Viva Brasil?
Braziliaanse economie steekt Britse voorbij, vertelt een klein krantenbericht van net voor de jaarwisseling. Volgens cijfers van het Londense onderzoeksbureau CEBR schuift het Zuid-Amerikaanse land op naar de zesde plaats in de ranglijst van economische grootmachten, en heeft het Frankrijk (5) en Duitsland (4) in het vizier. Op voetbalgebied waren de Brazilianen de oude Europese landen al langer de baas, dat ze economisch een klasse hoger (gaan) spelen is een nieuw fenomeen. De gevolgen laten zich nu al voelen. Hogeropgeleide Portugezen trekken naar de oude kolonie op zoek naar een gepaste of alleszins beter betaalde job. Ook andere Zuid-Europese landen in crisis krijgen te maken met emigratie naar boomende landen in het oosten of het zuiden. Het CEBR berekende dat in 2020 geen enkel Europees land de topvijf meer haalt, Rusland en India zullen dan de plaatsen van Frankrijk en Duitsland hebben ingenomen vóór de gebeitelde top drie VS, China en Japan.


De inheems bevolking is hevig gekant tegen de gigantische Belo Monte-dam (links). Het verzet wordt aangevoerd door indianenleider Raoni.
De toekomst is aan de BRIC-landen Brazilië, Rusland, India en China, samen goed voor 40 procent van de wereldbevolking en een kwart van de landoppervlakte. De snelle economische ontwikkeling maskeert vaak endemische ongelijkheid en armoede. In Brazilië laait de spanning tussen economie en ecologie geregeld hoog op. Ondanks de succesvolle inspanningen van de laatste jaren om de ontbossing van het regenwoud – ‘de longen van de wereld’ – tegen te gaan, werd in 2011 opeens weer een grotere kaalslag opgetekend. Vorig jaar kwam ook een aantal regenwoudactivisten gewelddadig om het leven – in de noordelijke staat Pará woedt een vuile oorlog tussen illegale houthakkers en ecologisten. In dezelfde staat wordt een juridische strijd uitgevochten rond de controversiële Belo Monte-dam. In december herriep een federale rechter een eerdere beslissing om de bouw van de megadam stop te zetten omdat die het visbestand van de Xingu-rivier zou bedreigen. De milieubeweging en de inheemse bevolking – aangevoerd door indianenleider Raoni – blijven gekant tegen de stuwdam, die een ecologische ramp voor het Amazonegebied zou betekenen. Intussen gaat de ontginning van nieuw landbouwareaal onverminderd verder. Aan de zuidelijke Amazonerand met zijn onmetelijke sojavelden luisteren de nieuwe heiligen naar nationale en multinationale namen als Cargill, Bunge, Amaggi, Dreyfuss of Nidera, schrijft journalist Lode Delputte in zijn recente boek Braziliaanse bloei.

Onmetelijke sojavelden in Mato Grosso. Multinationals zijn de nieuwe heiligen.
De inheemse bevolking van Brazilië heeft het hard te verduren. De indianen worden niet alleen belaagd door houthakkers en grootgrondbezitters, maar ook door missionarissen, olie- en goudzoekers en drugstrafikanten, die vaak ziektes en minder fraaie westerse gewoontes meebrengen. De FUNAI, de overheidsinstantie die zich het lot van de indianen aantrekt, laat vaak betijen. Amazonefotograaf Guido Sterkendries streek tijdens een van zijn reizen neer in Atalaia do Norte, een plek in de Javarivallei dicht bij de grenzen met Colombia en Peru. De plaatselijke FUNAI-ambtenaar was drie weken afwezig, wat de fotograaf de kans gaf om contact te leggen met een groep Kanamary-indianen, die letterlijk onder de ogen van de administrador op een vlot vertoeven. De indianen vragen steun, maar leven intussen in de meest erbarmelijke omstandigheden op een drijvende vuilnisbelt. Beelden van drinkende mannen, bedelende vrouwen en rokende kinderen blijven op het netvlies gebrand. Wanneer de FUNAI-verantwoordelijken weer op hun post arriveren, maakt Sterkendries zich met een smoes uit te voeten, wetende dat hij in dit land, maar ook daarbuiten, vijanden maakt en dat nieuwe bezoeken problematisch kunnen worden. Eos van deze maand publiceert de schrijnende foto’s.

In juni 2012 is Brazilië het gastland van een grote VN-top over duurzame ontwikkeling. Twintig jaar na de Conferentie van Rio, waar onder meer het klimaatverdrag en het biodiversiteitverdrag werden goedgekeurd, moet Rio+20 nieuwe impulsen geven aan de zogenoemde groene economie. Het valt af te wachten hoe krachtig de conferentie uit de hoek komt, maar de argwaan bij de landen in ontwikkeling is groot. Groen staat voor hen vaak synoniem met protectionisme en een rem op de ongebreidelde groei.
Groen en geel zijn de kleuren van de jaren tien. Brazilië organiseert in 2014 de Wereldbeker Voetbal, twee jaar later vinden de Olympische Spelen in Rio de Janeiro plaats. De BRIC’s doen het ook qua marketing niet slecht.
Geschreven in Algemeen | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken
| 