La Niña bedreigt 'Sunshine State' in Australië
13. Januari 2011, 09:06
‘Watersnood bedreigt miljoenenstad’ kopte De Standaard gisteren. Luisterend naar Klara vertelt de nieuwslezer dat er zowaar ook in de Filippijnen watersnood en modderstromen dreigen. Er klinkt enige verwondering in haar stem door. De toogfilosofen op de Belgische TV verbazen zich dan weer over de watersnood in de Waalse Ardennen. En dat enige maanden na de zondvloed van de nieuwslezers in Vlaanderen. Het taalgebruik van de media en de al dan niet terechte verbazing, doet vermoeden dat de verbanden niet of nauwelijks worden gelegd. Immers de rampen van nu zijn, als zo vaak het geval is, expressies van een mondiaal natuurverschijnsel. In dit geval La Niña in de Stille Oceaan. La Niña, het kleine meisje; het zusje van El Niño, het kerstkindje. Wat is er aan de hand?
Broer en zus
El Niño en La Niña veranderen alles: het weer, de visvangst, de moesson, de oogst, het aantal malaria patiënten, de winter in West-Europa. Het kan zelfs het leven in het noordoosten van Australië, zoals we nu weer zien, op zijn kop zetten. Naast de jaarlijkse verandering van de seizoenen vormen de onregelmatige afwisselingen van een warme El Niño’s en een koude La Niña’s, in de equatoriale, tropische Stille Oceaan, de belangrijkste mondiale natuurverschijnselen op aarde. Aan de seizoenen zijn we ondertussen wel gewend. Aan de effecten van El Niño en La Niña nog niet. Hoe onwaarschijnlijk het ook lijkt, de inwoners van de Lage Landen en die van het nu zo bedreigde Brisbane zijn het slachtoffer van een ongewoon sterke La Niña in de Stille Oceaan.
Op 11 oktober 2010 waarschuwde de Wereld Meteorologische Organisatie in Genève, al voor dit natuurverschijnsel. Men constateerde dat er zich in het oostelijk deel van de Stille Oceaan, een La Nina in de categorie van ‘gemiddeld’ tot ‘sterk’ ontwikkelde. Hoe dat precies gebeurt, is nog altijd niet helemaal duidelijk. Maar wel is duidelijk wat er gebeurt als het proces eenmaal begonnen is. Zo verwachtte men dat de gevolgen van deze La Niña vooral in het eerste kwartaal van 2011 zichtbaar zouden zijn. Het Australische Meteorologische Bureau laat op haar website weten dat de ellende nog wel even zal duren: “Long-range forecast models surveyed by the Bureau suggest that the La Niña is likely to persist into the southern hemisphere autumn”. Dus tot in onze lente!
El Niño’s, waarvan er geen twee gelijk zijn, is een heel oud verschijnsel zoals uit ijskernen en andere gegevens blijkt. Vermoedelijk bestaat het al wel 130.000 jaar. In gewone jaren stijgt de lucht in een zone met lage druk boven het noorden van Australië op, stroomt vervolgens op grote hoogte over de Stille Oceaan naar het oosten en zakt weer omlaag in een hogedrukzone voor Zuid-Amerika. Over het enorme waterbassin van de Stille Oceaan vloeit deze lucht dan weer terug naar het westen. Ze versterken de passaten, die opgewarmd oppervlaktewater als een krachtige zeestroming naar het westen van de oceaan drijven. Hierdoor is het zeeoppervlak in het westelijk deel van de Stille Oceaan ongeveer een halve meter hoger.
Tussen dit atmosferische systeem en de oceaan bestaat een belangrijke wisselwerking. Het oppervlaktewater voor de westkust van Zuid-Amerika, dat circa 25 graden Celsius warm is, wordt weggedrukt naar het oosten. Daardoor komt er plaats voor het zo'n vijf graden koudere, zeer voedselrijke water in de diepzee, dat afkomstig is uit de Antarctische Oceaan (de Humboldtstroom). Dat verschijnsel heet opwelling. De voedselrijkdom van het water heeft een uitbundige ontwikkeling van leven tot gevolg. De voedselketen explodeert. Het plankton gedijt weelderig. Vis wervelt in immense scholen door de oppervlaktelaag. De vogelrijkdom is indrukwekkend. Zeeleeuwen en andere zeezoogdieren zijn er in overvloed.
El Niño is een verstoring van deze interactie, die de 'Walkercirculatie' wordt genoemd. In een 'El Niño-jaar' warmt het zeewater aan de oostkust van Zuid-Amerika op. Er ontstaat een krachtige wind van west naar oost, die de zuidoost- en noordoost-passaat tegenwerkt en afremt of zelf helemaal omdraait. In het westen stroomt het opgewarmd water snel naar het oosten en verspreid zich naar het noorden en het zuiden langs de kusten van Amerika. De naar het oosten stromende warmwatermassa strekt zich als een lange tong uit rondom de evenaar over de daar ruim zestienduizend kilometer brede oceaan. Omdat dit warme water vaak rond de kersttijd komt, is het door de Peruaanse vissers El Niño of 'het Kerstkind' gedoopt.
Het koude diepzeewater van de Humboldtstroom kan nu niet naar de oppervlakte stijgen, niet opwellen. De voedingsstoffen uit de diepte blijven weg, de planktonproductie neemt sterk af, de vissen, de vogels en de zeezoogdieren verhongeren. Het tot wel acht graden Celsius warmere water veroorzaakt een grotere verdamping aan de Amerikaanse westkust. Dat leidt tot enorme stortbuien aan de kusten, bijvoorbeeld in Peru waar normaal een bar woestijnklimaat heerst. Er ontstaan overstromingsrampen en aardverschuivingen, die vele miljarden euro’s schade veroorzaken en de bewoners van deze gebieden bedreigen. Er ontstaan meer zware, tropische wervelstormen (tayfoon). De op zes tot tien kilometer hoogte, met zo'n vierhonderd kilometer per uur in westelijke richting voortrazende straalstroom verplaatst zich ook. En dat geeft weer effecten in Azië, Australië, de VS en Canada en op de Atlantische Oceaan, wat El Niño maakt tot een wereldwijd klimaatsfenomeen.
Een El Niño treedt om de vijf à zeven jaar op in de Stille Oceaan en duurt 12 tot 18 maanden. Het wordt vaak gevolgd door een La Niña ("het meisje") die juist door de omgekeerde situatie wordt gekarakteriseerd: sterkere passaatwinden en nog kouder zeewater dan normaal voor de kust van Peru en Equador. Eigenlijk vormen El Niño en La Niña de extremen van hetzelfde proces in de bovenste, dunne, waterlaag langs de evenaar in de Stille Oceaan. Gedurende de helft van de tijd verkeert het systeem in een neutrale situatie.
La Niña en Europa
Op 17 september 2010 voorspelde MeteoVista in het Nederlandse Zeist, dat we de komende winter rekening moeten houden met veel neerslag in de vorm van heel veel sneeuw of juist heel veel regen. Deze verwachting was gebaseerd op de waargenomen en verwachte ontwikkeling van La Niña. Of het een winter met min of meer normale temperaturen en veel sneeuw zou worden of juist één met veel regen dat hangt af van de koers van de Atlantische depressies boven Europa. MeteoVitsa nam hiermee wel een risico, dat de meeste andere meteorologische diensten nog niet nemen. Immers langetermijnweersvoorspellingen zijn nog steeds erg onzeker. Maar toch: sneeuw hebben we genoeg gehad en over regenwater – overstromingen en ‘zondvloeden‘ - mogen we ook niet klagen.

Sinds de extreme winter van 2007/2008, waarbij Engeland veel last had van overstromingen, is duidelijk geworden dat dit afhangt van de kracht van de noordelijke straalstroom, wat weer samenhangt met de sterkte van een La Niña in de Stille Oceaan. Zo heeft een zwakke La Niña geen of nauwelijks effect op het weer boven de Atlantische Oceaan. Wanneer het verschijnsel echter krachtiger – wat nu het geval is - is of langer duurt, voedt dit in het noordelijk deel van de Stille Oceaan een reusachtig hogedrukgebied. Dit luchtdrukgebied beïnvloedt vervolgens de noordelijke straalstroom, een continue westenwind, hoog in de atmosfeer. Het gevolg is: meer depressies, die het Europese vasteland bereiken en dus meer neerslag. ?
La Niña en Australië
Het effect van het zusje van de vaak zo gevreesde El Niño, die op grote schaal bosbranden kan veroorzaken, is hier al lang bekend. Immers het warme water dat zich langs de evenaar in de Stille Oceaan naar het westen verplaatst, hoopt zich op boven het continent in ruwweg het zeegebied van Indonesië. Het verstoort dan ook de Indische moesson en beïnvloedt het weer in de gehele regio: regen en nog eens regen. Onderzoek van het Bureau of Meteorology, BOM, toont aan dat het effect - koeler en natter dan normaal - van La Niña vooral merkbaar is in het noordelijke en centrale deel van het land. Het effect van El Niño is in dat gebied juist weer minder dan elders in het land. Eén van de sterkste La Niña’s was die van 1973/1974, die nu vaak in de media wordt genoemd. Het ziet er naar uit dat de huidige nog erger is. Dat voedt dan weet de speculaties over de gevolgen van de klimaatverandering op dit systeem langs de evenaar in de Stille Oceaan.
Het voorspellen van deze natuurverschijnselen is nog steeds geen eenvoudige zaak. Wel is er, in internationaal verband, veel vooruitgang geboekt door het Global Climate Observing System en het Global Ocean Observing System. Hoewel dit de schade en het leed niet vermindert, zou een stevige investering in mariene informatiesystemen een goede zaak zijn. Een zaak waaraan de Nederlandse en Belgische overheid echter weinig aandacht geeft en zeker geen prioriteit.
‘Watersnood bedreigt miljoenenstad’ kopte De Standaard gisteren. Luisterend naar Klara vertelt de nieuwslezer dat er zowaar ook in de Filippijnen watersnood en modderstromen dreigen. Er klinkt enige verwondering in haar stem door. De toogfilosofen op de Belgische TV verbazen zich dan weer over de watersnood in de Waalse Ardennen. En dat enige maanden na de zondvloed van de nieuwslezers in Vlaanderen. Het taalgebruik van de media en de al dan niet terechte verbazing, doet vermoeden dat de verbanden niet of nauwelijks worden gelegd. Immers de rampen van nu zijn, als zo vaak het geval is, expressies van een mondiaal natuurverschijnsel. In dit geval La Niña in de Stille Oceaan. La Niña, het kleine meisje; het zusje van El Niño, het kerstkindje. Wat is er aan de hand?
Broer en zus
El Niño en La Niña veranderen alles: het weer, de visvangst, de moesson, de oogst, het aantal malaria patiënten, de winter in West-Europa. Het kan zelfs het leven in het noordoosten van Australië, zoals we nu weer zien, op zijn kop zetten. Naast de jaarlijkse verandering van de seizoenen vormen de onregelmatige afwisselingen van een warme El Niño’s en een koude La Niña’s, in de equatoriale, tropische Stille Oceaan, de belangrijkste mondiale natuurverschijnselen op aarde. Aan de seizoenen zijn we ondertussen wel gewend. Aan de effecten van El Niño en La Niña nog niet. Hoe onwaarschijnlijk het ook lijkt, de inwoners van de Lage Landen en die van het nu zo bedreigde Brisbane zijn het slachtoffer van een ongewoon sterke La Niña in de Stille Oceaan. Op 11 oktober 2010 waarschuwde de Wereld Meteorologische Organisatie in Genève, al voor dit natuurverschijnsel. Men constateerde dat er zich in het oostelijk deel van de Stille Oceaan, een La Nina in de categorie van ‘gemiddeld’ tot ‘sterk’ ontwikkelde. Hoe dat precies gebeurt, is nog altijd niet helemaal duidelijk. Maar wel is duidelijk wat er gebeurt als het proces eenmaal begonnen is. Zo verwachtte men dat de gevolgen van deze La Niña vooral in het eerste kwartaal van 2011 zichtbaar zouden zijn. Het Australische Meteorologische Bureau laat op haar website weten dat de ellende nog wel even zal duren: “Long-range forecast models surveyed by the Bureau suggest that the La Niña is likely to persist into the southern hemisphere autumn”. Dus tot in onze lente!
El Niño’s, waarvan er geen twee gelijk zijn, is een heel oud verschijnsel zoals uit ijskernen en andere gegevens blijkt. Vermoedelijk bestaat het al wel 130.000 jaar. In gewone jaren stijgt de lucht in een zone met lage druk boven het noorden van Australië op, stroomt vervolgens op grote hoogte over de Stille Oceaan naar het oosten en zakt weer omlaag in een hogedrukzone voor Zuid-Amerika. Over het enorme waterbassin van de Stille Oceaan vloeit deze lucht dan weer terug naar het westen. Ze versterken de passaten, die opgewarmd oppervlaktewater als een krachtige zeestroming naar het westen van de oceaan drijven. Hierdoor is het zeeoppervlak in het westelijk deel van de Stille Oceaan ongeveer een halve meter hoger.
Tussen dit atmosferische systeem en de oceaan bestaat een belangrijke wisselwerking. Het oppervlaktewater voor de westkust van Zuid-Amerika, dat circa 25 graden Celsius warm is, wordt weggedrukt naar het oosten. Daardoor komt er plaats voor het zo'n vijf graden koudere, zeer voedselrijke water in de diepzee, dat afkomstig is uit de Antarctische Oceaan (de Humboldtstroom). Dat verschijnsel heet opwelling. De voedselrijkdom van het water heeft een uitbundige ontwikkeling van leven tot gevolg. De voedselketen explodeert. Het plankton gedijt weelderig. Vis wervelt in immense scholen door de oppervlaktelaag. De vogelrijkdom is indrukwekkend. Zeeleeuwen en andere zeezoogdieren zijn er in overvloed.
El Niño is een verstoring van deze interactie, die de 'Walkercirculatie' wordt genoemd. In een 'El Niño-jaar' warmt het zeewater aan de oostkust van Zuid-Amerika op. Er ontstaat een krachtige wind van west naar oost, die de zuidoost- en noordoost-passaat tegenwerkt en afremt of zelf helemaal omdraait. In het westen stroomt het opgewarmd water snel naar het oosten en verspreid zich naar het noorden en het zuiden langs de kusten van Amerika. De naar het oosten stromende warmwatermassa strekt zich als een lange tong uit rondom de evenaar over de daar ruim zestienduizend kilometer brede oceaan. Omdat dit warme water vaak rond de kersttijd komt, is het door de Peruaanse vissers El Niño of 'het Kerstkind' gedoopt.
Het koude diepzeewater van de Humboldtstroom kan nu niet naar de oppervlakte stijgen, niet opwellen. De voedingsstoffen uit de diepte blijven weg, de planktonproductie neemt sterk af, de vissen, de vogels en de zeezoogdieren verhongeren. Het tot wel acht graden Celsius warmere water veroorzaakt een grotere verdamping aan de Amerikaanse westkust. Dat leidt tot enorme stortbuien aan de kusten, bijvoorbeeld in Peru waar normaal een bar woestijnklimaat heerst. Er ontstaan overstromingsrampen en aardverschuivingen, die vele miljarden euro’s schade veroorzaken en de bewoners van deze gebieden bedreigen. Er ontstaan meer zware, tropische wervelstormen (tayfoon). De op zes tot tien kilometer hoogte, met zo'n vierhonderd kilometer per uur in westelijke richting voortrazende straalstroom verplaatst zich ook. En dat geeft weer effecten in Azië, Australië, de VS en Canada en op de Atlantische Oceaan, wat El Niño maakt tot een wereldwijd klimaatsfenomeen.
Een El Niño treedt om de vijf à zeven jaar op in de Stille Oceaan en duurt 12 tot 18 maanden. Het wordt vaak gevolgd door een La Niña ("het meisje") die juist door de omgekeerde situatie wordt gekarakteriseerd: sterkere passaatwinden en nog kouder zeewater dan normaal voor de kust van Peru en Equador. Eigenlijk vormen El Niño en La Niña de extremen van hetzelfde proces in de bovenste, dunne, waterlaag langs de evenaar in de Stille Oceaan. Gedurende de helft van de tijd verkeert het systeem in een neutrale situatie.
La Niña en Europa
Op 17 september 2010 voorspelde MeteoVista in het Nederlandse Zeist, dat we de komende winter rekening moeten houden met veel neerslag in de vorm van heel veel sneeuw of juist heel veel regen. Deze verwachting was gebaseerd op de waargenomen en verwachte ontwikkeling van La Niña. Of het een winter met min of meer normale temperaturen en veel sneeuw zou worden of juist één met veel regen dat hangt af van de koers van de Atlantische depressies boven Europa. MeteoVitsa nam hiermee wel een risico, dat de meeste andere meteorologische diensten nog niet nemen. Immers langetermijnweersvoorspellingen zijn nog steeds erg onzeker. Maar toch: sneeuw hebben we genoeg gehad en over regenwater – overstromingen en ‘zondvloeden‘ - mogen we ook niet klagen.

Sinds de extreme winter van 2007/2008, waarbij Engeland veel last had van overstromingen, is duidelijk geworden dat dit afhangt van de kracht van de noordelijke straalstroom, wat weer samenhangt met de sterkte van een La Niña in de Stille Oceaan. Zo heeft een zwakke La Niña geen of nauwelijks effect op het weer boven de Atlantische Oceaan. Wanneer het verschijnsel echter krachtiger – wat nu het geval is - is of langer duurt, voedt dit in het noordelijk deel van de Stille Oceaan een reusachtig hogedrukgebied. Dit luchtdrukgebied beïnvloedt vervolgens de noordelijke straalstroom, een continue westenwind, hoog in de atmosfeer. Het gevolg is: meer depressies, die het Europese vasteland bereiken en dus meer neerslag. ?
La Niña en Australië
Het effect van het zusje van de vaak zo gevreesde El Niño, die op grote schaal bosbranden kan veroorzaken, is hier al lang bekend. Immers het warme water dat zich langs de evenaar in de Stille Oceaan naar het westen verplaatst, hoopt zich op boven het continent in ruwweg het zeegebied van Indonesië. Het verstoort dan ook de Indische moesson en beïnvloedt het weer in de gehele regio: regen en nog eens regen. Onderzoek van het Bureau of Meteorology, BOM, toont aan dat het effect - koeler en natter dan normaal - van La Niña vooral merkbaar is in het noordelijke en centrale deel van het land. Het effect van El Niño is in dat gebied juist weer minder dan elders in het land. Eén van de sterkste La Niña’s was die van 1973/1974, die nu vaak in de media wordt genoemd. Het ziet er naar uit dat de huidige nog erger is. Dat voedt dan weet de speculaties over de gevolgen van de klimaatverandering op dit systeem langs de evenaar in de Stille Oceaan.Het voorspellen van deze natuurverschijnselen is nog steeds geen eenvoudige zaak. Wel is er, in internationaal verband, veel vooruitgang geboekt door het Global Climate Observing System en het Global Ocean Observing System. Hoewel dit de schade en het leed niet vermindert, zou een stevige investering in mariene informatiesystemen een goede zaak zijn. Een zaak waaraan de Nederlandse en Belgische overheid echter weinig aandacht geeft en zeker geen prioriteit.
Geschreven in Wetenschap | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken
