Klopt je hart regelmatig als een klok?
Mijn twaalfwekenplan loopt bijna op zijn eind wanneer ik een uitnodiging krijg voor de Week van het hartritme. ‘Klopt je hart regelmatig als een klok?’ luidt de vraag van de campagne. Ik heb geen idee. En ik weet ook niet wat de gevolgen kunnen zijn als dat niet zo is. De brochure brengt meer duidelijkheid. ‘Normaalgezien klopt je hart regelmatig. In rust trekt de holle spier ongeveer 70 keer per minuut samen. Indien je last krijgt van voorkamerfibrillatie – de meest voorkomende hartritmestoornis – slaat je hart op hol. Dat geeft bij een derde van de mensen geen klachten, de rest krijgt last van hartkloppingen, kortademigheid, ijlhoofdigheid, vermoeidheid, flauwvallen of pijn in de borst. Erger is dat dit onregelmatig kloppen van het hart de kans verhoogt dat zich in de voorkamers van het hart bloedklonters vormen. Zonder behandeling ligt je risico op een beroerte of een herseninfarct gemiddeld vijf keer hoger.’
Natuurlijke pacemaker
Hoe werkte ons hart ook alweer? Je hart is onderverdeeld in twee voorkamers en twee kamers. Zuurstofarm bloed komt terecht in de rechtervoorkamer. Van hieruit wordt het door de samentrekking van ons hart verpompt via de rechter hartkamer en de longslagaders naar de longen. Daar wordt zuurstof aan het bloed toegevoegd en CO2 afgegeven. Het zuurstofrijke bloed komt terug in de linker voorkamer, wordt overgepompt naar de linker hartkamer en gaat van daaruit doorheen de lichaamsslagader of aorta naar onze organen, waarna het hele proces van vooraf aan weer begint.
‘Wat ons hart telkens weer doet samentrekken is een elektrische prikkeling of ontlading in de sinusknoop, een groep cellen in het hart die een soort natuurlijke pacemaker vormen’, vertelt dr. Frank Provenier van het AZ Maria Middelares in Gent. ‘In rust gebeurt dat 60 tot 100 keer per minuut, bij inspanning komt de prikkeling sneller, tot 200 keer per minuut, maar altijd regelmatig. Vanuit de sinusknoop verspreidt de ontlading zich van hartcel tot hartcel over de twee voorkamers die daardoor samentrekken en het bloed naar de kamers persen. Vervolgens sluiten de kleppen tussen voorkamers en kamers zich en trekt ook het spierweefsel van de kamers samen, waardoor het bloed naar de bloedvaten wordt gesluisd.’
Dat is de normale situatie. Bij voorkamerfibrilleren wordt de ontlading ter hoogte van de sinusknoop overspoeld door heel snelle ontladingen – zo’n 350 à 450 per minuut. Door de hoge frequentie krijgen de voorkamers geen actieve samentrekking meer en vloeit het bloed eerder passief van de voorkamers naar de kamers. ‘Je kan het sinusritme vergelijken met een golvende zee en het voorkamerfibrilleren met draaikolken’, legt Provenier uit. ‘Omdat het bloed een ongelijkmatige stroming kent, kunnen er plaatsen in de voorkamer zijn waar de spoeling onvolledig is. En dat is een probleem, want stilstaand bloed neigt tot klontervorming. Dit geeft een hoger risico op klonters die los komen, in de bloedcirculatie terechtkomen en een hersenembolie veroorzaken.’
Gelukkig kan het zenuwweefsel van de kamers deze hoge frequenties niet aan. ‘Mocht dit niet zo zijn, dan zou er kamerfibrillatie ontstaan en zou de patiënt overlijden’, zegt Provenier. Doordat het wel zo is laat het zenuwweefsel maar enkele prikkels door en blokt het de meeste af, wat resulteert in een onregelmatig hartritme, dat vaak sneller is dan de normale hartfrequentie en minder aangepast aan de bewegingsstatus. Patiënten hebben een onregelmatige en ongelijke pols waarvan de sterkte varieert, omdat de hartkamers niet altijd even goed gevuld zijn. Vandaar klachten zoals hartkloppingen kortademigheid met verminderde inspanningstolerantie, duizeligheid door lagere bloeddruk enzovoort.’
Wie loopt het meest risico?
Iedereen kan voorkamerfibrillatie ontwikkelen, maar verschillende risicofactoren blijken de stoornis in de hand werken. Wie al een beroerte of hartinfarct heeft gehad of een klepaandoening heeft loopt meer risico. Maar ook wie ouder wordt, een verhoogde bloeddruk heeft of aan diabetes lijdt, zit in de gevarenzone. Zelfs jongere mensen die intensief aan duursport doen, krijgen de raad actief deel te nemen aan de Week van het hartritme. Daar gaan we weer, denk ik met mijn verhoogde bloeddruk en leeftijd in het achterhoofd, want vanaf je veertigste zou het risico om ooit voorkamerfibrillatie te krijgen oplopen tot 1 op 4. Volgens de aanwijzingen in de brochure neem ik mijn polsslag. Ik plaats drie vingers op mijn gestrekte pols, tussen de pees van mijn duim en de zijkant van mijn polsbeen, tel gedurende 30 seconden mijn hartslag, verdubbel dit aantal, en kom uit op 74 slagen per minuut. Dat ligt mooi tussen de 50 en 100 slagen per minuut die de brochure vooropstelt voor een normale polsslag. Was mijn polsslag in rust trager geweest dan 40 slagen per minuut of sneller dan 120, of had ik afwisselend snelle en trage slagen gevoeld, dan had ik contact moeten opnemen met mijn huisarts. Niet dus.
Maar om helemaal zeker te zijn, besluit ik een hartrimetest te laten uitvoeren die de cardiologen van de Belgian Heart Rhythm Association in het kader van de Week van het hartritme gratis aanbieden. In een tentje dat op de parking van het AZ Maria Middelares in Gent staat opgesteld, krijg ik een Omron Heart Scan HCG-801 in de hand, een toestelletje dat een ritmestrook zal maken om de elektrische activiteit van mijn hart te meten. Ik moet mijn rechterwijsvinger op een contactplaatje houden, het toestelletje links tegen de huid van mijn borstkas drukken, op start duwen en dertig seconden muisstil blijven zitten. Een half minuutje later krijg ik de diagnose al te horen: ‘Je hart klopt regelmatig en je hebt een hartfrequentie in rust van 78 slagen per minuut. Alles is dus dik in orde.’
In de brochure lees ik nog dat een tijdige diagnose van voorkamerfibrillatie belangrijk is om het sluipende gevaar van een beroerte te vermijden en dat er goede behandelingen beschikbaar zijn. ‘De diagnose is belangrijk om erger te voorkomen’, vertelt Provenier. ‘Door een onvolledige samentrekking van het hart tijdens de ritmestoornis kunnen er zich zoals gezegd klonters vormen in het hart en vooral in de voorkamers. Deze klonters kunnen in de bloedcirculatie terechtkomen en een hersenembolie of beroerte veroorzaken. En dat kan dan weer aanleiding geven tot onomkeerbare schade zoals verlamming, spraak- en gezichtsstoornissen tot zelfs dementie. Het is dus zaak deze schade te voorkomen en dat kan door bloedverdunners te slikken. De andere klachten worden aangepakt door medicijnen in te nemen die de ritmestoornis voorkomen of vertragen, of door operaties zoals een catheterablatie. Daarbij worden speciale katheters via een bloedvat in de lies naar het hart gebracht en wordt het weefsel in het hart dat de aanleiding was van de hartritmestoornissen weggebrand.’
Geschreven in Wetenschap Vaste link
-
Reacties :
- (0)
- Geef uw reactie!
- Print dit artikel






Van harte










