Wetenschapsfraude
De Duitse minister van Wetenschap, Annette Schavan, moest begin februari haar doctorstitel inleveren. Een commissie van de universiteit van Düsseldorf, waar ze ruim dertig jaar geleden in de filosofie promoveerde, oordeelde dat ze plagiaat had gepleegd. Ze is, na Karl-Theodor zu Guttenberg, de tweede minister uit het kabinet Merkel die wegens een dubieus verkregen doctorstitel – in Duitsland wordt die nog met egards bejegend – een stap opzij zette. In beide gevallen waren het anonieme bloggers die via zogenoemde wiki-sites de kat de bel aanbonden. Het is een teken van de tijd: het internet maakt de jacht op plagiaatplegers en fraudeurs een stuk eenvoudiger. In de VS is Retraction Watch in korte tijd uitgegroeid tot een geduchte blogsite, die commentaar levert bij verdachte wetenschappelijke publicaties. Gemanipuleerde beelden of creatieve statistiek zijn met aangepaste software sneller op te sporen dan vroeger. Scripta manent, maar anders dan vroeger leest in het digitale tijdperk de hele wereld mee. Zelfs coryfeeën als Jane Goodall ontsnappen er niet aan. Voor haar laatste boek Seeds of Hope nam ze lappen tekst van het internet over zonder bronvermelding.
Koreaans stamcelonderzo
eker Hwang Woo-suk, Harvard-prof Marc Hauser, MIT-Vlaming Luk Van Parijs, Nederlands sociaalpsycholoog Diederik Stapel of de Iers-Leuvense filosoof Martin Stone: het zijn geen kleine jongens die de laatste jaren door de mand vielen. Dat ook lagere echelons niet immuun zijn, blijkt uit de anonieme enquête die Eos uitvoerde onder medische wetenschappers aan Vlaamse universiteiten. Een van de twaalf bekent ooit data te hebben verzonnen of ‘gemasseerd’, de helft heeft het bij collega’s gezien. Gevraagd of ze zich ooit waagden aan – minder erge – praktijken in de grijze zone, zoals resultaten uit intuïtie weglaten, een oogje dichtknijpen bij andermans gebrekkige data, of onterecht auteurs aan je studie toevoegen, antwoordt minstens een van de vijf positief. De cijfers zijn verontrustend.
Volgens Alan Leshner, CEO van de wetenschappelijke vereniging AAAS en uitgever van vakblad Science, plegen wetenschappers niet meer bedrog dan vroeger, maar wordt fraude nu wel meer opgespoord. Net als andere specialisten wijst hij op de rush to publication die het wetenschapsbedrijf in zijn greep houdt. Het mechanisme is bekend: onderzoekers worden afgerekend op het aantal keer dat hun onderzoek – liefst gepubliceerd in een vakblad met een hoge impactfactor – wordt geciteerd. Vooral voor jonge wetenschappers geldt publish or perish, meedraaien of verzuipen.
‘Als ik vandaag moest beslissen hoe ik de kost wou verdienen, dan zou ik geen wetenschapper, geleerde of leraar worden. Ik zou liever loodgieter of venter zijn, in de hoop een beetje onafhankelijk te kunnen leven,’ schreef Albert Einstein in november 1954 aan het blad The Reporter. Het is een illusie dat men zorgeloos en in volledige vrijheid wetenschap kan beoefenen – toen evenmin als nu, voor grote kleppers evenmin als voor jonge postdocs. Druk om te presteren zal er altijd zijn, de vraag is hoe we die draaglijk houden en mogelijke fraude vermijden. Leshner en co vragen hun peer reviewers alvast om waakzamer op treden. Maar zal dat volstaan? In Eos van deze maand reiken experts en respondenten van de enquête een aantal oplossingen aan, zoals het beschikbaar stellen van ruwe data die door collega’s nagekeken en verbeterd kunnen worden, of het beter begeleiden (en belonen) van peer reviewers. Anderen willen wetenschap op een nieuwe leest schoeien, waarbij minder aandacht gaat naar het aantal publicaties en citaties, en de nadruk meer op inhoud en kwaliteit komt te liggen.
Met een nieuw groot fraudegeval is de discussie ook in Vlaanderen goed losgebarsten.
Geschreven in Algemeen | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken
































| 