The Good, the Bad and the Mathematician
Op 30 mei 1832, in het nog breekbare licht van de vroege dag, werd een boer op weg naar de markt opgeschrikt door een schot. In een veld net buiten Parijs vond hij een zieltogende jongeman met een gapende wonde in de buik. Met zijn kar bracht hij hem naar het plaatselijke ziekenhuis van Cochin. Daar stierf de ongelukkige de volgende dag, in de armen van zijn broer, met de legendarische woorden: `Ne pleure pas, Alfred ! J’ai besoin de tout mon courage pour mourir à vingt ans!’
In een recente boekbespreking op deze blog verwees Paul al kort naar het verhaal van Évariste Galois. Het pistolenduel dat deze jonge Franse wiskundige fataal werd, is zonder twijfel de grootste tragedie uit de geschiedenis van de wiskunde. Alle elementen zijn aanwezig voor een oscarfilm: de zelfmoord van de vader, het miskend genie, de politieke intriges, de onbeantwoorde liefde.
De reden van het duel is nooit helemaal uitgeklaard door de historici. Misschien verdedigde hij de eer van zijn geliefde, of werd hij als republikeinse activist uitgedaagd door een politieke tegenstander? Maar waarschijnlijk was het duel een daad van zelfvernietiging van een jonge getormenteerde ziel.
Zijn laatste brief heeft een cultstatus bij vele wiskundigen. Je kan hem zelfs als T-shirt dragen. Galois schreef hem aan zijn vriend Chevalier de nacht voor het duel, vechtend tegen de dageraad die een zekere dood voor hem aankondigde. Zijn noodkreet `Je n’ai pas le temps, je n’ai pas le temps’ is intussen een populair citaat bij een naderende deadline voor een beursaanvraag (of bij ouderwordende wiskundigen die eindelijk zichzelf moeten toegeven dat ze nooit de Fieldsmedaille zullen winnen). Bij deze brief voegde hij ook twee manuscripten. Zijn ideeën gingen duizelingwekkend diep, maar leken te ruw of te slordig voor zijn tijdsgenoten zoals Cauchy, Fourier, Jacobi of zelfs Gauss, zodat de draagkracht ervan miskend werd. Twintig jaar na het noodlottige duel heeft Liouville aan de hand van de manuscripten en de chaotische brief de resultaten van Galois gereconstrueerd, geplamuurd en daarna uitgegeven.
Zijn belangrijkste theorie wordt nog altijd aan alle wiskundestudenten over heel de wereld opgediend als een varkenshaasje in mosterdsaus, onder de naam Galoistheorie. Hij bestudeerde het oplossen van veeltermvergelijkingen met behulp van algebraïsche bewerkingen en worteltrekking (zoals de befaamde discriminantmethode bij vierkantsvergelijkingen), en bracht de structuur van de oplossingprocedure in verband met groepen van permutaties op de nulpunten (“wortels”) van de veelterm in kwestie. Als een neveneffect van deze methode ontwikkelde Galois de eerste groepentheorie (met inbegrip van de terminologie `groupe’) . In zijn blog “Neverendingbooks” geeft Lieven meer details over enkele groepstructuren die Galois in zijn laatste brief vermeldde.
Maar keren we even terug naar het fatale duel. Misschien had Galois beter de vorige nacht gebruikt om te slapen in plaats van brieven naar heel zijn kenniskring te schrijven, dan was hij beter uitgerust aan het duel verschenen. Maar zoals ik al eerder liet doorschemeren, misschien was overleven niet zijn prioriteit.
Volgens een theorietje van Niels Bohr heeft de jonge wiskundige allicht als eerste zijn pistool getrokken. Bohr noemde dit de revolverheldparadox. De held in een western wacht inderdaad tot de slechte cowboy eerst naar zijn schietijzer grijpt, om daarna steevast als eerste te vuren. Bohr vermoedde dat de reactie op een impuls sneller is dan de spontane beweging. Het verhaal gaat zelfs dat de Nobelprijswinnaar dit uitgetest heeft met speelgoedpistooltjes en een collega. Een biotechnologisch onderzoek vorig jaar aan de universiteit van Birmingham bevestigde deze stelling.
Een truel spreekt nog meer tot de verbeelding, een gevecht met drie schutters. Wie trekt het eerst zijn pistool, en op wie zal hij zijn wapen richten? Een legendarisch truel is de adembenemende ontknoping in The Good, the Bad and the Ugly, en ook Reservoir Dogs kent een gelijkaardige filmscène. In de wiskundige speltheorie is een truel een dankbare metafoor voor strategiebepaling en winstberekening in een situatie met drie spelers op de markt. Speltheorie kent belangstelling bij het grote publiek sinds de film A beautiful mind, maar kwam ook al eerder aan bod op deze blog.
In een wiskundig truel schieten de drie cowboys om de beurt en hebben ze elk een vooraf bepaalde schutterskwaliteit (uitgedrukt in trefkansen $p > q > r$). Men kan altijd dezelfde volgorde van schieten hanteren, of men kan opteren om deze volgorde (van de overlevenden) na iedere ronde opnieuw te bepalen (bijvoorbeeld at random). Bovendien kan de optimale strategie afhangen van een al dan niet onbeperkte beschikbaarheid van kogels.
Het analyseren van een truel geeft soms verrassende resultaten. In zijn artikel A Civilized Three Way Duel beschrijft William Chen een situatie met een onbeperkte kogelvoorraad en een willekeurige maar vaste schietorde. Hij neemt aan dat de beste schutter altijd vol treft, de slechtste slechts in de helft van de gevallen en de derde in 80% van zijn pogingen. Dus
$$\Large p=1,\;\; q=0.8,\;\; r=0.5$$
Als we bovendien veronderstellen dat elke cowboy voldoende intelligent en levenslustig is om de beste overlevingsstrategie te volgen, dan toont een kansberekening aan dat de zwakste schutter de grootste overlevingskans heeft, namelijk $\large \frac{47}{90}$, tegenover $0.3$ voor de beste schutter. De derde cowboy heeft de kleinste kans om de zon nog te zien ondergaan ($\large \frac{8}{45}$).
Niet alleen het vorige besluit over de overlevingskansen lijkt contra-intuïtief als dit de eerste keer is dat je met deze speltheorie in aanraking komt, ook het bepalen van de beste strategie voor de zwakste cowboy verrast. Zolang zijn beide tegenstanders nog leven, zullen zij naar elkaar schieten, omdat hijzelf als zwakste de kleinste bedreiging vormt. Bovendien, omdat zijn trefkans de kleinste is van de drie, beschouwt hij elk van hen beter als bondgenoot in de strijd tegen de andere en schiet hij dus best in de lucht wanneer het zijn beurt is (tot natuurlijk het moment dat nog maar één tegenstander overblijft).
We kunnen dit bijvoorbeeld illustreren met bovenstaande trefkansen, waarbij de zwakste eerst geloot wordt, dan de sterkste, en uiteindelijk als laatste de schutter met trefkans $0.8$. De zwakste zou dom zijn als hij de middelmatige cowboy neerknalde, want daarna komt de revolverheld aan de beurt die altijd raak schiet. Deze strategie staat dus gelijk aan zelfmoord.
Als hij de sterkste schutter weet te elimineren, dan moet hij een duel uitvechten tegen een betere schutter, die bovendien eerst aan de beurt is. Hij kan dit overleven weliswaar, maar dan moet de tegenstander missen (kans $0.2$) en hij niet (kans $0.5$), of als hij toch ook mist (kans $0.5$) moet de tegenstander daarna opnieuw missen (kans $0.2$) en hij niet (kans $0.5$), enzovoorts. In dit geval vinden we de overlevingskans van de zwakste cowboy als de som van een meetkundige reeks (onbeperkte kogelvoorraad!):
$$\Large p = 0.2\cdot 0.5 + 0.2^2\cdot 0.5^2 + \ldots = \frac{0.2\cdot 0.5}{1 – 0.2\cdot 0.5} = \frac{1}{9}$$
Stel nu dat onze underdog tijdens zijn eerste beurt niemand doodt (tot grote ontzetting van de middelmatige schutter), dan mag de beste cowboy schieten en doodt deze dus zeker de derde man. De zwakste schutter heeft dan juist één kans om te overleven: de revolverheld voor de raap schieten tijdens zijn volgende (en laatste) beurt. Zijn overlevingskans is nu $0.5$ en dus groter dan bij de vorige strategie. In de lucht schieten is dus de boodschap voor hem.
Misschien heeft Galois in 1832 ook in de lucht geschoten tijdens het legendarische duel, maar met slechts één tegenstander is dit nooit een goede strategie, al stelt een depressie andere doelstellingen voorop.
Geschreven in Mensen en wiskunde | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken
















































.jpg)


















































| 