Menselijke robot
Woensdag 30 maart was een hoogdag voor de natuurkunde. Anderhalf jaar na de plechtige inhuldiging kon de grootste deeltjesversneller ter wereld eindelijk doen waarvoor hij gemaakt is: elementaire deeltjes tegen recordtempo laten botsen. De fysici hopen nieuwe partikels te ontdekken, niet het minst het legendarische Higgs-boson, dat zou verklaren waarom andere deeltjes massa hebben en dat het sluitstuk is van het standaardmodel van de deeltjesfysica. De man in de straat ligt er waarschijnlijk niet wakker van en vraagt zich eerder af waartoe dit wetenschappelijk speeltje van 6 miljard euro nu eigenlijk dient. Dat is moeilijk uit te leggen. Het belang van fundamenteel onderzoek is niet zomaar een-twee-drie aan te tonen, concrete resultaten komen soms pas na jaren boven water. Achttiende- en negentiende-eeuwse geleerden als Galvani, Volta of Faraday experimenteerden dat het een lieve lust was met nieuw ontdekte elektrische en magnetische krachten. Toepassingen kwamen er pas later, van dynamo’s over batterijen tot elektrische motors. Vandaag zijn ze, samen met de duizenden apparaten die ze aandrijven, zo vanzelfsprekend. Maar het onderzoek dat er de basis van vormt, zijn we al lang vergeten.

Michael Faraday geeft een lezing voor Britse jongeren in 1856.
In Nederland hebben vijf organisaties die zich met onderzoek inlaten een methode ontwikkeld om de maatschappelijke relevantie van wetenschappelijk onderzoek te meten. Het is de bedoeling de gangbare financiering, waarbij de kwaliteit van onderzoek getaxeerd wordt op het aantal keer dat onderzoekers elkaar citeren, te vervangen door een methode die rekening houdt met bruikbaarheid. Bijvoorbeeld voor innovatieve producten of voor het oplossen van maatschappelijk problemen zoals klimaatverandering. Zou het CERN, de organisatie die de deeltjesversneller LHC uitbaat, in dit systeem zoveel geld toegestopt krijgen? Om bundels protonen op elkaar af te vuren om eventueel een nieuw deeltje te vinden, ‘iets’ dat eventueel een veertig jaar oud theoretisch model zou bevestigen?
Nee, dan spenderen we onze centen beter aan iets tastbaars en nuttigs. Robots bijvoorbeeld, mooie staaltjes elektronica die ons al jaren te hulp schieten in diverse domeinen. In de industrie nemen ze al een halve eeuw het meest routineuze, maar vaak ook het gevaarlijkste werk van de arbeiders over, in de geneeskunde opereren ze met een precisie waar een chirurg van vlees en bloed (en ook de patiënt) alleen van kan dromen en – toegegeven, iets minder fraai – in militaire operaties nemen ze steeds vaker het voortouw. Maar het summum van hulpvaardigheid is natuurlijk de persoonlijke assistentierobot, die kinderen, ouderen en zieken met liefde en zorg bijstaat. Bij dit alles groeit zelfs de nood aan een nieuw soort ethiek: robo-ethiek.

Als de uitkomst op voorhand vastligt, zal het onderzoek naar nieuwe robots niet erg opschieten.
Maar ook het bij uitstek toepassingsgericht domein van de robotica heeft nood aan meer fundamenteel onderzoek. ‘We hebben te weinig wetenschappelijke vrijheid, we zijn gebonden door regelneverij en door de kortzichtige focus op kortetermijntoepassingen’, fulmineert computerwetenschapper Luc Steels in de recentste Eos. Zijn specialisme, de artificiële intelligentie die robots moet leren praten en bewegen zoals wij, dreigt achterop te raken. Zonder creatieve vrijheid zal het onderzoek naar menselijke robots niet erg opschieten, zeker niet als de uitkomst – bijvoorbeeld zorg voor zwakkeren – op voorhand vastligt.
Zet men in Nederland een nieuwe stap in de richting van gestroomlijnde wetenschap? In zijn pamflettair essay Hamlet en entropie legt wetenschapsfilosoof Jean Paul Van Bendegem de vinger op de wonde. Hij heeft het, naar analogie met de sport of de economie, over de olympifiëring van de wetenschap: gezien de zware investeringen willen overheid en industrie op voorhand weten waar het onderzoek zal uitmonden en dus ook vooraf meer eisen. Hij wijst verder op de problematische verhouding tussen de burger en ‘de wetenschappen’, een nieuwe kloof die de oude – tussen exacte (natuur) en humane (alfa/gamma) wetenschappen – langzamerhand overschaduwt. Kijk bijvoorbeeld naar de beperkte aanwezigheid van wetenschappers in het politieke bedrijf, dat al decennia gedomineerd wordt door economen en juristen. Met alle gevolgen van dien.
Geschreven in Algemeen | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken
| 