Over vi- en andere russen
Het is weer hoogseizoen voor virussen. Niet alleen jij en ik worden er weer mee geconfronteerd, maar ook onze wetenschappers. De ontdekking van het zogenaamde Mimivirus en andere verwante virussen voedt opnieuw de vraag wat virussen eigenlijk zijn.
Het Mimivirus werd oorspronkelijk, in 1992, verkeerdelijk beschouwd als een bacterie die als parasiet binnenin een eencellig organisme leeft. Het voorvoegsel “mimi”, wat staat voor “microbe mimicking” (wat zoveel betekent als “bacterienabootsend”), verwijst daar naar. Pas na meer dan 10 jaar onderzoek kwam de ware aard van het “beestje” naar boven: het bleek om een virus te gaan, maar dan wel eentje met extreme afmetingen van niet minder dan 750 nanometer in diameter. Hoe onooglijk klein dat ook moge zijn (1 nanometer = een miljoenste van een mm), in het land der virussen is dit gigantisch. Ondertussen zijn er meerdere van dergelijke gigagrote virussen ontdekt en spreekt men ook wel van girussen.

Historisch worden virussen beschouwd als infectueuze partikels die door filterporiën kleiner dan 500 nanometer geraken. Dit is ook de wijze waarop men virussen isoleert van andere microben, die met hun cellulaire bouw heel wat groter zijn. Paradoxaal genoeg is dus de grote afmeting van het Mimivirus de reden dat het zolang ongedetecteerd bleef: het was simpelweg te groot om geïsoleerd te worden met de gangbare technieken! Toen het erfelijke materiaal van het mimivirus grondig bestudeerd werd, was de wetenschap weer verrast. Het genoom van dit virus bevat meer dan 1000 genen, veel meer dan ooit werd nodig geacht voor iets relatief eenvoudigs als een virus.
Alhoewel virussen zich reproduceren en evolueren, twee eigenschappen die algemeen als criterium voor leven worden beschouwd, worden ze traditioneel als niet-levend beschouwd. Dit heeft alles te maken met de afwezigheid van een eigen metabolisme, een derde criterium dat minimaal nodig is om van leven te kunnen spreken. Hierdoor kunnen virussen zo klein zijn: een viruspartikel is immers niet meer dan wat erfelijk materiaal dat omhuld wordt door een eiwitrijke mantel. Cellen daarentegen, die de fundamentele bouwstenen zijn van levende wezens (of het nu om bacterieel leven gaat of om onszelf), hebben naast een zone waar het erfelijke materiaal ligt, een uitgebreid cytoplasma waarbinnen een cellulaire machinerie actief is die een ingewikkeld metabolisme mogelijk maakt.
Door de afwezigheid van een eigen metabolisme, zijn viruspartikels gedoemd om cellen als gastheer te gebruiken als ze zich willen vermenigvuldigen. De cellulaire machinerie wordt daarbij letterlijk gekaapt voor eigen gebruik, wat uiteindelijk tot de dood van de cel leidt. Bacteriën die zich als parasiet binnenin een cel vestigen, onttrekken doorgaans niet meer dan bouwstenen aan het cytoplasma van de gastheer. Een virus gaat duidelijk nog een flinke stap verder. Opvallend nu voor het Mimivirus is dat er in het complexe genoom genen teruggevonden zijn voor de meest essentiële onderdelen van een eigen metabole machinerie die dan in de gastheercel kan uitgebouwd worden. Het verschil tussen het Mimivirus en parasiterende bacteriën is daardoor beduidend kleiner geworden, zelfs in die mate dat wetenschappers zich beginnen afvragen of virussen dan misschien toch als levend dienen beschouwd te worden.
Volgens Claverie en Abernel (2010) is het alvast tijd om het compacte viruspartikel dat we altijd als “het virus” hebben beschouwd, puur als een vehikel ter verspreiding van het viraal genoom te gaan beschouwen (een beetje als een gezipt bestand). Het echte virus (althans voor girussen) is dan het actieve “organisme” dat ontstaan eenmaal het girus de controle over de gastheercel heeft over genomen en zijn deels eigen metabole machinerie heeft uitgerold. Opvallend in dit verband is dat er een virus bestaat, het zogenaamde Sputnikvirus, dat op zijn beurt weer parasiteert op het actieve Mimivirus.
Als je nog eens geveld wordt door een virus, bedenk dan dat zelfs een girus met 1000 genen nog steeds peanuts is tegen onze goliatcellen met hun 30 000 genen. Maar net als David kan het virus Goliat toch platleggen!
Door Peter Roels, met dank aan Bert De Groef
Claverie, J.-M. & C. Abergel (2010).
Mimivirus: the emerging paradox of quasi-autonomous viruses,
Trends in Genetics, 26: 431-437
Geschreven in Biologie | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken























| 