10 September 2008, 17:25
Toen Charles Darwin anderhalve eeuw geleden opperde dat mens en aap ooit een gemeenschappelijke voorouder bezaten, sloeg dit het wereldbeeld van de meeste mensen volledig aan diggelen. Mens en dier werden weer enigszins gelijkgeschakeld. In de jaren na Darwin, toen de evolutietheorie stukje bij beetje binnendrong in de hoofden van de mensen, herleefde hierdoor de interesse voor dieren. Men ging bij dieren op zoek naar typisch menselijke eigenschappen. Een zoektocht die vandaag nog in volle gang is. Mensapen worden aan de gekste psychologische tests onderworpen, en als we enig menselijk denken bij hen bespeuren, is dat groot nieuws.
Maar in welke mate kunnen we dieren als intelligent beschouwen? Dat chimpansees bepaalde eenvoudige rekenkundige vraagstukken kunnen oplossen, of een partijtje memorie kunnen spelen is bekend. Maar hoe zit het met moeilijkere wiskunde, zoals delingen en worteltrekken? Deze ‘onnatuurlijke wiskunde’ - tellen is ook nuttig voor dieren, de vierkantswortel van 81 bepalen is dat minder - linken we niet direct aan dieren. Maar een slim paard in Duitsland aan het begin van de 20ste eeuw leek het allemaal wel te kunnen. Het verhaal over ‘Slimme Hans’ behoort tot de meest bizarre kronkelpaden van de wetenschap.
Wilhelm von Osten (1838-1909) was een gepassioneerd wiskundeleraar uit Berlijn. Hij was erg begaan met zijn vak, en hield ook op andere wetenschappelijke gebieden de vinger aan de pols. Niets van de nieuwe ontwikkelingen in de fysica, de biologie ontging hem. Maar de man was vooral gefascineerd door de cognitieve vaardigheden van dieren. Von Osten was een van die mensen die vonden dat de mens altijd al de intelligentie van dieren had onderschat. Om daar verandering in te brengen, nam hij zich voor om een kat, een paard en zelfs een kleine beer eigenhandig wat wiskunde bij te brengen. De kat was niet geïnteresseerd, de beer reageerde wat vijandig - had ie een afkeer van rekenen? - maar de Arabische hengst met de naam Hans bleek verrassend genoeg wel een veelbelovend leerling. Na vele dagen instructie leerde von Osten zijn paard alle getallen tussen een en tien ‘op te zeggen’, door met zijn voorste hoef te trappen op de grond. Schreef de wiskundeleraar het cijfer ‘3’ op bord, dan trapte Hans drie keer met zijn hoef. Von Osten was natuurlijk laaiend enthousiast, en wilde nog veel verder gaan. Hij leerde Hans na de getallen ook de betekenis van rekenkundige tekens zoals ‘=’ en ‘+’, waarmee hij de basis legde voor eenvoudige rekensommetjes. Uiteindelijk wist hij zijn paard zelfs moeilijke delingen en het berekenen van een vierkantswortel bij te brengen.
BEDROG?
Zoiets was natuurlijk nog nooit gezien. De Berlijnse wiskundeleraar trok met Slimme Hans op tournee door Duitsland. Op de gratis vertoningen kwam veel volk af, en zelden werden de toeschouwers teleurgesteld. Von Osten stond telkens voor zijn paard en vroeg hem - in het Duits - bijvoorbeeld wat de vierkantswortel was van 16, waarna Hans vier keer met zijn hoef trapte. Of wat de datum van komende maandag zou zijn (6 september 1891), en Hans trapte zes keer. Slimme Hans maakte tijdens zijn vele optredens wel eens een foutje, maar dat gebeurde niet vaak: gemiddeld 89 procent van de vragen beantwoordde Hans correct. Sommigen vergeleken de cognitieve vaardigheden van de hengst met die van een 14-jarig kind.
Het nieuws van het slimme paard verspreidde zich als een lopend vuurtje, en bereikte ook de andere kant van de oceaan. In 1904 zette de New York Times het verhaal van de Duitse wiskundeleraar en het slimme paard zelfs op de voorpagina. Maar 1900 was niet 1200, en de mensen wilden een verklaring, liefst een wetenschappelijke. Het Duitse Ministerie van Onderwijs stelde een onafhankelijk onderzoek in. In de raad die Hans moest beoordelen zaten onderwijzers, dierkundigen, een psycholoog, een paardentrainer en zelfs een circusdirecteur. Von Osten verleende volop zijn medewerking. Hijzelf was een man van de wetenschap, en had niets te verbergen. Bovendien vond hij het fantastisch dat zijn paard kon rekenen. De wetenschappelijke raad vond dat na uitgebreid onderzoek ook: ze vond geen enkel spoor van bedrog.
Maar niet iedereen liet het daarbij. Oskar Pfungst, een psycholoog, bedacht een nieuwe aanpak over hoe hij het mysterie misschien kon ophelderen. Pfungst zonderde Hans eerst en vooral af in een grote tent, waardoor het effect van visuele stimuli van buitenaf werd geminimaliseerd. Daarna liet hij Von Osten zijn waslijst van vragen op Hans afvuren, en liet vervolgens ook andere mensen voor quizmaster spelen.
Nog steeds scoorde Hans goed wanneer Von Osten de vragen stelde, en ietsje minder wanneer iemand anders dit deed, onder dezelfde omstandigheden. Maar stond de vraagsteller iets verder van het paard, of wist hij het antwoord zelf niet - een slimme truc van de psycholoog - dan faalde Hans. Het paard had blijkbaar een ongehinderd zicht nodig op de vraagsteller, en die laatste moest bovendien het juiste antwoord kennen. Wat was hier aan de hand?
Nu kwam de geniale psycholoog in Pfungst naar boven. Hij keek niet naar het paard tijdens het vragen stellen, maar naar de quizmaster. Hij observeerde zorgvuldig hoe de gezichtexpressie van de vragensteller veranderde naarmate Hans het correcte aantal hoefslagen naderde. Pfungst bemerkte bij Von Osten en de andere vragenstellers een gelijkaardige soort van spanning op het gezicht, een expressie die plots verdween wanneer Hans het correcte aantal hoefslagen had getrapt. Het was deze onbewuste, subtiele verandering van de gezichtslijnen die het paard opmerkte en deed stoppen met trappen. Hans kon helemaal niet rekenen en verstond geen woord Duits. De hengst kon alleen goed zien.
SLIMME HANSEFFECT
Pfungst was helemaal niet teleurgesteld doordat Hans door de mand was gevallen. Voor hem als psycholoog was dit vele malen interessanter. Hij had ontdekt dat paarden blijkbaar gevoelig zijn voor zeer subtiele veranderingen in onze lichaamstaal, en vooral dan in onze gelaatsuitdrukking. Variaties waarvan we ons zelf helemaal niet bewust zijn. Vandaag hanteren psychologen het Slimme Hanseffect nog steeds. Er worden situaties mee beschreven waarbij dieren (en ook mensen) beïnvloed kunnen worden door de lichaamstaal van de psycholoog zonder dat die het beseft. Om foute conclusies zoals met Slimme Hans te vermijden, hanteert de moderne wetenschap daarom de dubbelblindmethode: zowel onderzoeker als subject zijn niet op de hoogte van alle details van een experiment totdat de resultaten zijn opgetekend. Bij de opleiding van drugshonden weten de instructeurs ook niet in welke containers de drugs zitten. Onbewust zouden ze het de dieren immers kunnen verraden. Allemaal om Slimme Hansen te vermijden.
Wilhelm Von Osten wilde echter niet aanvaarden dat zijn paard niet kon rekenen, en tot zijn dood bleef hij met Hans door Duitsland reizen. De ontluistering van het mysterie door Pfungst kon de belangstelling voor Hans niet temperen. De mensen bleven toestromen om het rekenende paard aan het werk te zien. Hans mocht dan geen benul hebben van wiskunde, dom zouden we het paard niet kunnen noemen, want het wist duizenden mensen voor de gek te houden. En als hij over een stel goede duimen had beschikt, en von Osten hem ooit had leren kaarten, zou Hans een onverslaanbaar kaartspeler zijn geweest. Met één snelle blik zou hij gezien hebben welke troeven zijn tegenspelers in hun handen hadden.
Geschreven in
Algemeen
Vaste link