Spaar een Belg uit

03 December 2009, 13:37

Groen zijn is in deze dagen van klimaatconferenties en bijbehorende stormlopen een must. Tot je er op de werkvloer over begint: geitenwollen gêne. Nochtans bewijst een experimentje van de Eos-redactie dat je met kleine inspanningen een verschil kunt maken. Met z’n negenen verkleinden we afgelopen week onze ecologische voetafdruk met 18 procent: 143 vierkante meter per dag of 5,2 hectare per jaar, de voetafdruk van de gemiddelde Belg. Een paar tips.

Hoewel niemand met de 4x4 naar het werk komt, we niet elke mail uitprinten en de laatste het licht uitdoet, is de Eos-redactie in een doorsneeweek goed voor een ecologische voetafdruk van 775 vierkante meter per dag of omgerekend 16 hectare per jaar. De ecologische voetafdruk is een indicator voor de milieu-impact van menselijke activiteiten die aangeeft hoeveel landbouwgrond, bos, zee- en bebouwde oppervlakte er nodig is om in een bepaald consumptiepatroon te kunnen voorzien en de bijbehorende hoeveelheid afval te verwerken. Hij wordt berekend op basis van gemiddelde opbrengstwaarden en verdeelsleutels die zijn opgesteld door het Global Footprint Network (GFN).

Onder supervisie van Ecolife, Belgische partner van het GFN en werkgever van ‘low impact man’ himself Steven Vromman, gingen we na hoe we op kleinere voet zouden kunnen werken. Zij berekenden dagelijks de impact van onze inspanningen. Hebben we in het donker gewerkt of ons in het zweet gefietst om onze computers van stroom te voorzien? Neen.

Aangezien sommigen onder ons zowel naar als tijdens het werk aanzienlijke afstanden afleggen, lag alvast één maatregel voor de hand. We verplaatsten ons zoveel mogelijk met het openbaar vervoer en enkele collega’s gingen met een hybride wagen de baan op. Op een redactie wordt wat afgeprint en dus maakte hagelwit papier plaats voor het gerecycleerde alternatief, dat bovendien dubbelzijdig werd bedrukt. Omdat aan de productie van vlees en zuivel in de intensieve veehouderij nogal wat broeikasgassen kleven, kozen we voor vegetarisch broodbeleg. Fruit en groenten waren zoveel mogelijk van lokale oorsprong en seizoensgebonden en frisdrank uit de energieverslindende automaat werd afgezworen.

Enkele aanvullende maatregelen – afval beperken, computers in sluimerstand bij tijdelijke afwezigheid en de verwarming een paar graden lager zetten – deden de rest.

Least effort, most impact
Het spreekt vanzelf dat door pakweg het installeren van zonnepanelen of het overschakelen op spaarlampen een veel beter resultaat kan worden neergezet, maar die maatregelen liggen, net als bij de meeste werknemers, niet binnen onze mogelijkheden. Wat we vooral onthouden is dat maatregelen die op het eerste gezicht banaal lijken – en vooral, weinig moeite kosten – wel degelijk een verschil maken.

Wie maalt er bijvoorbeeld om op gerecycleerd papier te printen? In combinatie met het dubbelzijdig afdrukken verkleinde het de voetafdruk van ons papierverbuik wel met bijna negentig procent. Onze streekeigen, vegetarische – en zelfs door rabiate vleeseters als smakelijk bestempelde – lunch deed onze ‘voedselvoetafdruk’ met meer dan veertig procent afnemen.

Dat het om een actie tijdens het werk ging is niet onbelangrijk. Groen zijn thuis, levert op. Ecologisch denken op het werk, dat is andere koek. Iets voor de bazen. Nochtans spenderen we per week ontzettend veel tijd op de werkvloer. Daar zit nog enorm veel marge. In besloten kring hoef je geen drempel over, op het werk is er durf voor nodig om je te engageren er iets aan te doen. Tegelijk kan het stimulerend werken om met een groep een doel voor ogen te stellen en er een sport van te maken dat te halen. Misschien een ideetje voor de wereldleiders in Kopenhagen.

EOS-forum: En u? Hoe ecologisch werkt u?



Geschreven in WetenschapVaste link


Het resultaat: Eos-redactie spaart een Belg uit

03 December 2009, 13:26
Intussen zijn op de redactie de finale resultaten binnengelopen. We kunnen het maar beter meteen toegeven: de reductie van onze voetafdruk met 25 procent hebben we niet gehaald. Enkele noodzakelijke verre verplaatsingen tijdens onze actieweek deden ons de das om. Toch mag het resultaat gezien worden: met onze ploeg die doorgaans uit negen mensen bestaat – niet iedereen werkt voltijds – spaarden we gemiddeld 143 vierkante meter per dag of 5,2 hectare per jaar uit, de voetafdruk van de gemiddelde Belg. Dat is een besparing van 18 procent en volgens de mensen van Ecolife al bij al een mooi resultaat.

Hoewel de afname van onze mobiliteitsvoetafdruk beneden de verwachtingen bleef, is die toch goed voor bijna de helft (49%) van onze totale reductie. Op de tweede plaats komen de vermindering van ons afval en de veranderingen in onze eetgewoontes die beide instaan voor 14% van de totale reductie.

Een iets bescheidener bijdrage (11%) levert ons groene printgedrag. Opmerkelijk is evenwel dat het overschakelen op gerecycled papier – met een vijf keer kleinere voetafdruk – en zuiniger printen de impact van ons papierverbruik met bijna negentig procent heeft verkleind. Besparing op verwarming (8%) en elektriciteit (4%) deden de rest.

Als ons ‘experiment’ ons iets heeft geleerd, dan wel dat ‘ecologisch werken’ geen onoverkomelijke toegevingen vraagt en dat kleine inspanningen wel degelijk een verschil kunnen maken.

Geschreven in WetenschapVaste link


Low Impact Auto

27 November 2009, 15:56
In de eerdere blogs werd al reeds aangestipt dat de Eos-redactieleden deze week beurtelings met een hybride wagen mochten pendelen. De redactie kreeg een Honda Insight en een Toyota Prius ter beschikking. Ik had het genoegen de Prius twee dagen te mogen testen.

Een hybride-auto is zoals de naam het zegt een kruising. De Toyota Prius heeft zowel een elektromotor (aangedreven door een zware batterij) en een verbrandingsmotor onder de motorkap (op benzine). Afhankelijk van de snelheid en de kracht kiest de boordcomputer ze meest gunstige combinatie van inbreng. Wil je traag voortbollen, in de file of in een drukke binnenstad, dan rijdt hij enkel op de elektromotor. Wil je sneller dan 50 km/u rijden of wens je met gierende banden te vertrekken, dan is de benzinemotor met al zijn kracht nodig. Het is dan ook moeilijk te zeggen hoeveel een Toyota Prius verbruikt, het hangt er gewoon vanaf hoe je hem gebruikt. Vermits het geen kleine auto is (de zitbanken vanachter zijn ruim, net als de koffer) is het voor deze categorie wagens zeker een zuinige auto. Maar vergelijk hem niet met een tweepersoonwagen zoals een Toyota Aygo of, nog erger, een Smart. Hoewel die enkel op benzine rijden, zijn ze meestal zuiniger dan de Toyota Prius. De Prius vormt een mooie tussenschakel in de evolutie van de auto, en zoals het er nu naar uitziet, is de toekomst van de auto elektrisch.

Milieuvriendelijk is ie, zijn grootte in acht genomen, dus nog wel. Maar laat de Prius ook de jongensharten sneller slaan? Is het een aantrekkelijke auto? Blits is hij zeker, wij kregen een spierwitte bolide met binnenin alles erop en eraan: navigatie, een achteruitkijkcamera (voor slechte parkeerders), en een ingenieus slotsysteem (de sleutel moet niet in het stuur, maar gewoon in een bakje of evengoed in je broekzak. Bovendien laat de auto meerdere rijstijlen toe. Wil je enkel op de elektromotor rijden, dan druk je de 'EV-knop' in, maar wanneer je dan sneller dan 50 gaat of iets te snel optrekt, schakelt deze functie zichzelf al uit. Er is dus nog heel wat werk te doen om de elektromotor krachtig te maken. Er is ook de 'PWR-knop', die zowat het tegenovergestelde effect heeft. Druk je deze knop in, dan kan je plots weer veel sneller optrekken, kortom de benzinemotor wordt nu veel eerder ingeschakeld en volop benut, zodat je weer het gevoel krijgt in een echte auto te zitten (de benzinemotor ronkt lekker, de elektromotor is me wat te stil). Voor elk wat wils dus!

Geschreven in WetenschapVaste link


Dag 4: Een zwarte dag

27 November 2009, 10:15
Donderdag kan in onze actieweek worden geboekstaafd als een zwarte dag. Voor het eerst is onze voetafdruk groter dan in een normale week: 787 vierkante meter of 12 vierkante meter meer om precies te zijn. Niet veel, maar toch...
Reden is een uitzonderlijk verre verplaatsing die, hoewel afgelegd met de Prius, ons brandstofverbruik de hoogte heeft ingejaagd. Onze besparingen op andere vlakken worden door die grotere ‘mobiliteitsafdruk’ teniet gedaan.
We beraden ons over een gepaste sanctie...

Geschreven in WetenschapVaste link


EOS-pod - Low Impact Redactie

26 November 2009, 10:44



Eerste podcast van onze activiteiten tijdens de Low Impact Week.
Klik op de player hierboven.

Reinout Verbeke, nieuwscoördinator online

Geschreven in WetenschapVaste link


Dag 3: Doel in zicht!

26 November 2009, 09:31

Donderdagochtend, en Ecolife heeft weer netjes de resultaten van onze inspanningen van gisteren in mijn mailbox gedropt. Het ziet er goed uit. Gisteren hadden we een ecologische voetafdruk van 536 vierkante meter. Dat is maar liefst 239 vierkante meter minder dan normaal! Nu moeten we wel toegeven dat deze meting nog niet helemaal volledig is: onze directie was op verplaatsing, naar moederbedrijf Audax in Nederland. Ze hebben netjes gecarpoold - mét een Prius -, en die mobiliteitskost hebben we wel ingebracht. Maar hun eetgewoontes van gisteren zitten er niet in. Laten we er maar van uitgaan dat ze geen dikke biefstuk hebben verorberd... In elk geval: begin volgende week hopen we de definitieve en volledige resultaten te hebben.

Gisteren kwam Low Impact Man Steven Vromman ons een hart onder riem steken. Hij is in 2008 de uitdaging aangegaan om een jaar lang zo 'Low Impact' mogelijk te gaan leven. Intussen is dat project afgelopen, maar veel van zijn inspanningen houdt hij nog steeds vol. Gisteren kwam hij hier in elk geval aan met een vouwfietsje onder zijn arm. Na het bezoek aan ons op Antwerpen Linkeroever moest hij nog naar Mortsel - voor de voorstelling 's avonds van 'Tegen de lamp', de theaterproductie met Dimitri Leue. Ook al een ecologisch project: de acteurs moeten fietsen om het licht voor de voorstelling op te wekken. Ons gaat dat toch een beetje ver...

Wat is er hier verder nog gebeurd? Gisterenmiddag hebben we de verwarming nog een streepje naar beneden gedraaid - zonder veel gevolgen, want iedereen bleef het lekker warm hebben. Dinsdag hebben we onze wekelijkse 'nieuwsvergadering' voor het eerst 'virtueel' gehouden. In plaats van alle pers- en nieuwsberichten die we hadden verzameld, af te printen en mee te nemen naar de vergadertafel, mailden we alles naar elkaar door. Met evenveel resultaat, én we waren sneller klaar. Vergaderen zonder papier: het is dus mogelijk.

Collega Reinout laat op Radio Nostalgie weten hoe hij het 'Low Impact' werken ervaart. 

Op de website van Eos kan je trouwens zelf je mening kwijt over hoe ecologische je zelf werkt. Maar natuurlijk kan je hier ook alle reacties posten. Graag zelfs!

Liesbeth Gijsel, eindredacteur Eos 

Geschreven in WetenschapVaste link


Onze lunch en het klimaat

25 November 2009, 12:45
Een week lang schuift de Eos-redactie vlees en zuivel langs de kant. Een blogpost over groene boten, barbecue, biefstuk en broeikasgas.

Elk jaar trekt de Eos-redactie zich gedurende twee dagen terug op een geheime locatie om uw favoriete blad te evalueren en de krijtlijnen voor het komende jaar uit te zetten. Dit keer viel de keuze op een met slaapvertrekken, vergaderruimte en bar – er is ook ruimte voor ontspanning – uitgeruste boot in de Westhoek. Die was niet alleen erg gezellig maar bovendien ecologisch verantwoord want onder meer voorzien van zonnepanelen, zonneboiler, zonneschoorsteen, spaarlampen en – voor de liefhebbers – composttoilet, waarbij de ontlasting niet met tien liter drinkwater maar met een handvol hennepsnippers wordt uitgewuifd.

Omdat een mens van evalueren en vergaderen honger krijgt, schoven wij ‘s avonds aan voor een winterse barbecue op het dek. En dat is eigenlijk een beetje vreemd. Want hoewel onze gastheer niet had nagelaten ons op het groene karakter van zijn schuit te wijzen, werd over ons bezwaarlijk duurzaam te noemen avondmaal zedig gezwegen.

De cijfers liegen er nochtans niet om. Volgens het vaak geciteerde rapport Livestock’s long shadow van de Food and Agriculture Organistation (FAO) is de veeteelt goed voor 18 procent van de wereldwijde broeikasgasuitstoot. Dat komt vooral doordat natuurlijke vegetatie moet wijken voor weidegronden en akkers waarop voedergewassen worden geteeld. De koolstof die is opgeslagen in de planten komt daarbij in de atmosfeer terecht. In zijn nieuwe boek ‘Une écologie du bonheur’ wijst UCL-professor Eric Lambin de stijgende nood een weidegrond aan als een van de belangrijkste oorzaken van ontbossing in de tropen en het wetenschapsblad New Scientist meldde eerder dit jaar dat als we zouden overschakelen op een vleesarm dieet er 15 miljoen vierkante kilometer landbouwgrond zou vrijkomen. Reden daarvoor is dat het veel efficiënter is om gewassen rechtstreeks te consumeren, in plaats van ze eerst aan vee te voederen – omdat dieren voer niet volledig omzetten in vlees zijn per kilogram vlees, afhankelijk van de diersoort, meerdere kilo’s graan nodig.
Daarnaast zijn de dieren ook zelf een belangrijke bron van broeikasgassen. Uit mest komen stikstofoxiden vrij – volgens het FAO-rapport is de veeteelt goed voor 65 procent van de door de mens geproduceerde stikstofoxiden – en runderen en andere herkauwers sturen aanzienlijke hoeveelheden methaan de atmosfeer in.

Dat alles maakt dat een biefstuk van een paar honderd gram een even grote broeikasgasuitstoot met zich meebrengt als een ritje van 16 kilometer met de auto, zo stelden onderzoekers vorig jaar in Scientific American. Eenzelfde hoeveelheid varkensvlees komt overeen met een ritje van 2,5 kilometer en kippen scoren met een afstand van 640 meter het best.

U wil niet weten hoeveel kilometer de voltallige redactie tijdens die bewuste barbecue virtueel heeft afgelegd...

Iedereen vegetariër?

Ik begon deze blogpost niet met ons wedervaren met de groene schipper omdat ik de man in kwestie wil bekritiseren – het is immers al te makkelijk om wie inspanningen doet af te rekenen op wat hij niet doet – maar om aan te tonen hoe weinig we stilstaan bij de milieu-impact van ons voedsel. Het is duidelijk dat het meeste vlees dat afkomstig is uit de intensieve veehouderij wat dat betreft geen al te beste beurt maakt, ook al zal de hoeveelheid broeikasgassen die aan een lapje vlees kleven van studie tot studie wel wat verschillen. Ook op andere vlakken scoort vlees slecht: volgens het International Water Management Institute is voor de productie van 1 kilogram vlees 5000 tot 20.000 liter water nodig – ter vergelijking: 1 kilogram tarwe vraagt zo’n 1350 liter water.

Terwijl het laten staan van de auto en het zorgvuldig omspringen met water echter steeds meer wordt gestimuleerd en ingeburgerd raakt, lijkt een aanpassing van ons dieet moeilijker verteerbaar. Dat bleek onlangs nog toen econoom Nicholas Stern – bekend van het Stern Rapport over de relatie tussen klimaatverandering en economische ontwikkeling – voor opschudding zorgde door te pleiten voor vegetarisme als middel om de klimaatverandering tegen te gaan. Ook Lambin pleit in zijn boek voor vleesmatiging in de strijd tegen de klimaatverandering en andere milieuproblemen. Volgens hem hoeven we niet allemaal vegetariër te worden – dat lijkt ook weinig waarschijnlijk – maar zou wat minder vlees geen kwaad kunnen.

Zoals Raf eerder al aanhaalde hoeft het inderdaad allemaal niet zo zwart-wit te zijn. Dat blijkt niet alleen uit de Nederlandse vleeswijzer maar ook uit een rapport
over het vervangen van vlees en zuivel doorandere eiwitbronnen dat het studiebureau Blonk Milieuadvies vorig jaaropstelde in opdracht van de Nederlandse regering. Daaruit blijktenerzijds dat ‘klimaatimpact’ van de meeste plantaardigevleesvervangers schommelt tussen 1 en 2,5 kilogram CO2-equivalenten*(CO2-eq.) per kilogram product en anderzijds dat die voor vlees sterkschommelt, van 2,6 kilogram CO2-eq. per kilogram voor kip, over 4,5kilogram CO2-eq. per kilogram voor varkensvlees tot 59 kilogram CO2-eq.per kilogram voor rundsvlees uit Brazilië - inlands rundvlees doet met15,9 CO2-eq. kilogram per kilogram wel beter.

Wie enkel om het klimaat bekommerd is, kan dus louter door zijn winkelwagentje wat selectiever vol te laden al een verschil maken. Op basis van die cijfers besluiten de onderzoekers dat alleen al door te kiezen voor minder ‘broeikasintensieve’ vleessoorten, een aanzienlijke reductie van de broeikasgasuitstoot kan worden bekomen – in het geval van Nederland 3,5 megaton CO2-eq. per jaar als enkel nog kip zou worden gegeten. Eén dag in de week plantaardig eten zou dan weer een besparing van 1,1 megaton CO2-eq. per jaar opleveren.

De Eos-redactie laat alvast voor één week vlees en zuivel – ook kaas scoort met 9 kg CO2-eq. per kilogram slecht – voor wat het is, om eens te zien wat dat geeft. Zelf ben ik al langer om andere redenen vegetariër, maar voor de meeste van mijn collega’s is een lunch zonder vlees of kaas een nieuwigheid die overwegend positief wordt onthaald. En dat is belangrijk, zeker met het ‘least effort, most impact’-verhaal van Els in het achterhoofd. Want net zoals het er bij ‘groene’ auto’s en energiezuinige huizen om draait om zonder comfortverlies minder energie te verbruiken en minder broeikasgassen uit te stoten, zullen ook veranderingen op ons bord niet tot minder ‘comfort’ (lees: smaak) mogen leiden als ze ingang willen vinden bij het brede publiek.

Eos eet vegetarisch

* Een eenheid die hoeveelheden van verschillende soorten broeikasgassen zoals methaan en stikstofoxiden, die per eenheid sterker bijdragen tot het broeikaseffect dan CO
2, ‘herschalen’ naar een hoeveelheid CO2.

Dieter De Cleene, redacteur Eos-magazine

Geschreven in WetenschapVaste link


Dag 2: winst!

25 November 2009, 09:19

De resultaten van gisteren zijn bekend. Onze ecologische voetafdruk komt uit op 609 vierkante meter. Een winst van 166 vierkante meter tegenover onze normale voetafdruk. Per werknemer is dat een winst van 17 vierkante meter. Het ziet er dus naar uit dat we op de goede weg zijn. 

Voor onze mobiliteit tekenen we nochtans een iets slechter resultaat op dan maandag. Maar gisteren moest onze directie naar moederbedrijf Audax in Nederland. En ook al was dat met een Prius, die kilometers tikken toch wel aan. Anderzijds heeft een van de collega's, nadat hij in Brussel moest zijn, de rest van de dag van thuis uit gewerkt, in Aalst. Dat levert dan weer een mooie besparing op. 

Er zijn nog meer hoopgevende cijfers. Ons elektriciteitsverbruik gaat van veertig vierkante meter naar 34 vierkante meter, voeding gaat van 46 naar 29 vierkante meter (dat vegetarisch eten heeft dus heel wat impact), papiergebruik gaat van 18 naar één vierkante meter (door minder printen en gebruik van gerecycled papier), afval van 35 naar 10 vierkante meter en verwarming van 153 naar 145 vierkante meter. Gisteren hebben we namelijk de verwarming één graadje lager gezet. Trouwens, het valt me op dat zo'n 'Low Impact'-week ook op de psyche werkt. Maandag hadden we nog niets aan de verwarming gedaan, maar toch meldden enkele collega's dat ze het koud hadden, en of dat misschien iets te maken had met onze actie? Het was nochtans 24 graden op kantoor, net als altijd. Gisteren meldden dezelfde collega's dat ze het veel te warm hadden. Vreemd genoeg hadden we toen dus wel de verwarming een graadje lager gezet...

Liesbeth Gijsel, eindredacteur Eos 

Geschreven in WetenschapVaste link


Vegetarische spread

24 November 2009, 16:06

Currysalade, champignonsalade, herfstsalade, herfstpaté – ja het is het seizoen –, kruidige paté, tofusalade met basilicum of vegetartare in twee soorten (natuur en martino). Voor de tweede keer in evenveel dagen smeren we vegetarisch beleg op onze boterhammen in plaats van kaas, hesp of salami. Deze week zullen we bij onze vaste broodjesboer geen belegde broodjes bestellen, geen Polderke, Sint-Anneke of Vlaamse Varkentje, namen die je het water in de mond doen lopen (de meer gedistingeerde collega’s plegen er een El-sur-de-la-casa of een Caprese te nemen).

Vegetarische currysalade op de boterham.


De vegetarische spread, dus. Wat zit erin? Tofu meestentijds of seitan, wat groenten (bloemkool en augurk in de herfstsalade, champignons en wortels in de champignonsalade), koudgeperste zonnebloemolie, sojadrink of plantaardige bouillon om het smeuïg te maken, en veel kruiden om de boel hartig te krijgen. Ze zijn best wel lekker, zeker als je er wat verse postelein of scheuten aan toevoegt. Maandag deelde ik dan ook in het enthousiasme. Het was allemaal nog nieuw, en opmerkingen als ‘ik wist niet dat vegetarisch zo lekker kon zijn’ waren niet van de lucht. Gisteren (dinsdag) smaakte de lunch nog wel, maar ik vraag me toch af of ik mijn vertrouwde kost voor langere tijd zou willen inruilen voor de vegetarische spread. Waarschijnlijk niet, al werd me aan tafel verzekerd dat er nog andere lekkere alternatieven zijn, zoals vegetarische worst. Te verkrijgen in plakken bovendien.

Het weren van dierlijke producten uit onze voeding wordt vaak gezien als een belangrijke manier om onze ecologische voetafdruk te verkleinen. Dat de overmatige vleesconsumptie – door ontwikkelingslanden als een teken van welvaart beschouwd en dus na te streven – nefast is voor het milieu, betwist ik helemaal niet. We kunnen best met wat minder vlees, zelf heb ik geen ‘donderdag veggiedag’ nodig om wat bewuster te eten. Maar wat mij wel stoort is dat het vaak als een zaak van of/of wordt voorgesteld. Of je bent vegetariër of je bent vleeseter (of omnivoor), voor de hardcore-adept van beide zijden zijn deze termen haast scheldwoorden.


Op de Vleeswijzer (www.vleeswijzer.nl) van de Nederlandse Stichting Varkens in Nood en van Milieudefensie – niet meteen neutrale verenigingen – prijken de vegetarische alternatieven voor vlees weliswaar helemaal bovenaan, maar het ene vlees blijkt het andere niet te zijn. Biologisch rundergehakt of biologisch kalfsvlees scoren helemaal niet slecht qua milieubelasting (en ook niet qua dierenwelzijn, maar dit aspect laten we hier buiten beschouwing). Kip komt met vier sterren zelfs in de buurt van de vier en een half van tofu of de vegaburger. De lijst is verre van volledig, want wild – het seizoen, ja – staat er bijvoorbeeld niet op. Wat zou de milieu-impact zijn van een paté van een in het wild geschoten everzwijn?

Vroeger hield iedere slager thuis een aantal dieren – vaak koeien en af en toe een varken –, die vroeg of laat in een of andere vorm in zijn etalage belandden. Ook nu nog pakken veel slagerijen uit met vlees van eigen kweek, de foto van de slager (liefst met vrouw en kinderen in de buurt) naast een gezond ogend koebeest hangt als bewijs aan de muur. Wat ik me afvraag: scoort het saucijsje (saucisse in het Vlaams) van bij de lokale slager echt zoveel slechter qua milieu dan de tofuspread die in een West-Vlaams fabriekje in een potje wordt gedraaid? En wat met de kippen van de bioboer, die het gevogelte vrij laat rondlopen en zijn koopwaar op de lokale markt aanbiedt?  

Raf Scheers 

Geschreven in WetenschapVaste link


Most impact, least effort

24 November 2009, 14:31

Toen we vorige week onze plannen om onze ecologische voetafdruk met een kwart te verlagen voorlegden aan de leden van onze Raad van Advies, waren hun reacties onverdeeld positief. Een van de tips die ze ons gaven om het nog beter aan te pakken, was dat we een lijstje moesten maken van dingen die we hadden uitgeprobeerd, met daarbij uiteraard of ze al dan niet een impact hadden gehad op ons eindresultaat, maar ook of ze veel of weinig moeite hadden gekost. Vooral dat laatste vonden ze zeer belangrijk, en terecht. Want geef toe, als je je waterverbruik wil beperken en je hebt daarbij de keuze tussen een baksteen in de spoelbak van je toilet leggen om minder water door te spoelen, en je douchewater opvangen om er het toilet mee door te spoelen, dan is de keuze snel gemaakt. De kans dat u als lezer bepaalde van onze inspannningen overneemt, is wellicht groter wanneer u het maar op te pikken heeft uit een overzichtelijk ‘most impact - least effort’-lijstje, en dat is uiteindelijk toch wel de bedoeling van onze low impact week. Dus daar gaan we.

Gsm op zonne-energie

Wat zou ik na twee dagen low impact al in dat lijstje kunnen opnemen? Om te beginnen een gsm op zonne-energie. Hoewel we vandaag nog maar aan onze tweede dag toe zijn, loop ik toch al twee weken met een Samsung E1107 op zak. Het toestelletje lag al te wachten om in onze low impact week te worden getest, en aangezien ik onlangs mijn eigen gsm heb meegewassen op 30 graden kwam die goed van pas om me een paar dagen uit de nood te helpen. Afgezien van het feit dat het een zeer eenvoudig apparaatje is waarmee je niet veel meer kunt doen dan bellen en sms’jes versturen, valt er niet veel op aan te merken. Alleen – en dat vertelde Marco gisteren ook al – het ding moet wel worden opgeladen met zonne-energie en dat is in België toch wel een probleem. In de bijsluiter staat duidelijk vermeld dat je voor een telefoongesprek van 5 à 10 minuten de telefoon een uur in 80.000 lux moet leggen – in de volle zon dus – en dat lukt niet op de redactie, waar we met kunstlicht en lichtjes gefumeerd glas zitten en de ramen niet open kunnen omwille van de airconditioning.  En tegen de tijd dat ik naar huis kan, begint het al te schemeren, dus dan lukt het ook niet.

Bovendien zou je je kunnen afvragen of het effect op het milieu van zo’n gsm eigenlijk wel opweegt tegen de voor het milieu nadelige productie van de zonnecellen die erin verwerkt zitten? En het toeval wil dat Helga D’havé het in haar rubriek ‘Wetenschap Werkt’ in de laatste Eos had over Carolin Spirinckx en An Vercalsteren, die zich bij VITO als expert duurzaamheidsevaluaties met dergelijke vragen bezighouden. ‘Om die vraag te kunnen beantwoorden zouden we eigenlijk twee types gsm’s met dezelfde functies met elkaar moeten vergelijken over een ganse levenscyclus’, vertelt Spirinckx. ‘En dat is eigenlijk al een studie op zich. Helaas hebben we nog geen vergelijkbare studie gedaan, dus de resultaten voorspellen is moeilijk. Wél leert de ervaring op het vlak van zonnecellen, dat de fossiele energie die je bespaart toch vaak opweegt tegen de impact van de productie van de fotovoltaïsche cellen. Maar daar staat dan tegenover dat een gsm vaak een beperkte levensduur heeft, in tegenstelling tot een toepassing in een woning die doorgaans een relatief  lange levensduur kent.’ Conclusie: een gsm op zonne-energie kost niet veel moeite, maar loont voorlopig nog niet echt de moeite.

Hybride wagen

Volgende poging om mijn energieverbruik naar beneden te halen is de Toyota Prius waarvoor ik gisteren mijn Opel Zafira heb laten staan. Hoewel ik nooit eerder achter het stuur van een automatische auto had gezeten, was de aanpassing aan deze milieuvriendelijke hybride een makkie. Alleen op momenten dat ik mij niet echt bewust meer was van het feit dat ik met een andere auto aan het rijden was en onverwachts moest remmen wou mijn linkerbeen in actie schieten, maar voor de rest is het een zalige auto om mee te rijden. Wie wil controleren hoe ecologisch de wagen rijdt, kan dat perfect volgen op het dashboard waar in real time wordt aangeduid hoeveel benzine hij per honderd kilometer verbruikt bij zijn huidige rijstijl. Ik kan het op 4,6 liter houden, wat in vergelijking met de 6,7 liter van mijn Zafira toch wel een serieuze verbetering moet zijn. Of niet? Guido Lenaers van VITO vertelt er het volgende over: ‘In een gewone wagen zit er één aandrijfvorm, de verbrandingsmotor. In een hybride wagen zoals de Prius zijn er dat twee, de verbrandingsmotor en de electromotor. De electromotor haalt zijn energie uit batterijen. Een hybride wagen heeft een lager verbruik en een lagere CO2-uitstoot omdat hij de verbrandingsmotor efficiënter laat draaien, en bij het remmen energie recupereert en die in de batterijen opslaat. Meestal zijn ook de emissies lager. Zo is de Prius in de VS gehomologeerd als Partial Zero Emission Vehicle, waarmee bedoeld wordt dat hij zeer weinig CO2 uitstoot. Maar daar staat dan wel tegenover dat de productie van vooral de batterij niet zo energie- en milieuvriendelijk is.’ Conclusie: een hybridewagen kost helemaal geen moeite en is zeer goed voor het milieu, maar de productie ervan laat nog te wensen over.

Kraantjeswater

Waaraan had ik nog meer bedacht? Mijn flesjes drinkwater vervangen door kraantjeswater. ‘Ook daarvan zou men de ganse levenscyclus van water uit de kraan moeten vergelijken met flessenwater’, vertelt Carolin Spirinckx. ‘Je zal enerzijds de impact van de productie van kraantjeswater – dus via een watertoren en buissystemen naar de ingang van de woning en verder onder druk via leidingen naar de kraan – moeten vergelijken met de productie van flessenwater – via de bron, de bottelarij, het transport naar distributiecentra en diverse verkoopspunten naar particuliere verbruikers. Ook hierover hebben we geen kant en klare studie liggen, maar mijn gevoel zegt me dat de verpakkingssystemen – glas, plastic enzovoort – en het transport niet mogen worden onderschat en wel eens zwaar zouden kunnen doorwegen in het milieuprofiel van flessenwater.’ Conclusie: kraantjeswater kost geen moeite en loont wellicht wel de moeite.

Toch al een puntje dat ik op mijn lijstje van ‘dingen die ik kan doen voor een schoner milieu’ kan zetten. Net zoals mijn voornemen om minder te printen, mijn computer op sluimerstand te zetten van zodra ik mijn bureau verlaat enzovoort. Hoe lang ik dat volhoud hangt volgens de leden van de Raad van Advies voor een stuk af van het zogenoemde Hawthorne-effect. Dat is het effect dat iemand zich anders gaat gedragen, louter omdat er meer aandacht aan dat gedrag wordt besteed. Zolang ik me er bewust van ben dat dergelijke kleine dingen beter zijn voor het milieu zal ik het volhouden, maar wie zegt dat het binnen enkele weken niet weer business as usual wordt? Of dat we volgende week al niet gaan compenseren, doordat we deze week bijvoorbeeld het printen van een document hebben uitgesteld omwille van onze doelstelling zo weinig mogelijk energie te verbruiken?  

Els Verweire, redacteur Eos

Geschreven in WetenschapVaste link


Dag 1: Nog een lange weg te gaan...

24 November 2009, 09:24

Na één dag ecologisch werken, onze eerste resultaten! We hebben gisteren 157 vierkante meter minder 'vruchtbare aarde' gebruikt. De echte afrekening zal echter pas op het eind van de week gemaakt worden, als we juister kunnen rekenen. Gisteren waren we er niet allemaal, dus het is een beetje moeilijk vergelijken. Iemand minder betekent natuurlijk automatisch minder impact...

Maar zelfs dan zijn we er nog niet, er moet uiteindelijk per dag 187 vierkante meter van onze voetafdruk.

Onze eerste dag hebben we intussen goed overleefd. Je zal wel altijd zien dat het net dan gaat gieten en stormen, natuurlijk. Verzopen was ik toen ik thuiskwam met de fiets... De twee hybride wagens die twee collega's uittesten zijn goed hier terechtgekomen, en de eerste testritjes naar huis en terug zijn achter de rug. Collega Els Verweire blogt hier straks over hoe dat reed.

De lunch was voor het eerst gezamenlijk én vegetarisch - zelfs veganistisch, want om all the way te gaan, hebben we ook kaas van het menu geschrapt. Ook daarover willen twee collega's hier hun ei kwijt.

En verder hebben we vooral onze print- en computergewoontes aangepast. Verkleind printen, zodat alles op de helft zoveel pagina's past (in twee kolommen) en de computers zoveel mogelijk in sluimerstand zetten. Voor de zwaarste computer - die van de vormgever - leverde dat een gigantische besparing op van een derde! Wil je dit zelf ook instellen, ga dan (op een Mac) naar systeemvoorkeuren en 'energiestand', daar kan je alles instellen. Automatisch staat dit ingesteld op 'nooit in sluimerstand gaan'. Vreemd, want je kan er dus erg veel mee besparen.

 Liesbeth Gijsel, eindredacteur

Geschreven in WetenschapVaste link


Groene gsm

23 November 2009, 13:37

Een ecologische week. Tijd om ook een aantal speeltjes uit te testen. Ik mag de Samsung Blue Earth uittesten (voor de die-hards: GTS7550). Een gsm die je met zonlicht kan opladen.

Het toestel ziet er mooi uit. Knalblauw en een groot touchscreen. Leuke vormgeving ook van het schermpje. Ik heb me er toch even mee kunnen amuseren. Hoewel een handleiding ook wel net zo handig zou zijn. Maar ik weet uit ervaring dat Samsung daar niet aan mee doet. Ook online niet te vinden. Misschien moet dat nog komen.


Met een volle batterij kan je wel even verder en intensief gebruik maken van het toestel. Dan is éénmaal per dag opladen wel genoeg. Maar zo komen we dan waar het uiteindelijk om draait tijdens onze ecologische week. De batterij en meer bepaald het opladen ervan. Het systeem staat duidelijk nog in zijn kinderschoenen. Opladen kan blijkbaar alleen bij direct zonlicht. Dus een heldere maar bewolkte dag is niet goed genoeg. Niet zo handig in ons bewolkte landje. Ook kunstlicht werkt alleen als je het toestel bijna direct onder de lichtbron kan leggen. Je gsm op je bureau te leggen heeft dus weinig zin. Leg je hem op de vensterbank, moet je er ook rekening houden dat in veel kantoorgebouwen gekleurd glas wordt gebruikt, waardoor de zonnecellen ook niet meer werken.

Ik maak me ten slotte volgende bedenking: wanneer laad je je mobieltje op? Inderdaad ’s avonds of ’s nachts. En dan is er geen zon. Of stel dat ik het toch overdag wil opladen én de zon schijnt. Ja, dan loop ik meestal rond en moet ik mijn gsm dus ergens achterlaten of op m’n hoofd dragen... Want in mijn zakken schijnt de zon niet. Niet echt praktisch dus. Wél ideaal voorstrandgangers. Maar helaas hoor ik daar niet bij.

Marco Goole, vormgever

Geschreven in WetenschapVaste link


Ecologisch werken

20 November 2009, 11:19

5,1 hectare per jaar. Dat is de ecologische voetafdruk van de gemiddelde Belg. Veel te veel, want als we alles eerlijk zouden verdelen, heeft iedereen op aarde 2,1 hectare ter beschikking. Ook de Eos-redactie ‘vreet’ aan de aarde: met ons tienen (van wie niet iedereen overigens fulltime werkt) zijn we goed voor een ecologische voetafdruk van 15,7 hectare. Alleen op het werk, wel te verstaan. In het weekend, ’s avonds en ’s nachts, en tijdens de vakantie (denk: vliegreizen), komt daar nog een heel pak bij.

Toch zijn wij volgens mij geen ‘verspillers’. Niemand rijdt met een benzineslurper à la SUV, als we het kantoor verlaten, doen we het licht uit, we printen bij lange niet elke interessante e-mail uit en we zetten stuk voor stuk ’s avonds netjes onze computer uit. Toch zijn we vast van plan onze voetafdruk met 25 procent te verkleinen. Enerzijds met een gedragsverandering, anderzijds met ‘groene’ technologie – we zijn ten slotte niet voor niets de redactie van een blad over wetenschap en technologie.

Nulmeting
Natuurlijk moesten we eerst weten hoe groot onze ecologische voetafdruk nu is. En we moeten kunnen berekenen hoe groot hij volgende week zal zijn, als we ecologischer gaan werken. Daarvoor namen we Ecolife onder de arm, een Leuvens bedrijf dat de voetafdruk van bedrijven berekent en helpt die te verlagen. Een van hun werknemers is Steven Vromman, Low Impact Man himself.



Vorige week organiseerden we een ‘nulmeting’, die ons moest vertellen wat onze ecologische voetafdruk is als we niks speciaals doen. We gingen aan de slag met energiemeters, die het elektriciteitsverbruik van onze computers maten, we verzamelden allerlei gegevens over het gebouw waarin we zitten (over verwarming, verlichting, isolatiewaardes), en we namen er een weegschaal bij om onze dagelijkse afvalberg te wegen. Op maandag was dat meteen al even slikken: we hadden op één dag met ons tienen maar liefst negen kilo papier en karton weggegooid! Gelukkig was dit de extreemste afvaldag.

Ook onze voedingsgewoontes moesten we in kaart brengen. Dat betekent dat al ons eten op de weegschaal moest. En dat we moesten noteren of we vlees, kaas of groenten tussen onze boterham legden, of kozen voor een belegd broodje. Of we een appel uit Haspengouw mee hadden of kozen voor mandarijntjes uit Zuid-Europa. En dan was er natuurlijk nog ons vervoer. Hoe komt iedereen naar het werk? We blijken met z’n allen 2.200 kilometer te hebben gereden, op een week tijd. Goed voor een ecologische voetafdruk van 2.037 vierkante meter – de grootste slokop in onze aanslag op de aarde.

Voor de aardigheid ook even de andere belangrijkste cijfers op een rijtje. Op een week tijd hebben we 87 kWh aan elektriciteit verbruikt. De computers en printers zijn de voor de hand liggende elektrische apparaten. Maar er staan ook een koffie-automaat, een frisdrankautomaat en een waterkoeler. Allemaal zware verbruikers. Onze verwarming draagt ook een steentje bij, en is goed voor een voetafdruk van 763 vierkante meter/week. Papier – we hebben een kleine duizend pagina’s geprint – staat voor 92 vierkante meter. We hebben samen twee kilo vlees verorberd, en zestien kilo plantaardig voedsel, respectievelijk goed voor 58 vierkante meter en 138 vierkante meter. Ons papierafval (twintig kilo) neemt 122 vierkante meter in beslag.

De ecologische voetafdruk van ons tienen tijdens ons werkende leven bedraagt 3.810 vierkante meter per week, ofwel 15,7 hectare per jaar. Zo’n 1,6 hectare per persoon dus. Véél minder dan de 5,1 van de gemiddelde Belg, en ook een stuk onder de ‘toegelaten, eerlijke’ voetafdruk van 2,1 hectare per persoon. Schijn bedriegt. In werkelijkheid is onze voetafdruk natuurlijk veel groter. We hebben alleen ons werkende leven in rekening gebracht. Een van ons tienen werkt maar twee dagen per week, iemand anders maar vier dagen. En we hebben uiteraard ook allemaal vakantiedagen. Als we thuis zijn, verbruiken we ook energie. Alleen onze lunch is opgelijst, maar we eten ’s avonds ook ons stukje vlees. En in het weekend leven en consumeren we ook en in de vakantie stappen we al eens op het vliegtuig. 
 

Verder is ook het resultaat van onze noeste arbeid niet meegenomen in de meting: het magazine Eos, elke maand toch weer 116 pagina's dik en gedrukt op een goeie 48.000 exemplaren. Dat kost ook energie, papier en inkt, om van de distributie naar abonnees en krantenwinkels nog te zwijgen. Maar we hebben goede voornemens: binnenkort willen we voor een 'testcase' overschakelen op gerecycled papier en milieuvriendelijkere inkt.


Actie op de redactie

De Low Impact Redactie van Eos Magazine

Maandag is het dan zover. We geven het startschot van onze ‘Low Impact’-redactie. Bij deze beloof ik elke dag met de fiets naar het werk te komen – en maar hopen dat het geen pijpenstelen regent. We zetten de verwarming een graadje lager – wat geen probleem moet zijn, want vorige week hebben we gemerkt dat we werken bij een zomers temperatuurtje van 23 à 24 graden. De computers gaan zoveel mogelijk in sluimerstand, tijdens vergaderingen, de lunchpauze en tijdens leesmomenten. Dat dat enorm veel scheelt, heb ik intussen, met dank aan mijn energiemeter, kunnen zien: terwijl ik werk, verbruikt mijn computer gemiddeld zo’n 80 watt, laat ik hem op de screensaver overspringen (dat doet hij automatisch), dan gaat hij naar zo’n 50 watt. Maar zet ik hem in sluimerstand, dan wordt dat meteen 5 watt. Tot mijn verbazing verbruikt mijn computer ook stroom als hij volledig uit staat. 2 watt is natuurlijk niet veel, maar als je dat op jaarbasis bekijkt, en met het aantal computers dat hier staat, tikt dat toch een beetje aan.

Uiteraard proberen we ook ons printgedrag aan te passen. Een echte uitdaging wordt het om te vergaderen zonder papier. En om een week lang geen vlees of kaas tussen de boterham te leggen. Wat is het alternatief, vraag ik me af. Een vegetarische collega komt te hulp en zal ons volgende week laten proeven van ‘impactverantwoord’ broodbeleg.

Intussen gaan we ook enkele ‘groene’ spullen uittesten. Twee redacteurs ruilen hun auto in voor een hybride. Benieuwd hoeveel brandstofbesparing dat oplevert in hun dagelijkse tocht naar de redactie. Verder testen we ook waterbespaarders en twee gsm’s die werken op zonne-energie, een oplader en een radio op zonne-energie, een klokje dat loopt op een waterbatterij en een fietslicht dat je moet opdraaien. En als utiem gadget voor de Low Impact’er: een accu die oplaadt als je trapt.
En avant!


Bereken hier zelf je ecologische voetafdruk, of - specifieker - de impact van je mobiliteitsgedrag of je vakantie.


Liesbeth Gijsel, eindredacteur Eos

Geschreven in WetenschapVaste link