Klopt je hart regelmatig als een klok?

15 Juni 2010, 16:02

Mijn twaalfwekenplan loopt bijna op zijn eind wanneer ik een uitnodiging krijg voor de Week van het hartritme. ‘Klopt je hart regelmatig als een klok?’ luidt de vraag van de campagne. Ik heb geen idee. En ik weet ook niet wat de gevolgen kunnen zijn als dat niet zo is. De brochure brengt meer duidelijkheid. ‘Normaalgezien klopt je hart regelmatig. In rust trekt de holle spier ongeveer 70 keer per minuut samen. Indien je last krijgt van voorkamerfibrillatie – de meest voorkomende hartritmestoornis – slaat je hart op hol. Dat geeft bij een derde van de mensen geen klachten, de rest krijgt last van hartkloppingen, kortademigheid, ijlhoofdigheid, vermoeidheid, flauwvallen of pijn in de borst. Erger is dat dit onregelmatig kloppen van het hart de kans verhoogt dat zich in de voorkamers van het hart bloedklonters vormen. Zonder behandeling ligt je risico op een beroerte of een herseninfarct gemiddeld vijf keer hoger.’

Natuurlijke pacemaker

Hoe werkte ons hart ook alweer? Je hart is onderverdeeld in twee voorkamers en twee kamers. Zuurstofarm bloed komt terecht in de rechtervoorkamer. Van hieruit wordt het door de samentrekking van ons hart verpompt via de rechter hartkamer en de longslagaders naar de longen. Daar wordt zuurstof aan het bloed toegevoegd en CO2 afgegeven. Het zuurstofrijke bloed komt terug in de linker voorkamer, wordt overgepompt naar de linker hartkamer en gaat van daaruit doorheen de lichaamsslagader of aorta naar onze organen, waarna het hele proces van vooraf aan weer begint.

hartritme

 


‘Wat ons hart telkens weer doet samentrekken is een elektrische prikkeling of ontlading in de sinusknoop, een groep cellen in het hart die een soort natuurlijke pacemaker vormen’, vertelt dr. Frank Provenier van het AZ Maria Middelares in Gent. ‘In rust gebeurt dat 60 tot 100 keer per minuut, bij inspanning komt de prikkeling sneller, tot 200 keer per minuut, maar altijd regelmatig. Vanuit de sinusknoop verspreidt de ontlading zich van hartcel tot hartcel over de twee voorkamers die daardoor samentrekken en het bloed naar de kamers persen. Vervolgens sluiten de kleppen tussen voorkamers en kamers zich en trekt ook het spierweefsel van de kamers samen, waardoor het bloed naar de bloedvaten wordt gesluisd.’

Dat is de normale situatie. Bij voorkamerfibrilleren wordt de ontlading ter hoogte van de sinusknoop overspoeld door heel snelle ontladingen – zo’n 350 à 450 per minuut. Door de hoge frequentie krijgen de voorkamers geen actieve samentrekking meer en vloeit het bloed eerder passief van de voorkamers naar de kamers. ‘Je kan het sinusritme vergelijken met een golvende zee en het voorkamerfibrilleren met draaikolken’, legt Provenier uit. ‘Omdat het bloed een ongelijkmatige stroming kent, kunnen er plaatsen in de voorkamer zijn waar de spoeling onvolledig is. En dat is een probleem, want stilstaand bloed neigt tot klontervorming. Dit geeft een hoger risico op klonters die los komen, in de bloedcirculatie terechtkomen en een hersenembolie veroorzaken.’

Gelukkig kan het zenuwweefsel van de kamers deze hoge frequenties niet aan. ‘Mocht dit niet zo zijn, dan zou er kamerfibrillatie ontstaan en zou de patiënt overlijden’, zegt Provenier. Doordat het wel zo is laat het zenuwweefsel maar enkele prikkels door en blokt het de meeste af, wat resulteert in een onregelmatig hartritme, dat vaak sneller is dan de normale hartfrequentie en minder aangepast aan de bewegingsstatus. Patiënten hebben een onregelmatige en ongelijke pols waarvan de sterkte varieert, omdat de hartkamers niet altijd even goed gevuld zijn. Vandaar klachten zoals hartkloppingen kortademigheid met verminderde inspanningstolerantie, duizeligheid door lagere bloeddruk enzovoort.’

Wie loopt het meest risico?

Iedereen kan voorkamerfibrillatie ontwikkelen, maar verschillende risicofactoren blijken de stoornis in de hand werken. Wie al een beroerte of hartinfarct heeft gehad of een klepaandoening heeft loopt meer risico. Maar ook wie ouder wordt, een verhoogde bloeddruk heeft of aan diabetes lijdt, zit in de gevarenzone. Zelfs jongere mensen die intensief aan duursport doen, krijgen de raad actief deel te nemen aan de Week van het hartritme. Daar gaan we weer, denk ik met mijn verhoogde bloeddruk en leeftijd in het achterhoofd, want vanaf je veertigste zou het risico om ooit voorkamerfibrillatie te krijgen oplopen tot 1 op 4. Volgens de aanwijzingen in de brochure neem ik mijn polsslag. Ik plaats drie vingers op mijn gestrekte pols, tussen de pees van mijn duim en de zijkant van mijn polsbeen, tel gedurende 30 seconden mijn hartslag, verdubbel dit aantal, en kom uit op 74 slagen per minuut. Dat ligt mooi tussen de 50 en 100 slagen per minuut die de brochure vooropstelt voor een normale polsslag. Was mijn polsslag in rust trager geweest dan 40 slagen per minuut of sneller dan 120, of had ik afwisselend snelle en trage slagen gevoeld, dan had ik contact moeten opnemen met mijn huisarts. Niet dus.

Maar om helemaal zeker te zijn, besluit ik een hartrimetest te laten uitvoeren die de cardiologen van de Belgian Heart Rhythm Association in het kader van de Week van het hartritme gratis aanbieden. In een tentje dat op de parking van het AZ Maria Middelares in Gent staat opgesteld, krijg ik een Omron Heart Scan HCG-801 in de hand, een toestelletje dat een ritmestrook zal maken om de elektrische activiteit van mijn hart te meten. Ik moet mijn rechterwijsvinger op een contactplaatje houden, het toestelletje links tegen de huid van mijn borstkas drukken, op start duwen en dertig seconden muisstil blijven zitten. Een half minuutje later krijg ik de diagnose al te horen: ‘Je hart klopt regelmatig en je hebt een hartfrequentie in rust van 78 slagen per minuut. Alles is dus dik in orde.’

In de brochure lees ik nog dat een tijdige diagnose van voorkamerfibrillatie belangrijk is om het sluipende gevaar van een beroerte te vermijden en dat er goede behandelingen beschikbaar zijn. ‘De diagnose is belangrijk om erger te voorkomen’, vertelt Provenier. ‘Door een onvolledige samentrekking van het hart tijdens de ritmestoornis kunnen er zich zoals gezegd klonters vormen in het hart en vooral in de voorkamers. Deze klonters kunnen in de bloedcirculatie terechtkomen en een hersenembolie of beroerte veroorzaken. En dat kan dan weer aanleiding geven tot onomkeerbare schade zoals verlamming, spraak- en gezichtsstoornissen tot zelfs dementie. Het is dus zaak deze schade te voorkomen en dat kan door bloedverdunners te slikken. De andere klachten worden aangepakt door medicijnen in te nemen die de ritmestoornis voorkomen of vertragen, of door operaties zoals een catheterablatie. Daarbij worden speciale katheters via een bloedvat in de lies naar het hart gebracht en wordt het weefsel in het hart dat de aanleiding was van de hartritmestoornissen weggebrand.’

Geschreven in WetenschapVaste link


Vaatleeftijd getest

02 Juni 2010, 13:21
Net nadat ik mijn eerste hartleeftijdblog heb gepost, krijg ik een reactie van Rudy Meijer van het Nederlandse bedrijf Arthex. Of ik geïnteresseerd ben in een vaatleeftijdtest? Zo'n echoscan van mijn halsslagaders zou maar een tiental minuutjes duren en me onmiddellijk laten zien of ik last heb van atherosclerose of slagaderverkalking – aanslag van vetachtige stoffen of plaques op de binnenwand van mijn slagaders waardoor deze vernauwen en op termijn een hartaanval of beroerte kunnen veroorzaken. Dus geen berekening van mijn risico op hart- en vaatziekten op basis van een aantal risicofactoren zoals de Hartleeftijdtest doet, maar een blik op wat er in mijn lichaam werkelijk aan de hand is.

Enkele weken later zit Meijer samen met twee van zijn collega’s - Evert van Schaik en Patrick Rol - op de redactie van Eos. ‘Atherosclerose is een sluipend, dynamisch proces’, vertelt hij. 'Iedereen wordt geboren met schone vaten, maar naarmate we ouder worden krijgt iedereen in meer of mindere mate last van slagaderverkalking. Dat heeft met een aantal zaken te maken. Er zijn risicofactoren waar je niets aan kunt veranderen, zoals je leeftijd (hoe ouder je wordt, hoe meer risico je loopt op vernauwingen), je genetische aanleg (komt atherosclerose in de familie voor, dan loop ook jij een groter risico er vroegtijdig last van te krijgen), je geslacht (mannen hebben er eerst meer last van dan vrouwen, na de overgang maken vrouwen een inhaalslag) en waar je vandaan komt (er zijn plaatsen in de wereld waar atherosclerose bijzonder weinig voorkomt, zoals in Sardinië). Dat in de meeste westerse landen vrijwel iedereen er last van krijgt heeft met levensstijlfactoren te maken die gelukkig wél aan te passen zijn. De grootste boosdoeners zijn dat we te weinig bewegen, dat we te veel vet en suiker eten en daardoor een hoge cholesterol, diabetes en overgewicht hebben, dat we roken en dat we gebukt gaan onder stress.'

Atherosclerose.

Sluipmoordenaar

Het grootste probleem bij atherosclerose is dat we daar in eerste instantie helemaal niets van voelen, dus dat we de behoefte niet hebben om onze ongezonde levensstijl aan te passen. ‘We merken pas dat onze aders dichtslibben wanneer de eerste symptomen van hart- en vaatziekten zich voordoen. Een typisch voorbeeld is angina pectoris, pijn in de borststreek die wordt veroorzaakt doordat een
deel van het hart te weinig bloed krijgt. Op dat moment is het eigenlijk al te laat, want de schade aan de bloedvaten heeft dan al vrij ernstige vormen aangenomen. Om deze sluipmoordenaar te slim af te zijn, hebben wij het initiatief genomen om het proces al in beeld te brengen lang voordat de eerste symptomen zich voordoen. Wat we daarvoor doen is een volstrekt onschadelijke echoscan van de vaatwand van de halsslagader maken. Zien we daarop al sporen van beginnende atherosclerose, dan raden we die mensen aan actie te ondernemen. En dat kan door die modificeerbare levensstijlfactoren aan te passen, want slagaderverkalking is een proces dat kan worden vertraagd of zelfs teruggedrongen door aanpassingen in de levensstijl. Minder vet eten, meer bewegen, stoppen met roken en stress vermijden kan het dichtslibben van onze slagaders vertragen of zelfs omkeren en vroegtijdige hart- en vaatziekten voorkomen. Dat is uiteindelijk het doel van onze meting: het reduceren van hart- en vaatzieken door een vroege herkenning, bewustwording en aanpassing van de levensstijl.'


De echoscan waar Arthex gebruik van maakt is een Carotid Intima-media Thickness scan of CIMT-scan. Net zoals een gynaecoloog de foetus van een zwangere vrouw in beeld brengt om te zien of alles in orde is met de baby, kan een echografie van de halsslagader of arteria carotis de dikte van de binnenste twee lagen ervan - de intima en de media - tonen. Zijn die te dik, dan is er meestal sprake van plaques of dus van slagaderverkalking. Waarom Arthex de scan in de hals maakt, heeft verschillende redenen. 'Uit tal van grootschalige klinische onderzoeken is gebleken dat artherosclerose een gegeneraliseerd proces is dat zich in het hele lichaam voordoet', legt Meijer uit. 'Wat je in de halsslagader aantreft is representatief voor het hele slagaderstelsel, van de kransslagaders rondom het hart tot de slagaders van de ledematen. Bovendien kent atherosclerose voorkeurslocaties. Verdikkingen en vernauwingen ontstaan vaak eerst op plekken waar een bloedvat vertakt, terwijl er op rechte stukjes bloedvat minder snel iets fout loopt. Dat komt omdat op splitsingen wervelingen van het bloed optreden en dit plaquevorming bevordert. Het is dus niet toevallig dat de scan wordt uitgevoerd op de plek waar de halsslagader zich vertakt. Ten slotte ligt de halsslagader net onder je huid, wat het makkelijk maakt hem in beeld te brengen.'

Wanneer ik mijn licht eens ga opsteken bij cardioloog Marc Goethals van het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst vertelt hij me dat vaatwanddiktemetingen niet nieuw zijn. 'Ze worden al ruim twee decennia gebruikt, maar dan vooral in het kader van populatiestudies  waarbij de effecten van medicijnen zoals cholesterolverlagers en bloeddrukverlagers worden gecontroleerd', vertelt hij. Wat is er dan zo nieuw aan de aanpak van Arthex? 'Wij gebruiken de metingen om mensen met dichtslibbende slagaders op te sporen vóór ze er last van krijgen', legt Meijer uit. 'Geen curatieve maar een preventieve aanpak dus. Siemens ontwikkelde in samenwerking met verschillende Amerikaanse universiteiten het Arterial Health softwarepakket dat de gegevens van de onderzochte persoon vergelijkt met een gevalideerde database van een van de grootste
CIMT populatiestudies. Dit maakt het mogelijk de vaatwanddikte te vertalen in een individuele vaatleeftijd. Komt deze vaatleeftijd overeen met de kalenderleeftijd van de onderzochte persoon of is hij lager, dan is er sprake van een normale situatie. Maar is de vaatleeftijd significant hoger dan de kalenderleeftijd, dan is er sprake van verdikte vaaatwanden of plaques en dus van een grotere kans op een hartinfarct of beroerte dan iemand met een vaatleeftijd gelijk aan zijn kalenderleeftijd. Het mooie is dat deze vaatleeftijdscan overal inzetbaar is door de software op een portable echoapparaat te installeren.'

Gladde wandjes

Nu het principe van de test duidelijk is, is het tijd voor de waarheid. Mijn collega's en ik gaan een voor een op een bank liggen, krijgen wat gel op de hals gesmeerd voor een goed contact tussen de opnamekop van het echografietoestel en onze huid, en zien op het scherm van een laptop onze halsslagader verschijnen. We krijgen te horen dat er volgens strakke richtlijnen een echoscan wordt gemaakt van 3 standaardsegmenten van onze beide halsslagaders. Elk zo'n segment is een centimeter lang en telt meer dan 100 meetpunten. Speciale software zal de dikte van onze vaatwand op die punten analyseren en de gegevens omzetten in een vaatleeftijd. Wanneer het mijn beurt is voel ik mijn wittejassenangst alweer de kop opsteken. Toch heeft de hoge bloeddruk die ik nu wellicht heb op deze test geen enkele invloed. 'Of je nu liters koffie hebt gedronken, de hele dag niets gegeten hebt of schrik hebt voor de test, voor deze meting maakt dat allemaal geen verschil', vertelt Meijer. 'Langdurige stress leidt wel tot een verhoogde bloeddruk en een hoge bloeddruk leidt op termijn tot een verdikking van de vaatwand, dus over langere tijd zou je dit in de meting wel kunnen terugvinden. Maar een tijdelijk moment van hoge bloeddruk kan voor deze meting geen kwaad.' Er is trouwens geen enkele reden tot paniek. Mijn halsslagaders hebben volgens Meijer gladde wandjes, dus mijn resultaten zullen best meevallen.

Enkele dagen later vinden we allemaal onze persoonlijke resultaten in onze mailbox. We krijgen de zes beelden te zien van 3 segmenten uit onze halsslagader, met daarnaast een grafiekje. Op de beelden is onze gemeten vaatwand ingekleurd. Groen is goed, geel is licht toegenomen en rood is verdikt. De grafiek toont aan in hoeverre onze waarden overeenkomen met de referentiewaarden uit de database. De zwarte lijn is het gemiddelde, de rode de bovengrens en de groene de ondergrens. Tot mijn grote opluchting had Meijer gelijk en scoor ik goed over de hele lijn. Mijn gemiddelde vaatleeftijd is 39, of dus 5 jaar jonger dan mijn kalenderleeftijd, wat volgens de begeleidende uitleg een prima resultaat is. Dat de resultaten van de verschillende segmenten behoorlijk verschillen - bij mij variëren ze van 36 tot 45 - ligt volgens Meijer aan het feit dat vaatwandveroudering niet overal gelijk verloopt. Vandaar dat ze een gemiddelde vaatleeftijd berekenen. Een kanttekening bij de test is nog dat een aantal van mijn collega's jonger zijn dan 40 en de database gebaseerd is op een populatie van 40- tot 70-jarigen. Zij krijgen geen uitgerekende vaatleeftijd, maar kunnen zelf schatten hoe het met hun vaten gaat door de lijnen lineair door te trekken. De meesten scoren prima, op twee na. Hun berekende gemiddelde vaatleeftijd zit meer dan tien jaar boven hun kalenderleeftijd, wat betekent dat het atheroscleroseproces in hun slagaders te snel gaat. Zij krijgen het advies contact op te nemen met hun huisarts om zich eens grondig te laten onderzoeken.

Tot slot wil Meijer nog iets kwijt over de Hartleeftijdtest. 'In de The New Approaches to the Concept of Primary Prevention of Atherosclerosis werden alle manieren om atherosclerose op te sporen eens op een rijtje gezet. Daaruit blijkt dat de Framingham Risico Score waarop de Hartleeftijdtest is gebaseerd een aantal beperkingen heeft. Een aantal mensen had een goede score, maar kreeg wel een hartinfarct, anderen hadden een hoge score maar bleven gespaard van hart- en vaatziekten. Bij de vaatwandleeftijd daarentegen zie je hoe het werkelijk met je slagaders gesteld is. Minder sprake van vals-positieven of vals-negatieven dus.'



Mijn persoonlijke rapport.

Geschreven in WetenschapVaste linkHartleeftijdVaste link


Third opinion

18 Mei 2010, 15:19

‘Je bloeddruk is de druk die je hart opbouwt om je organen met bloed te bevloeien’, vertelt cardioloog Benny Drieghe van het Universitair Ziekenhuis in Gent die ik heb opgezocht voor een third opinion. Wil een arts je bloeddruk meten, dan plaatst hij een opblaasbare manchet om je bovenarm en pompt hij die op tot de slagader in je arm volledig wordt afgesloten. Vervolgens zet hij een stethoscoop op dat bloedvat en laat hij de machet langzaam leeglopen. Zodra de druk in de manchet zo laag wordt dat er iets van bloed door je ader kan beginnen stromen, ontstaan er wervelingen in de slagader. In de stethoscoop klinkt dat als geruis. Dat is het moment waarop de arts je systolische bloeddruk of bovendruk afleest op de manometer. Loopt de manchet nog verder leeg, dan valt het geruis op een gegeven moment volledig weg. Dat betekent dat je bloedvat niet meer wordt vernauwd door de manchet en dat je bloed weer zonder problemen door kan stromen. Op dat moment noteert de arts de diastolische bloeddruk of onderdruk. Op basis van je onder- en bovendruk wordt je gemiddelde bloeddruk berekend – de onderdruk plus een derde van het verschil tussen boven- en onderdruk om precies te zijn – en die waarde komt overeen met de doorbloedingsdruk die je organen gemiddeld te verwerken krijgen.

Velen denken dat hoe lager je bloedddruk is, hoe beter. ‘Dat klopt zolang je dat geen klachten oplevert’, vertelt Drieghe. ‘Er zijn bepaalde aandoeningen die de werking van je hart zodanig aantasten dat je bloeddruk sterk daalt en sommige lichaamsweefsels niet genoeg bloed krijgen. Zo’n cardiogene shock is levensgevaarlijk. Beter is het te zeggen dat je bloeddruk lager moet zijn dan 14,5 mm Hg over 8,5 mm Hg. Bij patiënten die al een hoog cardiovasculair risico hebben, zoals diabetespatiënten, zijn artsen iets minder tolerant en ligt de grens op 12,5 over 8. Dat komt omdat iemand met een combinatie van een aantal licht of matig verhoogde risicofactoren slechtere vooruitzichten heeft dan iemand met één risicofactor die flink verhoogd is. Iedereen staat huiverachtig tegenover een cholesterolwaarde van zeg maar 280 mg/dl. Dat is wel astronomisch hoog, want bij een volwassen persoon streeft men naar een totaal cholesterolgehalte van maximum 190 mg per dl bloed, maar als ik die 280 mg/dl vaststel bij een jonge vrouw van 20 jaar die slank is, niet rookt, de pil niet gebruikt, familiaal niet belast is, een goede bloeddruk heeft en geen diabetes heeft, dan blijft haar risico op hart- en vaatziekten heel laag. Een man van middelbare leeftijd met een cholesterolgehalte van maar 170 mg/dl, die daar bovenop te zwaar is, rookt en suikerziekte heeft, is veel slechter af.’

24-uursmeting
Dat mijn bloeddruk tijdelijk hoog was, heeft volgens Drieghe zo goed als zeker te maken met stress. Hij vertelt dat hij heel vaak patiënten over de vloer krijgt met een bloeddruk van 20 over 9. ‘De meesten hebben in de file gestaan om hier te geraken, vonden geen parkeerplaats, moesten aanschuiven aan het onthaal en ook nog eens wachten in de wachtzaal. Het is niet meer dan logisch dat hun bloeddruk op dat moment verhoogd is, want onder invloed van stress komen in je lichaam catecholamines vrij, chemische producten die je bloedvaten laten samentrekken. Door de vernauwing van de kleinere slagaders, verkleint de afvoer van je bloed uit de slagaders en neemt het volume van het bloed in de slagaders – en dus ook de bloeddruk – toe. Ik ga niet al die mensen onmiddellijk medicatie geven, want het is goed mogelijk dat ze in ideale omstandigheden een normale bloeddruk hebben. Wat ik meestal doe is hen een 24-uurs bloeddrukmeting aanraden. De patiënten krijgen daarbij een apparaatje mee dat verbonden is aan een bloeddrukmanchet. Om het half uur geeft dat een pieptoon waarna ze hun arm moeten stilhouden en hun bloeddruk wordt gemeten. En dat 24 uur lang. Zo’n meting geeft een perfect idee van hoe hun bloeddruk is in dagelijkse omstandigheden. En dat is een belangrijk punt. Want dan ga je niet voor hebben dat je op basis van een momentopname je risico gaat overschatten.’ We spreken af dat ook ik een 24-uursmeting ga doen, waarover in een volgende blog meer.

Atherosclerose.Drieghe lijkt zich geen zorgen te maken over het feit dat mijn moeder jaren geleden getroffen werd door een beroerte. ‘Ik zou me naar familiale belasting niet zo’n zorgen maken’, vertelt hij. ‘Het probleem deed zich voor toen je moeder 69 was, dus niet echt prematuur. Eigenlijk zijn we allemaal genetisch geprogrammeerd om aan iets cardiovasculairs te sterven, want onze kans op hart- en vaatzieken stijgt met de leeftijd. Dat komt omdat onze bloedvaten stijver worden naarmate we ouder worden wat zich onder andere uit in een hogere bovendruk.’ Wanneer ik vertel dat mijn moeder niet alleen een hoge bloeddruk had maar ook rookte, stelt hij me helemaal gerust. ‘Roken is een heel belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten die bij niet-rokers zoals jij niet aanwezig is. Nicotine heeft een vasoconstrictorisch effect, wat betekent dat je bloedvaten tijdelijk vernauwen. Daarnaast veroorzaakt roken samen met een aantal andere factoren atherosclerose, een chronische ontstekingsreactie waarbij vetachtige stoffen – plaques – in de wand van slagaders worden afgezet en vaatvernauwingen veroorzaken.’

Gebeurt er iets gelijkaardigs als je te veel zout eet? ‘Over de invloed van zout op je bloeddruk bestaan er twee strekkingen. Je hebt mensen die zeggen dat de invloed van zout heel belangrijk is en je hebt anderen die dat tegenspreken. Ik denk dat de waarheid ergens tussen de twee zit. Wat zout doet is vocht vasthouden, wat leidt tot een hogere vaatinhoud en tot een hogere bloeddruk. Maar als je nieren goed werken ga je die overschot aan zout gewoon uitplassen. Ongeveer 40 procent van de mensen met een hoge bloeddruk zijn zoutgevoelig, wat betekent dat een beperking in zoutinname effectief gaat leiden tot een flinke afname van de bloeddruk. Bij de andere 60 procent gebeurt er niks. Dat is de realiteit. Probleem is dat je niet op voorhand kunt uitmaken wie er nu zoutgevoelig is en wie niet. Je kan dat ook niet op een wetenschappelijke manier testen.’

Een andere tip om je bloeddruk naar beneden te halen is meer bewegen. Wat is het effect daarvan op je hart en bloedvaten? ‘Op het moment dat je een dynamische sport uitoefent waarbij je inspanningen doet die je vrij lang kunt volhouden, zoals hardlopen, fietsen of zwemmen, gaat je bloeddruk lichtjes stijgen. Dat is een fysiologische noodzaak omdat je spieren op dat moment meer zuurstof moeten krijgen en je lichaam de metabolieten die het produceert moet kunnen afvoeren. Het grote voordeel van sporten is dat je bloeddruk na de inspanning een lagere waarde gaat aannemen dan vóór het sporten en ook minder snel zal oplopen. Veel minder gezond zijn statische inspanningen, zoals gewichtheffen. Daarbij doe je een valsalvamanoevre – waarbij je probeert lucht uit je lichaam te persen terwijl je je adem inhoudt –, gaat de weerstand in je spieren enorm toenemen, en gaat ook je bloeddruk astronomisch stijgen.’

Naast mijn bloeddruk had ook mijn cholesterolgehalte en de verhouding tussen mijn goede en slechte cholesterol – HDL en LDL – een grote invloed op mijn hartleeftijd. Hoe werkt dat? ‘Cholesterol is witte, vetachtige stof die vooral van nature in je lichaam voorkomt en die voor een klein stukje ook binnenkomt via je voeding. Het is een vitaal bestanddeel van je lichaam, wat betekent dat je cholesterol nodig hebt om bijvoorbeeld de cellen in je lichaam goed te laten werken. Het probleem is dat we maar zo’n 20 milligram cholesterol nodig hebben om bijvoorbeeld onze celmembranen te kunnen aanmaken en in leven te houden, maar dat de gemiddelde Belg ongeveer rond de 250 milligram zit. En dat is niet goed, want we weten dat ook een te hoog cholesterolgehalte in je bloed een van de belangrijkste risicofactoren is voor atherosclerose.’

‘Omdat slechts een klein percentage – 15 à 20 % - van alle cholesterol die we in ons lichaam hebben via de voeding naar binnen komt, heeft op je voeding letten wel enige invloed, maar zorgt dat niet voor een mirakel’, legt Drieghe uit. ‘De meeste cholesterol wordt door de lever aangemaakt, maar waarom de ene persoon meer cholesterol aanmaakt dan de andere is een genetische zaak. Dus ben je genetisch aangelegd om een hogere cholesterol te hebben, dan zal de invloed van die 15 à 20 procent die je normaalgezien uit je voeding haalt dalen, ook al volg je een gezond en evenwichtig dieet. Anderzijds zal iemand die alle dagen friet met mayonaise eet de invloed van die 15 à 20 procent zien stijgen. We streven ernaar het totale cholesterolgehalte van patiënten die nog geen hartproblemen of diabetes hebben lager te houden dan 190. Hebben we te maken met patiënten die al een voorgeschiedenis hebben op het vlak van vernauwingen, dan streven we naar cijfers die lager zijn.’

Een probleem bij de meeste cholesterolverlagende geneesmiddelen is dat ze niet alleen de slechte cholesterol laten zakken – die de cholesterol uit de lever haalt en naar de lichaamscellen brengt – maar ook de goede cholesterol – die het teveel aan cholesterol weer afvoert naar de lever en de cholesterolafzettingen tegen de vaatwanden vermindert. ‘Het belang van HDL-cholesterol is eigenlijk de laatste jaren maar naar voor gekomen’, vertelt Drieghe. ‘Onderzoekers waren heel erg gefixeerd op slechte cholesterol, omdat die relatief makkelijk met medicatie naar beneden te krijgen is en lager moet zijn dan 115. Maar het effect van 4 punten dalen van LDL is hetzelfde als 1 punt stijgen in HDL en die moet hoger zijn dan 45.’

Middelomtrek.Naast bloeddruk en cholesterol beïnvloeden nog meer factoren je hartleeftijd. ‘Je middelomtrek meten is bedoeld om buikobesitas op te sporen en kadert in het probleem van metabool syndroom, een aandoening waarbij een verhoogde bloeddruk, een verhoogd cholesterolgehalte, suikerziekte, overgewicht en proteïnurie – een verhoogde eiwitafscheiding in de urine – samen voorkomen. We weten dat naarmate elk van die componenten aanwezig is, er een toename is van high sensitivity CRP, een marker in je bloed voor atherosclerose.’ Dat ook je BMI wordt opgenomen in de hartleeftijdtest is volgens Drieghe niet echt sluitend. ‘Iemand die niet dik maar wel heel erg gespierd is heeft ook een hoge BMI’, zegt hij. ‘Een bodybuilder bijvoorbeeld zal ook een zeer hoge BMI hebben, hoewel zijn vetgehalte quasi nul is. En die is uiteraard gezonder dan iemand die dezelfde BMI heeft maar een buikje in plaats van spieren.’

Preventieparadox
Wat vindt Drieghe ten slotte van de hartleeftijdtest? ‘Ik vind dat een heel positief initiatief, vooral omdat het de aandacht trekt op een aantal zaken waarvan mensen niet altijd goed beseffen hoe belangrijk ze wel zijn. Het is bijvoorbeeld schrijnend dat heel veel mensen niet weten hoe hoog hun bloeddruk of cholesterol is. Maar ook hier krijgen we te maken met de preventieparadox. Want wie bereik je door middel van preventie? De mensen die er eigenlijk al goed mee bezig zijn. De mensen die zich al bewust zijn van het probleem gaan nog extra wakker geschud worden door zo’n campagne. Maar zij die het het meest nodig hebben bereik je meestal niet, omdat het hen niet interesseert, omdat ze er niet mee bezig zijn of omdat ze ervan overtuigd zijn dat ze nooit hart- en vaatziekten zullen krijgen. En dat komt vooral omdat je van een hoge bloeddruk of een te hoog cholesterolgehalte geen last hebt. En het is zeer moeilijk om iemand te motiveren voor een levenslange behandeling voor iets waar ze geen last van hebben.’

Geschreven in WetenschapVaste linkHartleeftijdVaste link


Wittejassenangst

14 Mei 2010, 09:33
Een witte jas laat je niet koud. Dat bleek nog maar eens toen Australische wetenschappers bij ruim 8.500 patiënten de bloeddruk lieten opmeten. Gebeurde dat in een ziekenhuis, dan lagen de resultaten meestal hoger dan wanneer de patiënt zijn bloeddruk zelf nam in een vertrouwde omgeving, zoals de eigen huiskamer. Kwam er een verpleegster aan te pas dan steeg het verschil bij bepaalde patiënten met 17 eenheden, werd de bloeddruk gemeten door een arts dan lagen de cijfers bij sommigen zelfs 29 eenheden hoger.



Jaren over gezondheid schrijven en vaak met artsen in contact komen neemt die witte-jassenangst niet weg, zo blijkt bij het invullen van mijn hartleeftijdtest. Wanneer de verpleegster van dienst mijn bloeddruk neemt, piekt mijn bovendruk maar liefst op 145 mmHg en mijn onderdruk op 90 mmHg. Niet bepaald schitterend als je weet dat algemeen wordt aangenomen dat een bloeddruk van meer van 140 over 90 de grens is voor hypertensie. Mijn resultaten zijn er dan ook naar: mijn hart is 50 jaar oud.

Toch even dubbelchecken. Aangezien ik niet onmiddellijk bij een cardioloog terecht kan, loop ik nog diezelfde avond langs bij mijn huisarts. In de meer vertrouwde omgeving van zijn dokterkabinet blijft mijn bloeddruk gevoelig lager: 125 over 75 wat me een hartleeftijd van 42 oplevert. Ik heb dus maar eventjes acht jaar gewonnen op een paar uur tijd! En dat is volgens mijn arts ook niet zo verwonderlijk. ‘Je bloeddruk varieert constant’, legt hij uit. ‘Een kleine inspanning als de trap oplopen is al voldoende om je bloeddruk de hoogte te laten inschieten.’ Vandaar ook zijn kritiek op de test: ‘Het programma baseert zich wat je bloeddruk betreft op een momentopname. Maar om een goed beeld te krijgen van wat je waarden écht zijn moet je al minstens twee keer na elkaar je bloeddruk meten en moet je dat in een rustige, vertrouwde omgeving doen. Dus niet in een kamer waar naast de verpleegster ook nog eens drie mensen van Unilever en Sabine Appelmans, meter van het project, op mijn vingers zaten te kijken.

Om helemaal zeker te zijn krijg ik een bloeddrukmeter mee naar huis en moet ik een week lang dagelijks op twee vaste tijdstippen – ‘s morgens net na het ontwaken en ’s avonds net vóór het avondmaal – een rustig plekje opzoeken om telkens twee metingen uit te voeren. Van al deze resultaten moet ik het gemiddelde berekenen, wat volgens mijn arts dichter bij de waarheid zal aanleunen. Resultaat: mijn bloeddruk is gemiddeld 120 over 75, mijn hart is 40. Alweer 2 jaar gewonnen! Toch raadt mijn arts me aan mijn bloeddruk in de gaten te houden. ‘Gezien het feit dat je moeder last had van een te hoge bloeddruk en een beroerte heeft gehad, kunnen de schommelingen van je bloeddruk erop wijzen dat je familiaal voorbeschikt bent op na je vijftigste hypertensie te krijgen.’ Hij raadt me dan ook aan nu al minder zout te eten en meer te bewegen: ‘Sporten laat je bloeddruk lichtjes stijgen op het moment van de inspanning, maar laat je bloeddruk nadien dalen. En daar kan je het best nu al mee beginnen’, zegt hij.

Het hartleeftijdprogramma dat ik die avond opstart geeft me dezelfde tips voor de eerste twee weken van mijn twaalfwekenplan: ‘hou regelmatig bewegen vol’ en ‘eet minder zout’ lees ik. Wanneer ik het bijgevoegde lijstje met te mijden producten doorneem verwondert het me wel hoe veel producten te veel zout bevatten: naast de begrijpelijke chips, ansjovis en bouillonblokjes, blijken ook veel kant-en-klare producten, harde kazen, olijven, mosterd, ketchup, tomatenpuree en gehakt zoutbommen te zijn. Dat wordt aanpassen!

Enkele dagen later krijg ik de resultaten van mijn bloedanalyse die de huisarts uitvoerde omdat hij het niet vond kunnen dat alleen mijn totale cholesterol was opgemeten en dat dit was gebeurd aan de hand van een eenvoudige bloedpriktest. ‘Eerst en vooral is niet zozeer je totale cholesterol van belang maar eerder de verhouding tussen je goede en slechte cholesterol’, vertelt hij. ‘Bovendien zijn de resultaten accurater wanneer je een grotere hoeveelheid bloed laat afnemen en dat laat onderzoeken in het lab.’ Uit de resutaten blijkt dat mijn totale cholesterol aanzienlijk lager ligt dan wat de verpleegster had opgemeten – 151 in plaats van 175 – en dat de verhouding tussen mijn goede en slechte cholesterol – HDL en LDL – zeer goed zit: 54 tegenover 89, waar dat idealiter hoger dan 45 en lager dan 115 moet zijn. In mijn hartleeftijdprofiel levert dat alweer een winst op van 5 jaar: mijn hart is nog maar 35 of dus 8 jaar jonger dan mijn werkelijke leeftijd, wat een hemelsbreed verschil is met de zeven jaar ouder van enkele dagen voordien.

Is de test dan larie en apekool? ‘Helemaal niet’, aldus mijn arts. ‘Het is een goed initiatief omdat het er de mensen toe aanzet na te denken over hun levenswijze, hun voeding en medische voorbeschiktheid en hen een reden geeft om hun bloeddruk en cholesterol eens te laten opmeten, wat ze eigenlijk jaarlijks zouden moeten doen. Dus wie een betrouwbaar resultaat wil, raadpleegt het best een arts om de juiste waarden te kunnen invullen.’

Geschreven in WetenschapVaste linkHartleeftijdVaste link


Kent u de leeftijd van uw hart?

20 April 2010, 14:42
Hart- en vaatziekten zijn de belangrijkste oorzaak van voortijdig overlijden. Dat komt vooral omdat mensen niet op de hoogte zijn van de gezondheid van hun hart. De Hartleeftijdtest wil het tij keren. Ik nam de proef op de som.

Om mensen te helpen hun risico op hart- en vaatziekten correct in te schatten en zo het aantal hartaanvallen en beroertes terug te dringen, ontwikkelde Becel, met de steun van de Belgische Cardiologische Liga en de World Heart Federation, de Hartleeftijdtest. Deze eenvoudige online test berekent op basis van de belangrijkste risicofactoren voor hart- en vaatzieken hoe oud je hart is in vergelijking met je werkelijke leeftijd. Is je hartleeftijd lager, dan heb je een betere hartgezondheid dan andere mensen van je leeftijd. Is je hartleeftijd hoger, dan kan je maar beter je voeding en levensstijl aanpassen.

Framingham Heart Study
De basis van de Hartleeftijdtest werd gelegd in het midden van de twintigste eeuw in de Verenigde Staten. Kort na de Tweede Wereldoorlog merkten artsen er een onrustwekkende trend op. Het aantal hart- en vaatziekten was sinds het begin van de eeuw dramatisch gestegen. Vooral het aantal mannen dat vóór hun zestigste bezweek aan een hartaanval, beroerte of andere hart- en vaataandoening was gigantisch. Omdat niemand een goede verklaring kon vinden, besloot de universiteit van Boston in 1948 om in samenwerking met de National Institutes of Health een ambitieus onderzoeksprogramma op poten te zetten.

In Framingham, een stadje op enkele tientallen kilometers ten westen van Boston, recruteerden ze 5.209 volwassenen van 30 tot 62 jaar oud die op dat moment geen symptomen van hart- en vaatziekten vertoonden. Ze onderwierpen de 2.336 mannen en 2.873 vrouwen aan een grondig lichamelijk onderzoek en schotelden hen een uitgebreide vragenlijst voor over hun levensstijl. Om de twee jaar riepen ze de deelnemers opnieuw op voor controle. In 1971 besloten de onderzoekers naast de oorspronkelijke proefpersonen ook nog eens 5.124 kinderen van de oorspronkelijke deelnemers op te nemen in de studie. In april 2002 gingen ze eveneens aan de slag met 4.095 afstammelingen van de derde generatie, waarvan ten minste één ouder aan de studie had deelgenomen.

De Framingham Heart Study werd één van de langstlopende onderzoeken ter wereld en de gegevens blijven zich ook nu nog uitbreiden, onder andere omdat nieuwe diagnostische technologieën – zoals echocardiografie, MRI-scans van hart en hersenen, ct-scans van hart en bloedvaten – stelselmatig in de voorbije en lopende onderzoeken werden geïntegreerd. De volgende stap is om nu ook het DNA van de deelnemers in het onderzoek op te nemen zodat artsen kunnen nagaan wie genetisch voorbeschikt is om hart- en vaatziekten te krijgen.

De studie bleef niet zonder resultaat. Door de deelnemers nauwkeurig op te volgen konden de onderzoekers al in de jaren zestig achterhalen dat roken, een hoge cholesterol, een verhoogde bloeddruk, obesitas en inactiviteit de hoofdverdachten zijn in dit verhaal. Later bleken ook diabetes, menopauze, leeftijd en geslacht een rol te spelen en werd duidelijk dat er ook goede cholesterol bestaat die het risico op hart- en vaatziekten verlaagt.

Op basis van de resultaten van de studie ontwikkelden de onderzoekers een rekenmethode – de Framingham Risico Score – waarmee artsen bij hun patiënten kunnen nagaan hoe hoog het risico is dat ze in de komende tien jaar problemen krijgen aan hun hart en bloedvaten. Sinds het midden van de jaren 1980 hebben de resultaten van de Framingham Heart Study ertoe bijgedragen dat het aantal sterfgevallen door hart- en vaatziekten in de westerse wereld met de helft is gedaald.

Helaas blijven deze ziekten wereldwijd nog altijd de belangrijkste doodsoorzaak, zijn ze nog altijd de voornaamste oorzaak van invaliditeit en zijn er aanwijzingen dat het aantal hart- en vaatziekten in recent welvarende gebieden explosief begint toe te nemen. Bovendien zijn de dalende trends in het Westen aan het afvlakken. Dat komt voor een groot stuk omdat mensen niet op de hoogte zijn van de gezondheid van hun eigen hart. Uit de Gezondheidsenquête die in 2004 in België werd afgenomen blijkt dat 77 procent van de Belgen ervan overtuigd is gezond te zijn, terwijl 60 procent van de ondervraagden niet eens zijn eigen cholesterolgehalte kent. ‘Met 1,2 miljoen Belgen die aan hoge bloeddruk lijden, een half miljoen mensen die ouderdomsdiabetes hebben, 70 procent van de volwassenen met een te hoog cholesterolgehalte, een derde zwaarlijvigen en bijna de helft van de volwassenen die onvoldoende beweegt, is het niet moeilijk vast te stellen dat er nog veel werk aan de winkel is’, vertelt dr. Freddy Van de Casseye van de Belgische Cardiologische Liga.

Hartleeftijdtest
Vandaar dus de Hartleeftijdtest, een eenvoudige tool waarmee iedereen de leeftijd van zijn hart kan berekenen op www.hartleeftijd.be en een twaalfwekenplan waarmee je volgens je profiel je voedingsgewoontes en levensstijl kunt aanpassen om je hartleeftijd naar beneden te halen. De initiatiefnemers hopen dat tegen 2020 100 miljoen mensen wereldwijd de test zullen afleggen en dat ze hun hartleeftijd gemiddeld met 3 jaar zullen verlagen, want daardoor zou het aantal hart- en vaatziekten met miljoenen afnemen. In België alleen al, waar er naar schatting net geen zes miljoen volwassenen van 30 tot 74 jaar leven, zou een gemiddelde daling van de hartleeftijd met 3 jaar in die groep 46.943 hartaanvallen en beroertes kunnen voorkomen in de komende tien jaar. Beter nog, als al deze Belgen erin zouden slagen hun hartleeftijd de volgende tien jaar gelijk te houden aan hun werkelijke leeftijd, dan zouden er 249.856 gespaard blijven van hart- en vaatziekten.

Ervan overtuigd dat mijn score goed zou zijn, liet ook ik mijn hartleeftijd berekenen. Ik liet mijn bloeddruk en middelomtrek meten, liet bloed prikken om mijn cholesterolgehalte te bepalen en beantwoordde een aantal vragen over mijn gezondheid en levensstijl. Nee, ik heb nooit problemen gehad met mijn hart en heb geen diabetes, ik rook niet en ook mijn cholesterolgehalte, BMI en middelomtrek zijn prima. Bovendien let ik op mijn voeding en ga ik geregeld hardlopen.

Het was dus wel even slikken toen ik het verdict hoorde: mijn hart is 50, of dus 7 jaar ouder dan mijn werkelijke leeftijd! Tot mijn eigen verbazing heb ik een te hoge bloeddruk. Bovendien kan ik er niet omheen dat mijn moeder negen jaar geleden een beroerte heeft gehad en dat ik te vaak stress heb. Ik blijk dus de ideale persoon om het twaalfwekenplan zelf uit te testen! Minder zout eten, vaker bewegen en mijn stress te lijf gaan met yoga zijn de eerste tips die ik krijg. Ex-tennisster Sabine Appelmans, meter van het hartleeftijdplan, zal me persoonlijk coachen om mijn hartleeftijd weer naar beneden te halen. U kunt mijn vorderingen op de voet volgen op deze blog.

Hartleeftijd Els Verweire.

Geschreven in WetenschapVaste linkHartleeftijdVaste link