Springende strategen
Recent onderzoek heeft aangetoond dat gibbons verschillende strategieën gebruiken bij het springen van de ene boomtop naar de andere. Afhankelijk van de omgevingscondities opteren gibbons voor een sprong vanuit hurkzit, een sprong met een aanloop, of voor een sprong met dubbele of enkel afstoot. Op deze manier zijn zij in staat op veilige manier grote afstanden te overbruggen.
Gibbons zijn kleine mensapen die leven in het Zuid-Oost Aziatische regenwoud. Het zijn uitstekende armslingeraars en, wat minder bekend is, erg behendige springers. Gibbons leven hoog in de boomtoppen en verplaatsen zich bij voorkeur door te armslingeren (of brachiëren). Als de afstand tussen twee boomkruinen te groot is, springen gibbons van de ene naar de andere kruin. Waarnemingen uit het wild hebben aangegeven dat gibbons zo afstanden tot 10 meter kunnen overbruggen, zij het wel met een aanzienlijk verlies van hoogte (gibbons maken een neerwaartse sprong). Dit zijn indrukwekkende prestaties, met een hoog risico op letsels als men rekening houdt met de hoogte waarop deze worden uitgevoerd (> 20 m). Bovendien vormen boomkruinen een erg complexe en variabele omgeving; takken van verschillende dikte en met verschillende eigenschappen (naargelang de boomsoort en -ouderdom) kruisen elkaar. Dit maakt dat sommige takken zullen doorbuigen bij de afstoot, en andere nagenoeg niet. In het wild werd waargenomen dat gibbons soms op en neer ‘pompen’ als voorbereiding op een sprong, net zoals zwemmers doen bij het duiken van een springplank. De timing van de afstoot is hierbij erg belangrijk, als duikers op het juiste moment afzetten, kunnen ze extra hoogte bereiken dankzij de veerkracht van de springplank. De vraag die zich dan stelt is of gibbons een gelijkaardig mechanisme gebruiken waarbij de veerkracht van de takken bijdraagt tot het vergroten van de sprongprestatie.
Figuur 1 - springende gibbon in het wild (Fleagle 1976).
Vier springstijlen
Behalve enkele anekdotische waarnemingen, zijn er geen studies uitgevoerd over het springen van gibbons. Redenen genoeg voor ons om een onderzoek op te starten over springende gibbons. Niet in het wild, want die condities kon onze high-tech opstelling niet aan, maar in het Dierenpark Planckendael. In het gibbonverblijf werden twee high-speed camera’s (opnames van 120 beelden per seconde) geplaatst en een balk. Onder die balk werden veren geplaatst en een krachtplaat zodat wij de krachten die optreden bij afstoot konden meten. Opnames maken van springende gibbons bleek echter geen sinecure – de gibbons waren ons vaak te slim af en vonden steeds weer nieuwe manieren om het springen te vermijden. Maar de aanhouder wint - zeker als die geregeld wat lekkers uitdeelt - en uiteindelijk slaagden we er in om een mooie reeks sprongen vast te leggen.
De analyse van de videobeelden toonde aan dat gibbons vier verschillende ‘springstijlen’ gebruiken (als de balk niet veerbaar is): springen vanuit hurkzit, springen met een aanloopje en springen met een enkele (één voet) of dubbele (twee voeten) afstoot. Ook de krachten die optreden bij de afstoot verschillen, en daardoor ook de energetische kost van de verschillende springstijlen. Springen vanuit hurkzit heeft de hoogste energiekost, en wordt dan ook iets minder vaak gebruikt. Sprongen met een enkele of dubbele afstoot werden het meest gebruikt en waren energetisch ook voordeliger.
Figuur 2 - de vier springstijlen waargenomen bij de gibbons uit Planckendael.
De gibbons werden ook gefilmd terwijl ze zich vrij voortbewogen op hun
eiland om na te gaan in welke situatie welke sprong wordt gebruikt.
De resultaten suggereren dat gibbons kiezen voor een sprong vanuit
hurkzit in moeilijke situaties (vb. grote sprong, onduidelijk landingspunt), voor
sprongen met (enkele of dubbele) afstoot voor korte afstanden, en voor een voorwaartse
sprong met een aanloopje tijdens achtervolgingen of vlucht (hoge snelheid en
afstand). De snelle sprongen zullen in het wild waarschijnlijk hoofdzakelijk
gebruikt worden op bekend terrein*, want het risico op een val is groter bij
een snelle sprong. [*Boombewonende primaten,
en dus ook gibbons, gebruiken vaste routes doorheen de boomkruinen; dit worden
ook wel ‘arboreal highways’ genoemd.]
Voor sprongen vanaf een verend substraat, werden enkel sprongen met een enkele afstoot en sprongen met een aanloopje gebruikt. Sprongen vanuit hurkzit
en sprongen met een dubbele afstoot werden nooit gebruikt wanneer de
‘afstoottak’ kon doorbuigen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de
‘power’ van deze springstijlen te hoog is voor gebruik vanaf buigzame takken
(de tak zou teveel doorbuigen tijdens de afstoot, waardoor de gibbon teveel
hoogte zou verliezen).
Sprongen voorafgegaan van een ‘pompbeweging’ werden niet waargenomen, en het lijkt weinig waarschijnlijk dat gibbons de elasticiteit van takken
gebruiken om hun sprongprestatie te verhogen. De eigenschappen van boomtakken
lijken daarvoor weinig geschikt. Desalniettemin kunnen gibbons inspelen op de
variabiliteit van hun omgeving door gebruik te maken van verschillende sprongstijlen
en –technieken (waaronder het gebruik van de lange armen), wat opmerkelijk is.
Bronnen
Channon
et al. (2010). American Journal of Physical Anthropology.
BBC
Earth News 2010 (met video)
Geschreven in Wetenschap Vaste link
-
Reacties :
- (0)
- Geef uw reactie!
- Print dit artikel






BAPE-blog





















rete implicaties - de mensapendensiteit is nu niet bepaald hoog in Spanje - is de symbolische waarde van de resolutie.








