SciLogs International .com.be.es.de

Recentste blogposts RSS

Ook u kunt u zeker vergissen

14. Maart 2013, 06:19

Uw zwakke brein kan plots verkeerd beslissen. Of ook: I nunc, O Baili, Parnassum et desere rupem, dic sacra Peridium deteriora quadris! En dit allemaal als gevolg van de verzuchting: how I wish I could enumerate pi easily...
Naar jaarlijkse traditie (de vorige versie vind je hier) presenteren we hier ter lering en vermaak opnieuw een hele resem $\pi$-weetjes.

Wist je al ...
  • $\ldots$ dat het vandaag 14 maart $\pi$-dag is? Waarom? Omdat in de Amerikaanse schrijfwijze de datum 14 maart genoteerd wordt als 3/14 en 3,14 is een benadering voor het getal $\pi$.
  • dat Eric Baranyanka (vroeger bij de Ketnetband) een nummer heeft gemaakt over het getal $\pi$, en $\pi$-dag? Klik hier.
  • $\ldots$ dat je vandaag om 15 u taart moet eten?
    Ik kreeg mijn eerste echte $\pi$-taart vorig jaar: Zoals je kunt zien was het een zeer grote. Goed voor 18 personen. Ik heb ze gekregen van mijn baas, die echt wel zin krijgt in $\pi$-dag. Bedankt Martine!

    Pie
  • $\ldots$ dat het record uit 2010 voor het berekenen van de verste decimaal van het getal $\pi$, dat op naam stond van een team van Yahoo dat hiervoor 1000 computers gebruikte, is verpulverd door Ed Karrels in augustus 2012?
    Beginnend vanaf de 1.000.000.000.000.000ste plaats zijn de volgende 26 hexadecimale cijfers:
    8353CB3F7F0C9ACCFA9AA215F2
    Karrels maakte hiervoor gebruik van een speciale formule ontdekt door Fabrice Bellard in 1997.
    Deze formule is speciaal in de zin dat je er decimalen van $\pi$ mee kan berekenen zonder de vorige uit te rekenen zoals de meeste algoritmes doen.
  • $\ldots$ dat de volgende bekende formule
    $$\cos {{\pi}\over{3}} = \frac{1}{2}$$ slechts een speciaal geval is van een oneindige rij van soortgelijke formules met in het rechterlid $\frac{1}{2}$? Hier zijn de volgende drie: $$ \cos \frac{\pi}{5} - \cos \frac{2\pi}{5}= \frac{1}{2} $$ $$ \cos \frac{\pi}{7} - \cos \frac{2\pi}{7} + \cos \frac{3\pi}{7}= \frac{1}{2} $$ $$ \cos \frac{\pi}{9} - \cos \frac{2\pi}{9} + \cos \frac{3\pi}{9} - \cos \frac{4\pi}{9}= \frac{1}{2} $$ Dit werd bewezen door Packard en Reitenbach in april 2012.
  • $\ldots$ dat als je een configuratie hebt zoals deze:

    Descartes

    met 4 cirkels (cirkels doen - hopelijk - aan $\pi$ denken) die elkaar raken, dat de stralen van deze cirkels dan voldoen aan de volgende vergelijking?
    $$ \frac{1}{(R_1)^2} + \frac{1}{(R_2)^2} + \frac{1}{(R_3)^2} + \frac{1}{(R_4)^2} = \frac{1}{2} \left( \frac{1}{R_1} + \frac{1}{R_2} + \frac{1}{R_3} + \frac{1}{R_4} \right)^2 $$ Dit staat bekend als de Cirkelstelling van Descartes.
  • $\ldots$ dat de film Life of Pi onlangs 4 Oscars heeft gewonnen?
    Het boek waarnaar de film is gemaakt: Life of Pi door Yann Martel, won de Booker Prize in 2002. Van het boek werd onlangs het 3.141.593ste exemplaar in de originele versie verkocht. En het zal wel geen toeval zijn dat de hoofdpersoon Pi een schipbreuk overleeft en precies $\underline{227}$ dagen in een reddingsboot/vlot (samen met een Bengaalse tijger) blijft ronddobberen ($\frac{22}{7}$ is een bekende benadering van $\pi$).

    Life of Pi

    Dit is hoe de hoofdpersoon, Pi, aan zijn bijnaam komt:

    My name is Piscine Molitor Patel, known to all as - I double underlined the first two letters of my given name - Pi Patel. For good measure, I added, $\pi$ = 3.14, and I drew a large circle, which I then sliced in two with a diameter, to evoke that basic lesson of geometry.
  • $\ldots$ dat op 12 september 2012 vijf vliegtuigen met dot-matrix luchtschrifttechnologie duizend decimalen van $\pi$ hebben geschreven in de hemel van de San Francisco Bay Area op een hoogte van 3.000 meter?
    De cijfers waren elk bijna 400 m hoog, en ze waren geplaatst in een 161 km lange lus: 

    Pi in th Sky

    Dit evenement werd Pi in the Sky genoemd, en het is een $\pi$-record: de grootste fysieke uitdrukking voor het getal $\pi$ ooit.
  • $\ldots$ dat de Poolse wiskundige Adam Adamandy Kochanski in 1685 een eenvoudige constructie van (een benadering van) het getal $\pi$ heeft gepubliceerd? Hier is ze:

    Kochanski
  • $\ldots$ dat er heel wat materiaal is voor $\pi$-verzamelaars?

    pi memorabilia

    (Dank u, Imanol, voor de fles!)
  • $\ldots$ dat het volgende geldt? $$ \cos (\pi \cos (\ln (\pi+20))) = -1 $$ Als je het nog niet wist, het heeft geen zin het te onthouden, want het is niet waar. Het is slechts een benadering, maar een hele goede. Als je dit berekent met je rekentoestel, dan krijg je inderdaad $-1$. Maar de werkelijke waarde is: $$ -0.99999999999999999717719... $$ die zeer dicht bij $-1$ zit . Dit is een gevolg van het feit dat $e^\pi-\pi =19.999099979...$.
  • $\ldots$ dat er een limerick is die het trieste verhaal vertelt van William Shanks (1812-1882)? Hij berekende de eerste 707 decimalen van het getal $\pi$ met de hand. Het kostte hem 15 jaar. Later, in 1944, werd ontdekt dat alleen de eerste 527 correct waren. De limerick is van de hand van N. Rose.

    Seven hundred seven, Shanks did state,
    Digits of $\pi$ he would calculate
    And none could deny
    It was a good try
    But he erred in five twenty-eight.
dilbert


Geschreven in Actuele wiskunde | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Vakantie? Wiskunst en leesvoer!

16. Juli 2012, 10:17

Nu en dan breekt de zon door de wolken, en lijkt het ons een goed idee even een frisse neus te halen. We reden recht naar het gemeentehuis van De Panne om daar te gaan genieten van een kunstwerk in het kader van Beaufort04. Een eerder wiskundig kunstwerk, wat hadden jullie gedacht? Van de Maltese kunstenaar Norbert Francis Attard (geboren in 1951), met als titel Boundaries of Infinity:

attard


Je ziet er o.a. de rij van Fibonacci, en de gulden spiraal.
Het goede nieuws hier is dat het er ook na Beaufort04 nog blijft staan. 
Een typisch voorbeeld van wisku(n)st. 
Vandaar ging het naar Brugge, waar we bij de echte vader van de Wisconst uitkwamen: Simon Stevin (1548-1620) wiens standbeeld prijkt op het ... Simon Stevinplein. Met de moderne camera kan je zo'n beeld dichterbij brengen, en dus hebben we ook de details kunnen bestuderen:

stevin

Bovenaan rechts zie je een afbeelding die te maken heeft met de hydrostatische paradox, en net daaronder de beroemde Clootcrans (die o.a. door Richard Feynman de hemel werd ingeprezen). Je herkent ook een tekening van de Zeilwagen die door Stevin werd uitgevonden, en die door Nederlandse schrijver Hugo Grotius (1583-1645) als volgt bezongen werd:

Illum qui numeros & rerum pondera novit,
Qui fluxum aequorea comperit unus aquae,
Et motus terrae varios Stevinius auctor
Iussit arenosae credere vela viae.

(mogelijke vertaling, van Prudens Van Duyse uit 1846:
Stevin, wiens geest en yvervolle moed
De Weeg- en Cyferkunst, als schepper, kon verryken -
Stevin, die eerst der zeeën vloed
en ’s aerdrijks omzwaei heeft bevroed
beval het zeil zich d’oever te vertrouwen.)

Maar kan iemand me vertellen wat het onderste detail voorstelt? Graag in een reactie op deze blog!

Vakantie betekent voor mij ook: lezen. Naar jaarlijkse traditie bespreek ik hier dan ook enkele boeken die ik recent met plezier heb gelezen.

Het eerste boek gaat over de wiskunde achter de Sudoku. Maar dan ook alle wiskunde achter de Sudoku.
Wie lost er eens niet graag een Sudoku op?
Hier zie je er alvast een waarvan de vorm ons wel aanstaat. Zien jullie waarom?


Sudoku

In het boek vind je bijvoorbeeld een sudoku voor mensen die het erg druk hebben:

sudoku
  


Taking Sudoku Seriously
Jason Rosenhouse en Laura Taalman, Taking Sudoku Seriously. The Math Behind the World's Most Popular Pencil Puzzle.
Oxford University Press (2011) 214 pagina's. 

Dit is een prachtig, in kleuren uitgegeven boek in verband met sudoku's. Het gaat niet zozeer over hoe je een sudoku moet oplossen, maar wel over allerlei dingen die met sudoku te maken hebben. Hoeveel sudoku's zijn er mogelijk, en hoe bereken je dat aantal? Hoe maak je zelf een sudoku vertrekkend van een 9 bij 9-veld dat volledig leeg is? Wat is het verband met Grieks-Latijnse vierkanten? 
Sudoku's worden ook gebruikt als aanleiding om over wiskunde te praten, meer bepaald over bijvoorbeeld grafentheorie, en over veeltermen.
Het boek is geschreven net voor bewezen werd dat er minstens 17 getallen bij de start moeten ingevuld zijn om een unieke oplossing te hebben (lees meer hier). Op dat punt hadden de auteurs dus pech. 
Het laatste hoofdstuk bevat sudoku-varianten, voor de liefhebbers van het genre. Met oplossingen.

Formuledichtheid: Θ Θ Ο Ο Ο
Moeilijkheidsgraad: Θ Θ Ο Ο Ο
Score: Θ Θ Θ Θ Ο




Dat mathematics en magic goed samengaan, dat weten we al langer, dankzij Martin Gardner bijvoorbeeld. Zelf vind ik het goochelen met speelkaarten erg aantrekkelijk, ook omdat je er weinig meer voor nodig hebt dan een spel kaarten. Een van de bekendste kaarttrucs die gebaseerd is op een wiskundig principe is de truc met de 21 kaarten.


21

Lees meer hier, de eerste truc.
Over de auteurs van het volgende boek valt heel wat te vertellen. Persi Diaconis begon als goochelaar, en ging later wiskunde studeren. Ron Graham was niet alleen president van de American Mathematical Society maar ook van de International Juggler's Association. Beiden hebben ze Erdösgetal 1.



Magical Mathematics
Persi Diaconis en Ron Graham, Magical Mathematics. The Mathematical Ideas that Animate Great Magic Tricks. Princeton University Press (2012) 244 pagina's.

Ook een prachtig boek. Over wiskunde en goocheltrucs, met en zonder speelkaarten. Eerst met. Het eerste hoofdstuk begint met Baby Hummer, een truc genoemd naar de uitvinder ervan, Bob Hummer, en een aanloop naar een uitgebreide versie: Royal Hummer. Hier en daar vind je een stelling, met bewijs. Hoofdstukken 2, 3 en 4 gaan over de Bruijn-rijen, en hoe ze in kaarttrucs nut hebben. Dan is er een hoofdstuk over het geweldige Gilbreath-principe (zie ook het filmpje hier), en het verband met de Mandelbrotverzameling. En een over perfecte en andere shuffles. 
Vervolgens gaan de auteurs op zoek naar de oudste goocheltrucs, bespreken ze de magie in de I Ching, hebben ze het over jongleren en tot slot belichten ze op een persoonlijke manier 7 goochelaars. 

De wiskunde achter de trucs is soms wel lastig, maar je kan die stukken ook gewoon overslaan. De trucs zijn erg leuk.

Formuledichtheid: Θ Ο Ο Ο Ο
Moeilijkheidsgraad: Θ Θ Θ Ο Ο
Score: Θ Θ Θ Ο Ο




Het volgende boek gaat volledig over het Handelsreizigersprobleem (Traveling Salesman Problem of TSP). Het probleem is het volgende: gegeven n steden en de afstanden tussen elk paar van deze steden (via bestaande wegen).

traveling salesman

Een handelsreiziger moet elk van deze steden precies eenmaal bezoeken. Bepaal de kortste weg die hiervoor kan worden gebruikt.
Dit probleem kadert in de grafentheorie, een tak van de wiskunde die geïnitieerd werd door Leonhard Euler met zijn 7 bruggen van Königsberg: de Russische stad Königsberg bestaat uit twee eilanden en een deel van de oevers van de Pregel. Er zijn 7 bruggen die de verschillende delen van de stad met elkaar verbinden. De vraag is of je deze stad kan bezoeken door elke brug precies 1 keer te gebruiken.

Bridges

Het antwoord is: neen.
TSP is gerelateerd aan het P versus NP-probleem, een van de millenniumproblemen.



In Pursuit of The Traveling Salesman
William J. Cook, In Pursuit of the Traveling Salesman. Mathematics at the Limits of Computation. Princeton University Press (2012) 228 pagina's.

In dit boek lees je echt alles over wat er op dit ogenblik geweten is in verband met het Handelsreizigersprobleem: geschiedenis, oplossingsmethodes, toepassingen, verbanden met andere disciplines. Omdat de auteur de zaken in detail beschrijft, is dit zeker geen gemakkelijk boek om te lezen. Hier en daar komt er ook wat algebra bij kijken. 
Het boek geeft wel een goed overzicht van deze bloeiende tak van de wiskunde.
 

Formuledichtheid: Θ Θ Ο Ο Ο
Moeilijkheidsgraad: Θ Θ Θ Ο Ο
Score: Θ Θ Ο Ο Ο




Ook elliptische krommen zijn hot topics in de wiskunde, en niet alleen omdat een ander millenniumprobleem, met name het vermoeden van Birch en Swinnerton-Dyer, in deze branche zit. Elliptische krommen worden o.a. gebruikt in de cryptografie, en het zou best kunnen dat je GSM elliptische krommen gebruikt om gegevens mee te versleutelen.



Elliptic Tales
Avner Ash en Robert Gross, Elliptic Tales. Curves, Counting and Number Theory. Princeton University Presss (2012) 253 pagina's. 

Dit boek is te moeilijk voor de leek. Je moet al wel wat wiskunde kennen om het tot het einde toe te kunnen volgen. Maar het loont om door te zetten: als je er doorheen geraakt, dan begrijp je waar het vermoeden van Birch en Swinnerton-Dyer precies over gaat. En je komt op de weg daar naartoe heel wat te weten over elliptische krommen.
De auteurs doen hun best om alles zeer geleidelijk op te bouwen, en ze zeggen wel dat je niet zoveel voorkennis nodig hebt, maar enkele jaren wiskundestudies zijn toch echt wel nodig.

Formuledichtheid: Θ Θ Θ Ο Ο
Moeilijkheidsgraad: Θ Θ Θ Θ Ο
Score: Θ Ο Ο Ο Ο   
Score voor wiskundigen:
Θ Θ Θ Θ Ο




Nog twee te gaan. We beperken ons tot de essentie.



The Universe in Zero Words
Dana Mackenzie, The Universe in Zero Words. The Story of Mathematics as Told through Equations. Princeton University Press (2012) 224 pagina's.

Dit boek is ideaal voor de geïnteresseerde leek die wel wat wiskunde gehad heeft. De titel zegt het al: het gaat om een geschiedenis van de wiskunde verteld aan de hand van de belangrijkste wiskundige formules en vergelijkingen. Het is iets breder: ook belangrijke vergelijkingen uit de fysica, zoals bijvoorbeeld $E=mc^2$, komen aan bod.

Het boek is opgedeeld in vier delen: de oudheid - tot de 19de eeuw - de 19de eeuw - de 20ste eeuw. Korte hoofdstukken, die erg leuk zijn om te lezen. Met mooie illustraties. Een aanrader! Kan zeker ook als coffee table book gebruikt worden.

Formuledichtheid: Θ Θ Ο Ο Ο
Moeilijkheidsgraad: Θ Θ Ο Ο Ο
Score: Θ Θ Θ Θ O




A Wealth of Numbers
Benjamin Wardhaugh, A Wealth of Numbers: An Anthology of 500 Years of Popular Mathematics Writing. Princeton University Press (2012) 370 pagina's.

Je zou kunnen denken dat dit boek perfect past in deze blog, die de bedoeling heeft de wiskunde te populariseren (of is het andersom: deze blog past perfect in dit boek?). Het gaat om een anthologie: een bundeling van een aantal teksten die een periode van meer dan 500 jaar omspannen, en die de bedoeling hebben de wiskunde te populariseren. 
De oudste tekst in dit boek dateert van 1481, en is een Engelse vertaling van een deel van een Frans boek uit 1246. Het gaat over vier van de seven vrie consten, o.a. de geometrie en de arithmetica. 
Puzzels, spelletjes, humor, dialogen, gedichten,... voor elk wat wils. 
Het is niet echt een boek dat je van het begin tot het einde doorleest. De teksten die er in voorkomen zijn ook niet altijd echt boeiend.

Formuledichtheid: Θ Θ Ο Ο Ο
Moeilijkheidsgraad: Θ Θ Ο Ο Ο
Score:  Θ Θ Ο Ο Ο






Geschreven in Actuele wiskunde | 5 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Lachen met wiskundigen

14. Juni 2012, 10:21

In een periode dat studerend Vlaanderen met proefwerken of examens zit, is het misschien niet zo opportuun veel over wiskunde te schrijven. Daarom gaan we de lichtere toer op door enkele anekdotes over bekende en minder bekende wiskundigen te vertellen. Toch een waarschuwing hierbij: hoewel de foto's die je hieronder vindt de indruk zouden kunnen wekken dat wiskundigen saaie en kleurloze figuren zijn, willen we dat met klem tegenspreken. Moest je denken dat er toch blijkbaar iets mis is met wiskundigen, dan willen we daar tegenoverstellen dat wiskundigen vaak gewoon een ander soort gevoel voor humor hebben. Noodgedwongen moeten we ons tot mannen beperken, niet omdat vrouwelijke wiskundigen eerder schaars zijn, maar omdat ze zich minder laten betrappen op afwijkend gedrag. 


G. H. Hardy

S. Ramanujan
1729 staat bekend als het Ramanujan-Hardy getal.

De Britse wiskundige G. H. Hardy (1877-1947), die gespecialiseerd was in getaltheorie, en vooral bekend is door het feit dat hij het wiskundige wonderkind, de Indier Srinivasa Ramanujan (1887-1920), naar Cambridge haalde, vertelde dat hij op ziekenbezoek ging bij Ramanujan, en dat ze het op een bepaald moment hadden over het nummer van de taxi waarmee Hardy gekomen was. Hardy vond dat nummer, 1729, weinig interessant.
"Helemaal niet", zei Ramanujan daarop, "1729 is het kleinste getal dat op twee verschillende manieren te schrijven is als de som van twee derdemachten."

Inderdaad: $$1729 = 1^3 + 12^3 = 9^3 +10^3 $$

N. Wiener
Norbert Wiener (1894-1964), een toegepast wiskundige, was bekend om zijn verstrooidheid.

Op een dag ging hij naar een conferentie, en parkeerde zijn auto op de (grote) parking van de universiteit. Na de lezingen liep hij terug naar de parking, maar omdat hij vergeten was waar hij zijn auto had gezet, en eigenlijk ook niet meer wist hoe zijn auto eruit zag, was hij genoodzaakt daar te blijven wachten tot alle andere auto's weg waren.

Op een bepaalde ogenblik verhuisde hij met zijn familie naar een ander huis een paar blokken verder. Zijn echtgenote, die wist dat ze aan haar man toch niets had bij zo'n bedoeningen, had hem naar zijn werk gestuurd 's morgens. 's Avonds zou dan wel alles verhuisd zijn. Voor de zekerheid had zij hem een papiertje met het nieuwe adres meegegeven. Na het werk wist Wiener niet meer wat zijn nieuwe adres was, en al evenmin wat er met dat papiertje gebeurd was. Hij ging dus maar gewoon naar zijn oude huis, en zag daar een kind staan waar hij aan vroeg: "Weet jij misschien naar welk adres de Wieners verhuisd zijn?" Waarop het meisje antwoordde: "Ja, papa. Mama dacht wel dat je naar hier zou komen, en heeft mij daarom gestuurd om je de weg te wijzen."

H. Poincare
Henri Poincaré (1854-1912) was een van de grootste Franse wiskundigen. Over hem doet het volgende verhaal de ronde.

Poincaré ging elke dag een brood kopen bij de bakker op de hoek. Hij merkte al snel op dat het brood, dat normaal 1 kg moest wegen, vaak merkelijk veel minder woog, en hij hield dan ook een jaar lang zorgvuldig bij wat het dagelijkse gewicht van het brood was. Hij zette de resultaten hiervan uit op een grafiek, en die bleek een mooie Gausscurve te zijn met als gemiddelde 950 g. Hij diende een klacht in bij de lokale politie, en de bakker kreeg een waarschuwing.

Een jaar later diende Poincaré opnieuw klacht in. Hoewel het brood dat hij kocht bij de bakker nu wel het juiste gewicht had, kon hij bewijzen dat de bakker toch zijn klanten bedroog. De politie confronteerde de bakker met de aanklacht, waarop die de vraag stelde: "Hoe kan Poincare´ nu weten dat mijn broden toch niet het juiste gewicht hebben als er bij hemzelf geen problemen zijn?"
Poincaré antwoordde met deze grafiek.

K. Godel en A. Einstein

K. Godel en A. Einstein
Logicus Kurt Gödel (1906-1978) was niet van deze wereld. In 1939 was hij uitgeweken naar de Verenigde Staten, en na enkele jaren in Princeton besloot hij mee te doen aan het examen om Amerikaans staatsburger te worden.
Bij het bestuderen van de Amerikaanse grondwet ontdekte hij allerlei inconsistenties, en was daardoor erg in de war. Zijn collega John Von Neumann wist hem echter duidelijk te maken dat als je de zaken op een bepaalde manier bekeek, dat er dan geen logische problemen optraden.
De dag van het examen kwam. Albert Einstein (rechtsboven) en Oskar Morgenstern (linksonder) begeleidden hem naar het examen. De rechter die het examen afnam vond het geweldig eens te kunnen praten met een beroemdheid zoals Einstein, en ze hadden het o.a. over Nazi-Duitsland. Op een bepaald ogenblik richt de rechter zich tot Gödel en zegt: "Maar je hebt waarschijnlijk wel gemerkt bij het doornemen van onze grondwet dat zoiets hier nooit kan gebeuren. Waarop Gödel: "Maar ...", en hij kreeg prompt (onder de tafel) een stamp van Morgenstern. Gödel kreeg het staatsburgerschap.

A. Besicovitch
Abram Besicovitch (1891-1970) was een Russisch wiskundige die de wereld rondreisde en in 1927 in Cambridge (Engeland) terechtkwam.

Op een dag ging hij op bezoek bij een collega die enkele honderden kilometers ver woonde. Dit gebeurde in een tijd dat telefoneren om een afspraak te maken erg duur was, dus hij stapte gewoon in zijn auto, reed enkele uren, belde aan en was blij te constateren dat zijn collega thuis was. Al snel ging het over wiskunde, en het was makkelijk Besicovitch te overtuigen om te blijven voor de lunch.
Na de middag werkten ze verder, het werd avond, en Besicovitch's collega nodigde hem uit voor het avondeten. "Maar moet je niet even naar huis bellen om je vrouw te laten weten dat je nog hier bent? Misschien maakt ze zich wel ongerust, of is ze al eten aan het koken." Waarop Besicovitch antwoordt: "Dat is niet nodig. Ze weet dat ik nog hier ben: ze wacht in de auto."

P. Erdos
We sluiten af met Paul Erdös (1913-1996), een van de grootste wiskundigen van de vorige eeuw, die we ook al op deze blog zijn tegengekomen.

Erdös had de gewoonte wiskundecollega's op te bellen, op willekeurige momenten. Hij kende hun telefoonnummers van buiten, maar kende van niemand de voornaam. De enige die hij aansprak met zijn voornaam was Tom Trotter, die hij Bill noemde.

Er
dös ontmoette eens een wiskundige op de een of andere conferentie, en vroeg hem van waar hij was. Toen bleek dat hij werkte in Vancouver, zei Erdös: "Dan ken jij waarschijnlijk mijn goede vriend Elliott Mendelson?"
De ander antwoordde: "Ik BEN je goede vriend Elliott Mendelson."

Zie ook het
Erdös-getal en Erdös-Bacon getal.

Bronnen:

Steven Krantz, Mathematical Apocrypha: Stories and Anecdotes of Mathematicians and the Mathematical, The Mathematical Association of America (2002)

Steven Krantz, Mathematical Apocrypha Redux: More Stories and Anecdotes of Mathematicians and the Mathematical, The Mathematical Association of America (2005)

(over Paul Erdös) Paul Hoffman, The Man Who Loved Only Numbers, Hyperion (1998) of de Nederlandse vertaling bij Bert Bakker (1999)

(over Srinivasa Ramanujan) Robert Kanigel, The Man Who Knew Infinity, Washington Square Press (1992)

(over Srinivasa Ramanujan) David Leavitt, The Indian Clerk, Bloomsbury (2008) of de Nederlandse vertaling bij De Harmonie (2009)

en natuurlijk ook het volgende recent verschenen boek:


HershSteiner


Rueben Hersh en Vera John-Steiner
, Loving + Hating Mathematics. Challenging the Myths of Mathematical Life, Princeton University Press (2011) 416 pagina's. 

Dit boek gaat niet zozeer over wiskunde, maar over wiskundigen, over hoe ze functioneren, wat hen triggert, waarom ze wiskunde doen, hoe ze omgaan met anderen,... Hersh en John-Steiner proberen komaf te maken met een aantal mythes die rond wiskundigen hangen, zoals de mythe dat het eenzaten zijn, en eerder asociale wezens. Ze doen dit met voorbeelden, en proberen hun punt te maken aan de hand van verhalen en anecdotes over wiskundigen.
Een deel van het boek heeft rechtstreeks betrekking op het onderwijssysteem in de Verenigde Staten, en is als dusdanig voor ons niet zo interessant. Maar voor de rest is het zeker een aanrader.

Formuledichtheid: Θ Ο Ο Ο Ο
Moeilijkheidsgraad: Θ Ο Ο Ο Ο
Score: Θ Θ Θ Ο Ο




Geschreven in Actuele wiskunde | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


De oneindige knuffelfactor van het getal pi

14. Maart 2012, 10:25

Nu de magie van het getal $\pi$ eindelijk is doorgedrongen tot de kring der BV's (bedankt Tom Waes!), en vrienden/familieleden op feestjes spontaan en trots de decimalen ervan beginnen te reciteren, willen we ervoor zorgen dat deze $\pi$-dag zeker niet onopgemerkt voorbij gaat. Naar jaarlijkse traditie hebben we een aantal $\pi$-curiosa bij elkaar gezocht.

pidag

pi

Wist je ...
  • $\ldots$ dat het vandaag 14 maart $\pi$-dag is? Waarom? Omdat in de Amerikaanse schrijfwijze de datum 14 maart genoteerd wordt als 3/14 en 3,14 is een benadering voor het getal $\pi$.
  • $\ldots$ dat veel decimalen van het getal $\pi$ berekenen een manier is om in het Guinness Book of Records te komen? De berekening van decimalen van $\pi$ is een lastige zaak omdat er geen regelmaat in zit.

    pi

  • $\ldots$ dat de Japanse ingenieur Shigeru Kondo in oktober 2011 zijn eigen wereldrecord decimalen-van-$\pi$-berekenen verdubbeld heeft, precies zoals hij dit de vorige keer had aangekondigd ? In totaal werden nu 10 000 000 000 000 decimalen berekend, op zijn zelfgemaakte computer met een harddisk van 48 TB (1,5 keer zo groot als de vorige).
  • $\ldots$ dat het getal $\pi$ ook een belangrijke rol speelde in een aflevering van de tv-reeks Star Trek? Een wezen van een vreemde planeet had de boordcomputer overgenomen. Spock slaagde erin het ding uit de computer te krijgen door deze laatste de opdracht te geven $\pi$ te berekenen tot op de laatste decimaal.

    star trek pi

  • $\ldots$ dat er allerlei mooie wiskundige formules zijn waarin het getal $\pi$ voorkomt? Welke vinden jullie de mooiste? $$ {}\hspace{-0.2cm}\frac{2}{\pi} \!= \textstyle\!\sqrt{\frac{1}{2}} \!\cdot\! \sqrt{\frac{1}{2} \!+\! \frac{1}{2} \!\cdot\! \sqrt{\frac{1}{2}}} \!\cdot\! \sqrt{\frac{1}{2} \!+\! \frac{1}{2} \!\cdot\! \sqrt{\frac{1}{2} \!+\! \frac{1}{2} \!\cdot\! \sqrt{\frac{1}{2}}}} \!\cdot\! \ldots $$ $$\frac{2}{\pi} = \frac{1\cdot 3}{2 \cdot 2} \cdot \frac{3 \cdot 5}{4 \cdot 4} \cdot \frac{5 \cdot 7}{6 \cdot 6} \cdot \ldots $$ $$ \frac{\pi^2}{6} = 1 + \frac{1}{2^2} + \frac{1}{3^2} + \frac{1}{4^2} + \ldots + \frac{1}{n^2} + \ldots $$ $$ \sqrt{\pi} = \int\limits_{-\infty}^{+\infty} e^{-x^2} \, d x $$ $$ \sqrt{\pi} \cdot \sum_{n=-\infty}^{+\infty} e^{-n^2} = \sum_{n=-\infty}^{+\infty} e^{-n^2\pi^2} $$
  • $\ldots$ dat er ook uitdrukkingen voor het getal $\pi$ ontdekt zijn maar nog niet bewezen? Zoals deze: \[ \frac{32}{\pi^3} = \sum_{n=0}^\infty r(n)^7 (1 + 14 n + 76 n^2 + 168 n^3) \cdot \frac{1}{8^{2n}} \] waarbij \[ r(n) = \frac{(1/2)_{n}}{n!} = \frac{1/2 \cdot 3/2 \cdot \, \ldots \, \cdot (2n-1)/2}{1 \cdot 2 \cdot \ldots \cdot n} \]
  • $\ldots$ dat Albert Einstein geboren werd op 14 maart?
  • $\ldots$ dat er recent een palindroomdag geweest is: 21 februari 2012? Inderdaad: 21022012. Op de volgende is het nog even wachten. Natuurlijk zijn er mensen die op zoek gegaan zijn naar palindromen in de decimale ontwikkeling van $\pi$. Op de 9128219-de plaats na de komma start de rij decimalen 9136319. Beide getallen zijn palindromen, meer nog het zijn ook allebei priemgetallen. We spreken dan van palpriemgetallen. Het zijn zelfs opeenvolgende palpriemgetallen!

  • pi cartoon

  • $\ldots$ dat de recent overleden Poolse dichteres Wislawa Szymborska (1923-2012, Nobelprijs literatuur in 1996) een gedicht heeft geschreven over het getal $\pi$? Het gaat zo:
    Het getal pi
    Het getal pi is bewonderenswaardig
    drie komma een vier een.
    Alle verdere cijfers zijn ook begincijfers,
    vijf negen twee omdat het nooit eindigt.
    Het laat zich zes vijf drie vijf niet vangen in één blik,
    noch acht negen door enige berekening,
    of zeven negen door enige verbeelding,
    en zelfs drie twee drie acht niet door de lach of vergelijking
    vier zes met wat ook maar
    twee zes vier drie ter wereld.
    De grootste slang op aarde houdt na ruim tien meter op.
    Sprookjesslangen doen hetzelfde, al wachten ze wat langer.
    De rij van cijfers die samen het getal pi vormen
    laat zich niet stuiten door de rand van het papier,
    kan verder gaan over de tafel, door de lucht,
    over muur, blad, vogelnest, wolken, recht omhoog,
    dwars door ‘ s hemels opgezwollen bodemloosheid.
    Ach, de staart van een komeet, wat is die kort, een muizenstaartje!
    Wat nietig de straal van een ster die zich in elke ruimte kromt!
    Terwijl hier twee drie vijftien driehonderd negentien
    mijn telefoonnummer jouw maat overhemd
    het jaar negentienhonderddrieënzeventig zes hoog
    het aantal inwoners vijfenzestig cent
    heupmaat twee vingers charade en code
    waarin zing o nachtegaal, zing toch en vlieg,
    maar ook verzoeke de rust te bewaren liggen besloten,
    en hemel en aarde zullen vergaan, maar niet het getal pi, nee, pi zeker niet,
    pi heeft nog altijd een niet onaardige vijf,
    niet de eerste de beste acht,
    zeker niet de minste zeven,
    waarmee het de bloedeloze eeuwigheid aanspoort, ja, aanspoort om maar voort te duren.

    (vertaling G. Rasch)
  • $\ldots$ dat er weinig postzegels te vinden zijn waar het getal $\pi$ op voorkomt? Dit is er een:

    pistamp

  • $\ldots$ dat je op youtube kan luisteren (en kijken) naar een muzikale interpretatie van het getal $\pi$? Meer bepaald hier.
  • $\ldots$ dat je het getal $\pi$ ook kan vieren op 22 juli, omdat 22/7 een benadering geeft voor $\pi$? We noemen deze dag dan ook: pi approximation day. 

    pi

  • $\ldots$ dat de uitvinder van pi-dag een fysicus is? Larry Shaw begon er mee in 1988.
  • $\ldots$ dat we de mooiste formule die $\pi$ bevat tot het einde bewaard hebben?

    pi

We ronden af met een tekening van René Magritte:

piano



Geschreven in Actuele wiskunde | 3 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Vrouwen zijn beter in Lie-algebra

22. Februari 2012, 10:18

Deze conclusie kreeg enkele weken geleden de nodige persaandacht. Ze was het gevolg van een vergelijkende studie bij 2500 vrouwen en mannen uitgevoerd door NCP, een Britse uitbater van parkeergarages. Eigenlijk werd de competentie in het parkeren met auto’s getest, maar dit is in wezen hetzelfde als rekenen in een Lie-algebra, zoals direct duidelijk zal worden. Ziehier een overzicht van het bewuste NCP-onderzoek:


Mannen hebben dan wel minder tijd nodig (ze parkeren gemiddeld 5 seconden sneller), de kwaliteit van hun uiteindelijke parkeerresultaat blijkt eveneens minder.  Dit is onder andere te wijten aan het vrouwelijke talent in geduldig over en weer geschuifel om zich juist te positioneren (“reposition shuffle” en “central finish”). Laat het nu juist dit aspect zijn van stuurvaardigheid dat wiskundig beschreven wordt door de Lie-haak, een algebraïsche bewerking ingevoerd door de Noorse wiskundige Sophus Lie.

 

Helaas is de theorie van de Lie-algebra’s een zeldzaamheid in de curricula van onze academische opleidingen. Ingenieursstudenten krijgen het meer niet dan wel voorgeschoteld, en zelfs wiskundestudenten leren het enkel als ze een zuiver wiskundig traject kiezen. Nochtans is het een nuttig gereedschap voor iedere ingenieur die verantwoordelijk is voor de automatisering van robots of autonoom bewegende voertuigen. Laten we dit motiveren a.h.v. het parkeerprobleem.

Een eenvoudig model van een auto is een rechthoek in het vlak waarvan de positie voorgesteld wordt door de coördinaten $(x,y)$ van het centraal punt tussen de achterwielen, en de hoek $\theta$ tussen de centrale as en de horizontale richting (positieve $x$-as). We zeggen dat het voertuig drie vrijheidsgraden heeft: $x$, $y$ en $\theta$.

 

De positie van een auto wordt dus voorgesteld door een punt $(x, y, \theta)$ in een 3-dimensionale ruimte, de configuratieruimte. Merk terzijde op dat deze ruimte gekromd is, omdat de $\theta$-as niet rechtdoor loopt zoals de $x$-as of de $y$-as, maar eerder cirkelvormig is vermits de hoeken 0 en $2\pi$ samenvallen. Wanneer we parkeren, beschrijven we een traject $\gamma$ in deze ruimte, waarbij $x$, $y$ en $\theta$ op een “gladde manier” in de tijd variëren:

$$\gamma(t) = (x(t), y(t), \theta (t) )$$

 

Uit ervaring weten we dat we niet onmiddellijk alle richtingen uit kunnen met de auto. Jammer, want een zijdelingse beweging, loodrecht op de centrale wagenas, had wel handig geweest bij het parkeren. De ogenblikkelijke verandering van onze positie wordt wiskundig beschreven door de afgeleide naar de tijd $t$. Hiermee kunnen we de kinematische beperking van de autobesturing als volgt uitdrukken:

\begin{eqnarray*}(\frac{\mbox{d} x}{\mbox{d} t},\frac{\mbox{d} y}{\mbox{d} t}) &=& v\cdot (\cos\theta, \sin\theta)\\\frac{\mbox{d} \theta}{\mbox{d} t} &=& v\cdot c\end{eqnarray*}

waarbij $v$ de snelheid van het moment is (regelbaar met gaspedaal), en $c$ de kromming van de draaicirkel ($r=1/c$ is de “kromtestraal”, regelbaar met stuur). De eerste vergelijking drukt uit dat het referentiepunt van de auto ogenblikkelijk beweegt in de richting van de centrale wagenas, de tweede dat de snelheid $v$ gelijk is aan de hoeksnelheid vermenigvuldigd met de kromtestraal $r$.

In het kader van de 3-dimensionale configuratieruimte van de auto, geeft dit een beperking voor de afgeleide van het traject $\gamma(t)$ in de huidige positie, of met andere woorden, een beperking op de toegelaten richtingen in de raakruimte aan deze configuratieruimte in de huidige positie.

$$\gamma ‘(t) = \frac{\mbox{d}}{\mbox{d}t} \left(\begin{array}{c}x\\ y\\ \theta \end{array}\right) =\left ( \begin{array}{cc} \cos\theta & 0\\ \sin\theta & 0\\ 0&1 \end{array}\right)\cdot \left(\begin{array}{c} v\\ vc \end{array}\right)$$

 

Een auto mag dan wel 3 positievrijheden bezitten, hij heeft slechts 2 controlevrijheden, $v$ en $c$, wat kan vertaald worden in een tweedimensionaal deel van de raakruimte van uitvoerbare richtingen. Gelukkig bestaat er zoiets als “manoeuvres” (en ook zoiets als vrouwen die er goed in zijn). Deze manoeuvres gebruiken toegelaten raakvectoren en genereren zogenaamde gladde derivaties, die op hun beurt opnieuw realiseerbaar zijn als een stukje traject in de configurateruimte.

Een belangrijke operatie in de raakruimte die realiseerbare manoeuvres oplevert, is nu juist het Lie-product of Lie-haak, gedefinieerd als bewerking op vectorvelden $f$ en $g$:

$$[f, g] = (f\cdot \nabla) g – (g\cdot \nabla) f$$

waar informeel gesproken $(f\cdot\nabla)g$ de “verschuiving van vectorveld $g$ in de richting van $f$” voorstelt. Dankzij de kromming van de configuratieruimte van de auto zijn $(f\cdot\nabla)g$ en $(g\cdot\nabla)f$ niet hetzelfde, wat in een netto-beweging resulteert, die volgens de wiskundige theorie realiseerbaar is als een stukje traject:

Laten we deze Lie-haak eens uitwerken voor $f=(\cos\theta, \sin\theta, c)$ (snelheid $v=1$ en constante hoeksnelheid $c$) en $g=(\cos\theta , \sin\theta, 0)$ (voorwaartse beweging zonder draaien):

  

 

Dan observeren we dat dit “Lie-manoeuvre” een zijwaartse beweging oplevert. Dit vectorveld is bovendien onafhankelijk met de toegelaten ogenblikkelijke bewegingen van de auto, zodat uiteindelijk alle richtingen in de raakruimte realiseerbaar zijn. Hieruit volgt de Parkeerstelling :

Als de plaats groter is dan onze auto, dan kunnen we hem altijd in deze plaats parkeren (met eindig veel manoeuvres).

Deze Lie-algebra-techniek kan uitgebreid worden voor de besturing van wagens met een of meerdere trailers. Een resultaat hiervan kan bijvoorbeeld in onderstaand filmpje bewonderd worden:

Figuren zijn geleend van: “Motion Planning for Nonholonomic Vehicles. An Introduction” van Bill Triggs.



Geschreven in Actuele wiskunde | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Stevige stangen stutten starre stellingen

19. November 2011, 09:47

Nog voordat hij deftig kon praten, maakte de mens constructies met boomstammen of andere materialen. De doelen waren verscheiden: beschutting, klimtuigen, draagberries, … Maar hoe hard de mens zich ook uitslooft met plannen en bouwen, iedere constructie ontmoet vroeg of laat haar beperking.

(voetbalstadion FC Twente)

(Brugge, ijspiste)

(Pukkelpop)

De maximale belasting van een constructie wordt natuurlijk bepaald door de keuze van het materiaal en van de aanhechtingspunten, maar ook (en vooral) door de keuze van het ontwerp.  Nu juist hier blijkt wiskunde nuttig te zijn. Wiskundigen beperken zich niet tot het bewijzen van stellingen, ze maken deze ook star en stevig. We onderscheiden twee niveaus:

1.     Combinatorisch-topologisch: Hoeveel stangen (buizen, balken,…)  gebruiken we, hoeveel knooppunten (scharnieren), en welke knooppunten worden door welke stangen verbonden? Bijvoorbeeld, een kubusconstructie telt 12 stangen en 8 knooppunten, waarin telkens 3 stangen samenkomen.

 

2.     Meetkundig: Kiezen we voor een bepaalde symmetrie? Willen we dat enkele stangen evenwijdig lopen of even lang zijn? Of zijn er complexere voorkeuren, bijvoorbeeld alle knooppunten op een boloppervlak?

Een mooie illustratie van niveau 1 treffen we aan als we een vlak rooster willen stutten:

 

De algemene theorie leert ons dat voor een rooster met R rijen en K kolommen we altijd een starre constructie kunnen bekomen door R+K-1 diagonalen toe te voegen (en door dus evenveel vierkanten te stutten). Bijvoorbeeld:

 

Links het geblokkeerde rooster (met 5+5-1=9 stutdiagonalen), rechts het schematische overzicht van de gebruikte stutstrategie.

Maar let op, een voldoende aantal stangen is nog geen garantie voor starheid, de stangen moeten ook nog vakkundig verdeeld worden over de constructie:

 
 

Hier ziet u een 3 bij 3 rooster dat toch niet voldoende gestut is door 3+3-1=5 diagonalen. De verklaring wordt gegeven door het bijbehorende stutschema dat uit twee aparte stukken bestaat:

 

De telregel voor algemene vlakke structuren is redelijk eenvoudig. Als een constructie V scharnieren telt, dan geldt voor het minimaal aantal stangen E dat vereist is voor starheid:

E = 2V-3 voor vlakke constructies

E = 3V-6 voor ruimtelijke constructies

Bijvoorbeeld, onderstaande vlakke constructie heeft V=5 scharnieren, en dus volstaan 2x5-3=7 staven voor een starre constructie, zoals aangetoond in de linkse figuur:

 

Maar de rechtse figuur is duidelijk niet star (de bovenste staaf kan onafhankelijk van de rest roteren), ondanks het juiste aantal stangen.  De schuld ligt uiteraard bij de slechte verdeling. We ontdekken immers een deelconstructie waar we overdreven gestut hebben. Inderdaad, we hebben hier een deelvierhoek (V’=4) met E’=6 stangen. Dus hebben we een stang verspild (E’=6 > 2V’-3=5), wat we elders in de constructie bekopen (met flexibiliteit). Het is m.a.w. noodzakelijk om onze 2V-3 staven zodanig te verdelen dat voor geen enkele deelconstructie E’ > 2V’-3. Dit was al bekend door Maxwell.

Maar een klassieke stelling van de Nederlandse wiskundige Gerard Laman (1970) zegt dat ook het omgekeerde waar is:  voorgaande verdeelsleutel garandeert altijd een star ontwerp in het vlak. Meer dan honderd jaar geleden ontwikkelde de ingenieur Henneberg een handige grafische methode om alle vlakke starre ontwerpen te genereren met het minimaal aantal staven E=2V-3:

 

Startend met een staaf worden de scharnieren 1 per 1 toegevoegd.  We bevestigen de nieuwe scharnier aan de bestaande constructie met 2 staven (van (i) naar (ii)), of met 3 staven na het weglaten van een staaf tussen twee van de drie aanhechtingspunten (van (ii) naar (iii)).

Let op, met een star ontwerp bedoelen we dat behoudens een ongelukkige keuze van onderlinge lengteverhoudingen dit ontwerp als een starre constructie kan gebouwd worden. Statistisch gezien zijn deze ongelukkige keuzes heel onwaarschijnlijk, maar onze onvermijdelijke drang naar schoonheid en symmetrie blijkt erg nefast. Bekijk bijvoorbeeld onderstaand star ontwerp (i) met V=6 scharnieren en E=2V-3=9 staven (verdeeld volgens het Laman-principe):

 

Maar als we toevallig de binnenste driehoek in puntperspectief plaatsen met de buitenste driehoek, zoals in Figuur (ii), dan wordt de constructie “infinitesimaal vervormbaar”, in de zin dat we de driehoeken een beetje kunnen doen “waggelen” t.o.v. elkaar (probeer dit thuis met de meccano op zolder). De realisatie in Figuur (iii) vertoont zelfs zulke mate van regelmaat dat de ene driehoek een volledige cirkelvormige baan kan maken rond de andere.

De 3D-zieners onder jullie merken ongetwijfeld op dat de niet-starre realisaties (ii) en (iii) van het nochtans starre ontwerp kunnen opgevat worden als projecties van ruimtelijke objecten (Figuur (ii) is een afgeknotte tetraëder, Figuur (iii) een prisma). Deze observatie werd al in de negentiende eeuw gemaakt door James Clerk Maxwell. Een en ander verklaart waarom Projectieve Meetkunde een handig kader verschaft voor de starheidsanalyse van constructies.


In de jaren 70 van de vorige eeuw vroeg de architect Janos Baracs aan enkele wiskundigen in de Universiteit van Montréal of de statica van 3D-constructies kon bestudeerd worden door ze als projecties van 4-dimensionale objecten te beschouwen.

(Ontwerp van Baracs in Quebec)

Uit deze suggestie ontstond het “Structural Topology”-project in Canada, dat intussen uitgegroeid is tot een aparte wiskundige discipline, dikwijls kortweg “Rigidity” genoemd. Behalve de studie van starre constructies, houdt dit gebied zich ook ledig met mechanismen, polyeders, stapelingen en ruimtevullingen (herlees onze blog “Stapelgekke wiskunde”).

De “rigidity community” mag dan wel een klein hutje zijn in het grote wiskundedorp, de problemen die ze behandelen spreken een groot publiek aan. Grote namen zoals Grünbaum, Coxeter, Ziegler en Demaine zijn  vrienden aan huis. Bovendien staat de deur open voor bezoekers van verschillende allooi en komaf: informatici, ingenieurs, architecten, biologen, natuurkundigen, chemici en natuurlijk ook de onvermijdelijke kunstenaars. Starheidonderzoekers blijken flexibele mensen te zijn.

Hoewel, we doen de geschiedenis meer recht aan door de geboorte van het vak “Wiskundige Starheid” eerder in de 18de eeuw te situeren. De Zwitserse wiskundige L. Euler (wie anders?) vroeg zich af of een getrianguleerd gesloten oppervlak een starre ruimtelijke constructie vormt. Hij vermoedde van wel. Maar het duurde tot 1813 alvorens hierop een gedeeltelijk antwoord kwam, en dan nog wel niet van de minste.

Cauchy bewees dat het skelet van een convexe getrianguleerde polytoop een starre constructie is.

 

Eigenlijk bewees Cauchy zelfs dat iedere convexe polytoop star is, indien we de zijvlakken onvervormbaar houden (bijvoorbeeld als metalen plaatjes die aan elkaar vasthangen met scharnierassen). Dit levert stevige architecturale mogelijkheden:

 

Vorige maand vond een interessante “rigidity workshop” plaats in Toronto, waar bovenstaande vragen en aanverwante kwesties aan bod kwamen. 

Hieronder ziet u Robert Connelly aan het werk, met zijn onvermijdelijke modellen en knutselarijen. Deze wiskundige, die er uitziet alsof hij al jaren met beren samenleeft in de Canadese bossen, gaf een lezing over het efficiënt stapelen van cirkels op een torus. In 1976 verbaasde hij vriend, beer en vijand door de ontdekking van flexibele getrianguleerde polyeders (wegens Cauchy dus noodzakelijkerwijs niet-convex).

 

En kijk eens over welk mooi ding ik toen struikelde:

Het buitenste skelet is een kunstwerk van Rinus Roelofs, die ook regelmatig opduikt op Rigidity-bijeenkomsten. Maar binnenin bouwde Bob Connelly een “tensegrity” (constructie met staven en aangetrokken kabels) met dezelfde structuur als het werk van Rinus.

Ook origami-wizard Erik Demaine was van de partij, de “Mozart van de wiskunde” zoals collega Dirk Huylebrouck hem noemde. Erik, de man die zijn volk leerde plooien, kwam al meermaals aan bod in deze blog.

 

Maar het heet hangijzer op deze bijeenkomst bleek eens te meer de zoektocht naar de “heilige graal” van de rigidity-folks, waarvan nu al ettelijke decennia beweerd wordt dat ze binnen handbereik ligt. Ik bedoel de karakterisatie van starre 3D-ontwerpen met stangen en scharnieren. Zo een karakterisatie zou bijvoorbeeld een veralgemening kunnen zijn van het grafische Henneberg-principe, maar nu om 3D-constructies te genereren door scharnieren 1 voor 1 toe te voegen. Of misschien een veralgemening van het verdelingsprincipe van Laman. Dat dit niet eenvoudig zal zijn, wordt aangetoond door volgende ruimtelijke constructie met V=8 scharnieren, E=3V-6=18 staven en geen enkele deelconstructie met overbodige staven (E’>3V’-6). Het aantal staven klopt dus, en ze lijken goed verdeeld, maar toch is de constructie duidelijk niet star.

 

Dit voorbeeld, bekend onder de naam dubbelbanaan,  bezorgt ons al dertig jaar een pijnlijke nek en staat symbool voor de struikelblok naar het inzicht in starre 3D-ontwerpen.



Geschreven in Actuele wiskunde | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Hoe een Javaanse rekenles uit de hand liep

08. September 2011, 14:26

Nu voor de meesten onder ons de vakantie voorbij is, breekt de periode aan dat we onze vrienden en collega’s verblijden met onze vakantiekiekjes, en belangstelling veinzen wanneer de anderen ons hun foto’s tonen. Aanschouw bijvoorbeeld ondergetekende tijdens een bezoek in een Javaanse basisschool:

Wat valt ons hierbij op, buiten het feit dat sommige Europeanen menen dat ze er als een volslagen idioot mogen bijlopen zodra ze zich in een ander continent bevinden? Een rekenles op anekdotische wijze! De onderwijzer verkoos die bewuste dag de kinderen te prikkelen met enkele merkwaardige kwadraten, eerder dan het uitleggen van algemene rekentechnieken. Inderdaad, de tweedemachten van 11, 111, 1111, 11111 enzovoorts, vertonen een mooi patroon. De opgedane kennis mag dan wel heel particulier zijn, terwijl kinderen van een vijfde leerjaar (zie foto hieronder, let vooral op de mooie hemdmotieven) allicht nog veel oefening en routine nodig hebben in doordeweeks cijferen.

Maar verwondering wekt nieuwsgierigheid, en nieuwsgierigheid is de aandrijfmotor van elk leerproces (zie ook eerder op deze blog).

We vinden deze les over kwadraten dus zeer geschikt. Nog net in beeld zien jullie ook de kwadraten van 15, 25, 35 enzovoorts opgelijst. Voor de jonge amateur, die net kennis maakt met getallen en vermenigvuldigingstafels, springen de kwadraten meestal onmiddellijk in het oog:

1, 4, 9, 16, 25, 36, …

Niet in het minst natuurlijk omdat ze hun naam niet gestolen hebben: het zijn vierkantgetallen, ze treden op als oppervlakte van vierkanten met zijde 1, 2, 3, … Om analoge redenen worden mensen aangetrokken door derdemachten: 1, 8, 27, 64, … Deze kwam ik ook geregeld tegen op mijn reis, maar dan vooral in de vorm van een slangenkubus, een 3D-puzzel die duidelijk heel populair is in Java.

Deze slang bestaat uit 27 kubussen (of 8 of 64 of…) waarbij iedere kubus met een zijvlak vasthangt tegen het zijvlak van zijn voorganger/opvolger door middel van een centrale rotatie-as. Hierdoor kan men de slang dus altijd platdrukken zodat we een opeenvolging krijgen van korte rijtjes van 2 of 3 blokjes (in de foto hierboven, als we bovenaan starten: 3, 3, 3, 2, 2, 2, 3, 3, 2, 2, 3, 2, 3, 2, 2, 3). Om de puzzel op te lossen moet de slang opgevouwen worden tot een hamiltoniaans pad van de volledige kubus (dit is een pad dat over de kubus kronkelt waarbij alle blokjes juist 1 keer bezocht worden):

           

De oplosbaarheid van de puzzel wordt gegarandeerd bij aankoop, omdat hij zich dan in opgevouwen kubustoestand bevindt. Maar als wiskundige vroeg ik me af of er meerdere oplossingen mogelijk zijn? Kan eenzelfde slang (gedefinieerd door het 2-3-rijtje zoals hierboven) verschillende hamiltoniaanse paden van de kubus vormen?  En stel dat in de winkel de puzzel toch in een uitgerekte vorm ligt, hoe kan je dan weten dat je geen slang in de zak koopt en hij inderdaad oplosbaar is? Bij het geval van 27 blokjes mag je al zeker geen vier of meer kubussen op een rij hebben, maar wat zijn de andere voorwaarden? Ik moet jullie voorlopig het antwoord schuldig blijven. Ergens op het net vond ik wel iemand zo gek om met brute computerkracht alle mogelijke kubusslangen te berekenen (met 27 blokjes).

Maar genoeg gespeeld, laten we even terug onze tweedemachten en derdemachten bekijken, maar nu samengevoegd:

1, 4, 8, 9, 16, 25, 27, 36, …

Dan merken we dat 8 en 9 slechts een eenheid verschillen, terwijl de andere machten verder uit elkaar staan. In de 14de eeuw vermoedde de wiskundige rabbijn Gersonides al dat 8 en 9 de enige opeenvolgende natuurlijke getallen zijn die voorkomen als vierkant of kubus. In 1844 opperde de Belgische wiskundige Catalan bovendien dat behalve 8 en 9 geen algemene natuurlijke machten naast elkaar staan.  Het was wachten tot 2002 voor een formeel bewijs van dit vermoeden (Preda Milhailescu).

De Belg Eugène Charles Catalan (1814–1894) is onder wiskundigen vooral bekend door de Catalan-getallen:

$$C_n = \frac{1}{n+1} {2n\choose n} = \frac{(2n)!}{(n+1)! n!}$$

De eerste getallen van deze rij (rij A000108 in OEIS):

1, 2, 5, 14, 42, 132, 429, 1430, 4862, 16796, 58786, 208012, 742900,…

Eigenlijk is deze rij ontdekt door Euler, die $C_n$ identificeerde als het aantal manieren waarop een convexe ($n+2$)-hoek in driehoeken kan verdeeld worden m.b.v. diagonalen. Catalan zelf vond het getal $C_n$ terug als het aantal manieren waarop $2n$ haakjes in elkaar kunnen nestelen ($n$ open haakjes en $n$ gesloten haakjes). Bijvoorbeeld, $C_3 = 5$ kan aldus gevisualiseerd worden:

()()(), ()(()), (())(), (()()), ((()))

Andere combinatorische toepassingen van de Catalan-getallen zijn legio. Maar ondertussen zijn we ver afgeweken, want eigenlijk is dit een vakantieverhaal. Zo kocht ik in Yogyakarta ook nog een houten ei, een 3D-puzzel zoals de kubusslang.

 

    

Maar ditmaal zijn de bouwstenen exotischer dan simpele blokjes, maar ze sluiten perfect tegen elkaar aan, zodat binnenin geen ruimte verloren wordt. Enkel aan de buitenkant zien we enkele uitsparingen (concaviteiten). Hierin scoren kubussen duidelijk beter, ze vullen namelijk perfect de ruimte op.

Een populair en bloeiend deelgebied in de wiskunde houdt zich bezig met het ontwerpen van blokjes (al dan niet convex, al dan niet met enige regelmaat of symmetrie) die de ruimte volledig opvullen zonder gaatjes (al dan niet met een periodiek patroon). Of als het niet lukt (bijvoorbeeld met bollen of tetraëders) dan zoekt men een optimale stapeling, met een zo groot mogelijke dichtheid, en dus minimaal ruimteverlies. Deze wetenschap wordt dikwijls aangeduid met de naam “packings and tessellations”. Lees in deze context zeker ook eens een vorige bijdrage op deze blog: Stapelgekke Wiskunde .

Stel even dat je de ruimte perfect wil opvullen met perfecte blokjes, namelijk convexe polytopen met als zijvlakken identieke regelmatige veelhoeken. Dit zijn de zogenaamde Platonische lichamen : de regelmatige tetraëder, octaëder, icosaëder, dodecaëder en de kubus. Dan blijkt, als je maar met 1 type blokje werkt, dat enkel de kubus geschikt is. Maar als je mag combineren dan lukt het ook met tetraëders en octaëders. Zie bijvoorbeeld hieronder:

Het belang van zulke constructies is niet enkel artistiek of zuiver wiskundig.  Ze geven ons ook meer inzicht in de structuur van materie en de organisatie van cellen, en ze stellen ons soms in staat nieuwe materialen te ontwerpen of transportnetwerken beter te beheersen of gegevens efficiënter op te slaan. Vanuit dit oogpunt kwam het belangrijkste wiskundige nieuws van deze zomer misschien uit Princeton:  Conway, Jiao en Torquato hebben een nieuwe “ruimtebetegeling” gevonden met octaëders en tetraëders.

Het is verbazend dat met deze eenvoudige bouwstenen nog steeds nieuwe ontdekkingen gebeuren. Nu is het wachten op de eerste fabrikant die een 3D-puzzel ontwerpt op basis van deze vondst.

Ondertussen, op het thuisfront...

een schoolbord in chocolade, waarschijnlijk uit de inboedel van het peperkoekenhuisje (met dank aan KL voor de foto).



Geschreven in Actuele wiskunde | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


tau-dag, de perfecte dag om het academiejaar af te sluiten?

27. Juni 2011, 11:37

In onze recente bijdrage naar aanleiding van pi-dag hebben we het er al over gehad: er is een beweging die tot doel heeft de wiskundige constante $\pi$ te laten vallen ten voordele van het dubbele ervan, dat we dan zouden voorstellen door de griekse letter tau, $\tau$.
Je vraagt je misschien af waarom. We laten hierover Vi Hart aan het woord, die er waarschijnlijk wonderwel in slaagt u, de lezer, te overtuigen.

 

(Je kent Vi al uit een vorige blog, waar ze samen met Rinus Roelofs aan het kunstpuzzelen is.)
De beweging is waarschijnlijk opgestart door Bob Palais, een wiskundige, met een artikel in The Mathematical Intelligencer uit 2001 dat als titel heeft $\pi$ is wrong. Bob gebruikt niet tau, maar een nieuw symbool voor $2\pi$:

2pi

Een meer logische keuze dan $\tau$, maar voor een aantal tekstverwerkers een probleem (niet in LaTeX, probeer \def\newpi{{\pi\mskip -7.8 mu \pi}}).
Door toedoen van het tau-manifest, in 2010 geschreven door de fysicus Michael Hartl, kwam er meer beweging in de beweging. Diezelfde Michael Hartl was het die voorstelde om elk jaar op 28 juni (6/28) tau-dag te vieren. Inderdaad, iedere strekking die zichzelf een beetje au sérieux neemt, heeft een bijbel en een hoogdag. Nu nog een logo en de merchandising kan beginnen. Uiteraard roept iedere poging tot verandering ook weerstand op, niet altijd onterecht. Het gevaar bestaat dat het anders zo gesloten front van wiskundigen in twee kampen zal gespleten worden, de $\pi$-risten en de $\tau$-logen. Als u vandaag niet in het centrum van Brussel geraakt, omdat alle toegangswegen geblokkeerd zijn door een mars van $\tau$-militanten, die op hun beurt gehinderd worden door taartgooiende tegenbetogers, dan hebt u hier tenminste wat achtergrondduiding gekregen.

pid

Een beetje geschiedenis. Leonhard Euler (1707-1783) (links), een van de grootste wiskundigen aller tijden, gebruikte om de verhouding van de omtrek van een cirkel tot de diameter voor te stellen soms het symbool p (van perimeter, van het Griekse perimetron of perifereia), soms het symbool c (circumferentia, uit het Latijn). In 1737 stapte hij echter definitief over op de Griekse letter $\pi$. Johann Bernoulli (1667-1748) (rechts), ook niet van de minste, gebruikte de letter c.

Euler  Bernoulli

Nu is het niet zo duidelijk waarom deze wiskundigen de omtrek van een cirkel betrokken op de diameter, en niet op de meer voor de hand liggende straal. Als ze dat wel hadden gedaan, dan was $\pi$ nu waarschijnlijk inderdaad gelijk geweest aan $6,2831...$. Toegegeven, dit pleit voor Palais en Hartl. Hartl zegt verder dat in vele formules niet $\pi$ voorkomt, maar wel $2\pi$. Dan is de keuze voor de Griekse letter tau inderdaad niet zo slecht, omdat je dan met corrector gemakkelijk de nodige aanpassingen kan doen in de handboeken:

2pi  $\Rightarrow$   tau

Maar als we dit nu toepassen op taarten:

2pi   $\Rightarrow$   tau

dan lijkt de keuze $\tau$ toch niet de juiste.
Wij houden het bij $\pi$ en $\pi$-dag. En u? Maar waarom je druk maken, als $\pi$ toch eigenlijk gewoon 4 is?

cartoon

Misschien moeten we de Britse wiskundige Marcus Du Sautoy volgen, die op Twitter voorstelt om op 28 juni niet tau-day te vieren, maar perfect day. Perfect day of perfecte dag omdat 6 en 28 de twee kleinste perfecte getallen zijn.

numberline




Geschreven in Actuele wiskunde | 3 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Datingsitematches, hockeysticks en een harige bal

11. Juni 2011, 09:20

Pythagoras, vooral bekend als het drukbezochte Turkse eethuis op de Turnhoutsebaan in Borgerhout, is ook de naam van een Nederlands wiskundetijdschrift voor jongeren. Meer nog, het is ons standaardantwoord wanneer onze kinderen zich afvragen hoe wij onze jeugd overleefd hebben zonder Facebook, iPad of Wii. Nu het tijdschrift zijn vijftigste verjaardag viert, nemen we de gelegenheid te baat het iedereen aan te prijzen, de jonge leeuwen onder ons in het bijzonder. De artikels in Pythagoras zijn doorgaans vlot geschreven en gemakkelijker te verteren dan de pita’s in het gelijknamige restaurant. Ondergetekenden behoren misschien niet meer tot de doelgroep, maar beleven nog elke maand plezier aan de nieuwe uitgave. Boys will be boys.

Ter gelegenheid van dit jubileum heeft Pythagoras een boek uitgegeven met als titel “De Pythagoras Code”. In samenwerking met de Nederlandse wetenschapssite Kennislink (al eerder bewierookt op deze blog, en ons standaardantwoord wanneer onze kinderen zich afvragen hoe wij nog altijd kunnen overleven zonder Facebook, iPad of Wii) werd een prijsvraag uitgeschreven waarmee je dit jubileumboek kan winnen: vind een ludieke naam voor een bestaande wiskundige stelling. Leuke opgave, spijtig dat we er zelf niet op gekomen zijn. Voor de iets minder wiskundige lezer volgt nu een opsomming van enkele stellingen met commerciële namen, de iets meer wiskundige lezer wordt hierbij uitgenodigd om het lijstje aan te vullen met stellingen die nog ontbreken (door middel van commentaar, onderaan toe te voegen - kan ook zonder Facebook). We hebben zelf ook een eigen duit in het zakje gelegd.

Ham-Sandwichstelling  Gegeven zijn twee sandwichhelften (of twee boterhammen) en een schelletje hesp. Dan is het altijd mogelijk, ongeacht de ruimtelijke schikking van deze drie objecten, om met één enkele zwaai met een hakmes (lees: vlakke sectie) al deze drie objecten exact te halveren. Deze stelling kan in iedere dimensie geformuleerd worden, als je het aantal objecten gelijk neemt aan de dimensie, en met een aangepast hypervlak in de rol van hakmes. Ook al zegt een variant van deze stelling dat met één houw van een slagzwaard in een perfecte vlakke beweging drie gijzelaars kunnen onthoofd worden, vinden we de benaming Al-Qaedastelling eerder ongepast.  In dimensie 2 (het vlak) spreekt men soms van de Pannenkoekstelling.

Stelling van de Harige Bal  Misschien is het je vanmorgen gelukt je te kammen zonder zijstreep, maar voor een bal die helemaal rondom behaard is, blijkt dit een onmogelijke zaak. Om dezelfde reden zijn ook kiwi’s en kokosnoten gedoemd om ofwel ongekamd ofwel met zijstreep door het leven te gaan.

Stelling van de Dronken Man en de Dronken Vogel
 (klinkt als de titel van een parabel): een zatlap geraakt altijd terug thuis. Inderdaad, een man die een grillig traject aflegt door op ieder ogenblik willekeurig een  stap te nemen in een van de vier windrichtingen, zal met een waarschijnlijkheid van 100% ooit terug op zijn startpunt uitkomen. In drie dimensies echter, waar op ieder ogenblik een random keuze tussen zes hoofdrichtingen gemaakt wordt, blijkt er wel een kans te bestaan dat het beginpunt nooit meer bereikt wordt. Een dronken vogel vindt misschien nooit zijn nest terug.

Huwelijksstelling 
Stel dat bijvoorbeeld 10 vrouwen elk een keuzelijst mogen maken uit 10 mannelijke kandidaten. Kan het huwelijksbureau dan garanderen dat iedere vrouw een man krijgt die op haar lijstje stond? Dat hangt er natuurlijk van af. Als twee kieskeurige dames een lijstje inleveren met maar 1 man, en toevallig dezelfde man, dan kunnen ze niet beiden gelukkig gemaakt worden. Bij uitbreiding, als $k$ vrouwen hun lijstjes beperken tot $k-1$ gemeenschappelijke mannen dan is een bevredigende oplossing evenmin mogelijk. De Huwelijksstelling beweert dat in geval voorgaand probleem zich niet voordoet, iedere vrouw een man uit haar lijstje kan krijgen. Misschien is de benaming een beetje gedateerd, misschien is Datingsitestelling meer van deze tijd.

Kunstgaleriestelling  Beschouw een polygonale kamer (bijvoorbeeld een expositieruimte) met $n$ hoeken. Wat is dan het minimaal aantal camera’s (of suppoosten) dat volledige beveiliging garandeert (hele kamer is in beeld)? Voor een saaie kamer zonder inhammen (convexe veelhoek) is 1 camera altijd voldoende, maar wat kunnen we zeggen voor kamers met een willekeurige (veelhoekige) vorm? Volgens de Kunstgaleriestelling volstaan steeds $\lfloor{n/3}\rfloor$ bewakers ($\lfloor{k}\rfloor$ rondt $k$ naar onder af). Een betere grens kunnen we niet geven, want er bestaan kamers waarvoor $\lfloor{n/3}\rfloor$ camera’s vereist zijn. Omdat we in deze posities alle hoeken van de kamer zien, lijkt Wilde-Nachtstelling ons een geschikte alternatieve naam.

Kerstsokstelling (of Hockeystick-stelling of Golfclub-stelling of voor ons part Didgeridoo-stelling) De driehoek van Pascal is een bodemloos vat wat mooie relaties betreft tussen (binomiale) getallen. Deze stelling kan je best met bijbehorende figuur uitleggen: brei je kerstsok startend op een willekeurig punt van een Pascalzijde en volg de diagonaal tot de wol of de goesting op is en eindig met een bocht naar linksonder. Het getal in de “teentip” is dan altijd juist de som van de gepasseerde diagonaalgetallen. De Davidsterstelling is een ander voorbeeld van een eigenschap die mooi gevisualiseerd wordt in deze driehoek. Zie ook hier.

Schrijnwerkerslatstelling  In welke vorm deze vouwlat zich ook bevindt, zonder cross-overs weliswaar, je kan hem altijd tot een rechte lijn uittrekken zonder cross-overs. Maar ook hier geldt beter voorkomen dan genezen: laat je kinderen niet met je gereedschapskist spelen. Erik Demaine is een van de acteurs van het bewijs, hij kreeg al eerder aandacht in deze blog.

Cox-Zuckermachine 
Een mannen-aan-de-toognaam voor een algoritme bedacht door David Cox en Steven Zucker in 1979 voor de constructie van een basis in een Mordell-Weilgroep. Uitdaging voor de lezer: zoek nog andere wiskundigen die beter niet samen een artikel schrijven.

Van Goghstelling  In iedere veelhoek bestaan drie opeenvolgende hoekpunten $A, B, C$ zodat $[A,C]$ een diagonaal is (het verbindingslijnstuk tussen $A$ en $C$ verlaat de veelhoek niet). In dit geval wordt de driehoek gevormd door $A, B, C$ ook wel eens een “oor” genoemd (zie figuur). Eigenlijk kan men zelfs bewijzen dat iedere veelhoek met minstens 4 hoekpunten minstens 2 oren heeft. Het bestaan van dergelijk oor leidt tot inductieve redeneringen voor veelhoeken, bijvoorbeeld bij het trianguleren (de veelhoek verdelen in driehoeken m.b.v. diagonalen). Inderdaad, je snijdt gewoon een oor af en voert de constructie recursief uit op de kleinere veelhoek. 


Voor wie nog tijd over heeft om te googlen, vermelden we nog enkele voorbeelden uit de folklore van de gekke stellingnamen:
  • Infinite Monkey Theorem
  • Law of the Unconscious Statistician
  • Potato Chip Theorem
  • Sausage Hypothesis
  • Wobbly Table Theorem
  • Gossip Theorem 


Geschreven in Actuele wiskunde | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Wiskunstige modeshows, en de decimalen van het getal pi als Moirépatroon

22. Mei 2011, 18:49

Programma's om contouren te tekenen van oppervlakken in de ruimte, intrigeren me al vele jaren. Vooral omdat zelfs als het programma het niet goed doet, er vaak toch leuke, en soms ook kunstzinnige dingen uitkomen. Ik geef een voorbeeld. Tekenen we de contouren of de niveaulijnen van het oppervlak met vergelijking $$z=\frac{-5x}{x^2+y^2+1}$$
oppervlak 1

met beperkte nauwkeurigheid, dan vinden we dit:

contouren


Doen we een kleine aanpassing aan de vergelijking van het oppervlak, en ook aan de kleuren die we gebruiken, dan zie je voor 
$$z=\frac{-5x}{2x^2+3y^2+x+y}$$

opp2

het volgende resultaat:

contouren

Deze amateuristische pogingen om wiskunde en kunst te combineren zijn niet te vergelijken met wat zich afspeelde in Gent op vrijdag 20 en zaterdag 21 mei. Onder de naam Wiskunst in Gent brachten Gudrun de Maeyer en Dirk Huylebrouck in een tweedaagse meeting een aantal mensen samen die iets met kunst én met wiskunde hebben. Je ziet de beide organisatoren hier op de foto, voor een van de tentoongestelde kunstwerken:

Dirk en Gudrun

Er werden voordrachten gegeven, er waren kunstwerken tentoongesteld, er werden ter plekke kunstwerken gemaakt. (Er waren ook broodjes, gratis;-) Je kon er bekende en minder bekende, binnenlandse en buitenlandse, grote en kleine kunstenaars ontmoeten, en met hen over hun werk praten. Om maar enkele namen te noemen, je zag er Rinus Roelofs aan het werk samen met Vi Hart bij het maken van een geometrisch kunstwerk:

rinus en vi

rinus en vi

rinus en vi

Je kon er ook naar een lezing luisteren van Peter Raedschelders die het had over vlakverdelingen en magische vierkanten, en kunstwerken maakt die echt de moeite waard zijn:

Peace

Tom Verhoeff had het dan weer over het werk van zijn vader, de kunstenaar Koos Verhoeff, die bekend is om zijn kunstwerken in hout:

evenwichtskunst

en recent tentoongesteld werd in het Mathematikum, in Giessen, Duitsland.
Een deel van de tentoongestelde werken stond opgesteld in de witte zaal van Sint-Lucas, een reden voor architect Patrick Labarque om een kunstwerk te maken dat gebaseerd is op deze zaal. Hij paste er een bolinversie (de driedimensionale variant van de cirkelinversie, je vindt die ook terug in het werk van Jos Leys, eveneens aanwezig, en o.a. bekend door de prachtige film Dimensions) op toe en liet het resultaat maken door een 3D-printer: hier ziet u de witte zaal voor en na de bolinversie.

Witte zaal

Witte zaal na bolinversie

Kortom, er viel heel wat te beleven, dit weekend in Gent.


Geschreven in Actuele wiskunde | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Met de w van wiskunde, vouwen en wc-papier

14. April 2011, 17:45

Het eerder wiskundige verhaal van de uitvinding van het schaakspel en de beloning voor de uitvinder ervan, is welbekend. De keizer van Indië vroeg aan deze uitvinder wat hij graag als beloning wilde hebben, en het antwoord was: mijn schaakbord gevuld met rijstkorrels, eentje op het eerste veld, twee op het tweede, vier op het derde, en dan telkens verdubbelen.

rijst
veelrijst

Op het laatste veld liggen er dus $2^{63}$ rijstkorrels, en het totale aantal kunnen we als volgt berekenen:
$$\large \begin{array}{rcl@{}l} \mbox{totaal} & = & 1+\!\!& 2+2^2+2^3+\ldots+2^{62}+2^{63} \\
2\cdot \mbox{totaal} & = & & 2+ 2^2+2^3 +\ldots+2^{62}+2^{63}+2^{64}
\end{array}$$Indien we nu de bovenste som aftrekken van de onderste, dan vinden we voor het totaal aantal rijstkorrels:
$$\large\mbox{totaal} = 2^{64}-1 = 18\ 446\ 744\ 073\ 709\ 551\ 615 $$De keizer dacht eerst dat dit een eerder bescheiden wens was, maar al snel zag hij in dat dit niet het geval was...

Eenzelfde soort gevoel moet de leerlingen van de St. Mark's School in Southborough, Massachusetts, bekropen hebben toen ze op 2 april een poging deden om het wereldrecord papiervouwen te verbreken. Papiervouwen doe je door een blad papier dubbel te vouwen, en dan nog eens dubbel, enzovoorts. Telkens verdubbelen dus, of telkens opnieuw maal twee, zoals in de fabel van het schaakbord.
Het vorige wereldrecord stond op naam van Britney Gallivan, en dateert uit 2002. Zij slaagde erin papier twaalf maal dubbel te vouwen. Daarvoor kocht ze een (grote) rol wc-papier van 85$, en begon er aan. Ze had eerst uitgerekend hoeveel verlies er is bij de vouwen:

vouwen

Op de rol van Britney zat 1200 m wc-papier. Hier zie je het resultaat na 11 maal vouwen:

Britney


Daarmee kwam abrupt een einde aan de idee dat je papier maar zeven of acht keer kan dubbelvouwen.
Britney zat nog op de middelbare school toen ze dit presteerde. Aanleiding was een kans om extra punten te verdienen door iets 12 keer dubbel te vouwen.

Dat moet beter kunnen, dachten de leerlingen van
de St. Mark's School. Of misschien was het wel hun wiskundeleraar James Tanton? Voor de recordpoging kon worden ondernomen, moesten er eerst enkele hindernissen genomen worden. Een van de grootste hindernissen was ... de wind. Die liet het wc-papier niet zomaar liggen waar het moest liggen. Binnenshuis werken bleek de oplossing te zijn, en een goede omgeving was de Oneindige Gang (Infinite Corridor) van het MIT. Deze gang van 251 m lang verbindt een aantal gebouwen van het Massachusetts Institute of Technology met elkaar (en twee keer per jaar gaat de zon precies onder in het verlengde van de gang, zie foto's, een verschijnsel dat MITHenge wordt genoemd).

MIT

De leerlingen van St. Mark's startten met zo'n 4000 m wc-papier. Zij gingen voor 13 keer vouwen! Als we even veronderstellen dat de dikte van het papier 0,1 mm is, dan kom je na 13 keer dubbelvouwen aan een dikte van zo'n 82 cm.

poging

Maar je moet natuurlijk ook rekening houden met het feit dat dubbelvouwen in het Engels folding in half is. Dus wat overblijft moet ook nog een zekere lengte hebben. Als we geen rekening houden met de randeffecten, en de 4000 m 13 keer door 2 delen, dan blijft er nog zo'n 50 cm over. In dit filmpje zie je dat het toch iets minder is (in het filmpje zie je ook even een gastoptreden (?) van Martin Demaine, de Amerikaanse kunstenaar die o.a. bekend is om zijn papiervouwkunstwerken- de gelinkte werken waren recent nog in Rotselaar te bezichtigen - en wiens zoon Erik al even vernoemd werd in deze blog).

Het is niet zeker dat deze recordpoging erkend wordt, want zoals je ziet in het filmpje, er is bij de dertiende vouw heel wat moeite nodig om het papier gevouwen te houden. James Tanton heeft al laten weten dat hij volgend jaar opnieuw een poging doet, maar deze keer met zeker voldoende papier. Zo zie je maar dat wc-papier onverhoopte wiskundige toepassingen kent!

rolletje

origami




Geschreven in Actuele wiskunde | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Wat u door 'n goede ezelsbrug te kennen immer met gemak onthoudt

13. Maart 2011, 22:05

Het is weer zover. Naar jaarlijkse traditie (de vorige versie vind je hier) presenteren we hier ter lering en vermaak en in afwachting van de speciale feestdag van volgend jaar opnieuw een hele resem $\pi$-weetjes.

pidag

Wist je ...
  • $\ldots$ dat het op maandag 14 maart $\pi$-dag is? Waarom? Omdat in de Amerikaanse schrijfwijze de datum 14 maart genoteerd wordt als 3/14 en 3,14 is een benadering voor het getal $\pi$.
  • $\ldots$ dat op 3 augustus 2010 een nieuw wereldrecord decimalen-van-$\pi$-berekenen is gevestigd door de Japanse ingenieur Shigeru Kondo?
    In totaal werden 5 000 000 000 000 decimalen berekend, op een zelfgemaakte computer met een harddisk van 32 TB. Kondo gaat nu voor het dubbele aantal decimalen. Yukiko, de vrouw van Kondo, is er niet echt blij mee, want hun elektriciteitsrekening schoot de hoogte in.

    pi

  • $\ldots$ dat Nicholas Sze, een onderzoeker bij Yahoo, in september 2010 ook een $\pi$-record gebroken heeft? Hij berekende het 2 000 000 000 000 000ste binaire cijfer na de komma, en het bleek een 0 te zijn. Voor de berekening werden meer dan duizend computers tegelijk ingeschakeld. Merk op dat als je zelf deze waarde zou hebben proberen te raden, dat je één kans op twee gelijk had.
    Ter info, de eerste binaire cijfers van $\pi$ zijn:

    11,
    00100100 00111111 01101010 10001000
    10000101 10100011 00001000 11010011
    00010011 00011001 10001010 00101110
    00000011 01110000 01110011 01000100
    10100100 00001001 00111000 00100010
    00101001 10011111 00110001 11010000
    00001000 00101110 11111010 10011000
    11101100 01001110 01101100 10001001

  • $\ldots$ dat het getal $\pi$ echt wel voorkomt in de natuur? Bewijs ervan zie je op de volgende foto, een variant van de spinnenorchis (Ophrys Sphegodes) die we misschien s$\pi$nnenorchis kunnen noemen?

    piorchis

  • $\ldots$ dat de wiskundige Pierre Simon de Laplace in 1811 de volgende prachtige formule bewees die de getallen $\pi$ en e combineert? $$\Large \int\limits_{-\infty}^{+\infty} \frac{\cos x}{x^2+1}\, {\rm d} x = \frac{\pi}{{\rm e}} $$
  • $\ldots$ dat er ook in 2010 nog nieuwe formules gevonden zijn waarin het getal $\pi$ een prominente plaats inneemt? Bijvoorbeeld de volgende: $$\Large \pi^3 = \frac{216}{7} \sum_{n=0}^{\infty} \frac{{ 2n \choose n }}{16^n(2n+1)^3} $$
    (Pilehrood & Pilehrood).
  • $\ldots$ dat er sinds het begin van de vorige eeuw mensen zijn die zich bezighouden met het maken van zinnen waarin de lengtes van de opeenvolgende woorden de decimalen van $\pi$ zijn? Het bekendste voorbeeld is wellicht:

    How I need a drink, alcoholic in nature, after the heavy lectures involving quantum mechanics!

    Een probleem hierbij is natuurlijk: wat als er een 0 optreedt? De afspraak is dan: komt overeen met een woord van 10 letters. Ook als er enkele kleine cijfers verschillend van 0 elkaar opvolgen: daarmee kunnen we woorden van meer dan 10 letters laten overeenkomen, bijvoorbeeld 1211 kan dan 12 letters - 11 letters worden. Met deze afspraken (en nog enkele meer) kunnen we nu een boek schrijven dat de decimalen van $\pi$ verwoordt. Dat is precies wat Mike Keith gedaan heeft, in Not A Wake: A Dream Embodying $\pi$'s Digits Fully For 10000 Decimals.
    Het boek bestaat uit 10 secties, elke sectie komt overeen met 1000 decimalen.
    Zo begint het boek:

    Now I fall, a tired suburbian in liquid under the trees
    Drifting alongside forests simmering red in the twilight over Europe.
    So scream with the old mischief, ask me another conundrum
    About bitterness of possible fortunes near a landscape Italian.


    Merk op dat ook de titel voldoet aan de voorwaarden...
  • $\ldots$ dat op het graf van de wiskundige Ferdinand von Lindemann het getal $\pi$ staat? 

    Lindemann

    Hier zie je het bewuste detail:

    HighSchoolMusical

    Omheen $\pi$ staan een cirkel en een vierkant die met elkaar verstrengeld zijn.
    Dit alles heeft te maken met het feit dat von Lindemann als eerste bewees dat het getal $\pi$ transcendent is, d.w.z. geen oplossing is van een algebraïsche vergelijking met gehele coëfficiënten. Een onmiddellijk gevolg hiervan is dat de kwadratuur van de cirkel (met enkel passer en liniaal een vierkant construeren met exact dezelfde oppervlakte als een gegeven cirkel) onmogelijk is.
  • $\ldots$ dat er wetenschappers zijn die vinden dat $\pi$ verkeerd is? Ze bedoelen hiermee dat het een foute keuze was het getal $3,1415...$ voor te stellen met de afkorting $\pi$. Het was logischer geweest het dubbele, namelijk $6,2831$ met de letter $\pi$ aan te duiden. Het zou het lezen van de $\pi$-klok alvast een stuk gemakkelijker maken: links zie je de huidige situatie, rechts die bij de andere keuze.

    klokok kloktau

  • $\ldots$ dat we ondertussen ook weten waarom precies pi(e) gebruikt wordt als benaming voor deze constante?

    pie
  • $\ldots$ dat we tenslotte nu ook begrijpen waar de pi in 'piano' vandaan komt?

    piano

Nog een pi-weetje dat niet weerhouden werd: $$\Large \ln 2 = \frac{2}{1+\sqrt{2}}\cdot\frac{2}{1+\sqrt{\sqrt{2}}}\cdot\frac{2}{1+\sqrt{\sqrt{\sqrt{2}}}}\cdots $$ Dit is een pi-weetje omdat het bewijs ervan precies op dezelfde manier verloopt als het bewijs van de formule van Vieta voor het getal $\pi$!

Geschreven in Actuele wiskunde | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


De fractale schoonheid van sneeuwvlokken en ijskristallen

04. December 2010, 14:57

Sneeuw en vorst komen vooral negatief in het nieuws, als spelbrekers voor sportevenementen of als boosdoeners van de verkeersellende. Maar deze week werd ik tijdens het krabben van een aangevroren autoruit getroffen door de schoonheid van een ijskristal.

De rest van de dag zat mijn hoofd vol met fractalen. Tijdens de lunch wierp ik de naam “Mandelbrot” als een muntstuk tussen mijn collega’s, hoofdzakelijk ingenieurs, een verdwaalde chemicus of fysicus daargelaten. Twee van hen wisten dat Mandelbrot onlangs gestorven was, maar bijna iedereen had notie van fractalen. Een enkeling gebruikte ze als screensaver. Een andere collega verbaasde me door te weten dat fractalen werden toegepast bij datacompressie.

Ik weet wel dat fractalen o zo eighties zijn en dat ze destijds redelijk over-hypet werden (de kip met de gouden eieren, aangesproken door fondsaanvragen in zowat iedere wiskundetak), met een weerbots in deze eeuw als gevolg. Ernstige wiskundigen worden verondersteld zich niet meer met die mooie prentjes bezig te houden. 

Het is al lang geen heiligschennis meer om Benoît Mandelbrot te bekritiseren, de vader van de fractalen, omdat hij zijn concepten niet in de diepte uitwerkte maar eerder energie stak in populariseren en het zoeken van interdisciplinaire toepassingen. Geen sant in eigen land dus, maar buiten de grenzen van het strenge vakgebied erg geliefd en heel bekend, deze Poolse wiskundige die later de Franse en Amerikaanse nationaliteit verwierf, en op vijventachtigjarige leeftijd op 14 oktober van dit jaar door kanker geveld werd.

Maar wij kunnen er nog altijd niet genoeg van krijgen, hoe een eenvoudige vergelijking schijnbaar onbeperkte complexiteit kan veroorzaken. Daarom tonen we hieronder nogmaals de Mandelbrotverzameling, ook al krijgt de veelvuldigheid van haar verschijning op het internet stilaan een Lady Gaga-omvang:

 

Als we ieder punt (x,y) in het vlak voorstellen door een complex getal c=x+yi, dan worden de zwarte punten van bovenstaande figuur bepaald door keuzes voor c die de iteraties van de simpele formule f(z) = z^2 + c, startend met z=0, begrensd houden.

Klik op de figuur om in te zoomen op de rand en stel vast dat dezelfde vorm blijft terugkomen op steeds kleinere schaal. Deze zelf-gelijkvormigheid is een karakteristiek voor fractalen en werd door Mandelbrot en later door anderen in uiteenlopende disciplines gespot, zoals economie, informatietheorie, thermodynamica, enz…

Benoît Mandelbrot heeft dan wel de naam “fractal” bedacht in 1975 en vooral populair gemaakt door de mooie plaatjes in zijn boek “The fractal geometry of nature” (1982), maar eigenlijk bouwde hij op het werk van Gaston Julia en Pierre Fatou over dynamische systemen uit het begin van de twintigste eeuw. Als Julia in zijn tijd een computer gehad had en een monitor met aanvaardbare resolutie dan had hij ook waarschijnlijk uitgepakt met prachtige beelden van zijn Juliaverzamelingen, zoals:

 

Toen Helge von Koch in 1904 een meetkundige versie ontwierp van de functie van Weierstrass die overal continu is maar nergens differentieerbaar (1872), kreeg hij als resultaat iets wat we nu de “Koch-sneeuwvlok” noemen, een fractale kromme avant la lettre. Observeer hieronder hoe oneindige complexiteit verkregen wordt door herhaling van een eenvoudig recept, steeds op kleinere schaal:

 

Klik opnieuw op de figuur om oneindig in te zoomen. Ook al begrenst deze sneeuwvlok een eindig vlakgebied, ze heeft toch een oneindige omtrek. De fractale dimensie van de sneeuwvlok van Koch is ongeveer 1,26. Ze is dus dikker dan een gewone lijn of kromme (dimensie1), maar toch niet volledig vlakvullend (dimensie 2). Als we meten in dimensie 1, dan zal bijvoorbeeld het halveren van de eenheid uiteraard een dubbel maatgetal tot gevolg hebben. Of anders gezegd, als we ons latje halveren, dan hebben we dubbel zoveel latjes nodig om af te passen. Bij een fractale kromme van dimensie 1,26 heeft het begrip lengte of omtrek geen zin, want nu wordt het aantal halve latjes vermenigvuldigd met 2^(1,26). De lengte hangt dus drastisch of van de meetresolutie, en is dus oneindig.

In de jaren 60 stelde Mandelbrot dat ook de kust van Engeland in principe oneindig lang was. Links zien we een stuk kust dat met vijftien halve latjes gemeten wordt, terwijl er maar zes van de oorspronkelijke latjes nodig zijn. In een historische publicatie in Science  "How Long Is the Coast of Britain? Statistical Self-Similarity and Fractional Dimension" (1967), suggereert Mandelbrot dat de fractale dimensie van de Britse kust ongeveer 1,2 is.

De hype mag dan wel over zijn, fractalen blijven een handige visualisering van de structuur in chaotische processen en verschaffen ons een eenvoudige bril om naar de complexe vormen om ons heen te kijken:

 

Ondertussen worden de fractalen door de volgende generatie (onze kinderen) herontdekt, met nieuwe fans tot gevolg. De huidige game-programmeurs maken gretig gebruik van "Mandelbrot-graphics" om complexe taferelen te toveren met simpele formules. Laat u maar eens overdonderen door het Mandelbulb-project, waar nieuwe apostelen de fractalen in 3D laten floreren. Opdracht volbracht, mijnheer Mandelbrot!



Geschreven in Actuele wiskunde | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


De onredelijke zin van nutteloze leerstof

12. September 2010, 12:20

Misschien herinnert u zich nog dat de kranten en nieuwssites op 17 maart van dit jaar nog een plekje vrij hadden om te berichten over de `dramatische wiskundekennis’ van leerlingen na hun eerste graad. Dit bleek uit een peiling van de KULeuven en de Vlaamse overheid bij meer dan 3000 kinderen. Her en der doken discussies en vragen op: Is het dan echt zo erg gesteld? Is het erger dan vroeger? Zo ja, hoe komt dit eigenlijk? En vooral, moeten we hiervan wakker liggen?


Na deze vaststelling werd het maatschappelijk debat heropend over de zin van wiskunde, zoals een slapende vulkaan die om de zoveel tijd tot uitbarsting komt. Is het belang van dit vak in ons onderwijs niet buiten proportie? Evenveel meningen als er mensen zijn. Maar op onze blog bleef het radiostil. Natuurlijk hadden ook wij ons gedacht hierover, hoe kan het ook anders als je opereert onder de vlag “wiskunde is sexy”, maar we verkozen om dit periodieke bekgevecht geamuseerd van op de kant te volgen. Deze houding was zeker niet comfortabel, aangezien de discussie oeverloos was. Om nog te zwijgen over de emotionele oproep van een van onze lezers om onze nek uit te steken. Maar we beperkten ons tot voorhoofdgefrons, vooral toen de argumenten anekdotisch werden en wiskundekennis gelijkgeschakeld werd met het uitrekenen van (a+b)^2. Alweer moesten we getuigenissen van BV’s slikken die hun merkwaardige producten niet meer kenden en daar blij om waren. De artistieke kennis van de bezoekers van een museum werd getest aan de hand van de vochtregelaar.

Dan verscheen onlangs op de eerste schooldag een vreemd artikel in De Standaard waarin de Vlaamse Scholierenkoepel (VSK) een oproep deed voor `zinvolle leerstof’ en minister Pascal Smet voorstelde om deze aan te brengen met behulp van videogames. In een reflex bukten we ons hoofd omdat we een storm van reacties verwachtten, boegeroep en zelfs projectielen van rot fruit. Maar dat viel allemaal best mee (of tegen), enkele wakkere opiniemakers daargelaten.  Inderdaad, de tegenargumenten zijn soms zo voor de hand liggend dat niemand zich de moeite getroostte om ze te formuleren. Daarom, omdat kritiek geven gemakkelijk is, zeker in dit geval, volgen hier enkele bedenkingen. Weliswaar twee weken na datum, maar kort op de bal spelen is er op onze leeftijd niet meer bij, evenmin als vingervlug videogamen.


De VSK, die 660 leerlingenraden vertegenwoordigt, heeft een enquête gedaan bij 4000 scholieren. Alweer een peiling! Waar vonden ze zoveel jongeren die bereid waren om een formulier in te vullen, vragen we ons af. In ieder geval bleek hieruit dat de jeugd de lessen op school maar saai vindt en de voorzitter van de VSK pleit voor leerstof waarmee jongeren `later iets kunnen doen’. Als voorbeeld gaf hij het invullen van de belastingbrief, wat in de praktijk meer nodig is dan kennis over het ontstaan van een aardbeving. Je moet dit drie keer lezen om het te geloven. Gaan zo de lessen minder saai worden? Belastingbrieven invullen, Jezus, het zal wel kwestie van smaak zijn, maar dan leer ik liever de verklaring voor aardbevingen of vulkanen, ook al is de kans klein dat ik deze wetenschap ooit zal nodig hebben om te overleven. Hoewel, het zou wel eerder vervelend zijn als de toekomstige generatie weer denkt vulkanen te kunnen sussen met mensenoffers.

Misschien is het inderdaad een deeltaak van het onderwijs om jongeren op de praktijk van het leven voor te bereiden (naast het leren begrijpen en kritisch bekijken van de maatschappij, en het aanreiken van culturele en wetenschappelijke verworvenheden). Maar het is onmogelijk om te voorspellen welke praktijk de leerling van vandaag over enkele jaren moet trotseren. Welke tekstverwerker zullen ze later moeten verteren? Welk type gsm? Welk muziekmedium? Hoe gaan de belastingbrieven van morgen er uitzien, gaan we ze sowieso nog moeten invullen? Het lijkt daarom vanzelfsprekend om een algemene vorming te geven, die tot flexibele mensen leidt die hun plan kunnen trekken in een steeds veranderende omgeving. Kurt Lewin zei het al: "Niets is zo praktisch als een goede theorie".


We waren (aangenaam) verrast dat in bovenvermeld krantenartikel "wiskunde" niet voor de bijl ging als totaal zinloos voor het latere leven, toch wel het meest contextvrije vak bij uitstek. Wiskunde wordt dikwijls verward met droog rekenen, wat een onverwacht argument verschaft voor haar praktische toepasbaarheid. Deze week nog op de radio gehoord naar aanleiding van een enquête bij 1500 Vlamingen waaruit bleek dat de ziekenhuisfacturen vaak onoverzichtelijk zijn: `Je moet een wiskundige zijn om hier nog aan uit te kunnen.’ We weten nu niet goed of we ons opgelucht moeten voelen dat wiskunde als nuttig erkend wordt of bedroefd omdat het vak herleid wordt tot een soort boekhouden.

Waarschijnlijk is wiskunde uitgevonden door enkele lamzakken die het beu waren om voor ieder nieuw probleem een oplossing te zoeken en dus op zoek gingen naar gemeenschappelijke patronen. Eigenlijk was het onvermijdelijk dat het menselijk brein evolueerde tot een abstracte denkmachine om te overleven in de verscheidenheid en veelvuldigheid van de praktijk. Je kan wiskunde dus niet enkel opvatten als de studie van patronen maar ook van het menselijk denken zelf. Zelfs de VSK en Pascal Smet zullen moeten toegeven dat onze scholieren dit in het latere leven nodig hebben. Volgens een interpretatie van de kwantummechanica ontstaat de werkelijkheid maar pas als we ze “waarnemen” (merk op hoe de taal bij dit woord de theorie voorafging!). Omdat iedere perceptie ons brein moet passeren, en omdat dit laatste in wezen een wiskundig apparaat is, hebben wiskundige objecten zelf een hoog werkelijkheidsgehalte. Driehoeken, cirkels, complexe getallen, oneigenlijke integralen, Hilbertruimtes enzovoorts, ze bestaan dus allemaal echt. Dit verklaart meteen waarom wiskunde zo onredelijk effectief is om fysica,  biologie, economie,… te beschrijven. De Zweeds-Amerikaanse kosmoloog en filosoof Max Tegmark gaat zelfs nog een stap verder en beweert dat wiskunde niet zomaar het denkmodel is waarin we de wereld aantreffen, maar dat het fysische universum op zich een wiskundige structuur is (naar het schijnt dacht hij dit al voor hij The Matrix gezien had). De stap naar het model van Pascal Smet waarin de wereld eigenlijk een groot videogame is, lijkt niet zo groot. 


Uiteraard is het aan te raden om concrete voorbeelden en toepassingen te gebruiken in de wiskundeles ten behoeve van de begripsvorming en de motivatie van de leerlingen. Maar om de leerstof terug te verbrokkelen tot een stapel aparte feitjes en anekdotes is ronduit tegennatuurlijk.

We zijn in ons secundair onderwijs volgegoten met zogenaamde zinloze leerstof zoals de Alpentocht van Hannibal, verzen van Horatius of de methode van Thales om de hoogte van de Egyptische piramides te berekenen door hun schaduw op te meten. Maar al deze fragmenten zijn onderdeel geworden van de caleidoscopische mens die we nu zijn. Het is onbegonnen werk om bij iedere daad, woord of inzicht de vinger te leggen op de alinea in onze vroegere leerboeken die ons tot daar gebracht heeft. Of hoe nutteloze leerstof toch onredelijk zinvol kan zijn.


Als we ons dan toch laten meeslepen door onze tijdsgeest waarin onderwijs eerder competenties aanleert dan kennis, dan pleiten we voor het stimuleren van de weetgierigheid, een gereedschap dat de scholier zeker van pas zal komen in het latere leven, en wat het probleem van alles saai te vinden meteen grotendeels oplost.


 

 



Geschreven in Actuele wiskunde | 4 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Martin Gardner, de vader van de recreatieve wiskunde, is niet meer

28. Mei 2010, 11:57

Martin Gardner, de wiskundige puzzelaar bij uitstek, is deze week op 95-jarige leeftijd overleden.

martin     ambigram

Vorig jaar verschenen er nog twee nieuwe boeken van hem, wat het totaal op zo'n 70 brengt. Voor wie Gardner niet kent, hij is bekend geworden door zijn column Mathematical Games in de Scientific American. Die column (1956-1981) werd gretig gelezen, en heeft de recreatieve wiskunde tot een wetenschap gemaakt. Gardner haalde zelfs wiskundige aprilgrappen uit met zijn lezers: op 1 april 1975 publiceerde hij een landkaart die niet met vier kleuren te kleuren viel. Dit zou dan in tegenspraak zijn met een vermoeden van Francis Guthrie uit 1852 dat je elke landkaart (die aan bepaalde voorwaarden voldoet) kan inkleuren met vier kleuren op zo'n manier dat aangrenzende landen een verschillende kleur krijgen. Dit resultaat staat nu bekend als de Vierkleurenstelling - op twijfelachtige wijze bewezen in 1976).  Hier zie je de kaart:

5 kleuren?

(Als je er op klikt, dan zie je de kleuring door Stan Wagon...).
Nu zijn die columns van Gardner in de Scientific American al lang geleden in boekvorm uitgebracht. En om even te laten zien hoe actueel (en hoe leuk) ze nu nog zijn en ook om hulde te brengen aan Martin Gardner, wil ik het in deze column even hebben over de eerste bundeling, The First Scientific American Book of Puzzles and Games uit 1959, ondertussen al verschillende keren heruitgegeven (met soms ook een andere titel):

boek 1

Het is leuk de verschillende kaften te bekijken, want ze vertellen je al heel wat over de inhoud van het boek. Er staat bijvoorbeeld een hoofdstuk in over hexaflexagons:


hexaflexagons

Meer over hexaflexagons lees je hier, en zie je hier. En hier vind je er een om zelf te maken, gebaseerd op de afbeeldingen in deze blog.
Hexaflexagons zijn verwant met kaleidocycles, en zo komen we uit bij Escher. Gardner heeft namelijk ook een rol gespeeld in de Escherrage van een aantal jaren geleden. Gardner bezat zelf een originele Escher, een van mijn persoonlijke favorieten:

escher

Wat vind je nog in dit boek? Iets over de band van Möbius, en over het probleem van de torens van Hanoi. Een hoofdstuk over de polyominoes van Solomon W. Golomb die aan de basis liggen van een aantal spelletjes die nu in de speelgoedwinkels te krijgen zijn. Er is ook een hoofdstuk met als titel Sam Loyd, America's Greatest Puzzlist. Telkens gaat het om korte bijdragen, maar ze doen je zin krijgen in meer.

Je leest er bijvoorbeeld ook het volgende raadsel (dat nu niet meer zo politiek correct is): kan je zes sigaretten zo leggen dat elke sigaret alle anderen raakt?  Natuurlijk kan dit, en op de kaft rechtsboven zie je een oplossing met 7 sigaretten, waarover Gardner vertelt dat ze aangebracht werd door 15 lezers van zijn oorspronkelijke column.

Ik wil het tot slot hebben over nog een ander onderwerp: wiskundige goocheltrucs met speelkaarten. Daarover gaat hoofdstuk 10. En hier vind je een versie van een van de oudste en tegelijkertijd leukste hersenbrekers, namelijk het bekende wijn/water mixing probleem:

Je hebt twee gelijke glazen,
een ervan is gevuld met wijn, het andere met water.

Beide glazen zijn precies even vol.
Je brengt een lepel wijn uit het ene glas over naar het andere.
Je mengt, en dan breng je een lepel van het mengsel over naar het glas met wijn.
Zit er nu meer water in het glas met wijn dan wijn in het glas met water, of net omgekeerd?

Dit probleem heeft alle kwaliteiten van een goed raadsel: niet te eenvoudig, en het leidt steeds tot overloze discussies omdat de oplossing tegenintuïtief is. Gardner brengt het aan via een kaarttruc, die werkelijk verbluffend overkomt. Wil je er meer van weten, lees dan het boek.

Na dit eerste boek met columns zullen er nog 14 andere volgen. En dit is slechts een klein deel van het omvangrijke oeuvre van Martin Gardner. In mijn boekenkast nemen zijn boeken alvast een prominente plaats in:
 
 
 


eerste boek
Martin Gardner, Hexaflexagons, Probability Paradoxes, and the Tower of Hanoi,
Cambridge University Press (2008).

Het eerste deel in een vijftiendelige heruitgave van de columns van Martin Gardner in de Scientific American. Nog steeds erg actueel, prettig om te lezen door de grote afwisseling. De oorspronkelijke editie werd grondig aangepakt, de hoofdstukken zijn langer geworden, geactualiseerd, en je vindt er nu telkens ook een uitgebreide bibliografie. Een aanrader.

Formuledichtheid: Θ Ο Ο Ο Ο
Moeilijkheidsgraad: Θ Θ Ο Ο Ο 
Score: Θ Θ Θ Θ Ο






Geschreven in Actuele wiskunde | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


1 2 3  Volgende»