is er al een reactie van Climaxi en Friends of the Earth, gepubliceerd op de nieuwssite van MO* 'Onconventionele gasontginning geen goudmijn maar wel valkuil voor Limburg' (22.01.2013) (zie ook persmededeling  'Friends of the Earth Vlaanderen: gasontginning is geen goudmijn maar valkuil' - Politics.be, 22.01.2013). In deze mededeling verschuift de focus volledig naar wat er allemaal zou kunnen fout gaan bij de ontginning van steenkoolgas. Bedenk dat de ontginning mogelijk ten vroegste binnen 6 jaar zou kunnen van start gaan. Alle 'klassieke' tegenargumenten worden uit de kast gehaald. En om hun 'grote gelijk' kracht bij te zetten, worden de - mogelijk niet al te voorbeeldige - praktijken van Dart Energy, het Australische bedrijf, gespecialiseerd in het ontginnen van onconventioneel aardgas, dat de industriële partner is in het Limburgse project, extra dik in de verf gezet. Een beproefde taktiek.

 

Een kleine twitterstorm stak op. De twitterberichten van bijvoorbeeld @Schaliegasvrij, een Nederlandse stichting die streeft naar een algeheel moratorium op het winnen van onconventioneel aardgas door middel van 'fracking', bevestigden de taktiek. Zij blijken zeer selectief artikels te lezen en enkel hetgeen dat in hun kraam past, eruit te distileren. Zo krijg je natuurlijk een totaal vertekend beeld. Ook nemen ze het niet al te nauw met de wetenschappelijke correctheid. In hun propaganda maakt het bijvoorbeeld niet veel uit of het nu gaat over grondwater of oppervlaktewater. Een andere tweet, die door iemand op @Schaliegasvrij werd gepost (en er nu blijkbaar al terug afgehaald is), is exemplarisch! De tweet maakt referentie naar de volgende aankondiging 'UNESCO Future Forum - Global Water Futures 2050+' (voorjaar 2012). Oordeel zelf maar over het verband met schaliegas! 

Deze dogmatische aanpak illustreert mooi wat in het artikel 'The Liberals' War on Science', dat ook deze week verscheen in Scientific American (21.01.2013), wordt aangekaart. We hebben immers een klassieke beeld dat de anti-wetenschap enkel te vinden is in de 'conservatieve' - aan de rechterzijde van het politieke spectrum - hoek. We denken daarbij aan het religieus fundamentalisme dat de wetenschappelijke bewijslast voor de evolutie van het leven blijven weerleggen, of aan de klimaatontkenners, die elk wetenschappelijke argumentatie voor de antropogene opwarming van het klimaat botweg naast zich neerleggen. Daartegenover staat het beeld dat de 'progressieven' - aan de linkerzijde van het politieke spectrum - de verdedigers zijn van de wetenschap.

Maar ook aan de linkerzijde leeft een dogmatische anti-wetenschap. Deze anti-wetenschappelijke wereldverbeteraars bezondigen zich aan een "almost religious fervor over the purity and sanctity" van de natuur, zoals mooi omschreven in het artikel in Scientific American. Alles wat natuurlijk is, is voor hen 'goed'. Al de rest is 'slecht'. Hieruit volgt een dogmatische afwijzing van al wat te maken heeft met wetenschap en technologie. De hele controverse rond 'onconventioneel aardgas' - vooral rond schaliegas en 'fracking' - illustreert mooi dit ecofundamentalisme. Maar ook alles wetenschappelijk en technologisch dat te maken heeft met bijvoorbeeld kernenergie, CO2-sequestratie of GGO's, is hiervan het slachtoffer. In hun aanpak gebruiken ze eigenlijk exact dezelfde taktiek als de creationisten en klimaatontkenners. Ze gaan selectief op zoek naar elke 'strohalm' in artikels, interview, persberichten en andere publicaties, die hun 'grote gelijk' zouden aantonen. Ze gaan op zoek naar 'wetenschappers' - vaak eerder pseudo-wetenschappers - die ze voor hun kar kunnen spannen. En ze spelen op de man, niet op de bal. Eenieder - en ook de wetenschapper - die iets positiefs durft te zeggen dat tegen hun 'grote gelijk' ingaat, wordt gebrandmerkt als een  handlanger van die verfoeilijke industrie. En zo wordt elke mogelijke discussie vooraf al in de kiem gesmoord. En de wetenschap wordt in diskrediet gebracht als onbetrouwbaar. Linkse anti-wetenschap!

De taktiek van de ecofundamentalisten is duidelijk. Lang voor er sprake is van enige vergunning - laat staan van enige industriële activiteit - bezetten zij het terrein. Zij 'impregneren' de publieke opinie met desinformatie, halve waarheden tot klinkklare onzin, zodat elke redelijke, wetenschappelijk gefundeerde argumentatie totaal niet meer kan doordringen. De strijd voor het maatschappelijke draagvlak hebben de ecofundamentalisten al lang op voorhand gewonnen.

Het resultaat van deze ongelijke strijd grenst soms aan het absurde. Zo krijgt men bijvoorbeeld semantische discussies, in een vergeefse poging van de betrokken industrie om zich te ontdoen van een besmette term - en dus van hun besmet imago. Zeg dus niet meer 'fracking', maar 'massage de la roche' ('Gaz de schiste: ne dites plus "fracturation", mais "massage de la roche"' - Le Monde, 22.01.2013). Hiermee komen we natuurlijk geen stap verder!

Dat onconventioneel aardgas ons niet op het pad zet van een duurzame, energiezuinige wereld, staat natuurlijk buiten kijf. Het is en blijft een fossiele - 'extreme' - brandstof, waarvan de ontginning heel wat energie vergt en zeer milieubelastend is. Maar er is ook de realiteit van een aan energie verslaafde wereld, die ook niet te ontkennen valt! De onconventionele aardgasvoorraden zullen in de komende decennia worden ontgonnen. Ook dat is een - economische - zekerheid. Zeker in de VS, waar dit meer om geopolitieke redenen - de energieonafhankelijkheid - gebeurt, maar ook in de rest van de wereld. Europa is nu nog terughoudend, maar op korte termijn zal ook Europa, willens nillens, de kaart trekken van het onconventioneel aardgas.

En wat is dan de beste strategie om milieu en mens zoveel mogelijk te beschermen? De anti-wetenschappelijke afwijzing van de ecofundamentalisten? Of net vertrouwen hebben in wetenschap en technologie, enerzijds om op een onafhankelijke manier de problematiek in kaart te brengen, en anderzijds om voor technologische oplossingen te zorgen om zo de impact van de ontginning van deze 'extreme' energiebronnen zoveel mogelijk te beperken? Ook weer deze week was in The New York Times te lezen dat een coalitie van wetenschappers uit een aantal prestigieuze universiteiten onderzoek gaat verrichten "to shine a rigorous scientific light on the polarized and often emotional debate over whether using hydraulic fracturing to drill for natural gas is hazardous to human health" ('Taking a Harder Look at Fracking and Health' - The New York Times, 21.01.2013). Is dit niet de weg die we moeten bewandelen? 

Als wetenschappers kunnen we uiteindelijk alleen maar hopen dat "facts matter more than faith - whether it comes in a religious ['rechts' religieus fundamentalisme] or secular ['links' ecofundamentalisme] form" ('The Liberals' War on Science' - Scientific American, 21.01.2013). Met anti-wetenschap, of het nu van rechts of links komt, zagen de fundamentalisten net de tak af waarop we met zijn allen zitten. 



Geschreven in Algemeen | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Media, wetenschap en risicocommunicatie

10. September 2012, 21:30

Een geglobaliseerde wereld zal meer en meer moeten rekening houden met georisico’s, zoals aardbevingen,orkanen, vulkaanuitbarstingen, overstromingen of tsunami’s. Als we de maatschappij willen wapenen tegen de ongewenste en vaak desastreuze gevolgen van deze fenomenen, dan zal ook de manier waarop we vandaag over georisico’s communiceren grondig moeten veranderen. Nu gaat de risicocommunicatie haar doel totaal voorbij.

In de communicatie over natuurfenomenen die een risico inhouden (‘geohazard’) en uiteindelijk kunnen uitgroeien tot een natuurramp (‘georisk’) gebruiken de media al te vaak een apocalyptische ondertoon. Doemdenken is troef. Elke storm is een bijna-ramp. Enkele gasbelletjes in een vulkaanmeer zijn voldoende om een nakende supervulkaanuitbarsting aan te kondigen. Bij elke aardbeving zijn er wel onheilsprofeten te vinden die verkondigen dat zo’n catastrofe ons ook hier boven het hoofd hangt. En iedere weergril wordt gezien als een teken van de onvermijdelijke klimaatopwarming. Op de onlineversie van de krant De Morgen vind je een mooi voorbeeld van dit ‘catastrofisme’ in de rubriek Planet Watch. Weerfenomenen staan onder de noemer extreem weer en aardse gebeurtenissen onder de noemer extreme aarde. Als je er dan nog de titels van de individuele artikelen bij neemt, liggen de symptomen van dit verregaande catastrofisme open en bloot.

Een natuurfenomeen dat een beetje afwijkt van de norm – en wat is die norm trouwens? – wordt al snel als extreem bestempeld, of als waarschuwing voor de ‘Apocalyps’ die ons te wachten staat. Met dergelijke risicocommunicatie bereiken we net het tegenovergestelde van wat we zouden willen bereiken. Aan de ene kant kan ze leiden tot fatalisme. ‘We kunnen er toch niets aan doen’, hoor je mensen zeggen. Aan de andere kant wordt ook de geloofwaardigheid van de wetenschap meer en meer aangetast. ‘Wie gelooft die wetenschappers nog?’ Een verontrustend voorbeeld is het lopende aardbevingsproces in L’Aquila in Italië, waar wetenschappers worden beschuldigd van onvrijwillige doodslag (zie ook 'Een brug te ver!'). Door een fout gepercipieerde risicocommunicatie worden ze verantwoordelijk geacht voor de meer dan driehonderd dodelijke slachtoffers die te betreuren zijn na de aardbeving van 6 april 2009. Als het over risico’s gaat, krijgen wetenschappers het steeds moeilijker om wat ze weten – maar ook wat ze niet weten – op een genuanceerde manier over te brengen. Zeker aan een maatschappij die eigenlijk geen risico’s meer wil aanvaarden en al te snel op zoek gaat naar schuldigen. Die schuldigen zoekt ze niet alleen bij beleidsmensen, maar ook meer en meer bij de wetenschappers zelf. Het uiteindelijke resultaat van een op rampspoed gerichte risicocommunicatie is dat de maatschappij immuun wordt, raadgevingen in de wind slaat en uiteindelijk weerbaarheid verliest.

Risicocommunicatie moet dan ook totaal anders. Hierbij hebben zowel wetenschappers en ingenieurs, het publiek en de overheden, als de media een gedeelde verantwoordelijkheid. Enerzijds moeten wetenschappers en ingenieurs zich bescheidener opstellen en erkennen dat ‘wetenschap en technologie’ de maatschappij nooit volledig zullen kunnen vrijwaren van georisico’s. Ze moeten ook durven communiceren over de grenzen van hun kennen en kunnen. Anderzijds moet ook het brede publiek afstappen van het blinde vertrouwen dat er wel altijd ‘iemand’ een technologische of andere oplossing zal vinden om risico’s weg te nemen. Ieder individu binnen de samenleving zal meer zelf zijn verantwoordelijkheid moeten opnemen en de nodige maatregelen treffen om zich voor te bereiden op georisico’s waaraan hij kan worden blootgesteld. Dit veronderstelt natuurlijk een correct geïnformeerde burger.

Bij risicocommunicatie speelt ook het tijdskader van vele georisico’s ons parten. Dit tijdskader is niet het onze. Vaak komen de bewuste risico’s zo zelden voor, dat we het bestaan ervan vergeten zijn. Het tijdskader loopt hoe dan ook over meerdere generaties. De wetenschappelijke gemeenschap communiceert vaak aan de hand van waarschijnlijkheden: zo stelt ze bijvoorbeeld dat er zestig procent kans is dat er zich in de komende dertig jaar een aardbeving voordoet met een magnitude 6 (zie ook bijvoorbeeld 'Geprangd tussen actieve breuken (1)'). Maar ze staat er niet altijd bij stil hoe de gewone burger die waarschijnlijkheid percipieert en uiteindelijk het risico tracht in te schatten. Hoe kan een burger de noodzaak aanvoelen om actie te ondernemen voor een georisico dat elk moment kan toeslaan, maar dat zich even goed pas binnen enkele eeuwen kan voordoen? Wat moet er dan veranderen in de risicocommunicatie? Als we het voorbeeld nemen van aardbevingsrisico’s, dan vormen de Tohoku-aardbeving en tsunami, die op 11 maart 2011 de oostkust van Japan troffen, een kantelmoment voor de manier waarop we in de toekomst aardbevingsrisico’s zullen moeten aanpakken (zie ook '3-11'). Deze traumatische gebeurtenis trof immers een land dat zonder twijfel wetenschappelijk en technologisch het meest voorbereid is op aardbevingen en tsunami’s. Een aardbeving met een dergelijke magnitude werd echter niet mogelijk geacht voor de kusten van Honshu (zie ook 'Eénmaal in de duizend jaar'). Ze veegde dan ook alle gangbare wetenschappelijke concepten en algemeen aanvaarde aardbevingsmodellen van tafel. Het bestaande aardbeving- en tsunamiwaarschuwingssysteem was niet voorzien op deze onverwachte monsteraardbeving en bijbehorende tsunami. Planeet Aarde gedroeg zich gewoon niet volgens het boekje. De investeringen in ‘wetenschap en technologie’ hebben natuurlijk wel hun nut getoond en vele levens gered. Verder investeren in de wetenschap (het steeds nauwkeuriger inschatten van aardbevingsrisico’s) en de technologie (het ontwerpen van steeds performantere en snellere waarschuwingssystemen) blijft meer dan ooit noodzakelijk. Maar Tohoku heeft ons geleerd dat Planeet Aarde ons altijd een stapje voor zal zijn en dat we niet langer uitsluitend mogen rekenen op wetenschappelijke en technologische oplossingen. Tohoku dwingt ons tot enige bescheidenheid. Dit plotse besef heeft al snel geleid tot een nieuwe wind binnen de wetenschappelijke aardbevingsgemeenschap, die tot uiting komt op bijeenkomsten, op blogs en in opiniestukken in de kwaliteitsmedia. De focus moet meer verschuiven van de wetenschappelijke en technologische aspecten naar risicocommunicatie en ‘risicogeletterdheid’, aangepast aan de geglobaliseerde wereld van de eenentwintigste eeuw.

Wetenschappers en ingenieurs moeten investeren in een ‘informed citizenry’ – geïnformeerde burgers. Ze moeten op een proactieve manier de overheden informeren en hen erop wijzen dat ze met de aangebrachte kennis aan de slag moeten voor onder andere signalisatie-, evacuatie- en herstelplannen. Maar daar blijft het niet bij. Wetenschappers en ingenieurs moeten de veilige academische cocon durven verlaten. Ze moeten de boer op en alles inzetten op een ‘preparedness’, die diep geworteld is in de lokale gemeenschappen. Dit kunnen ze echter niet alleen. Ze hebben hiervoor de hulp nodig van hun collega’s sociologen, psychologen en antropologen. Alleen door samen een krachtige communicatiestrategie uit te bouwen kunnen uiteindelijk de gewenste mentaliteits- en gedragsveranderingen bij elke individuele burger worden bewerkstelligd. Zo’n strategie kan trouwens niet bestaan uit een algemene folder in de brievenbus of een campagne op tv en radio. Individuele burgers moeten zich aangesproken voelen: het moet ‘hun’ voorbereidingsplan zijn. En zelfs dat volstaat nog niet. Tussen theorie en praktijk zit vaak een immense kloof (zie ook 'Niets gaat boven ervaring!'). De ‘geïnformeerde burger’ moet ook geregeld de kans krijgen om binnen de lokale gemeenschap te oefenen. Ook hierin kunnen wetenschappers en ingenieurs, samen met de lokale overheden, een zichtbare rol spelen. De academische wereld zou moeten inspelen op de nood aan aangepaste strategieën in risicocommunicatie. Een universitaire onderzoeksgemeenschap is bij uitstek de omgeving waar wetenschappers, ingenieurs, sociologen en anderen elkaar ontmoeten en samen successen en mislukkingen in risicocommunicatie uit het verleden onder de loep kunnen nemen en zo strategieën van de toekomst uittekenen. En waarom zouden die onderzoeksinspanningen niet kunnen worden vertaald in interdisciplinaire opleidingen in risicocommunicatie en -geletterdheid?

Door de ‘geïnformeerde burger’ alle instrumenten te geven om zich weerbaar (‘resilience’) op te stellen en zich voor te bereiden op relevante georisico’s (‘preparedness’), wordt ook de lokale gemeenschap versterkt. Op het moment dat het onheil toeslaat, wordt de overheid niet geconfronteerd met een ‘passieve’, hulpeloze bevolking, die wacht tot de nodige hulp komt, en ondertussen al de verantwoordelijkheid voor het geleden onheil in andermans schoenen (de overheid of de wetenschappers) tracht te schuiven. Daartegenover staat een weerbare en voorbereide gemeenschap die actief een rol speelt in het herstelproces, zelfs onmiddellijk nadat het onheil toeslaat. Op die manier kan men de gevolgen van een georisico niet alleen ‘verzachten’ maar ook en vooral desastreuze gevolgen van een georisico ‘vermijden’. Een ‘geïnformeerde burger’ weet immers zelf de ‘natuurlijke signalen’ correct te lezen, weet waar het risico het grootst is, weet hoe dit te vermijden en is getraind de juiste acties te ondernemen tijdens en onmiddellijk na het gebeuren.

Wetenschappers en ingenieurs waren in het verleden misschien te veel de slaaf van de rationaliteit van kennis en technologie. Ze konden toch het georisico inschatten en ze hadden toch alle technologische oplossingen op de tekentafel? Waarom blijven er dan toch zoveel slachtoffers vallen? Omdat de mens nu eenmaal geen rationeel wezen is. Meer dan ooit moeten wetenschappers zich middenin de maatschappij begeven, niet alleen om ‘hun boodschap’ te verkondigen, maar ook om te luisteren en samen te werken aan een door de gemeenschap gedragen ‘preparedness solution’, waarin hun wetenschappelijke kennis en technologische oplossingen natuurlijk een cruciale rol spelen. Risicocommunicatie gaat niet over het afkondigen van de onvermijdelijke Apocalyps, maar moet een interactief proces worden waar kennis en opinies worden gedeeld tussen alle betrokkenen – wetenschappers, ingenieurs, overheden en burgers. Ook de media moeten hier worden ‘heropgevoed’. In plaats van bij elk – al of niet afwijkend – natuurfenomeen een apocalyptische boodschap te brengen, zouden ze dergelijke gebeurtenissen moeten gebruiken als leermoment om hun lezers te informeren hoe zij zich het beste op georisico’s voorbereiden (zie ook 'Een aardbeving is geen 'fait divers''). Dat zou pas een nuttig en lezenswaardig krantenartikel opleveren.

Een proactieve communicatieaanpak is meer dan ooit een kwestie van leven en dood – ook letterlijk. De georisico’s inherent aan onze ‘levende planeet’ zullen niet verdwijnen. Leven op Planeet Aarde is en blijft een risicovolle onderneming. Maar de exponentiële bevolkingsexplosie, samen met met de versnelde verstedelijking, maakt de maatschappij van de eenentwintigste eeuw kwetsbaarder voor georisico's dan voorheen. Wetenschappers en ingenieurs hebben hier meer dan ooit een erg belangrijke maatschappelijke verantwoordelijkheid, zeker in tijden waarin wetenschap meer en meer in vraag wordt gesteld. Als ze het pleit niet willen verliezen, dan zullen ze zwaar moeten investeren in hun maatschappelijke rol. En dat zullen ze niet doen met een zoveelste publicatie in Nature maar wel met een zoveelste informatiesessie in een parochiezaaltje.

 

 

Dit artikel is gepubliceerd in de rubriek De vrije hand in het tijdschrift Karakter. Tijdschrift van Wetenschap (nummer 39, 2012, 14-15) van de Academische Stichting Leuven.



Geschreven in Algemeen , Wetenschapscommunicatie | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Een aardbeving is geen 'fait divers'

25. Juli 2012, 07:00

In de onlineversie van de krant De Morgen verschijnen in de rubriek 'extreme aarde' geregeld totaal irrelevante berichtjes over aardbevingen. In een opiniestuk -zeg maar 'open brief' aan de redactie - pleit ik om met deze berichtgeving te stoppen. Nadat ik de redactie dit opiniestuk heb toegestuurd, heb ik enkel een automatische antwoordmail ontvangen. Sindsdien heb ik niets meer gehoord van de redactie. En blijkbaar is mijn oproep ook in dovemansoren gevallen. De redactie van DM blijft koppig vasthouden aan hun eigen grote gelijk (bv. 'Aardbeving met kracht van 6,4 schrikt Sumatra op', DM 25.07.2012).

Hier volgt dan ook het integrale opiniestuk, dat De Morgen blijkbaar ongeschikt vindt voor publicatie: 

Een aardbeving is geen 'fait divers'

In de berichtgeving over aardbevingen, vooral in de online rubriek ‘extreme aarde’, worden aardbevingen gereduceerd tot een 'fait divers'. Manuel Sintubin, professor Geologie aan de KU Leuven, vraagt te stoppen met deze onnuttige berichtgeving, en die te vervangen door kwaliteitsvolle en maatschappelijk zinvolle informatie.

Een typisch bericht draagt als titel 'Zware aardbeving treft Whateverland' en gaat als volgt:

'Whateverland is vandaag getroffen door een zware aardbeving. Het Amerikaanse geofysische instituut USGS gewaagt van een magnitude van 6 op de schaal van Richter. Het lokale instituut gewaagt daarentegen van een magnitude 5,7. Volgens ditzelfde instituut lag het epicentrum op 120 km diepte, op 200 km van de hoofdstad van Whateverland, terwijl het Amerikaanse instituut gewaagt van een diepte van 100 km. Er is vooralsnog geen sprake van slachtoffers en/of materiële schade. Volgens experts zullen er nog vele naschokken volgen. De autoriteiten gaven ook geen tsunamiwaarschuwing. De beving is volgens het Amerikaanse geofysische instituut gevoeld tot in de buurlanden.'

Zo'n bericht bevat heel wat slordigheden die blijk geven van weinig respect voor de Wetenschappen. USGS is de United States Geological Survey, dus de Amerikaanse Geologische Dienst en niet het Amerikaanse Geofysische Instituut of andere 'vrije vertalingen'. In een recent bericht ('Zware aardbeving teft Noord-Chileense kust', DM 19.05.2012) werd het EMSC - het European Mediterranean Seismological Centre - zelfs vertaald als het 'Amerikaanse' aardbevingsinstituut. Het is opvallend dat zo'n fouten niet voorkomen wanneer het gaat over socio-economische of politieke instellingen, zoals de OESO, de VN, de NAVO, UNESCO. Het epicentrum van de aardbeving wordt ook systematisch diep in de aardkorst gesitueerd, terwijl per definitie het epicentrum aan het aardoppervlakte ligt pal boven de aardbevingshaard of 'hypocentrum'. Elke leerling in de derde graad van het SO zou dit moeten weten. Maar blijkbaar hoeft het allemaal niet zo nauwkeurig als het over de Wetenschappen gaat. En dan hebben we het nog niet over de term 'zeebeving' of de referenties naar de 'schaal van Richter' ...

Maar voorbij deze fouten uit slordigheid, kunnen we vooral vragen stellen rond relevantie. Hebben deze berichten enige nieuwswaarde? Wordt de lezer er wijzer van? Niet dus: deze berichten zijn irrelevant, tijdverlies voor zowel de lezer als het redactielid dat ze 'bewerkt' (eigenlijk kopieert). Tot overmaat van ramp geven deze berichten een foute indruk van de aardbevingswetenschappen. Want hoe interpreteert de leek de vermelding dat de ene dienst 'gewaagt' van één magnitude, terwijl de andere dienst 'gewaagt' van een andere magnitude. Creëer je zo niet de indruk dat wetenschappers er met hun pet naar gooien? De Wetenschappen worden al meer dan genoeg in vraag gesteld (bv. klimaatproblematiek, evolutie, ...), en zo'n suggestief woordgebruik maakt het alleen maar erger. Want hoe komt het dat verschillende aardbevingsdiensten vaak verschillende magnitudes geven in de eerste uren na een aardbeving? Waarom stelt zelfs eenzelfde aardbevingsdienst de magnitude steeds bij in die eerste uren? Omdat de eerste berekeningen van de magnitude gebeuren op basis van de registratie van de aardbeving in een beperkt aantal seismische stations. Hoe meer gegevens er binnenkomen uit steeds meer stations, hoe nauwkeuriger en betrouwbaarder de berekeningen. Uiteindelijk convergeren de magnitudewaarden tot die ene magnitude – een fysische parameter voor de hoeveelheid energie die vrijgekomen is bij de aardbeving. Eigenlijk heeft het weinig zin om onmiddellijk na een aardbeving te berichten over diverse gemeten magnitudewaarden, maar dat druist in tegen de drang naar snelle berichtgeving in de huidige 'vertwitterde' media.

Het is bovendien zo voorspelbaar welke aardbeving de rubriek ‘extreme aarde’ haalt. Je moet ’s ochtends maar even de smartphone app Earthquake Alerterop naslaan. Elke aardbeving met een magnitude groter dan 6 maakt kans, al ligt het epicentrum middenin de Atlantische Oceaan ('Krachtige zeebeving in Atlantische Oceaan', DM 29.06.2012) , of het hypocentrum op 110 km diepte ('Aardbeving teft Zuid-Peru', DM 07.06.2012). Nochtans is niet enkel de magnitude bepalend in de mogelijke impact van de aardbeving. Een aardbeving met een magnitude van ‘maar’ 4,5 houdt misschien veel meer risico in – en heeft dan effectief nieuwswaarde – dan een aardbeving met een magnitude van 8 ergens ‘in the middle of nowhere’. Niet alleen de magnitude, maar ook de diepte van het hypocentrum bepaalt het risico. Vooral ondiepe aardbevingen (< 15 km) kunnen veel impact hebben, en natuurlijk is ook de bevolkingsdichtheid van de regio rond het epicentrum van belang. Een aardbeving middenin de oceaan heeft totaal geen impact – en dus ook geen nieuwswaarde. Een redactielid met kennis van zaken kan zelf oordelen of een aardbeving al dan niet een impact kan hebben op de lokale gemeenschap en dus vermeldenswaardig is, liever dan blind berichten van persagentschappen over te nemen. Er zijn bovendien voldoende informatiebronnen (bv. PAGER van USGS) die een wetenschappelijk onderlegd oordeel over de nieuwswaarde van een aardbeving vrij snel na het gebeuren mogelijk maken. En dan is er natuurlijk de zucht naar rampspoed, wat vooral tot uiting komt in de titels van de berichtgeving. Telkens lijkt het alsof een volledig land getroffen is door het ‘onheil’. De echte boodschap is, dat een aardbeving zich heeft voorgedaan en is gevoeld in een bepaalde regio. Maar zo’n droge mededeling is niet spectaculair, vandaar dat de aardbeving een regio ‘treft’ of ‘teistert’.

Het zou beter zijn als deze berichtgeving zonder enige nieuwswaarde verdween. Zowel de lezer als de redactie verliest er zijn tijd mee. En het reduceert een aardbeving tot een ‘fait divers’, wat het toch nog altijd niet is. In plaats van lukraak een van de tientallen aardbevingen, die zich dagelijks voordoen, eruit te pikken en in een nietszeggend ‘copy-paste’ artikeltje te gieten, zou berichtgeving over aardbevingen, ongeacht de magnitude, wel een relevante boodschap kunnen brengen, een kwaliteitskrant waardig. Neem bijvoorbeeld de vele aardbevingen in het Middellandse Zeegebied, een regio waar veel lezers deze zomer op vakantie gaan. Zo’n aardbeving kan een aanleiding zijn om de lezers in te lichten over hoe ze zich kunnen voorbereiden op een aardbeving, of wat ze moeten doen tijdens een aardbeving of zelfs een tsunami in hun vakantieoord ergens aan de stranden rond de Middellandse Zee. Dat dit risico reëel is, hebben de recente aardbevingen in Italië en Turkije aangetoond. Het grote aantal slachtoffers onder – nietsvermoedende – toeristen bij de tsunami in de Indische Oceaan in 2004 ligt ook nog vers in het geheugen. Relevante berichtgeving met de nodige duiding in de media kan – en moet – hier ook het verschil maken. Naast het onderwijs spelen ook de media een cruciale rol in de vorming van een ‘informed citizenry’.

Minder is meer! Een opeenstapeling van irrelevante berichtjes ‘over’ een aardbeving als ‘fait divers’ binnen de rubriek ‘extreme aarde’, ingegeven door wat de persagentschappen allemaal de wereld insturen, heeft geen zin. Maar weloverwogen en relevante berichtgeving ‘naar aanleiding van’ een aardbeving, op gepaste tijden en met de nodige duiding, uitgewerkt door de eigen redactie, kan een heel verschil maken. Ook het verschil tussen een sensatieblad en een kwaliteitskrant.

 

Dit opiniestuk is nooit verschenen in De Morgen.
Een verkorte versie is verschenen in de rubriek Terzijde van EOS.



Geschreven in Algemeen , Aardbevingen | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Voorspellen en voorspellen is twee

11. Juli 2012, 06:00

Het slechte weer blijkt heel wat mensen op hun zenuwen te werken. Vooral als de weersvoorspellingen schijnbaar de bal volledig misslaan. Maar zegt dit niet meer over de mensen dan over de weersvoorspellingen?

De berichtgeving dat kustgemeenten dreigen weerdiensten voor het gerecht te dagen vanwege weersvoorspellingen die hen niet uitkomen ('Kust dreigt met proces tegen weermannen', DS Online, 7 juli 2012) is weerom een voorbeeld van hoe weersvoorspellingen totaal fout begrepen worden. En blijkbaar vond de PvdA-fractie in Hoek van Holland inspiratie in België ('Nederlandse PVDA wou weermannen straffen om foute voorspelling', DS Online, 10 juli 2012). En dan sprongen de pretparken nog op de kar ('Zeg niet opklaring, maar zon', DS online, 10 juli 2012). En de reactie van een van onze weermannen liet niet op zicht wachten ('Weerbericht is geen pessimistische boel', DS Online, 10 juli 2012; 'Dit soort berichten kan ik elk jaar voorspellen', DS, 11 juli 2012). De vraag kan dan gesteld worden wat een foute voorspelling eigenlijk is? Fout volgens de wetenschappen, of eerder niet naar de wensen van restauranthouders of pretparkuitbaters?

Maar er zijn precedenten van deze foute lezing van 'voorspellingen'. Denk maar terug aan het tragische onweer boven Pukkelpop vorig jaar en hoe snel nadien onze weermannen en -vrouwen beschuldigd werden van nalatigheid. Hadden zij dit dodelijke onweer niet kunnen voorspellen? En voor het meest verontrustende voorbeeld van dergelijk onbegrip voor wetenschappelijke voorspellingen moeten we naar Italië, waar een aantal wetenschappers terechtstaan voor onvrijwillige doodslag, omdat zij volgens de bewoners van L'Aquila een fout beeld gegeven hebben van het aardbevingsrisico vlak voor de aardbeving die op 6 april 2009 het leven kostte aan 308 inwoners (zie ook 'Een brug te ver!'). Hadden zij die aardbeving niet zien aankomen?

Er is voorspellen en er is 'voorspellen'. In het Engels is het verschil duidelijker: predicting en forecasting. Madame Soleil doet voorspellingen (predictions), gebaseerd op tarotkaarten, de beweging van hemellichamen of handlezen. Bijvoorbeeld: zeggen dat François Englert de Nobelprijs fysica zal winnen (zie 'Moment van de waarheid voor Higgs', DS 3 juli 2012), is een voorspelling à la Madame Soleil. Er is immers geen enkel wetenschappelijk argument om deze voorspelling te ondersteunen. De 'voorspelling' van François Englert, meer dan 40 jaar geleden over het bestaan van het Higgs-boson, daarentegen, is volledig wetenschappelijk onderbouwd en valt dan ook onder de tweede categorie van 'voorspellingen' (forecasting). Na 40 jaar onderzoek is men nu zo goed als zeker - er is dus nog steeds onzekerheid! - dat het Higgs-boson weldegelijk bestaat.

Weersvoorspellingen zijn 'voorspellingen' van de tweede categorie. In het Engels spreekt men dan ook van weather forecasting en niet van weather predicting. Onder deze categorie van 'voorspellingen' vallen bijvoorbeeld ook de klimaatvoorspellingen voor het einde van de eeuw (zoals in de IPCC-rapporten) of aardbevingsvoorspellingen. Eigenlijk zijn dit geen voorspellingen, maar toekomstscenario's. Op basis van wetenschappelijke modellen en theorieën, in combinatie met uitgebreide gegevensbestanden over het verleden, wordt een scenario berekend van wat er zich kan voordoen in de toekomst, of het nu gaat over het weer van morgen, het zeeniveau in 2050, of een nakende aardbevingscatastrofe. 

Zo zijn 'weersvoorspellingen' ook niets meer dan wetenschappelijk gefundeerde scenario's van wat zich in de toekomst - dagen, weken, maanden - kan voordoen. Deze scenario's vertalen zich in eenvoudige bewoordingen zoals 'wisselvallig met kans op regen'. Eigenlijk wil dit wetenschappelijk zeggen dat, bijvoorbeeld, in Oostende de komende 24 uur de kans op neerslag 30 procent is. Maar dan is het nog altijd mogelijk dat er geen druppel regen valt. Of - al is de kans heel klein - dat het de hele dag regent. Is het dan geen blijk van gezond verstand daarmee gewoon rekening te houden?

Wat leren we uit dit voorval en zijn precedenten? Enerzijds dat wetenschappers nog duidelijker moeten communiceren over de onzekerheden die inherent zijn aan forecasting. Misschien moet de graad van (on)zekerheid van de weersvoorspellingen in elk weerbericht geëxpliciteerd worden? Misschien moet het weerbericht op een meer wetenschappelijk manier gebracht worden? Anderzijds maakt dit voorval ook en vooral duidelijk hoe onze maatschappij elke flexibiliteit en weerbaarheid tegen het onvoorziene verloren heeft. En net flexibiliteit en weerbaarheid zullen we nodig hebben om de onvermijdelijke milieuveranderingen die op ons afkomen te doorstaan. Met rechtszaken ga je die veranderingen niet tegenhouden.

Dit opiniestuk is gepubliceerd in De Standaard op 10 juli 2012(pdf).

 

Zie ook:



Geschreven in Algemeen , Wetenschapscommunicatie | 2 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Een struisvogel in San Francisco

08. Juli 2012, 06:00

 

Wat hebben aardbevingen en struisvogelkuikens gemeen? En dan nog in San Francisco? Hiermee 'plaagde' de California Academy of Sciences ons toch in de promotiefilmpjes om hun nieuwe tentoonstelling Earthquake. Live on a Dynamic Planet onder de aandacht te brengen ... En ze zijn er alvast in geslaagd!

Tja, wat doen die struisvogelkuikens in een tentoonstelling over aardbevingen? Ze zijn alleszins de 'vedetten' van de tentoonstelling, zeker voor de allerjongsten onder de bezoekers. Maar tegelijkertijd zijn ze ook een krachtig 'geheime wapen' om mensen naar een tentoonstelling te lokken over een georisico waarmee elke Californiër hoogstwaarschijnlijk tijdens zijn leven zal geconfronteerd worden. En zo bereikt de tentoonstelling zijn belangrijkste doelstelling: Californiërs, maar ook alle andere bezoekers, iets bijleren over aardbevingen en over de maatregelen die ze kunnen nemen om zicht te voor te bereiden voor het onvermijdelijke.

 

'Life on a Dynamic Planet' geeft aan waarom die struisvogelkuikens thuishoren op deze tentoonstelling. Ze zijn immers het levende voorbeeld van hoe platentektoniek - en dus continentendrift (zie ook 'Van continentendrift naar platentektoniek') - hun impact hebben op de evolutie van het leven. Want samen met o.a. de kiwi en de emoe, is de struisvogel immers een evolutieproduct typisch voor de 'zuidelijke continenten' die ooit deel uitmaakten van het supercontinent Gondwana. Dus 'twee vliegen in één klap': niet alleen aandacht voor het hoe en het waarom van aardbevingen, maar ook nog eens een 'strong case' maken ter ondersteuning van evolutie, iets dat zeker hier in de VS geen overbodigheid is! 

 

Centraal in de tentoonstelling staan aardbevingen. En daarvan heeft Californië zijn deel zeker gekregen. Natuurlijk staat de fameuze 1906 San Francisco aardbeving in de schijnwerper. Maar ook de 1989 Loma Prieta aardbeving, die voor de Bay Area een belangrijke wake-up call was. Meer dan 80 jaar seismische rust had immers zowel de inwoners van de Bay Area als de beleidsmensen doen indommelen. Sinds Loma Prieta is een ware strijd tegen de tijd ingezet - voor de 'Big One' toeslaat - met een ambitieus programma om de belangrijkste infrastructuur in de Bay Area aan een seismische upgrade te onderwerpen. Zo wordt o.a. een volledig nieuwe East Span van de Bay Bridge gebouwd die aan de zwaarste aardbevingen moet weerstaan (zie 'The San Francisco-Oakland Bay Bridge Seismic Safety Projects'). Maar ook bijvoorbeeld hier op de campus van de universiteit van Berkeley wordt naarstig gewerkt aan de seismische beveiliging van alle gebouwen. Sommige - meestal historische - gebouwen worden volledig geüpgradet (zie bv. 'Historic Greek Theatre safe, sound and superb after upgrades'); andere gebouwen, waarvoor 'retrofitting' te duur of technisch onmogelijk is, worden gewoon met de grond gelijk gemaakt en vervangen door nieuwbouw (bv. Departement Astronomie).

 

Aardbevingen zijn inherent aan onze dynamische planeet. Er wordt dan ook dieper ingegaan op de opbouw en werking van de Aarde (zie bv. de doorsnede door de Aarde op de foto) en hoe aardbevingen eigenlijk alles te maken hebben met de beweging van tektonische platen en de convectiestromen diep in de aardmantel (zie ook 'On the Hot Spot (II) - een geodynamische controverse'). Dit wordt trouwens buitengewoon geïllustreerd in een hoogstaande 'show' in het Planetarium.

 

En uiteindelijk leiden alle wegen naar het educatieve deel van de tentoonstelling, waar je enerzijds kan ervaren hoe de Loma Prieta en San Francisco aardbevingen aanvoelen. Elke keer is zo'n aardbevingsimulatie toch weer een ontluisterende ervaring ... iets dat je eigenlijk 'in het echt' niet wil meemaken! Anderzijds krijg je het 'zespuntenplan' voorgeschoteld van hoe je je moet voorbereiden - 'Make a plan', 'Secure your house' en 'Get a kit' -, wat je moet doen tijdens de aardbeving - 'Drop! Cover! Hold on!' (zie foto) -, en welke stappen te ondernemen onmiddellijk na de aardbeving - 'Check for hazards' en 'Stay connected'. Uiteindelijk is de boodschap dat je moet voorzien dat je minstens 72 uur zelfstandig moet kunnen overleven zonder elektriciteit, water, en andere voorzieningen die we allemaal vanzelfsprekend vinden. Alleen vraag ik me dan af hoeveel gezinnen in de Bay Area dergelijke 'survival kits' voorzien hebben in hun huis, in hun wagen, op kantoor ... Al heb ik zelf kleine stappen genomen tijdens mijn verblijf hier in Berkeley (bv. voldoende water in huis, altijd opgeladen GSM, ...), ook ik moet bekennen dat ik verre van voorbereid ben voor de 'Big One'?!

Tenslotte... wat mij uiteindelijk nog het meeste zal bijblijven van deze tentoonstelling is een uiterts diepzinnige omschrijving van wat een aardbeving eigenlijk is. Een aardbeving is "wanneer onze tijd en geologische tijd elkaar snijden" ... mooi, niet? 

 

Dus al je deze zomer gepland hebt om San Francisco en omgeving te bezoeken, zet dan een bezoek aan deze tentoonstelling in de California Academy of Sciences zeker op je programma. Een aanrader!

 

Meer informatie vind je ook terug in deze bijlage van de San Francisco Examiner.



Geschreven in Algemeen , Wetenschapscommunicatie | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Een natuurlijke gaatjescamera

22. Mei 2012, 06:00

Tot ik op de avond van 20 mei 2012 hier op de campus van UC Berkeley in Californië een wondermooi schaduwspel kon aanschouwen, had ik er nooit bij stilgestaan dat de wirwar van takjes en bladeren aan bomen en struiken eigenlijk een wonderlijk optisch instrument is. Ze vormen immers honderden natuurlijke gaatjescamera's ('pinhole camera').

De aanleiding voor deze 'ontdekking' was de ringvormige zonsverduistering die op 20 mei 2012 een spoor trok over de noordelijke Stille Oceaan, van in Hong Kong in het oosten tot in Texas in het westen. In Berkeley was de ringvormige zonsverduistering slechts voor 80% volledig. 

Overal op de campus van UC Berkeley kon je het bijzondere schaduwspel aanschouwen. Elk van de 'sikkels' op de foto hierboven geeft de (geïnventeerde) projectie weer van de bijna volledig verduisterde zon ... elk van deze 'sikkels' is dan ook een projectie door een natuurlijke gaatjescamera gevormd te midden van het bladerdek van bomen en struiken.

Ook op de muren van de gebouwen op campus zorgt dit voor een bevreemdend schouwspel.  

 

Op deze twee foto's zie je het schaduwspel van dezelfde boom. Links zie je het 'dagdagelijkse' schaduwspel; rechts zie je het schaduwspel tijdens de ringvormige zonsverduistering. Ook op de linkse foto zijn elk van de cirkels en ellipsen telkens een projectie van de 'volledige' zon door de natuurlijke gaatjescamera's in het bladerdek van deze boom. Op de rechtse foto, genomen tijdens de ringvormige zonsverduistering, zijn al deze projecties plots 'sikkels' geworden. 

En zo zag de gedeeltelijke ringvormige zonsverduistering er in Berkeley uit op 20 mei 2012. Vergelijk met de projecties op paden en gebouwen en dan begrijp je direct hoe het effect van de natuurlijke gaatjescamera's gespeeld heeft om het ongelooflijke schaduwspel tot stand te brengen.


Een zaak is zeker! Nooit zal ik nog op dezelfde manier kijken naar het schaduwspel in bossen en parken ...

Geschreven in Algemeen | 2 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Aardse Weetjes (2)

18. Februari 2012, 06:30

Nu ik voor een tijdje mijn stek heb aan de University of California te Berkeley, kleuren de Aardse Weetjes een beetje Amerikaans. Planeet Aarde vanuit een Amerikaans - Californisch - perspectief ... dat is ook eens iets anders.

 

Op 13 februari deed zich in Noord-Californië een aardbeving voor met een magnitude van 5.6, een matige aardbeving zelfs naar Californische maatstaven. Zo'n 400 km naar het zuiden, hier in Berkeley, liet deze aardbeving echter enkel zijn sporen na op de seismometers van het Berkeley Seismological Laboratory. Aardbevingen in California worden steeds in verband gebracht met de San Andreasbreuk. Interessant aan deze aardbeving is dat ze niets te maken heeft met de San Andreasbreuk, maar met de Cascadiasubductiezone. Deze subductiezone, voor de kusten van Noord-Californië, Oregon, Washington en het Canadese British Columbia, is ook veel gevaarlijker dan de San Andreasbreuk. Zoals in Japan (2011), Chili (2010) en Indonesië (2004), kunnen er zich immers megathrust-aardbevingen - met een magnitude van 8 en meer - voordoen. De laatste in het lijstje dateert van 1700 ... wanneer is de volgende? Lees er maar de Seismo Blog op na van de collega's van het Berkeley Seismological Laboratory "A Reminder of a Lurking Hazard". Twee dagen later, op 15 februari, ervoer ik zelf mijn eerste aardbeving in Californië, een zwakke (M 3.5) aardbeving met een epicentrum zo'n 20 km van hier ... Californië is inderdaad 'earthquake country'.

Een recente studie (Mulkidjanian et al., Proc. Natl. Acad. Sci., 2012) doet weer wat stof opwaaien over de oorsprong van het leven. Ontstond het leven diep in de oceanen rond 'black smokers', zoals vandaag algemeen wordt aangenomen? Niet volgens deze nieuwe studie. Het eerste leven zou zo'n 4 miljard jaar gelden toch ontstaan zijn in hete, vulkanische poelen op land, teruggrijpend naar het Miller-Urey-experiment. Vooral de specifieke kalium-over-natriumverhouding van het cytoplasma van moderne cellen lijkt totaal niet in overeenstemming met deze van oceaanwater, voldoende argument voor deze onderzoekers om uit te sluiten dat leven in de oeroeceanen zou zijn ontstaan. Een belangrijk probleem met deze biochemische hypothese komt echter van de geologie: zo'n 4 miljard jaar geleden was de Aarde zo goed als een waterplaneet met nauwelijk land dat boven zeeniveau uitstak. De kans dat leven dus onstond op land, wordt zo natuurlijk ontzettend klein! (zie ook "Debate bubbles over the origin of life" - Nature News, 13 februari 2012; "Did Life's First Cells Evolve in Geothermal Pools?" - Scientific American News, 15 februari 2012).

Een recent gepubliceerde studie van Tong et al. (Solid Earth, 3, 43-45), dat betrekking heeft tot het mogelijk toegenomen aardbevingsrisico in de directe omgeving van het reeds gehavende kerncentrales te Fukushima (Japan), is opvallend onder de radar van de media gebleven. Hoge-resolutie seismische tomografie van de korst en de bovenmantel onder Fukushima onthult lage-snelheidszones, die erop wijzen dat vloeistoffen in de diepe ondergrond  (tussen ~6 en ~30 km diepte) aan het bewegen zijn. Dergelijke migrerende vloeistoffen kunnen breuksystemen verzwakken (zie ook 'Water onder druk') en uiteindelijk grote aardbevingen veroorzaken. Er dient dan ook rekening te worden gehouden met een verhoogd aardbevingsrisico in de directe omgeving van Fukushima. Meer informatie kan men vinden in de persmededeling van EGU "Fukushima at increased earthquake risk" (EGU, 14 februari 2012).

En ook de L'Aquila saga (zie ook 'Een brug te ver!') kent een nieuwe wending. In deze rechtzaak staan een aantal Italiaanse seismologen terecht voor onvrijwillige doodslag omdat zij door foute communicatie niet hebben kunnen vermijden dat er meer dan 300 slachtoffers vielen door de aardbeving die L'Aquila trof op 6 april 2009. Uit het relaas van de horing die plaatsvond op 15 februari 2012 (zie "New twists in Italian seismology trial" - Nature News, 16 februari 2012) lijkt het een welles-nietesspelletje te worden tussen rivaliserende groepen wetenschappers ... niets menselijk is de wetenschapper vreemd! Er wordt zelfs een Californische seismoloog bijgehaald. Maar heeft deze seismoloog het bij het rechte eind? Enerzijds beweert hij dat het weldegelijk de verantwoordelijkheid is van wetenschappers om advies te geven aan de bevolking. Is dat zo? Anderzijds kaart hij de probabilistische risico-analyse aan, omdat dit vaak de 'worst case'-scenario's over het hoofd ziet, en pleit hij dus voor meer deterministische risico-analyses. Maar is dit niet al te zwart-wit? Moet je je huis zodanig bouwen dat het de zwaarst mogelijke aardbeving in de streek kan weerstaan ... een aardbeving die misschien nog duizenden jaren op zich laat wachten? Of is het beter op basis van een probabilistische risico-analyse een verzekering aan te gaan voor de mogelijke schade die een aardbeving, van welke magnitude ook, in een tijdsbestek van enkele decennia kan veroorzaken? Wat ook de uitkomst zal zijn van deze rechtzaak, het zal een interessant precendent opleveren van hoe wetenschappers met risicocommunicatie moeten omgaan! 

 



Geschreven in Algemeen | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Aardse Weetjes (1)

09. Februari 2012, 10:30

In deze nieuwe rubriek Aardse Weetjes ga ik trachten op geregelde tijdstippen nieuwe en/of opvallende wetenschappelijke bevindingen over Planeet Aarde, die mij in de media, op blogs of in wetenschappelijke tijdschriften zijn opgevallen, met u te delen. Steeds vind je de link naar het originele bericht en/of artikel.

Nog eentje uit de 'oude doos': In augustus 2011 verscheen er in Nature (Hsiang et al., Nature 476, 438-441) nog een interessante studie waaruit, vertrekkende van een inventaris van conflicten sinds 1950, blijkt dat de waarschijnlijkheid dat een conflict of burgeroorlog uitbreekt verdubbelt in El Niño-jaren. De impact van klimaatvariatie op onze globale samenleving is dan ook niet te onderschatten.

Op 2 januari dook een eerste apocalyptische verhaal op: de Laacher See in de Vulkaaneifel bleek voor één dag tot een allesvernietigende supervulkaan te zijn uitgeroepen. Het relaas van die dag mediabelangstelling vind je in mijn artikel Er was eens een supervulkaan .... 

Tot op heden bleek tranquillityiet een mineraal te zijn dat uniek was voor Maan. Dit mineraal is inderdaad voor het eerst ontdekt in maanstalen die tijdens de Apollo 11-missie zijn genomen in de Mare Tranquillitatis (vandaar de naam van het mineraal). In Geology (Rasmussen et al., Geology 40(1), 83-86) wordt gerapporteerd dat dit mineraal nu ook gevonden is in ongeveer 1 miljard jaar oude dolerietintrusies in het Pilbaracraton in West-Australië (zie ook "Third lunar mineral - Tranquillityite found in Western Australia" - Physorg.com, 5 januari 2012).

 

In 1972 werd een memorable foto van de Aarde genomen tijdens de missie van Apollo 17. We kennen deze foto als de Blue Marble. Begin dit jaar maakte NASA nieuwe fotos van de Aarde publiek met een ongelooflijke hoge resolutie. De Blue Marble 2012 bestaat uit opnames gemaakt door de aardobservatiesatelliet Suomi NPP.

En op 5 februari wist het Russische Antarctische onderzoeksinstituut ons te melden dat ze na 14 jaar het Vostokmeer bereikt hadden, na de meer dan 3700 m dikke Antarctische ijskap te hebben doorboord. Dit meer zou wel eens enkele verrassingen in petto kunnen hebben. Voor meer dan 15 miljoen jaar is dit meer immers afgesloten geweest van de atmosfeer en biosfeer, een ware tijdscapsule van meer dan 15 miljoen jaar geïsoleerde evolutie ... (Lake Vostok is (almost) breached after 20 million years - Scientific American blog 'Life, Unbounded' - 6 februari 2012; Lake Vostok drilling success confirmed - Nature newsblog - 8 februari 2012).

 



Geschreven in Algemeen | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Er was eens een supervulkaan ...

03. Januari 2012, 22:00

De Laacher See, een idyllisch meer in de buurt van de Duitse stad Koblenz, kende even korte roem als bron van het eerste apocalyptische scenario in het doemjaar 2012. De eruptie van een 'supervulkaan' was immers nakend ... althans als we de media moesten geloven.

Een kort relaas van het korstondige gloriemoment van de Laacher See in de Vlaamse en Nederlandse media. Alles begint met een artikel in de Daily Mail (2 januari 2012 - 13h39), getiteld "Is a super-volcano just 390 miles from London about to erupt?". Dit wordt zo goed als onmiddellijk - en letterlijk - overgenomen door kranten in Vlaanderen en Nederland. In De Morgen en Het Laatste Nieuws (2 januari - 16h19) verschijnt enkele uren later het artikel "Supervulkaan roert zich op 50 km van Duits-Belgische grens" (ook in De Morgen). In de Volkskrant wordt dit "Supervulkaan roert zich op 120 km van onze grens". De ochtend nadien verschijnt in De Standaard (3 januari - 9h36) kortstondig het artikel "Duitse supervulkaan kan België volledig met as bedekken". Dit artikel wordt snel weggehaald van de digitale krant en vervangen door het artikel "Daily Mail jaagt Britten angst aan met 'supervulkaan'" (3 januari - 11h48). Dit is 6 minuten - toeval of niet? - nadat in het NRC het artikel "Supervulkaan gaat uitbarsten? Ja, en er slaat binnenkort ook een meteoriet in" verschijnt (3 januari - 11h42), een eerste blijk van een zekere kritische ingesteldheid van een krantenredactie op het apocalyptische verhaal. 's Middags wordt alles tot zijn ware proporties gebracht op de wetenschapswebstek Scientias.nl onder de hoofding "Duitse 'supervulkaan' is broodje aap" (3 januari - 14h22). Om uiteindelijk alles in perspectief te plaatsen, vernemen we later nog op de webstek De Rechtzetting dat "Duitsland begint met evacuatie Eifelgebergte". De avond eindigt met een item in Het Nieuws van VTM onder de hoofding "Duitsland bang voor supervulkaan". Met wat knip-en-plakwerk heeft de redactie van VTM uiteindelijk toch nog een draai gegeven aan de boodschap die ik wou overbrengen ...

Het 'moment de gloire' van de Laacher See - met dank aan de overijverige krantenredacties - heeft amper een etmaal mogen duren. Laat het een duidelijke boodschap zijn voor al onze redacties in dit doemjaar. Denk tweemaal na alvorens het volgende apocalyptische verhaal klakkeloos over te nemen ... het einde van de wereld is pas op 21 december!

 

Zie ook nog:

 

Nasleep:



Geschreven in Algemeen | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


De laatste rechte lijn

27. Juli 2011, 17:31

De EU heeft de laatste rechte lijn ingezet naar de definitieve - geologische - berging van het Europese hoogradioactief afval. Op 19 juli heeft de raad van ministers immers de knoop doorgehakt met de goedkeuring van de radioactive waste and spent fuel management directive. Deze mijlpaal heeft nauwelijks de media gehaald, buiten hier en daar de zo voorspelbare afkeuring vanuit de 'groene hoek' (zie De Morgen, 19.07.2011).

We kunnen er niet omheen. Het hoogradioactief afval is er! Of je dit nu graag hebt of niet. Meer dan 50 jaar wordt er in Europa energie opgewekt in kerncentrales. Vandaag de dag zijn er 143 kerncentrales actief in 14 EU-lidstaten. Per jaar wordt er ongeveer 7.000 kubieke meter hoogradioactief afval 'geproduceerd' (dit komt qua volume overeen met ongeveer 3 olympische zwembaden). Al sluit je nu onmiddellijk alle kerncentrales, het nucleair afval zal daarmee niet verdwijnen. Sowieso moet er een oplossing gevonden worden voor een veilige en definitieve berging van dit hoogradioactief afval. En dit is trouwens de verantwoordelijkheid van de huidige generaties. Het zijn tenslotte deze generaties die maximaal hebben kunnen 'genieten' van de voordelen van kernenergie. En deze verantwoordelijkheid heeft de EU nu genomen.

Hoogradioactief afval heeft iets bijzonder dat het menselijke denkkader overstijgt. Voor een veilige en definitieve berging spreken we niet in termen van jaren of decennia ... maar eerder in termen van duizenden, tienduizenden, zelfs honderdduizenden jaren. Na een afkoelingsperiode van enkele decennia moet dit afval immers van de biosfeer geïsoleerd worden voor meerdere tienduizenden jaren alvorens de radioactiviteit is teruggevallen tot natuurlijke achtergrondwaarden. De oplossing van het probleem overstijgt dan ook het tijdskader waarbinnen onze politici denken - één of meerdere legislaturen. Het overstijgt ook het tijdskader waarbinnen bijvoorbeeld het IPCC werkt bij het uitwerken van de klimaatscenario's voor het einde van de 21ste eeuw of het begin van de 22ste eeuw. Kortom, het overstijgt gewoon het menselijke tijdskader. Bedenk dat de piramides van Gizeh 'amper' 4.500 jaar geleden gebouwd zijn; dat de rotsschilderingen van Lascaux iets meer dan 17.000 jaar oud zijn .... Het is dan ook ondenkbaar dat een door de mens beheerde oplossing voor de veilige en definitieve berging van het hoogradioactief afval te bedenken valt. Niemand kan immers voorspellen hoe de wereld er binnen honderd jaar zal uitzien, laat staan hoe de menselijke beschaving er binnen duizend jaar of binnen tienduizend jaar zal uitzien ... als we er dan überhaupt nog zijn.

De enige valabele optie is dan ook de geologische berging. We moeten nu eenmaal in een geologisch tijdskader denken, over één of meerdere ijstijdcycli heen. We moeten op zoek gaan naar een geologische bergingsplaats - diep in de ondergrond - waar het hoogradioactief afval voor enkele tienduizenden tot honderdduizenden jaren veilig kan worden geborgen ver weg van de biosfeer. Dit betekent enerzijds dat de geologische bergingsite over deze periode een stabiele omgeving moet zijn, dus niet onderhevig aan tektonische activiteit (aardbevingen en breukbewegingen), vulkanisme, of diepe glaciale erosie. Anderzijds moet het gastgesteente - de geologische barrière - ervoor zorgen dat op het moment dat de technische barrières van de containers het laten afweten (liefst zolang mogelijk in de toekomst), gevaarlijke radionucliden zo weinig mogelijk in de biosfeer terecht komen, ofwel doordat het gastgesteente nauwelijks doorlatend is, ofwel doordat de radionucliden zich binden aan de opbouwende mineralen van het gastgesteente (bv. aan kleimineralen).


De toegangstunnel naar de diepe geologische bergingsite in een cratonisch granietmassief (ONKALO, Finland).


Voor de geologische berging worden dan ook een aantal gastgesteenten bestudeerd: granietische massieven, omwille van hun stabiliteit - dit zeker in de cratonische kernen van de continenten (die de laatste 600 miljoen jaar geen tektonische activiteit meer hebben gekend); zoutlagen of zoutdiapieren, omwille van hun plasticiteit en ondoorlatendheid; kleiformaties, vooral omwille van hun ondoorlatendheid en sorptiecapaciteit. Zo is er in de Verenigde Staten een geologische berging voor militair nucleair afval (afkomstig van onderzoek en productie van atoomwapens) operationeel in een zoutlaag: de Waste Isolation Pilot Plant, nabij Carlsbad (New Mexico). In Finland is een geologische bergingsite in volle aanbouw in een granietmassief in het Baltische craton: ONKALO. In België vinden we in Mol een ondergronds onderzoekslaboratorium in de Boomse klei - HADES - om na te gaan of deze kleiformatie geschikt zou zijn voor de berging van het Belgische hoogradioactief afval.

Met de goedgekeurde richtlijn radioactive waste and spent fuel management (19 juli 2011) wenst de Europese Unie de problematiek van de geologische berging van het hoogradioactief afval niet langer voor zich uit te schuiven. Tegen 2015 verwacht de EU immers van elk van de 14 'nucleaire' EU-lidstaten een plan voor de definitieve, geologische berging van hun hoogradioactief afval. Bovendien heeft Europa nu de strikte standaarden van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA), waaraan deze geologische bergingsites moeten voldoen, als bindend voorgeschreven. Daarbij laat de EU toe dat twee of meerdere lidstaten de handen in elkaar slaan om de geologische berging gezamenlijk te organiseren. Het meest controversiële aspect van de richtlijn is echter dat de EU onder strikte voorwaarden ook toelaat dat het hoogradioactief afval naar 'derde landen' uitgevoerd wordt voor definitieve, geologische berging. Net dit aspect van de richtlijn wordt zwaar onder vuur genomen door de 'groene lobby'. Zij beschouwen dit als 'schandalig', 'onethisch', ... een vorm van 'Europese overheidscriminaliteit'?! 

Niets is minder waar! De voorwaarden voor de uitvoer blijken uitermate streng te zijn. Afrika, de Caraïben, de Stille Oceaan en Antarctica zijn sowieso al uitgesloten. De uitvoer kan bovendien alleen gebeuren naar een operationele bergingsite die voldoet aan de strengste Europese veiligheidstandaarden. Bedenk dan dat er voor het ogenblik nog geen enkele civiele site operationeel is, dat de ONKALO-site in Finland de enige is die voor het ogenblik onder constructie is. Operationele sites buiten de EU - waarheen de uitvoer dus mogelijk zou worden - moeten dan ook niet verwacht worden voor 2050, of zelfs tegen het einde van de eeuw. Ontwerp en bouw van een geologische bergingssite neemt al snel 40 jaar in beslag.

De geologie van de ondergrond kent geen grenzen. Als we het dan hebben over de geologische berging van hoogradioactief afval, lijken landsgrenzen - of zelfs de grenzen van de EU - ook van geen betekenis. Moet het immers niet onze bekommernis zijn de meest geschikte geologische bergingsite te vinden om het afval de komende tienduizenden jaren veilig van de biosfeer te isoleren? Is het dan niet vanzelfsprekend dat dit een internationale of multinationale bekommernis moet zijn? Of laten we de geologische loterij spelen? Geologisch gezien zijn de kansen op een of meerdere geschikte bergingsites natuurlijk heel wat groter in een groot land, zoals Frankrijk, Canada, de VS of Rusland, dan in een klein land, zoals België of Nederland. De kans op een geschikte bergingsite is heel wat groter in de stabiele cratonische gebieden - zoals het Baltische craton in Finland of het Siberische craton in Rusland - dan in tektonisch actieve, continentale randgebieden, zoals het Middellandse Zeegebied.

Moeten we ons dan niet de vraag stellen wat het meest 'onetisch' of 'onverantwoord' is: een verbod op de uitvoer van hoogradioactief afval naar 'derde landen' - zoals de 'groene lobby' voorhoudt - of het berekende risico van het transport van het geconditioneerde afval naar de meest geschikte bergingsite? Wat als bijvoorbeeld geen enkele van de mogelijke bergingsites in het dichtbevolkte België voldoet aan de strikte voorwaarden, maar dat er in Rusland een bergingsite operationeel is die aan alle strikte Europese voorwaarden voldoet? Waarmee doen we dan de komende generaties een dienst: een veilige en definitieve berging in Rusland ... of een potentieel risicovolle berging in eigen land? Trouwens, de vraag kan gesteld worden of het niet verstandiger is te investeren in een beperkt aantal - internationaal beheerde - geologische bergingsites in plaats van in een groot aantal - nationaal beheerde - sites ... 

De geologische berging van hoogradioactief afval verdient een gecoördineerde, internationale of multinationale, aanpak. Geologie kent immers geen staatsgrenzen. Onze enige drijfveer moet zijn de meest geschikte geologische bergingsite te vinden die het mogelijk moet maken het nucleaire afval de komende tienduizenden jaren te isoleren van de biosfeer. Met de recent goedgekeurde richtlijn heeft de EU hier het goede voorbeeld gegeven en de laatste rechte lijn naar de definitieve geologische berging van zijn hoogradioactief afval ingezet. Zo wordt het denkbaar dat bij het begin van de volgende eeuw al het Europese hoogradioactief afval zijn definitieve bestemming heeft gekregen, hopelijk in de meest geschikte geologische bergingsite(s) ... waar ook ter wereld.



Geschreven in Algemeen | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


2010 ... de limieten nabij!

31. December 2010, 15:21

2010 is meer dan ooit een ontluisterend jaar geweest waarin de mens des te meer geconfronteerd is geworden met limieten. Enerzijds drijft de eindigheid van de aardse rijkdommen de mens naar ongeziene extremen en risico's. Anderzijds verliest de mens meer en meer zijn weerbaarheid tegen de aardse krachten.

De verwoestende aardbeving die Port-au-Prince in Haïti trof op 12 januari (zie Als de 'kwajongens' toeslaan) is symptomatisch voor het verlies aan weerbaarheid tegen de natuurkrachten. Een volledig getraumatiseerde samenleving bleef achter; een samenleving die nauwelijk de moed blijkt te hebben om het heft in eigen handen te nemen en als een herboren feniks uit het aardbevingspuin te herrijzen. Integendeel! Verweesd blijven de Haïtianen in zak en as zitten en blijft het noodlot toeslaan onder de vorm van een cholera-epidemie en een politieke impasse. De vergelijking met Chili, dat op 27 februari getroffen werd door een veel zwaardere aardbeving (zie Puur Toeval! en Een seismich gat gedicht), is treffend. Deze aardbeving - en bijhorende tsunami - haalt nog nauwelijks de jaaroverzichten. 2010 voor Chili betekent immers de wonderbaarlijke redding van de mijnwerkers, een ware opstekker voor een zelfverzekerd land.

Maar in 2010 werd de kwetsbaarheid van de geglobaliseerde wereld plots heel zichtbaar wanneer in het voorjaar de 'middelmatige' vulkaanuitbarsting van de Eyjafjallajökull (zie Back to the future en Alles peis en vree?) het luchtverkeer boven Europa platlegde. De economische gevolgen waren niet te overzien. Maar ook de sneeuwellende, zowel in het begin als op het einde van 2010, blijken steeds meer onoverkomelijke problemen te veroorzaken voor het steeds groeiende lucht- en wegverkeer in Europa en de VS. Met een steeds groeiende economische kost. En dan hebben we het nog niet over de recente overstromingen in binnen- en buitenland, orkanen zoals Xynthia, ....  Onze maatschappij blijkt steeds minder tegen een stootje te kunnen. Wordt het geen tijd om in te zien dat er limieten zijn?

 

Maar ook de onverzadigbare honger naar natuurlijke rijkdommen om onze onduurzame levenstandaard te onderhouden, bereikt zijn limieten. Steeds grotere risico's worden genomen om het steeds schaarder wordende klompje metaal te ontginnen in steeds diepere en onveiligere mijnen, of om de laatste druppel olie te halen uit steeds diepere en moeilijker bereikbare oliereservoirs. Iconisch voor deze honger en de daaraan verbonden technologische hubris is de ondergang van Deepwater Horizon met een ongekende - maar nauwelijks zichtbare - milieuramp in de Golf van Mexico tot gevolg.

De muur waartegen onze geglobaliseerde, onverzadigbare maatschappij dreigt te pletter te slaan, komt nu wel echt in zicht. De klap lijkt niet meer te vermijden. De muis die de klimaathoogmis in Cancun gebaard heeft, spreekt hierbij boekdelen. De vraag die ons nu nog rest is of we er met volle snelheid tegenaan zullen knallen, of we nog vaart kunnen minderen om de fatale klap te verzachten. Afwachten wat 2011 in petto heeft ...



Geschreven in Algemeen | 2 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Losgeslagen fantasie ...

04. Oktober 2010, 21:59

De fantasie vierde weer hoogtij op de (wetenschaps-)redacties. Of hebben enkele wetenschappers mooi de media voor hun kar gespannen?

De krantenkoppen liegen er niet om. Enkele voorbeelden: Leefbare kopie van aarde gevonden (De Standaard - 01.10.2010); De 'nieuwe aarde' heeft 100% kans op leven (Het Laatste Nieuws - 30.09.2010); Is dit de nieuwe aarde? (KNACK - 30.09.2010); Gaf nieuwe aarde al twee jaar geleden teken van leven? (De Morgen - 01.10.2010).

Gliese 581 g. Is dit inderdaad de 'nieuwe aarde'? Is deze planeet een 'kopie van de Aarde'? Is leven op deze planeet een zekerheid, zoals Steven S. Vogt - één van de ontdekkers - verkondigt in interviews? Is deze planeet een bezoekje waard? Ze ligt tenslotte 'maar' op 20 lichtjaar.

Misschien is het goed om ons eerst eens af te vragen wat de wetenschappelijke feiten zijn over deze exoplaneet in het Librasterrenstelsel, ontdekt aan de hand van de radiale-snelheidsmethode. Ze bevindt zich in een baan rond een zwakke rode dwerg Gliese 581. Deze planeet bevindt zich op een afstand van 0,146 AU (astronomische eenheid = afstand zon-aarde = ~150 miljoen km). Bedenk dat Mercurius op 0,4 AU gelegen is van onze Zon. Bovendien liggen er nog 3 exoplaneten dichter bij de rode dwerg. We weten ook dat de omlooptijd ongeveer 37 dagen (36,6 dagen om exact te zijn) is. De massa van de planeet wordt geschat op 3,1  tot 4,3 aardse massa's.

Tot daar de feiten ... 

Al de rest zijn wetenschappelijke speculaties. Vooreerst de dichtheid - en dus ook de omvang en zwaartekracht. Men weet niet of het een steenplaneet is zoals de Aarde of een ijsplaneet zoals Neptunus. Gaat men uit van een aardse samenstelling dan zou Gliese 581 g een straal hebben tussen 1,3 en 1,5 keer de straal van de Aarde. In volume zou dat betekenen dat deze exoplaneet 2,2 tot 3,4 volumineuzer is dan de Aarde. Maar stel dat het een ijsplaneet is, dan zou de straal 1,7 tot 2 keer de straal van de Aarde zijn; 4,8 tot 8 volumineuzer dan de Aarde. Het is dus zeker een superaarde. Zwaartekracht aan het oppervlak kan gaan van 1,1 tot 1,7 keer de zwaartekracht aan het aardoppervlak.

Berekeningen wijzen op een gemiddelde evenwichtstemperatuur aan het oppervlak van Gliese 581 g van 228 K (-45°C). Dit zou inderdaad betekenen dat deze exoplaneet zich in de 'bewoonbare zone' rond zijn ster bevindt, met name in de zone waarin op een aardse planeet vloeibaar water mogelijk terug te vinden is op het planeetoppervlak. De gemiddelde evenwichtstemperatuur op Aarde is immer 255K (-18°C). De aardse atmosfeer zit dan ook vol broeikasgassen die er voor zorgen dat de gemiddelde effectieve temperatuur op Aarde 288K (+15°C) is.

Dus een 'leefbare' Gliese 581 g impliceert dat het een atmosfeer zou moeten bezitten vol met broeikasgassen. Of er een atmosfeer is, laat staan een atmosfeer vol met broeikasgassen om de planeet 'leefbaar' te maken, blijft tot op heden echter een grote onbekende. Dus beweren dat men zo goed als zeker is van leven - onder welke vorm dan ook - op Gliese 581 g is pure speculatie ... zelfs jereinste fantasie.

Tenslotte staat Gliese 581 g zo dicht bij zijn ster dat ze hoogstwaarschijnlijk in de 'getijdenval' vastzit. Dat wil zeggen dat steeds dezelfde zijde van de planeet gericht is naar de rode dwerg (net als onze Maan ten opzichte van de Aarde). De gevolgen hiervan voor globale atmosferische circulatiemodellen blijven ook weer koffiedik kijken.

Kortom, de enige bewezen gelijkenis met Planeet Aarde is dat de massa van Gliese 581 g deze van de Aarde 'benadert', al is ze nog steeds 3,1 tot 4,3 keer zwaarder - een superaarde dus. Ook de afleiding dat ze in de 'bewoonbare zone' ligt van een ster is een overeenkomst met de Aarde (zeer gelijkaardige evenwichtstemperatuur). Al de rest is natte-vingerwerk!

Is het een steenplaneet? Heeft deze exoplaneet een atmosfeer? Zijn er broeikasgassen die de gemiddelde oppervlaktetemperatuur met meer dan 50°C opdrijft? Is er überhaupt vloeibaar water aan het oppervlak? Is er leven op deze planeet? Heeft het leven een evolutie ondergaan? Allemaal vragen waarop de wetenschap het antwoord schuldig moet blijven.

Hebben de wetenschappers zelf een loopje genomen met de wetenschap? Vanuit hun enthousiasme over deze wonderlijke ontdekking? Of vanuit meer 'aardse' drijfveren? Hebben ze de media voor hun kar gespannen? Of zijn ze eerder het slachtoffer van de media? Een ding is zeker: op de (wetenschaps-)redacties is er behoorlijk op los gefantaseerd! Hadden ze zich maar getroost om de samenvatting van het artikel, laat staan het volledige wetenschappelijke artikel zelf, eens ter hand te nemen ...

 

 



Geschreven in Algemeen | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Alles peis en vree?

30. Juli 2010, 10:45

Herinnert er nog iemand zich de vulkaanuitbarsting van de Eyjafjallajökull? Of de aardbeving in Haïti? Of Xynthia? Het lijkt allemaal al weer zo ver weg? Enkel nog een vage herinnering? Een "Och ja" als de naweeën nog eens het journaal halen in deze komkommertijd. Ondertussen is de IJslandse vulkaan tot rust gekomen ... geen gevaar meer dat uw terugreis uit een ver vakantieoord deze zomer nog zal verstoord worden. Alles terug peis en vree?

 

De Apocalyps leek dit voorjaar nabij. De wereld bleef immers niet gespaard van natuurrampen, groot en klein. Een indrukwekkend lijstje: de catastrofale aardbeving (Mw 7.0) die Port-au-Prince in Haïti met de grond gelijkmaakte (12 januari 2010); de megathrust aardbeving (Mw 8.8) die Chili trof (27 februari 2010) en de bijhorende tsunami die, terwijl het de Stille Oceaan overspoelde, de wereld in real time voor meer dan een etmaal in de ban hield; de 'vergeten' aardbeving (Mw 6.9) in Tibet (14 april 2010); de storm Xynthia die de Atlantische kusten van Frankrijk overspoelde (27 februari 2010); de overstromingen in Madeira; de zondvloed in Rio de Janeiro; de modderstromen nabij Machu Picchu; de sneeuwchaos in Europa en Noord-Amerika; ... En daar kwam dan nog de uitbarsting bij van een tongbrekende IJslandse vulkaan, eerst een onschuldig schouwspel voor hordes aanstromende toeristen, maar snel een nachtmerrie voor het Europese luchtverkeer en een vloek voor gestrande reizigers.

Had de ene aardbeving de andere aardbeving veroorzaakt? Was er sprake van een toename in het aantal zware aardbevingen? Begon global warming nu echt zijn tol te eisen? Ging de IJslandse vulkaan nu het hele jaar door - en vooral tijdens de zomervakantie - het luchtverkeer in de war sturen? Of was deze vulkaanuitbarsting nog maar de voorbode van erger (zie Back to the future)? Dat waren dit voorjaar de prangende vragen die ons gesteld werden. Niemand die daar nu nog wakker van ligt ...

Maar hebben deze aardse oprispingen ons uiteindelijk iets geleerd? De vergelijking van de impact van de aardbevingen in Chili en Haïti was zeker leerrijk. Niettegenstaande de aardbeving in Chili vele malen krachtiger was dan deze in Haïti, bleef de impact relatief beperkt in Chili. Vergelijk gewoon het aantal slachtoffers: meer dan 230.000 in Haïti tegen ongeveer 500 in Chili. We kunnen ons dus weldegelijk beschermen tegen - zelfs de zwaarste - aardbevingen. Gewoon een kwestie van strikte bouwcodes, grondige wetenschappelijke en transparante risicoanalysen (zie ook Een brug te ver!) en inwoners die bewust omgaan met het aardbevingsrisico (zie Waarom zijn er steeds meer natuurrampen?). Een bemoedigende boodschap voor de vele megasteden die geconfronteerd worden met een steeds groter wordend aardbevingsrisico (zie Aardbevingen, homo’s en wulpse vrouwen).

Maar het IJslandse voorval is misschien nog veel leerrijker. Vooral als je bedenkt dat het hier eigenlijk gaat over een kleine vulkaanuitbarsting, dat zelfs nauwelijks te catalogeren valt onder de noemer 'natuurramp'. Alleen deed deze zich voor op de wrong place - zo dicht bij het drukste luchtruim - en op de wrong moment - atypische weerkaarten tijdens een drukke vakantieperiode. Iedereen gepakt op snelheid door Moeder Natuur?! De ontregeling van het Europese luchtruim legde plots de zwakke plekken bloot van onze geglobaliseerde maatschappij. Een klein - vulkanisch - stofje en het hele raderwerk blokkeerde. En het werd plots zichtbaar voor iedereen op het thuisfront: geen rozen meer uit het verre Kenia, geen asperges meer uit Zuid-Amerika, en familie en vrienden die vast zaten ergens in het buitenland. De uitbarsting van de Eyjafjallajökull maakte duidelijk hoe kwetsbaar onze maatschappij, zo afhankelijk van globale netwerken, geworden is, hoe een aards fait divers uiteindelijk op een kostelijke bedoening uitdraaide.

Maar dit voorval maakte ook duidelijk hoe overgevoelig onze samenleving geworden is. Elk risico dient immers te worden uitgesloten. Wie had immers de schuld op zich willen nemen als er vliegtuig uit de lucht was gevallen? In een maatschappij waar niets meer aan het toeval mag worden overgelaten, dient voor elke hapering een verantwoordelijke te worden gevonden. Is het niet de luchtvaartmaatschappij, dan moet het wel de overheid zijn, ... of zelfs uiteindelijk de wetenschapper (zie ook Een brug te ver!)?! Herinnert u zich nog wat onze weermannen en -vrouwen over zich heen kregen bij de sneeuwchaos in januari?! En als dan achteraf het stof (letterlijk?!) is gaan liggen, wordt het gehanteerde voorzorgsprincipe van alle kanten aangevallen ...

Nog meer dan de 'echte' natuurrampen dit voorjaar, heeft het IJslandse voorval velen onder ons even doen stilstaan bij de wereld waarin we ons wanen, een wereld waarin alles als vanzelfsprekend wordt beschouwd, zowel de rozen uit Kenia als de terugvlucht uit een ver vakantieoord. De werkelijkheid is anders: leven op Planeet Aarde is en blijft een risicovolle onderneming vol met onverwachte wendingen. De krachten van de natuur vallen nu eenmaal niet te bedwingen. En daaraan heeft niemand schuld!



Geschreven in Algemeen | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Puur toeval!

08. Maart 2010, 14:11

Al die dodelijke aardbevingen zo kort op elkaar, dat kan toch geen toeval zijn. Althans dat is wat velen onder u zich misschien afvragen. Op 8 maart 2010 een aardbeving van magnitude 5,9 in Oost-Turkije met ongeveer 50 dodelijke slachtoffers; op 27 februari 2010 een aardbeving van magnitude 8,8 in Chili die mogelijk 800 dodelijke slachtoffers achterliet; en op 12 januari 2010 een aardbeving van magnitude 7,0 in Haïti met meer dan 230.000 dodelijke slachtoffers.

Maar toch ... dit is puur toeval! En bovendien hebben ze niets met elkaar te maken, buiten het feit dat ze allemaal het gevolg zijn van plaattektonische processen. Aardbevingen behoren nu eenmaal tot de dagdagelijkse realiteit op aarde. Elke dag doen zich honderden aardbevingen voor. Zij zijn onlosmakelijk verbonden met de interne werking van de Aarde. Het merendeel van deze aardbevingen worden enkel geregistreerd door seismografen. Kijken we echter naar de aardbevingen die we wel voelen en mogelijk schade kunnen veroorzaken, dan zien we dat er zich gemiddeld per dag meer dan 3 aardbevingen voordoen met een magnitude tussen 5 en 5,9 (zoals de aardbeving in Oost-Turkije). Aardbevingen met een magnitude tussen 6 en 6,9 doen zich 2 à 3 maal per week voor. Minstens één keer per maand komt een aardbeving met een magnitude tussen 7 (zoals de aardbeving in Haïti) en 7,9 voor. En uiteindelijk komt een aardbeving met een magnitude groter dan 8 (zoals de aardbeving in Chili) gemiddeld één maal per jaar voor.

Dit jaar heeft de USGS - de geologische dienst van de Verenigde Staten - al 1 aardbeving met magnitude van meer dan 8 geregistreerd; 3 met een magnitude tussen 7 en 7,9; en 7 met een magnitude tussen 6 en 6,9. Dus niets bijzonders. Trouwens, bekijken we de statistieken op lange termijn - de laatste honderd jaar - dan moeten we vaststellen dat er absoluut geen sprake is van enige toename - of afname - van het gemiddeld aantal aardbevingen per jaar.

En toch leeft de indruk dat het aantal aardbevingsrampen toeneemt. Deze indruk heeft mogelijk vele redenen. Vooreerst is het wereldwijde netwerk aan seismografen zeer dens geworden zodat geen aardbeving aan onze aandacht ontsnapt. Maar ook de media is 'gevoeliger' voor aardbevingen, vooral in perioden vlak na een zware aardbevingsramp. Zonder Haïti of Chili had de aardbeving in Turkije - met 'amper' 50 slachtoffers in enkele afgelegen dorpen - waarschijnlijk het nieuws niet gehaald. Zeker als het moet 'concurreren' met een zelfmoordaanslag in Irak of de Oscars. De tsunami, veroorzaakt door de aardbeving in Chili, kon 'life' gevolgd worden op CNN, van uur op uur! In 2004 kwam de grote tsunamiramp in de Indische Oceaan nog als een complete verrassing. Daarvoor was een tsunami zelfs gewoon een ongekend fenomeen.

Maar er is meer. Al neemt het aantal aardbevingen zeker niet toe, het aantal aardbevingsrampen zou wel eens kunnen toenemen. Door de demografische explosie zijn er steeds meer mensen die blootgesteld zijn aan een mogelijk aardbevingsrisico, en dus potentieel een slachtoffer kunnen worden van een volgende aardbeving. De kans op een aardbevingscatastrofe zoals Port-au-Prince zou wel eens meer de regel kunnen worden dan de uitzondering. Maar dat heeft niets te maken met het natuurfenomeen zelf ...

 

Op deze wereldkaart staan alle aardbevingen die door de USGS geregistreerd zijn de laatste 30 dagen. De grote van de bol geeft de magnitude van de aardbeving aan; de kleur de diepte van de aardbevingshaard (zie kleurlegende onderaan). 

Op deze wereldkaart staan alle aardbevingen die door de USGS geregistreerd zijn in 2009. De grote van de bol geeft de magnitude van de aardbeving aan; de kleur de diepte van de aardbevingshaard (zie kleurlegende onderaan); alle plaatgrenzen worden zo duidelijk zichtbaar.

 

Bijbehorende links:



Geschreven in Algemeen , Aardbevingen | 4 Reacties | Vaste link | Afdrukken


"It's the natural resources, stupid"

26. December 2009, 14:38

Tijdens de Amerikaanse presidentiële campagne in 1992 leidde de slagzin “It’s the economy, stupid” Bill Clinton naar de overwinning. In de nasleep van Kopenhagen is een parafrase op deze slagzin aan de orde: “It’s the natural resources, stupid”.

Zoals al naar voren gebracht in mijn vorige bijdrage, staat de reductie van de uitstoot van het broeikasgas koolstofdioxide centraal in de huidige klimaatdiscussies. Door een drastische reductie van de uitstoot zou dan een klimaatsdoel – een maximale opwarming van 2°C – bereikt worden. En dit door de geleidelijke afbouw van onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Met andere woorden: we moeten op zoek naar nieuwe energiebronnen om onze steeds groeiende globale economie draaiende te houden zonder dat het ten koste gaat van het klimaat. De oplossingen lijken voor de hand te liggen: hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie, energiebesparingen, …. En zo wordt een energievraagstuk als het ware voor de kar gespannen van een klimaatvraagstuk … en ook zo ‘verkocht’ aan de ‘man en vrouw in de straat’. Maar gaat het daar echt over? Is het klimaatdoel het ultieme doel? Of ligt het doel elders?

Laten we hiervoor gewoon even de wereld op zijn kop zetten (*) en ons verplaatsen in een denkbeeldige wereld die sinds zo’n kleine honderd jaar geconfronteerd wordt met een gestage afkoeling van het klimaat. Klimaatwetenschappers slaan de alarmbel. Niettegenstaande de antropogene uitstoot van broeikasgassen, blijkt de atmosferische koolzuurgasconcentratie te dalen. De klimatologen zitten met de handen in het haar. Waar gaat al dat koolzuurgas naartoe? Het IPCC voorspelt met klimaatmodellen dat tegen 2100 de gemiddelde globale temperatuur met 1 à 6°C zou kunnen dalen. Een nieuwe ijstijd staat voor de deur. Dramatische gevolgen worden ons voorgehouden. De ijskappen op Antarctica en Groenland en in de Arctische Zee zouden aangroeien. De gletsjers in het hooggebergte zouden ook met ongeziene snelheden aangroeien. In de Alpen zouden de groeiende gletsjers als ware bulldozers dorpen en steden van de kaart vegen, wegen afsnijden, tunnels onbruikbaar maken. In de zomers zouden de gletsjers nog amper afsmelten. De grote Europese rivieren die nu gevoed worden door gletsjerwater, zouden verschrompelen tot kleine beekjes. De Middellandse Zee zou onvoldoende gevoed worden en beetje bij beetje beginnen uit te dampen. Door de groeiende ijskappen zou de globale zeespiegel beginnen dalen. De toegang tot de grote Europese havens rond de Noordzee, zoals Rotterdam, Antwerpen, London, als zoveel andere havens in de wereld zouden steeds moeilijker bereikbaar worden. Deltagebieden, zoals de Mississippidelta in de VS, de Ganges-Bramaputradelta in Bangladesh, zouden geteisterd worden door grootschalige grondverzakkingen.

Een grote klimaatconferentie wordt bijeengeroepen om dringende maatregelen te treffen tegen de globale klimaatafkoeling, een soort spiegelbeeld van Kopenhagen. Waar zou het dan over moeten gaan? Het versterken van het broeikaseffect? Gaat er een oproep gelanceerd worden dat we dan met zijn allen meer koolzuurgas de atmosfeer moeten inpompen … sneller dan dat de aardse systemen het uit de atmosfeer kunnen absorberen? Gaan we dan subsidies krijgen om onze huizen slechter te isoleren? Gaat we een eco-bonus krijgen als we een brandstofverslindende ‘hummer’ aankopen? of een extra biefstuk eten? Gaan zonnepanelen extra belast worden omdat het ‘groene’ energie is?

Ik vermoed dat je de absurditeit van dit verhaal al inziet. Waarom? Omdat in dit denkbeeldige scenario het klimaatvraagstuk en het energievraagstuk diametraal tegenover elkaar staan. Natuurlijk gaat men niet pleiten om kwistig om te springen met fossiele brandstoffen, omdat toevallig een bijproduct een broeikasgas is dat een klimaatprobleem zou kunnen oplossen? Omdat gewoonweg deze fossiele brandstoffen eindig zijn. Vandaag de dag wordt algemeen aangenomen dat we nog voor enkele decennia zullen kunnen beschikken over olie en gas, en voor enkele eeuwen over steenkool. En al deze grondstoffen zijn eigenlijk te waardevol om zomaar opgestookt te worden voor verwarming of vervoer (denk maar aan de petrochemische industrie). Ook in een afkoelende wereld zal men moeten pleiten voor alternatieve energiebronnen, energie-efficiëntie en energiebesparingen. Ook in een afkoelende wereld zal onze ecologische voetafdruk veel te hoog zijn en putten we alle natuurlijke rijkdommen – zowel mineraal als organisch – uit. Ook in een afkoelende wereld zal de mens boven de draagkracht van de Aarde leven.

Eigenlijk verschilt de effectieve situatie niet zozeer in een denkbeeldige afkoelende wereld en de realiteit van onze opwarmende wereld. In beide klimaatcontexten blijkt de huidige globale maatschappij op een onhoudbaar en onduurzaam ontwikkelingspad te zitten. Alleen verschilt het discours. In een afkoelende wereld zou de mens niet de hoogmoed hebben om als leerling-tovenaar te trachten in te grijpen in het klimaat. Een klimaatconferentie à la Kopenhagen zou hoogstwaarschijnlijk gewoonweg niet hebben plaatsgehad. De mens zou zich veel meer toespitsen op het remediëren van de gevolgen (koude, dalende zeespiegel, groeiende gletsjers, …). Misschien gewoonweg omdat de mens zich dan niet schuldig voelt – of hoeft te voelen – voor die globale afkoeling. En toch zou er gepleit moeten worden om naar een duurzame maatschappij te evolueren die veel minder afhankelijk is van fossiele brandstoffen. Maar in de opwarmende wereld van vandaag heeft ons schuldgevoel ons afgeleid van het ware probleem. Omdat de mens “very likely” – zoals in het laatste IPCC-raport geponeerd wordt – verantwoordelijk is voor de huidige klimaatopwarming. Alles draait nu rond het klimaatvraagstuk, terwijl het eigenlijk – net als in een afkoelende wereld – zou moeten gaan over een duurzamer omspringen met de natuurlijke rijkdommen om zo uiteindelijk naar een globale samenleving binnen de draagkracht van onze enige planeet te evolueren. De eindigheid van de natuurlijke rijkdommen, daar gaat het om: “It’s the natural resources, stupid!”.

En een mogelijk positief effect op het klimaat is dan gewoon mooi meegenomen, of het nu een klimaatstabilisatie is in een opwarmende wereld of een klimaatopwarming zou zijn in een afkoelende wereld. Maar dat is uiteindelijk bijzaak …

 

(*) met dank aan collega Salomon Kroonenberg (TU Delft) die tijdens een recente lezing zijn toehoorders inspireerde deze denkoefening te maken.



Geschreven in Algemeen | 2 Reacties | Vaste link | Afdrukken