2012 Kort
De recente blogbijdrage van Reinout Verbeke over de egoïstische redenen van wetenschappers om te bloggen dwong ons tot een grondige zelfreflectie. Waarom doen wij het eigenlijk? Worden we gedreven door een missionaire drang om het mystieke wiskundeschrift te verspreiden onder alle ongelovigen en getraumatiseerden? Willen we later onder een plataan op een zonnig plein gebeeldhouwd staan met als onderschrift "zij leerden hun volk niks bruikbaars"? Bloggen we voor ons, of voor onze eenzaamheid? Of zijn we heimelijk enkel uit op een gratis Eos-abonnement?
Wat onze boekenrubriek betreft, daar is het antwoord eenvoudig: we kunnen er gewoon niet over zwijgen, over al die toch zo interessante boeken over wiskunde die verschijnen. Het zijn er meer dan ooit, en er moet dus wel een markt voor zijn.
Het labyrint van Occam, Guesstimation 2.0, Wiskunde in beeld, Mathematics Galore, Why Cats Land on their Feet, dit zijn de titels van (nog) vijf boeken die in 2012 verschenen zijn. Positief bij elk van deze boeken is dat ze opgebouwd zijn uit allemaal korte stukken, die je los van elkaar kan lezen. Dat is ideaal voor tussendoor, bijvoorbeeld tijdens een reclameblok op TV, of voor in je bed, als je nog snel iets wil bijleren voor het slapengaan. We bekijken ze even een voor een.
Voor de puzzelaar
Arnout Jaspers schreef een puzzelboek, het labyrint van Occam. Het boek bevat allerlei puzzels die je door redeneren kan oplossen, en daarbij hanteer je best het principe van het Scheermes van Occam. William of Ockham was een franciscaner monnik en filosoof die leefde in de veertiende eeuw. Volgens het Scheermes van Occam is de beste oplossing voor een probleem die oplossing die de minste aannames veronderstelt. Probeer dus niet te verdwalen in de doolhof, maar zorg ervoor dat je met de juiste methode recht naar de uitgang loopt.
De puzzels in het boek zijn erg origineel, niet alleen wat betreft hun naam: hoofdbrekenen, vlinken, dexteramputatrie, proteïnevouwen,... Korte puzzels, maar de oplossing is dat niet altijd. Het boek is ingedeeld in 4 verdiepingen, hoe hoger je komt, hoe moeilijker de puzzels. Je vindt er bijvoorbeeld de volgende Sangaku:

(zoals je wellicht wel weet is het bij een Sangaku de bedoeling dat je uitvist welke stelling wordt voorgesteld in de figuur).
Voor de rekenaar
Het tweede boek gaat over schatten, iets nauwkeurig gefomuleerd: over het schatten van aantallen/groottes. Om enkele voorbeelden te geven: hoe lang is alle DNA in je lichaam samen? Hoeveel mensen vliegen er op dit ogenblik boven de VS? Hoeveel zal het niveau van de oceanen stijgen als de poolkappen smelten?

De auteur berekent een schatting voor deze en andere vragen op gemiddeld iets meer dan een bladzijde. Maar de bedoeling is (zoals ook bij het vorige boek) dat de lezer eerst zelf probeert. Hij krijgt daarbij ook een of (veel) meer hints.
De antwoorden op de voorbeeldvragen zijn overigens: ongeveer 1014 m, 300.000, 20 m.
Het boek is geillustreerd met tekeningen van Patty Edwards, de bovenstaande hoort bij de vraag over de smeltende poolkappen.
![]() |
|
Voor mensen met wat wiskunde-achtergrond en interesse
Op de achterkant van het volgende boek kan je lezen: geniet van de fascinerende schoonheid van de wiskunde op ruim 300 rijk geillustreerde pagina's. En inderdaad, daar ben ik het mee eens. De auteurs geven uitleg bij een aantal onderwerpen uit de wiskunde en geven er een (vaak prachtig) plaatje bij. Dit is de figuur die hoort bij de pagina over de Pascal-piramide:
een uitbreiding naar drie dimensies van de driehoek van Pascal, die o.a. kan gebruikt worden om de coëfficiënten te berekenen in de uitwerking van een uitdrukking van de vorm (x+y+z)n.
De keuze van de onderwerpen is blijkbaar bepaald door de figuren die de auteurs ter beschikking hadden.
Kennen jullie bijvoorbeeld de Császár-torus? Het is het meest eenvoudige veelvlak met een gat erin. Een beetje geschiedenis. Leonhard Euler vond voor convexe veelvlakken zijn bekende formule: V-E+F=2, die zegt dat bij zo'n veelvlak het aantal hoekpunten V min het aantal zijden E plus het aantal zijvlakken F gelijk is aan 2. Er is een variant van deze formule voor veelvlakken met een gat erin, dan geldt namelijk dat V-E+F=0.
Als je nu probeert zo'n veelvlak te vinden met zo weinig mogelijk hoekpunten (en de bijkomende eis dat er geen lichaamsdiagonalen zijn), dan blijkt het minimum aantal hoekpunten 7 te zijn. Dat had August Möbius (jawel, die van de band) al door in de negentiende eeuw. Maar dat zo'n veelvlak met 7 hoekpunten en een gat erin ook praktisch realiseerbaar is, dat heeft Ákós Császár pas in 1949 bewezen:

Zo heb ik ook weer wat bijgeleerd.
![]() |
|
Voor mensen met wat fysica-achtergrond
Dit boek gaat over puzzels en paradoxen in de fysica, en hun verklaring. Het hoort misschien niet echt thuis in deze blog, maar het past op de een of andere manier goed bij het boek Guesstimation 2.0. Een voorbeeld: er wordt soms beweerd dat als je op het noordelijk halfrond het water van je bad laat weglopen, dat het water dan altijd in de afvoer loopt met een draaiende beweging in wijzerzin, en dit ten gevolge van de Corioliskracht:

En wat dan op het zuidelijk halfrond? En op de evenaar? Allemaal onzin, zegt de auteur. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom het water al draaiend wegloopt, maar dat kan zowel in wijzer- als in tegenwijzerzin gebeuren.
En weet je hoe je met een schoenveter en een chronometer een benadering kan vinden voor de vierkantswortel van 2? Of hoe je gebruikmakend van een glas water van 100oC een evengroot glas melk van 0oC kan opwarmen tot een temperatuur van meer dan 50oC (de temperatuur die je krijgt als je ze samengiet)? Het antwoord hier is verrassend genoeg ja. En de temperatuur die je theoretisch kan bereiken is (100/e)oC waarbij e=2,718281828 de constante van Euler is.
![]() |
|
Voor wiskundigen
Het volgende boek is bedoeld voor wiskundigen, en is een neerslag van een aantal workshops gegeven door de auteur in het St. Mark's Institute of Mathematics in Southborough, Massachusetts. Ook hier begint elk hoofdstuk met een probleem, en wat extra, gevolgd door commentaar, oplossing en nog wat uitbreiding. Het eerste hoofdstuk gaat over de Boogtangens, en je vindt er al dadelijk het volgende leuke grafische bewijs van de volgende identiteit:
$$ \large {\rm Bgtg} \frac{1}{2} + {\rm Bgtg} \frac{1}{3} = \frac{\pi}{4} $$
Het gaat zo:

en je moet wel even denken voor je het ziet.
Ik heb er ook weer iets nieuws geleerd over priemgetallen. Als je de rijen in de driehoek van Pascal doorschuift zoals in de onderstaande tabel (rij n start in kolom 2n), dan hebben we de volgende stelling: de kolomindex is een priemgetal enkel en alleen als de getallen die in die kolom staan allemaal deelbaar zijn door hun overeenkomstige rij-index. De goede kolommen staan in het rood. Bekijken we bijvoorbeeld kolom 17, dat is een priemgetal want 6 is deelbaar door 6, 35 door 7 en 8 door 8.

In een ander hoofdstuk wordt dan weer het vermenigvuldigen met lijnen (hier te zien op youtube) uitgelegd.
![]() |
|
Geschreven in Boekenrubriek | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken







































In 1885 schreef koning Oscar II van Zweden een wedstrijd uit: hij wilde voor zijn 60ste verjaardag in 1889 een prijs uitreiken waarmee hij een belangrijke ontdekking in de wiskundige analyse wilde bekronen. Het prijzengeld bedroeg 2500 gouden kronen. Wie wilde meedingen naar deze prijs moest een verhandeling schrijven in verband met het n-lichamen probleem in de hemelmechanica: 






























































aarde vanuit de hemel van Yann




























| 