Een vrijgevig volkje
December was niet alleen de tijd van familie, cadeautjes en gezelligheid, maar ook van naastenliefde en vrijgevigheid. Eerder dan in andere maanden zijn we geneigd gul te geven aan goede doelen. Denk maar aan de populaire goededoelenacties van radiozenders 3FM of Studio Brussel.
Een schets door Rembrandt van ‘de bedelaar’.
In de zeventiende eeuw, de Nederlandse Gouden Eeuw,
was liefdadigheid een vanzelfsprekendheid. Iedereen die iets missen
kon, werd geacht bij te dragen aan de armen en behoeftigen. Armenzorg
was op lokaal niveau georganiseerd. In iedere stad en dorp bestonden
instellingen, zoals hofjes, gasthuizen, weeshuizen, en oudemannen- en
oudevrouwenhuizen, die armen, zieken en wezen opnamen.
Ook waren er instellingen die wekelijks uitdelingen van brood en geld
verzorgden voor behoeftigen die wel zelfstandig woonden. Vooral de hulp
aan deze zogenaamde ‘huiszittende armen’ werd voor een groot deel
betaald uit giften. In veel steden werd niet alleen in de kerken
gecollecteerd, maar ook maandelijks of zelfs wekelijks huis-aan-huis.
Van iedereen, de allerarmsten uitgezonderd, werd een gift verwacht.
Ook in geval van rampen, zoals branden en overstromingen, of voor
vervolgde protestantse geloofsgenoten in andere delen van Europa, werden
soms grootschalige acties georganiseerd. Collectanten gingen dan in een
hele provincie, en soms in het hele land met collectebussen langs de
deuren. Er kwam – net als tegenwoordig – ook heel wat publiciteit bij
zo’n grote collecte kijken: het stadsbestuur stelde een officiële
aankondiging op en in de kerken spoorden dominees het kerkvolk aan om
gul te geven.
Open schaal
Na afloop, als in verschillende steden de opbrengst bekend werd
gemaakt, en vergeleken werd met wat er in andere plaatsen opgehaald was,
werd de vrijgevigheid van de bevolking bejubeld in gedichten. Vooral
bij deze eenmalige geldinzamelingen werd de druk om te geven vaak hoog
opgevoerd: niet zelden waren het niet alleen diakenen en aalmoezeniers,
maar ook predikanten en zelfs burgemeesters die langs de deuren gingen.
Zij gebruikten dan een open schaal, zodat precies te zien was wat er
gegeven werd. Durf dan maar eens nee te zeggen
Collecteren voor de armen en behoeftigen in de Gouden Eeuw.
De tijd rond Kerstmis stond extra in het teken van liefdadigheid. Ook
toen waren mensen in deze periode, nog meer dan in de rest van het
jaar, geneigd gul aan de arme medemens te geven. Tijdens kerkdiensten
werd vaak meer gecollecteerd en ook opbrengsten van deurcollectes lagen
meestal hoger. In de wintermaanden was er ook meer vraag naar zorg en de
instellingen konden het geld dus extra goed gebruiken.
In Delft werd er ieder jaar op Tweede Kerstdag in de hele stad geld
opgehaald voor de arme stadsgenoten, waarbij in de zeventiende eeuw
gemiddeld zo’n 5 duizend gulden werd opgehaald. In de achttiende eeuw
liep dit bedrag zelfs op tot bijna 10 duizend gulden. Voor die tijd
waren dit enorme bedragen. Deze gulheid leverden de vroegmoderne
Nederlanders de reputatie op de vrijgevigste bevolking van die tijd te
zijn.
Daniëlle Teeuwen
is als promovenda verbonden aan het Internationaal Instituut voor
Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam en werkt binnen het project ‘Giving in the Golden Age’
Geschreven in Wetenschap | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken
Elise van Nederveen Meerkerk














| 