Dag 6: Walvissen en een vulkaankrater
Noorderzon. Na een woelige, nachtelijk oversteek van de Bransfield-straat – het schip rolt voortdurend en je begrijpt waarom je in een ‘beddenbak’ slaapt – leggen we aan voor Half Moon-eilland, waar de kleine Argentijnse marinebasis Camara is gevestigd. De zon schijnt volop en voor het eerst in zes dagen bevinden we ons in rustig water. De 12 militairen verwelkomen ons met koffie en koekjes, allicht blij om enkele minder vertrouwde gezichten te zien, ook al is er geen tijd om uitgebreid kennis te maken. Aan de rand van het eiland aan de overkant schuift af en toe een stuk gletsjer in het water. Eerst zie je de sneeuwmassa afbreken, enkele tellen later volgt een dondergeluid in de verte. Zelden biedt een militaire basis zo’n vredige aanblik.
Na het middageten kruist de Polar Star naar Deception-eiland (foto). Het kratereiland werd ontdekt door de Amerikaan Nathaniel Palmer in 1820, die in zijn dagboek optekende dat hij ‘stood over to deception’. Vanuit volle zee lijkt het een gewoon eiland, maar door een nauwe doorgang van enkele honderden meters komt men in de volgelopen caldera van de vulkaan. Het eiland heeft de vorm van een enorme ring, die aan een kant gebroken is. Deception-eiland was in de eerste helft van de twintigste eeuw het wereldcentrum van de walvisvangst. Walvissen werden bejaagd voor hun olie (verlichting en verwarming) en voor hun balein, waarvan men in de preplasticperiode speelgoed, borstels, korsetten en andere gebruiksvoorwerpen maakte. Uit balein kon men bepaalde figuren uitsnijden die na verhitting hun vorm behielden, vandaar. In 1878 was een echte walvis 5.000 dollar waard, een som die de kost van een volledige expeditie dekte.Walvisjagers kwamen in de 19de eeuw naar Antarctica, na de ontdekkingsreizigers en de robbenjagers. In meer noordelijke wateren waren de echte walvissen (‘right whales’) zo goed als verdwenen, waardoor ze hun geluk zuidelijker beproefden. Hier trof men echter vooral veel snellere vinvissen aan, die in tegenstelling tot de echte walvissen naar de bodem zonken als ze dood waren. Met het reële gevaar dat de kolossen de schepen mee in het diepe sleurden. Tegen het einde van de 19de eeuw brachten nieuwe technieken de oplossing. De schepen werden sneller, snel genoeg om de vinvissen bij te houden, en de harpoenen werden krachtiger. Tegen het zinken van de vinvis vonden de walvisjagers ook een truc: met grote naalden spoten ze lucht in het dier, waardoor het bleef drijven.
Tussen 1906 en 1933 heerste er grote bedrijvigheid op het strand van Deception-eiland. Op Whalers Bay (foto) verrees een echte walvisfabriek waar meer dan duizend mensen aan het werk waren. In de jaren 1930 daalde walvisolieprijs en kon men alle nodige activiteiten aan boord aan, waardoor de basis overbodig werd. De walvisfabriek maakte plaats voor wetenschappelijk stations, tot eind jaren 1960 twee uitbarstingen de hele site onder een twee meter dikke laag modder bedekte. Vandaag vinden we er nog wat ruïnes, die uit de bruine smurrie steken. Enkele reusachtige ronde reservoirs, roestig en scheefgezakt, domineren de desolate baai. Ze doen wat aan het Guggenheim-museum van Bilbao denken, Ghery kon ze niet beter neergepoot hebbenWat verder in de caldera ligt Pendulum Cove, dat we niet bezoeken. Jammer, want hier ging de eerste wetenschapper op Antarctica aan de slag. Dr. Webster, lid van het Britse expeditieteam van kapitein Foster, trachtte er met een grote slinger de vorm en de dikte van de aarde te bepalen.
’s Avonds lichten we het anker en steken we voor de derde keer de Bransfield-straat over. Nog steeds een beproeving. Morgen wordt een Belgische dag, we varen dan de Gerlache-straat in en zullen bij dageraad op Gent landen.
Foto's: Yan Verschueren
Geschreven in Zuidpool | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken










| 