Warme aarde, slecht vlees

08 September 2009, 09:05

Klef, donker vlees dat snel bederft. De klimaatverandering heeft ook gevolgen op ons bord.

Willen we de klimaatverandering enigszins afremmen, dan kunnen we maar beter met z’n allen vegetariër worden. Een biefstukje spuit evenveel broeikasgassen in de lucht als een ritje met de auto van zeventig kilometer. Vleesconsumptie overtreft de transportsector als het op broeikasgassen aankomt.
Ook de verstokte vleeseter kan maar beter op z’n minst de auto aan de kant laten en nooit meer het vliegtuig nemen. Al was het maar om zijn culinaire genot veilig te stellen. Want de klimaatverandering heeft ook gevolgen voor het vlees op ons bord, zo blijkt uit nieuw onderzoek.
De kwaliteit van vlees hangt namelijk onder meer af van hittestress: als dieren het op weg naar het slachthuis te warm hebben, dan wordt het vlees ervan minder lekker. Varkensvlees wordt klef en bleek; steaks worden donker, magerder, minder smaakvol en ze gaan sneller bederven. Het zijn bevindingen van Neville Gregory, onderzoeker aan het Britse Royal Veterinary College. Hij bestudeert al tien jaar de effecten van temperatuur op de kwaliteit van vlees. Nu heeft hij zijn conclusies tegen het licht gehouden van de verwachte klimaatverandering, las ik in New Scientist.

HITTESTRESS
Vee krijgt al hittestress zodra het 20 graden Celsius is, varkens gaan over de rooie bij 31 graden. Wanneer een dier sterft, worden de energiereserves – onder de vorm van glycogeen – afgebroken in melkzuur. Een varken met hittestress verzuurt veel sneller dan normaal. Daardoor gaan de proteïnes van de spieren uit elkaar vallen, en dus ook de structuur van het vlees. Wat overblijft, is vlees dat lijkt op klef wit vloeipapier, zegt Gregory. Koeien met hittestress ontdoen zich al van glycogeen nog voor ze sterven, en produceren dus erg weinig melkzuur na hun dood. Hun zuurgraad blijft dus hoger dan bij varkens, de proteïnes houden water op, waardoor zuurstof het vlees niet kan binnendringen. Het zuurstofvrije vlees wordt donker.



Maar in warme, zuiderse landen, eten ze toch ook vlees? Schakel dan over op die soorten dieren, zou je zeggen. Maar dat blijkt niet echt een oplossing, zegt Gregory. Je zou bijvoorbeeld de hittetolerante zeboe (Bos taurus indicus) hier kunnen introduceren. Maar die heeft taaier vlees met minder ‘marmer’.
Natuurlijk kunnen we ook investeren in koelinstallaties, die een koele stal garanderen én koel transport naar het slachthuis. Dan verbruiken we natuurlijk nog meer energie, en draagt de vleesconsumptie nog meer bij aan de klimaatverandering. Een vicieuze cirkel?

Geschreven in BroeikasVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Darwin achterna

03 September 2009, 13:01

Het wordt nog druk op de route die Charles Darwin met de Beagle aflegde. Niet alleen Dirk Draulans en consoorten varen Darwin achterna. Vanuit Frankrijk vertrekt dit weekend een nog veel ambitieuzere missie: de Tara zal in samenwerking met honderd wetenschappers drie jaar lang de gevolgen van klimaatverandering in de oceanen bestuderen.

Met veel toeters en bellen koos de namaak-Beagle op 1 september het ruime sop. Vanaf 13 (in Nederland) en 16 (in Vlaanderen) september is de reis van de clipper Stad Amsterdam te volgen op televisie.

Een wat minder mediagenieke, maar op wetenschappelijk gebied veel interessantere reis, is die van de Tara. Dit Franse zeilschip vertrekt vrijdag of zaterdag vanuit Bretagne, om drie jaar lang het spoor van Darwins trip van 1831 tot 1836 te volgen én uit te breiden. Bedoeling is tijdens de 150.000 kilometer lange tocht de effecten van de klimaatverandering op de mariene organismes in kaart te brengen. Daarvoor schakelt Tara Oceans honderd wetenschappers van over de hele wereld in. Het gaat onder meer om oceanografen, celbiologen, moleculair biologen en informatici. Die gaan uiteraard niet allemaal aan boord van het zeilschip, dat maar 36 meter lang is. Boordcomputers zullen alle relevante informatie vanuit het schip via satellieten doorsturen naar het vasteland.

Waarom de Fransen voor de route van Darwin hebben gekozen, is eerder symbolisch (en allicht ook om meer media-aandacht te vangen). ‘De evolutie van alle leven begon in zee’, legt Eric Karsenti, de wetenschappelijk leider van de expeditie, uit in het volgende filmpje. ‘In de oceanen ontstonden de eerste organismen van de aarde. Er was nog geen zuurstof, en ze gebruikten chemische energie om te overleven en zich te reproduceren. Met de energie van zon en water produceerden ze zuurstof.’ En die zuurstof heeft ervoor gezorgd dat wij hier vandaag op de aardbol rondlopen.



PLANKTON
Mariene micro-organismen zijn goed voor 90 procent van de biomassa in de oceanen. Ze absorberen de meerderheid van de koolstofdioxide in de atmosfeer en produceren de helft van de zuurstof in de lucht. Tara Oceans zal deze wolken van minuscule flora en fauna bestuderen. ‘We brengen de impact in beeld die de opwarming heeft op de micro-organismen en bestuderen de gevolgen voor de koolstof- en zuurstofcyclus. Daardoor zullen we de huidige klimaatmodellen kunnen verbeteren met tot nog toe onbekende data.’Sommige soorten zullen zich beter voelen in het warmere water, andere zullen daarentegen uitsterven of migreren naar koudere regionen. De effecten op plankton en andere micro-organismen hebben overigens niet alleen gevolgen voor de globale koolstofopname en zuurstofproductie. Deze minidiertjes en –plantjes staan ook aan de basis van de voedselketen. Als de klimaatverandering rampzalige gevolgen heeft voor hen, dan zullen die zich ook doortrekken naar de rest van het leven in de oceanen.

Tara zal een leemte invullen in de wetenschappelijke kennis. Over (het leven in) de oceanen is nog niet veel bekend. Vooral de diepzee is immers moeilijk te bestuderen. De afgelopen jaren is echter gesofisticeerdere apparatuur ontwikkeld.

SMELTEND PAKIJS
De Tara vertrekt dus vrijdag of zaterdag vanuit Lorient in Bretagne, om op 11 september via de Golf van Biskaje in Lissabon aan te meren. Vandaar gaat het naar de Middellandse Zee, de Indische, Stille en Atlantische Oceaan en naar het Noord- en Zuidpoolgebied.

Om de twee dagen ligt de Tara acht uur lang stil en wordt allerlei apparatuur van boord gegooid. Het gaat zowel om de modernste sensoren die in de oceaan kunnen afdalen in autonome onderzoeksrobots als om traditionele netten. Hoe het allemaal in zijn werk gaat, legt Gaby Gorsky, coördinator van Tara Oceans, uit in volgend filmpje.

De Tara is met de Darwinreis overigens niet aan haar proefstuk toe. Tussen 2006 en 2008 trok het zeilschip al naar de Arctische wateren, om het smeltende zee-ijs tussen Siberië en Groenland in kaart te brengen. De bemanning liet zich vastvriezen in het ijs, om er twee jaar lang observaties te doen. De wetenschappelijke resultaten van de expeditie kan je vinden via de website van Tara Oceans. Je kan er uiteraard ook de nieuwe expeditie op de voet volgen, en vindt er alle mogelijke achtergrondinformatie, filmpjes en een logboek van de reis.

Geschreven in BroeikasVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Airco: de grote boosdoener?

26 Augustus 2009, 16:04

De warme dagen blijven zich maar aan elkaar rijgen. Airco in de auto en op kantoor is dan geen overbodige luxe. Of wel? Want diezelfde airco zorgt er mee voor dat de aarde opwarmt. Tenzij die airco op zonne-energie werkt ...

Je kan vandaag geen auto meer kopen of er zit airco in en kantoren waar je nog gewoon het raam moet openzetten om wat frisse lucht binnen te krijgen, zijn tegenwoordig een zeldzaamheid geworden. Ook in de moderne trein kan het raampje al tijden niet meer open. Heerlijk toch, die airco? Ja, maar al die koelinstallaties dragen er helaas toe bij dat er in de toekomst nog meer hittegolven op ons afkomen. Het zijn energieslurpers: op warme dagen is in de Verenigde Staten dertig procent van het elektriciteitsverbruik toe te schrijven aan airco-installaties, aan de Franse Côte d’Azur is dat op zomermiddagen soms veertig procent. In auto’s zorgt de airco voor een brandstofverbruik dat tot tien procent hoger ligt. Bovendien bevatten de koelmiddelen in airco’s erg straffe broeikasgassen: bij een lek komen die in de atmosfeer terecht en doen ze die tot tweeduizend keer sneller opwarmen dan CO2.

We horen het al komen: de 'ecofreaks' willen dat we de airco afschaffen en een lekker potje zweten als het buiten dertig graden is. Allemaal goed en wel als je thuis bent, maar om nu met een zweetgeur op een belangrijke vergadering aan te komen, of je collega’s elke dag de aanblik te bieden op je ‘okselvijvers’: mij niet gezien!

ZON ZORGT VOOR KOELTE
Airco op zonne-energie kan dé oplossing zijn. Het klinkt misschien tegenstrijdig: die zon die de thermometer buiten tot meer dan dertig graden doet stijgen, zorgt binnen voor een heerlijke koelte. Maar anderzijds is het ook logisch: we hebben airco nodig als de zon fel schijnt, en dan kan ze net het meeste energie leveren.

Plannen voor airco op zonne-energie zijn er al lang, mathematische modellen en prototypes ook. Maar de bedrijven die ook werkelijk een koelinstallatie op zonne-energie hebben, zijn waarschijnlijk op één hand te tellen. Ik heb er in elk geval geen gevonden. Maar daar komt mogelijk verandering in, las ik in een artikel in de LA Times. Niet verwonderlijk, eigenlijk, dat het nieuws uit Californië komt, toch dé kweekvijver voor nieuwe (groene) technologie. En over hittegolven kunnen ze daar ook wel meespreken. Het bedrijf SoCal Gas Co. heeft zonnespiegels op zijn dak geïnstalleerd om zijn kantoren af te koelen. De ingenieurs van het energiebedrijf testen er twee systemen (een Hawaïaans en een Brits) die spiegels gebruiken om zonlicht te concentreren in buizen waarin water circuleert. Het opgewarmde water levert de energie voor de warmtepomp, die het water voor de airco afkoelt. Computergestuurde ‘speurders’ zorgen ervoor dat de spiegels gedurende de dag meebewegen met de zon. Als er geen zon is – ’s nachts bijvoorbeeld – gebruiken de twee systemen gas als backup.



De technologie is niet alleen een stuk milieuvriendelijker dan de gasgestookte of elektrische airco’s, maar kan ook een slok op de borrel schelen in de portemonnee. Volgens SoCal Gas kunnen bedrijven die overschakelen op deze groene airco tot zestig procent besparen. Het scheelt natuurijk in de energierekening, maar hoe duur zijn die groene airco’s in aankoop? De prototypes die op het dak van SoCal Gas staan, zijn goed voor een prijskaartje van 200.000 dollar per stuk, inclusief spiegels, buizen en ‘speurders’. Dat is volgens het energiebedrijf ongeveer evenveel als het traditionele klimaatsysteem dat het nu gebruikt voor zijn ruim 4.000 vierkante meter grote kantoorgebouw. Het gaat er prat op de prijs voor de ‘groene airco’ minstens met de helft naar beneden te halen voor die op de markt komt over een jaar of twee. Ze hebben alvast één grote vis die geïnteresseerd is: Coca Cola volgt de tests van SoCal Gas op de voet, om te bekijken of het de zonne-airco kan installeren in zijn bottelfabrieken in Zuid-Californië.

Als afsluiter een filmpje over zo’n airco op zonne-energie. De pet met ventilator op zonnepanelen krijg je er gratis bij ...



Geschreven in BroeikasVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Voedsel is een giftige tijdbom

02 Juli 2009, 12:01

Toch wel even geschrokken deze week. Blijkbaar eten we met z’n allen cyanide op. En de klimaatverandering kan onze voedingsgewassen in echte gifbommen veranderen.

Zowat zestig procent van alle gewassen bevatten cyanogene glycosiden, chemicaliën die, als de bladeren gekauwd of geplet worden, cyanidegas of blauwzuur vrijgeven. Gelukkig worden wij daar niet ziek van: we kunnen de cyanide verwerken als we tegelijk maar genoeg proteïnen binnenkrijgen.

maniokwortelsAustralische wetenschappers hebben nu uitgezocht wat er gebeurt met maniok, een knolgewas dat van die cyanogene glycosiden bevat, zowel in de bladeren als in de wortels. Bij een hoger CO2-niveau blijkt het evenwicht tussen proteïnes en gifstoffen zoek. Ze lieten maniok groeien bij een CO2-niveau van 360 ppm, 550 ppm en 710 ppm. Die ppm staat voor parts per million – het aantal CO2-moleculen per miljoen moleculen droge lucht, dus zonder waterdamp. Vandaag zitten we aan gemiddeld 390 ppm. Volgens het internationaal klimaatpanel IPCC komen we tegen 2050 uit op 500 ppm, tenzij we drastische actie ondernemen. Dat komt overeen met een temperatuurstijging van drie graden Celsius.

VERGIFTIGING
Hoe meer CO2, hoe meer cyanide er in de maniokbladeren te vinden was en hoe minder eiwitten. Volgens de onderzoekers loopt iedereen die grotendeels op maniok is aangewezen, een risico op cyanidevergiftiging. Nu al is het eten van rauwe maniok gevaarlijk. Je kunt er de ziekte konzo aan overhouden – een vorm van chronische cyanidevergiftiging, met hersenschade en verlamming tot gevolg. Maar er was ook goed nieuws. Het gifniveau in de maniokknollen, die het meest gegeten worden, steeg niet – in tegenstelling tot dat in de bladeren.

Jammer genoeg bleek ook dat de plant niet goed groeit met meer CO2 in de lucht, hoewel algemeen wordt aangenomen dat planten het beter doen bij een hoger CO2-gehalte – ze hebben immers koolstofdioxide nodig om die via fotosynthese om te zetten in koolhydraten. Bij een niveau van 710 ppm daalde het aantal knollen aan de plant met de helft.

Vandaag zijn zowat 750 miljoen mensen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika afhankelijk van maniok als basisvoedsel. Tegen 2050 zal dat aantal zijn opgelopen tot een miljard. Ze gebruiken de zetmeelrijke knollen om bloem te maken, de bladeren worden soms als een soort spinazie bereid. Tapioca en fufu worden gemaakt van maniokbloem, een typisch Congolees gerecht met maniokbladeren (saka saka) is moambe.

Het zou erg jammer zijn als we die gerechten moeten missen. Voor ons jammer, voor veel Afrikanen dreigt een rampscenario als er niet snel nieuwe manioksoorten worden ontwikkeld die ‘resistent’ zijn tegen meer CO2. De onderzoekers richten zich nu overigens op andere gewassen met cyanogene glycosiden. We mogen hopen dat daar vrolijkere resultaten uit de bus komen.

Geschreven in BroeikasVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Baby's onder de loep

09 Februari 2009, 11:42

De laatste werkdag vandaag, en dus is een ‘afscheidsblog’ op zijn plaats. Geen echt afscheid: de titel zegt het al – ik ga er vier maanden tussenuit voor bevallingsverlof. En wat is dan toepasselijker als uitzwaaiblog dan wat ‘weirde’ wetenschappelijke weetjes over baby’s? Ze zien er zo hulpeloos uit, maar zelfs een pasgeboren baby is een uiterst complex wezentje met ongelooflijk veel aangeboren instincten.

MAMA!

De band tussen moeder en kind wordt verbazend snel opgebouwd. Onderzoek heeft uitgewezen dat een baby 45 uur na zijn geboorte (dat zijn nog geen twee dagen!) zijn moeder al kan herkennen aan haar geur. Ook omgekeerd werkt dat trouwens. Experimenten met geblinddoekte moeders wijzen uit dat een moeder haar kind uit een rij baby’s kan ruiken. En een krijsende baby kan voor een buitenstaander altijd hetzelfde klinken: een moeder herkent het geluid van haar kind en wordt alleen daardoor wakker. Erg handig toen onze voorouders nog allemaal op een kluitje woonden. En als je vandaag maar een slecht geïsoleerd wandje ver van je kroostrijke buren zit...

huilende baby

BABY GEEFT BORSTVOEDING

Bij vier tot vijf procent van de pasgeboren baby’s lekt er melk uit de tepels, zowel bij jongens als meisjes. Ze hebben onder de tepel een klein borstknobbeltje, dat na een paar weken spontaan weer verdwijnt. Schuldige daarvoor zijn de hormonen van de moeder. Tijdens de zwangerschap dringen die hormonen door tot in het bloed van de baby, en het duurt een paar dagen voor die ze weer kwijt raakt.

ROCK'N'ROLL BABY

Baby’s van een paar maanden oud en peuters bewegen maar wat graag op muziek of beginnen in hun handjes te klappen zodra ze een liedje horen. Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat dat ritmegevoel niet aangeleerd is, door bijvoorbeeld baby’s ritmisch te wiegen, maar aangeboren. Uit experimenten bij slapende baby’s van een paar dagen oud – die elektroden op hun hoofd kregen geplakt – blijkt dat pasgeborenen verbaasd reageren als een drumsolo in een rockliedje plots onderbroken wordt. Volgens de onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam speelde het aangeboren ritmegevoel wellicht een rol bij het ontstaan van muziek.

WATERWONDER

Nog voor hij kan lopen, kruipen of zelfs maar zijn hoofd optillen, kan een baby al zwemmen. Onder water dan nog! Een baby die met het gezicht naar beneden voorzichtig in het water wordt losgelaten, houdt automatisch zijn adem in en begint te bewegen alsof hij zwemt. Het is geen overblijfsel van zijn verblijf in de baarmoeder: de baby gebruikt zijn longen dan nog niet, en er is sowieso geen plaats om te zwemmen. Mogelijk hebben wij het vermogen om onder water te zwemmen overgeërfd van onze heel verre voorouders die meer aan het water waren gebonden dan wij.

nirvana

Hierbij wel een ‘don’t try this at home’-waarschuwing. Je kan het zelf proberen, maar waakzaamheid is geboden. En een zwembad is geen ideale omgeving voor zo’n jong baby’tje: het houdt zijn ogen wijd open onder water en als dat vol chloor zit, is dat toch af te raden. Hun onderwaterzwemvermogen raken baby’s na drie à vier maanden weer kwijt.

 

PAPA OF DADDY?

Nog zo’n verbazingwekkend kunstje van baby’s is het vermogen om de ene taal van de andere te onderscheiden, nog voor hij er ook maar een woord van begrijpt, laat staan zelf spreekt. Experimenten met baby’s van vier maanden oud tonen aan dat ze niet alleen aan de klank kunnen horen of er van taal wordt geswitcht, maar ook enkel aan visuele factoren. Onderzoekers lieten enkele proefkonijnen naar opnames kijken zonder geluid van volwassenen die Engels en Frans praatten. Zowel de kinderen uit tweetalige als die uit eentalige gezinnen, konden het verschil opmerken tussen beide talen. Dat vermogen, dat waarschijnlijk aangeboren is, gaat na acht maanden verloren bij kinderen die maar in één taal worden opgevoed.

Nog meer wetenschappelijk verantwoorde babyweetjes? Interessant boek hierover (dat al inspiratie leverde voor deze post) is Baby van Desmond Morris (Kosmos, 2008)



Geschreven in Weirde WetenschapVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Op zoek naar het perfecte lawaai

18 December 2008, 16:45

Het geluid dat een autoportier maakt als je het dichtslaat, het lawaai dat uit een stofzuiger of een mixer komt, het geronk van een Harley Davidson. Het zijn niet zomaar geluiden. Wat je te horen krijgt, is op voorhand grondig bestudeerd en zorgvuldig uitgekiend om in te werken op ons gemoed en – vooral – onze kooplust. Welkom in de wereld van de psychoakoestiek.

Harley Davidson 

Ik had er nog nooit bij stilgestaan. Een stofzuiger of een motor kunnen blijkbaar heel wat stiller zijn. Maar dan verkopen ze niet: wij associëren een stille stofzuiger met een slechte stofzuiger, en een stille Harley met een nerdy brommertje.

Honderden mensen verdienen er hun brood mee: geluid perfect afstellen op de menselijke psychologie. Dat heet dan psychoakoestiek. Het is de Vlaamse student Ward Jonckheere die me in deze wereld inwijdt. Hij won dinsdag de Vlaamse scriptieprijs voor zijn Masterproef. Daarin beschrijft de student elektromechanica de psychoakoestiek van commerciële producten, hoe dat wordt onderzocht en komt hij zelf met nieuwe software op de proppen om het ideale geluid te zoeken.

 BOMBARDEMENT VAN GELUID 

Wat is een goede auto en wat niet? Elke nieuwe auto rijdt, voor welk type we kiezen, heeft meer te maken met behoeftes en emoties dan met objectieve kwaliteit. En dat geldt ook voor veel huishoudtoestellen en kantoorapparatuur.

 porsche

‘Blikgeluid bij het dichtklappen van een autodeur roept bijvoorbeeld negatieve associaties op’, schrijft Jonckheere. Hij heeft gelijk: ik denk dan meteen aan een ‘conservenblikje’ van een auto, dat bij de minste botsing tot schroot wordt herleid en dat op elk moment in panne kan vallen. Er is ook een verwachtingspatroon. Zo is het perfect mogelijk een nieuwe Harley-Davidson te maken die superstil start. Maar veel aantrekkingskracht zou die Harley niet hebben: het karakteristieke uitlaatgeluid is voor de meeste liefhebbers een must. 

Wat is nu een goed geluid? Wat we horen is niet hetzelfde als het objectief te meten en geproduceerde geluid. Een gemiddelde mens kan geluiden waarnemen tussen 20 Hz en 20 kHz. Als het om verschillen in toonhoogte gaat: die kunnen we waarnemen als het om een verschil van meer dan 2 Hz gaat. Een kleiner verschil ‘horen’ we niet echt, maar we kunnen wel een soort ‘zweving’ voelen.

Maar horen is geen louter mechanisch fenomeen van golven, maar ook een gevoelsmatig en perceptie-evenement. De geluidsgolven bereiken ons oor via de lucht, maar in het oor worden die getransformeerd tot neurale actiepotentialen. Die zenuwimpulsen gaan naar het brein, waar ze waargenomen worden. Je moet als productontwerper dus niet alleen rekening houden met het mechanische geluid, maar ook met het oor en de hersenen. 

De psychoakoestiek is de wetenschap die bestudeert hoe mensen geluid waarnemen: de relatie tussen objectieve natuurkundige aspecten (de akoestiek) van klank, en de subjectieve waarneming (de psychologie). De geluidsgolven kunnen met de juiste meettechnieken exact gemeten worden. Maar hoe wij die golven ervaren in onze hersenen, is moeilijker te achterhalen.

Continu krijgen wij een bombardement van geluid over ons heen: een zoemende computer, een tikkend toetsenbord, een auto die voorbijrijdt, mensen die praten, de radio die aanstaat, een lamp die zachtjes zoemt. Hoe filteren we de relevante geluiden hieruit? Hoe komt het dat we ons van sommige geluiden bewust zijn en van andere niet? Waarom vinden we sommige geluiden aangenaam en andere niet? Wanneer wordt een geluid storend?

PANEL VAN LUISTERAARS

In de psychoakoestiek van nieuwe producten wordt gewerkt met specifieke geluidssoftware en met een panel van luisteraars, voor de subjectieve ervaring. Verschillende parameters worden in rekening genomen: luidheid, scherpte, fluctuatiesterkte en ruwheid. Maar soms zijn ook nieuwe termen nodig: ‘uitlaatgeluid kan je beter waarderen in termen van gedreun, gejauw en gekletter’, zegt Jonkheere.

Je moet rekening houden met het fysische (de geluidsdruk), het gehoor (de luidheid en de scherpte) en gevoelens en emoties (robuust, sportief, elegant).

stofzuiger 

Bij het vormen van het ideale geluid bij een product zijn drie factoren van belang, schrijft Jonckheere:

De bron (de gebruiker stelt zich een beeld voor van het product), bv: denk aan een stofzuiger

De situatie (de activiteit die je met het product uitvoert), bv: beeld je in dat je aan het stofzuigen bent

De persoon (mensen hebben een persoonlijke verwachting, motivatie, smaak, voorkeur of aversie), bv hoe vind je dat een goede stofzuiger moet klinken?

Eén fysisch geluid kan bijgevolg verschillende ‘sound qualities’ hebben: het geluid van een stofzuiger kan je, als je aan het stofzuigen bent, een aangenaam gevoel geven. Maar in een andere situatie kan het net een storend geluid zijn. Ontwerpers, en dan vooral die van auto’s, nemen steeds vaker psychologen onder de arm om die menselijke factor in te calculeren.

Ward Jonckheere denkt dat ‘sound quality’-voorspelling een enorme progressie zal meemaken. Nu kan de kwaliteit van het geluid van een product vaak pas achteraf worden bestudeerd, of eventueel bij een prototype. Maar daar komt stilaan verandering in. Auto-ontwerpers bouwen nu al virtuele wagens waarvan ze de ‘sound quality’ proberen te voorspellen.

In elk geval, niets is dus zo onschuldig als het lijkt. Iets om over na te denken als je de volgende keer aan het stofzuigen of autorijden bent…

 

Geschreven in Weirde WetenschapVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

De wetenschap achter de Sint en de Kerstman

09 December 2008, 12:07

De Sint en de Kerstman hebben het weer zwaar te verduren deze maand: miljoenen pakjes moeten ze in één nacht tijd afleveren in miljoenen huizen over de hele wereld. En daarvoor hebben die sukkels ocharme een paard en een stuk of wat Zwarte Pieten of een slee en wat armzalige rendieren ter beschikking. Maar gelukkig is daar de wetenschap. Professor dr. Larry Silverberg van de North Carolina State University legde op de website Newswise uit hoe de kindervrienden in hun missie slagen.


tekening kerstman


Silverberg is professor mechanische en ruimtevaartengineering. Volgens hem hebben de Goede Mannen kennis van de elektromagnetische golven, van het ruimte-tijdcontinuüm, nanotechnologie, genetische manipulatie en computerwetenschap. De ouwe mannen met baarden zijn dus maar al te goed op de hoogte van de laatste spitstechnologie en wetenschappelijke inzichten.

HIGHTECH

De Sint en de Kerstman hebben een persoonlijke pijplijn naar de gedachten van kinderen, via een luisterantenne die de hedendaagse technologie uit gsm’s en elektrocardiogrammen (die de elektrische activiteit van de hartspier registreren) combineert. Een gesofistikeerd processingsysteem filtert alle data die de antenne opvangt, en laat de Sint en de Kerstman weten wie wat wil, waar de kinderen wonen en zelfs wie braaf is geweest en wie stout. Uiteindelijk komt alle relevante informatie terecht in een navigatiesysteem dat is ingebouw in de slee van de Kerstman – of in het paard van de Sint. Dat gps-systeem berekent de efficiëntste afleveringsroute voor de cadeautjesronde.

Een ouderwetse brief sturen met alle wensen en verlangens, mag natuurlijk ook nog altijd. Er gaat niets boven de charmes van papier, balpen en enveloppe.

sint met paard

Volgend probleem: hoe spelen de Sint en de Kerstman het klaar om in één nacht tijd al die cadeautjes over de hele wereld te bezorgen? Daarvoor maken ze gebruik van hun kennis van het ruimte-tijdcontinuüm, om een ‘relativiteitswolk’ te maken om in te reizen. De slee of het paard nemen met kindervrienden plaats in die wolk, die zich met een duizelingwekkende snelheid verplaatst. Dankzij de relativiteitstheorie weten de Sint en zijn broer dat de tijd uitgerekt kan worden als een elastiek, en de ruimte uitgeperst als een sinaasappel. Omdat de relativiteitswolk zo snel beweegt, gaat de tijd er trager dan daarbuiten. Zo kan de Kerstman maandenlang cadeautjes afleveren terwijl er voor ons maar een paar minuten voorbijgaan. 

En wie zich altijd al heeft afgevraagd hoe beide dikkerds er toch in slagen om zich door de schouw te wurmen: het is dezelfde relativiteitswolk die ervoor zorgt dat ze een metamorfose kunnen ondergaan om de huizen binnen te komen. De ruimte kan immers ook worden ‘uitgeperst’.

En dan zijn er nog het paard van Sinterklaas en het rendier van Santa. Dat zijn natuurlijk geen gewone beestjes: beide dieren zijn genetisch gewijzigd zodat ze kunnen vliegen, op daken kunnen balanceren en goed kunnen zien in het donker. Echt heel uitzonderlijk sterk moeten ze niet zijn, want beide mannen nemen alle cadeautjes niet mee. Ze maken die zelf ter plekke, bij de kinderen thuis. Daarvoor gebruiken ze een staaltje van schitterende nanotechnologie. Een nanospeelgoedmaker gebruikt sneeuw en roet uit de schouw om atoom voor atoom allerlei speelgoed te fabriceren, op dezelfde manier zoals DNA de groei van organisch materiaal zoals weefsel en lichaamsdelen kan bevelen.

‘Kinderen moeten niet te veel geloof hechten aan mensen die beweren dat het niet mogelijk is om in één nacht tijd al die cadeautjes te leveren’, zegt Silverberg. ‘Het is wél mogelijk, en wetenschappelijk verklaarbaar.’


Geschreven in Weirde WetenschapVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Geen nieuwe lipstick meer in 2013

17 November 2008, 16:06

Vrouwen aller lande, trek ten strijde! Onze schoonheid is in gevaar! Vanaf 2013 zijn in Europa dierproeven verboden voor schoonheidsmiddeltjes, en daardoor wordt de industrie klemgezet in de ontwikkeling van vernieuwende producten, waarschuwt de Vrije Universiteit Brussel (VUB).

‘Het is voor wetenschappers niet haalbaar om op korte termijn voldoende betrouwbare alternatieve testen op punt te stellen. Hierdoor komt de veiligheid van innovatieve cosmetische producten in het gedrang.’ Dat concludeert Marleen Pauwels in haar doctoraalonderzoek in de Farmaceutische Wetenschappen.


lipstick

Even voor alle duidelijkheid: het gaat hier niet om medicijnen,
maar om schoonheidsproducten zoals dagcrèmes, lipstick en nagellak. Waar hebben we het dan over? Gaan we eraan dood als er over vier jaar één soort wonderwallencrème minder in de schappen ligt? Ok, Marleen Pauwels heeft gelijk dat het ook over dagelijkse en noodzakelijke producten gaat zoals tandpasta en zonnebrandolie. Maar het is niet dat we daarvoor nu geen uitgebreid en uitstekend gamma ter beschikking hebben. Jammer natuurlijk voor de industrie, dat wel. Elk jaar uitpakken met een nieuw, ‘revolutionair’ en ‘zoveel beter werkend’ product is goed voor het imago en voor de verkoop.

In de Europese Unie worden jaarlijks ruim tien miljoen proefdieren gebruikt. De meeste worden opgeofferd aan medisch-wetenschappelijk onderzoek. ‘Slechts’ 0,25 procent ondergaat cosmeticatests. Goed dus voor zo’n 25.000 konijnen, ratten en andere beestjes.

Maar hoe zit het nu met die dierproeven? Bestaan er echt geen alternatieven? The Body Shop ligt toch ook al decennialang vol met middeltjes allerhande waarvoor geen enkel dier de dood in is gejaagd? Tijd om een paar dingen op een rijtje te zetten.

DRAIZE-TEST
De Amerikaanse toxicologen Alan Goldberg en Thomas Hartung publiceerden een tijd geleden een erg interessant artikel in Scientific American. Goldberg staat aan de John Hopkins Universiteit aan het hoofd van het Centrum voor Alternatieven voor Dierproeven. Hartung ontwikkelde een alternatieve pyrogeentest – een test waarbij men nagaat of een stof koorts kan veroorzaken. Ze belichten een aantal alternatieven voor dierproeven die vandaag al bestaan, en werpen een blik op de nabije toekomst.

Draize-testDe Draize-test was jarenlang dé controversiële dierentest bij uitstek. Honderdduizenden konijnen kregen een of ander middeltje in hun ogen gesmeerd om te zien of dat irritatie veroorzaakte. De foto’s van rode ogen, blinde konijnen en een verschroeide huid deden menig mens huiveren. Gelukkig bestaan er vandaag vrij goede alternatieven voor de Draize-test. Zo gebruikt men nu vaak dierenogen afkomstig van slachthuizen, in Duitsland doet men tests op een substantie uit een kippenei, dat vergelijkbaar zou zijn met ons hoornvlies. Maar we kunnen tegenwoordig ook al tests uitvoeren op ‘menselijke ogen’: onderzoekers kunnen weefselkweekjes maken van cellen uit het menselijk hoornvlies, en weefsels die het oppervlak van het menselijk oog nabootsen.

Ook worden nu al chips gebruikt in plaats van echte dieren: chips waarop bijvoorbeeld alle negenduizend relevante genen van de zebravis zijn aangebracht. En een aantal bedrijven is druk bezig om zulke chips ook te maken met menselijke genen: zo hebben we binnenkort een hele mens op één chipje, waar we dan allerlei stoffen kunnen op testen.

WEEFSELKWEEK

Dieren zijn geen mensen, en sommige dierproeven zijn niet zomaar extrapoleerbaar naar mensen. Wie lak heeft aan dierenleed, heeft er dus ook baat bij dat er nieuwe methodes worden ontwikkeld om chemische stoffen te testen, waarbij menselijk weefsel wordt gebruikt. Het is vandaag al mogelijk om allerlei menselijke cellen te kweken, zoals huid-, long-, oog-, spier- en slijmvliescellen. Zelfs hele weefsels kan men laten groeien, door gespecialiseerde cellen op te kweken op een driedimensionale constructie. Zo kunnen we nu al ogen en longen namaken en het maagdarmkanaal en het slijmvlies van de mond en de vagina.


weefselkweekNiet alleen kunnen we daardoor de producten ‘op mensen’ testen in plaats van op dieren – waarvoor de eindproducten tenslotte bedoeld zijn. De cel- en weefselkweekjes bieden ook de mogelijkheid om betere resultaten te boeken dan bij tests op complete dieren, menen Goldberg en Hartung. ‘In vitro kunnen wetenschappers de hele reeks biochemische processen nabootsen die door een chemische stof op gang wordt gebracht’, schrijven ze. ‘In de toekomst kunnen we de functionele consequenties – mutaties van de genen, veranderingen in de celgroei enzovoort – voorspellen die optreden als een cel in het menselijk lichaam wordt blootgesteld aan een bepaalde stof. Bovendien kan men verschillende weefsels in één vat kweken en daarmee allerlei complexe interacties nabootsen. Deze ontwikkelingen staan nog in de kinderschoenen, maar ze kunnen in principe het gebruik van dieren geheel overbodig maken bij het bestuderen van de toxicodynamica: de hele keten van processen die ervoor zorgen dat een chemische stof door het lichaam wordt verspreid, wordt omgezet in andere stoffen en uiteindelijk uitgescheiden.’

VIRTUELE MENS

Behalve cel- en weefselkweekjes voor in-vitro-tests kunnen ook computermodellen een alternatief bieden voor de in-vivo-dierproeven. Dat klinkt misschien vreemd en heel futuristisch, maar nu al gebruikt de farmaceutische industrie computermodellen van elkaar beïnvloedende organen om de werking van geneesmiddelen te bestuderen. Charles DeLisi, de man achter het wereldwijde Human Genome Project, werkt zelfs aan een volledig virtuele mens. Hij hoopt alle fysiologische processen van de mens in software te recreëren. De organen van deze virtuele mens zouden ‘verspreid’ en tegelijk ontwikkeld worden over computers over de hele Verenigde Staten. Algoritmes zouden de functies van het menselijk lichaam recreëren, en kunnen bestuderen hoe functies in het ene deel van het lichaam andere beïnvloeden. Uiteindelijk moet dit model kunnen voorspellen wat een chemische stof, een virus, een bacterie of een fysiek letsel voor impact heeft op cellulair, orgaan-, systeem- en andere niveaus. Wat het oor betreft, staat DeLisi al vrij ver, en ook ons reukvermogen zou binnenkort in een softwareprogramma gegoten moeten zijn. Als hij voor zijn Virtual Human Project even doorzettend is als voor het Human Genome Project, ziet de toekomst voor proefdieren er uiterst rooskleurig uit. Want het probleem dat een celkweekje niet laat zien wat er in de rest van je lichaam gebeurt als je in aanraking komt met een chemische stof, is nu een van de grootste moeilijkheden om dierproeven af te schaffen.


konijn cosmetica


Dus ja, er zijn alternatieven genoeg voor dierproeven voor cosmetica. En nee, die zijn er nog niet allemaal en de alternatieve tests zijn ook niet allemaal even goed. Vooral voor langetermijneffecten zijn er nog problemen. Maar zullen er daarom de komende jaren minder schoonheidsmiddelen in de rekken liggen? Of minder goede cosmetica? Ik denk van niet. Bovendien moet je soms drastische maatregelen nemen om iets in gang te zetten. Het is pas met het zwaard van Damocles boven haar hoofd dat de industrie écht het nut inziet van alternatieven voor dierproeven.

Meer weten? Hier lees je het recentste nieuws over (alternatieven) voor dierproeven.

Geschreven in Weirde WetenschapVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Met je neus op een lieveheersbeestje

07 November 2008, 14:40

Hoe vliegt een lieveheersbeestje? Dat vertelt dit fascinerende filmpje, dat het diertje laat zien terwijl het in extreme slow motion zijn fragiele vleugeltjes vanonder zijn dekschildjes vouwt, om vervolgens gracieus weg te vliegen. 

 

Geschreven in Weirde WetenschapVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Spore: tussen God en Darwin

18 September 2008, 09:06

 

De nieuwste game Spore koestert de niet geringe ambitie de evolutie na te spelen. Maar hoe wetenschappelijk is Spore echt?

Spore is nog maar pas uit, maar het belooft nu al een regelrechte rage te worden. Miljoenen gamers hebben het spel op die luttele dagen al gekocht. YouTube wemelt van de filmpjes van de meest bizarre creaturen die er met het spel al gemaakt zijn. Met Spore kan je de evolutie naspelen, van eencellig zweepstaartje tot complex, intelligent wezen dat de ruimte gaat veroveren. Tussendoor verrijzen ook nog eens gemeenschappen, steden en moet je je ruimteschip bouwen.


Spore creatie
In een eerste fase van het spel moet je je eigen wezen creëren. Iedereen begint als een simpele amoebe, maar je kan DNA ‘verdienen’door anderen op te eten om jezelf – eventueel letterlijk – wat meer armslag tegeven en in de volgende fase aan land te gaan. De evolutie van miljoenen jarenwordt er op enkele minuten doorgejaagd, wezens krijgen armen, benen, ogen en tanden naar believen en fantasievolle elementen en kleurtjes zijn nooit ver weg: alles kan. Uiteindelijk wordt de samenleving zo ingenieus dat ze de ruimte kan gaan verkennen. Je bouwt je eigen ruimtetuig om andere planeten te koloniseren, en ‘terraformen’, door er water of koolstofdioxide in te voeren zodat leven er mogelijk wordt.
 
CREATIOLUTION 
 
Vijf jaar hebben Will Wright – ook al de bedenker van die andere hype, the Sims – en zijn medewerkers op Spore gebroed. ‘Ik wilde een fantastisch spel, dat toch een link heeft met de realiteit’, zegt Wright in een filmpje over de wetenschap achter de game. De fysica, chemie, biologie en sociologie zijn nooit ver weg, klinkt het. 

 

 

Sommigen noemen het ‘creatiolution’ wat Will Wright hierheeft bedacht. Feit is dat sommige fundamentalistische christenen op hun achterste poten staan. Zo is intussen de 'anti-spore'-website online. ‘Dit is een poging van de game-industrie om onze huizen binnen te dringen en de geesten van onze kinderen te vergiftigen met de onchristelijke evolutietheorie’, klinkthet. 

Spannend gamen en tegelijk de evolutietheorie beleven: iets wat we alleen maar kunnen toejuichen, me dunkt. Maar is Spore dan echt wetenschappelijk verantwoord? Dit spel schuift de creatie van de mens zoals hij is door God inderdaad radicaal aan de kant, en kiest voor de Darwiniaanse versie van de evolutie uit eencellige wezens. Maar tegelijk speel je zelf voor God, en geef je de evolutie een stevige duw in de rug. Onverlaten hebben uiteraard al allerlei pornografische personages gecreëerd, en ook Darwin loopt intussen rond in de game. Om nog maar te zwijgen van alle creaturen met de naam God of Jezus...

Iedereen kan creëren wat hij wil, en dus zelf voor God spelen. Maar toch komt ook hier Darwin om het hoekje kijken. Elk wezen kan zichzelf reproduceren, omdat andere spelers creaties van anderen kunnen oppikken. Alle gecreëerde wezens, maar ook de voertuigen en gebouwen, staan verzameld op de encyclopedie Sporepedia, waaruit je naar believen kan pikken. Hoe populairder, hoe talrijker dus. En wanneer is zo’n wezen populair? Inderdaad, als het het best kan overleven in de Spore-wereld. The Survival of the Fittest, dus. 

Bovendien moet je ook (over)leven met de gevolgen van je aanpassingen. Kies je voor een bek vol scherpe tanden en een agressieve aard,dan zal je ongetwijfeld veel gevechten winnen. Maar dat gaat ten koste van je diplomatieke mogelijkheden. Het is niet altijd voordelig om te vechten. Met samenwerking kan je ook heel wat winnen. Vooral als het tijd wordt om gemeenschappen op te richten en steden uit te bouwen. Dan kan een stevig stel hersenen meer van pas komen dan leeghoofdige bloeddorstigheid. ‘In elke fase heb je die spanning tussen competitie en samenwerking. Die balans is de motor van de organisatorische complexiteit.’, zegt Wright in een gesprek met The NewYork Times. 

 

Wright wilde dat Spore sommige van de grote patronen van de evolutie communiceerde. Maar hij wilde niet dat spelers een miljoen jaar moesten wachten voor er iets interessants gebeurde. ‘We wilden het gevoel overbrengen dat evolutie een verrassend grote diversiteit van vreemde, interessante zaken kan voortbrengen’, zegt Wright. Daarin is hij alvast met verve geslaagd. 

FUN WINT HET VAN WETENSCHAP 

Oospronkelijk wilde Wright van Spore zowat een wetenschapsproject pur sang maken – een laboratorium waarin spelers kunnen experimenteren met de parameters voor de ontwikkeling van intelligent leven. De boeken van onder meer Richard Dawkins en Edward Wilson gingen gretig van hand tot hand bij Wright en zijn medewerkers. Maar al snel botsten zij op de onmogelijkheid om een volledig wetenschappelijk verantwoord game te maken dat ook nog eens leuk was. En de voorstanders van ‘fun’ hebben het pleit gewonnen van de wetenschappers. Het eerste wat sneuvelde, waren te abstracte zaken als de vorming van sterrenstelsels en een simulatie van de oorsprong van leven. En Spore breekt ook met heel wat wetenschappelijke wetten. Het is bijvoorbeeld mogelijk om sneller dan het licht te reizen (om andere planeten te kunnen veroveren), en de evolutie hangt af van de moedwillige interventies van de gamers – de 'intelligent designers' zeg maar. 

Sommige wetenschappers maken zich zorgen omdat Spore volgens hen het idee van Intelligent Design verkoopt onder de vlag van de wetenschap,en zomaar termen als evolutie en mutaties in het rond strooit zonder dat daar een basis voor is. De DNA-puntenwinning in Spore lijkt in de verste verte niet op hoe het er in het echt aan toegaat. Bovendien toont de game een rechtlijnige weg van eencellig organisme tot intelligent, complex wezen. In werkelijkheid is er uiteraard geen ‘progressieve pijl’ die de evolutie stuurt. Het leven vertakt zich meer als een boom, en organismes worden ook niet per definitie steeds complexer.

Toch komen er ook positieve reacties uit de wetenschapswereld. Evolutionair biologen als dr. Thomas Near en dr. Richard Prum (Yale University) hopen dat, hoewel Spore het mechanisme van de evolutie flink overhoop gooit, het mensen toch aanzet om na te denken over die evolutie. De beroemde paleontoloog Neil Shubin liet zich verleiden om samen met Wright ‘zijn’ Tiktaalik te creëren op Spore. Shubin ontdekte in 2006 dit 370 miljoen jaar oude fossiel van een ‘vis met poten’, dat symbool staat voor de overgang van leven in het water naar leven op het land. Shubins vorderingen zijn te bekijken in een filmpje geknipt uit een uitzending van National Geographic. 

ARTIFICIELE INTELLIGENTIE 

Nog een interessante bedenking van Margaret Robertson in Seed Magazine: terwijl het spel zichzelf verkoopt als een lab in een doos, zijn de échte subjecten van het experiment niet de virutele creaturen, maar de gamers zelf. Spore geeft namelijk inzicht in hoe mensen de wereld om zich heen willen vormgeven, en hoe ze staan tegenover synthetische levensvormen. Dat kan uitermate interessant zijn voor de ontwikkeling van artificiële intelligentie. Wright: ‘De analyse van alle data uit Spore en andere games kan het beginpunt zijn voor de modellen die computers zullen gebruiken om ons te begrijpen.’Spore kan een gigantische set data opleveren van miljarden menselijke interacties en beslissingen, waardoor het spel eerder een object van wetenschappelijk onderzoek wordt dan een reflectie erover. 

En voor wie er nog aan twijfelt: Wright zelf is géén aanhanger van de Intelligent Design-theorie. ‘Maar als het gaat overtoekomstige designers: daar sta ik voor open’, zegt hij in Seed Magazine. ‘Ik kan me zelfs bijna voorstellen dat het tot de menselijke ambities behoort om organismes te creëren, of zelfs universums.’ 

Geschreven in Weirde WetenschapVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Ik wil een ander gezicht!

28 Augustus 2008, 09:44

De eerste volledige gezichtstransplantie is alleen nog een kwestie van tijd. De teller van de succesvolle gedeeltelijke transplantaties staat intussen op drie. Na de Française Isabelle Dinoire hebben twee mannen een tweede leven gekregen dankzij het gezicht van een ander. Wordt een gezichtstransplantatie binnenkort een standaardprocedure als een niertransplantatie... of zelfs een alternatief voor een facelift?


Een dertigjarige Chinese man verloor zijn neus, zijn bovenlip en zijn linkeroog en –wang na een confrontatie met een beer. In april 2006 kreeg de verminkte man tijdens een 18 uur durende operatie een nieuw gezicht aangemeten. Donor was een 25-jarig verkeersslachtoffer. Om de neus en de bovenlip te reconstrueren, gaven de Chinese chirurgen de man beenderweefsel van de donor, en ze transplanteerden ook een speekselklier – twee primeurs. Twee jaar na zijn operatie kan de patiënt opnieuw eten, drinken en praten. Dat moet onder andere dit filmpje (niet voor gevoelige kijkers) bewijzen. De getransplanteerde zenuwen en spieren hebben zich langzaamaan gehecht aan de zenuwen en spieren die hij zelf nog had.
Een Frans team van chirurgen voerde in januari 2007 een gedeeltelijke gezichtstransplantatie uit bij een 29-jarige man wiens gezicht door een tumor vreselijk vervormd en verlamd was. Hij kreeg het gezicht van een hersendode patiënt, van wie het hart nog klopte. Net als de Chinezen komen de Fransen nu naar buiten met het (voorlopige) resultaat van de delicatie operatie. De patiënt kan intussen zijn mond volledig sluiten, hij kan eten en spreken én hij kan na tien jaar opnieuw met zijn ogen knipperen.
Het lijkt erop dat de eerste volledige gezichtstransplantie niet lang meer op zich zal laten wachten. Het Londense Royal Free Hospital hoopt naar eigen zeggen binnen het jaar al zo’n operatie uit te voeren.

VERJAARDAGSCADEAUTJE 

Toch blijven er enorm veel risico’s verbonden aan een transplantie van een gezicht. Er is natuurlijk de gevaarlijke langdurige operatie, maar daarna begint het eigenlijk pas. De patiënt loopt voor de rest van zijn leven het gevaar dat zijn lichaam het ‘vreemde’ gezicht afstoot. Daarom moet hij anti-afstotingsmedicijnen blijven slikken, maar die verhogen dan weer zijn risico op infecties en op kanker.

De kans dat de medische wereld voor deze problemen een oplossing vindt, is natuurlijk niet onbestaande. Als zo’n transplantatie een ‘standaardprocedure’ wordt, kan iedereen met geld zich dan zomaar een nieuw gezicht laten aanmeten? Krijgen Amerikaanse meisjes voor hun zestiende verjaardag dan geen borstvergroting maar een knap gezichtje om het ‘volwassen leven’ mee in te stappen?

Zo’n vaart loopt het uiteraard niet. Er zijn genoeg ethische remmen en procedures om ervoor te zorgen dat alleen wie het echt nodig heeft én er zelf achter staat, een gezichtstransplantatie kan krijgen. Hoewel je ook daar vraagtekens bij kan plaatsen. Leven zonder gezicht is wat anders dan zonder nieren of zonder hart. Dan is een operatie levensreddend. Maar zonder gezicht kan je blijven leven. Al is het de vraag wie dat wil.
Isabelle Dinoire na gezichtstransplantatie‘De transplantatie gaf me opnieuw een identiteit, want zonder gezicht ben je niemand’, zei Isabelle Dinoire onlangs. Zij kreeg in 2005 als eerste een gezichtstransplantatie, nadat ze verminkt was door haar hond. Vandaag ziet ze er verbazingwekkend normaal uit. Haar nieuwe gezicht lijkt zelfs op haar oude. Niet zo verrassend als het lijkt, overigens. Een verwante van een gezichtsdonor zal zijn of haar familielid nooit ‘op een ander lijf’ zien lopen. De onderliggende spieren en beenderen zijn immers anders: alleen de huid wordt getransplanteerd. Bovendien is het brein verantwoordelijk voor de bewegingen van het gezicht, en dus voor de gezichtsexpressie en de zichtbare persoonlijkheid. Geen van de drie patiënten met een nieuw gezicht heeft overigens psychologische problemen gehad met zijn veranderd spiegelbeeld. De Franse man gaf zelfs te kennen dat hij zichzelf in zijn dromen minder dan een maand na de operatie al met zijn ‘nieuwe’ gezicht zag.

Voor een gezichtstransplantatie heb je als ziekenhuis de toelating van de overheid nodig. En de voorwaarden zijn streng. Je moet er bij wijze van spreken echt afstotelijk uitzien om een nieuw gezicht te krijgen. Je moet er zelf bewust voor kiezen, en minderjarigen komen niet in aanmerking. Slechts een handvol teams ter wereld hebben zo’n toelating bemachtigd. Vraag blijft natuurlijk of ziekenhuizen in landen die het minder nauw nemen met de regels, zich niet op dit avontuur zullen storten. Mensen klonen is ook verboden, en toch duiken met de regelmaat van de klok berichten op dat er in allerlei achterkamertjes van de wetenschap aan wordt gewerkt. Als er maar geld aan te verdienen valt...
 

Geschreven in Weirde WetenschapVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Eigen schuld dikke bult

22 Augustus 2008, 14:57

Wie te dik is in Japan kan het wel schudden. En dan bedoel ik niet alleen letterlijk. De overheid heeft er een ‘gezondheidsprogramma’ ingevoerd om te vermijden dat de bevolking het Westen achterna gaat en massaal gaat lijden aan overgewicht en obesitas. Met alle gezondheidsproblemen vandien. En die gezondheidsproblemen kosten de overheid geld. De uitgaven voor medische kosten zijn er sinds 1991 al hoger dan het nationale inkomen, en het wordt alleen erger. ‘Een derde van de medische uitgaven is een rechtstreeks gevolg van een slechte leefstijl, denk maar aan beroertes en hart- en vaatziekten’, zegt een Japanse regeringsmedewerker in een interview met Eos-magazine.

Japanees

Daarom wordt nu iedereen tussen 40 en 74 jaar verplicht gescreend: wie te dik is, een te hoge cholesterol of bloedsuikerspiegel heeft, moet op dieet. Wie na een half jaar nog niet is afgevallen, moet 10 procent meer betalen voor zijn ziekteverzekering. Dat betekent dat hij geen 30, maar 40 procent van de ziektekosten voor eigen rekening moet nemen. Een smak geld. Ook rokers en drinkers worden overigens aangepakt.

Ook bij ons gaan stemmen op voor het ‘eigen schuld, dikke bult’-principe. In België vinden drie op de tien huisdokters, volgens een recente bevraging van de Artsenkrant, dat rokers zelf maar moeten opdraaien voor de kosten als ze longkanker krijgen. Ook alcoholverslaafden met leverproblemen kunnen op weinig medelijden rekenen.

Voor dikke Belgen zijn de artsen wel milder. Waarom eigenlijk? Is het makkelijker om te stoppen met roken of drinken dan om op dieet te gaan? Of is overgewicht gewoon maatschappelijk meer aanvaard dan een alcohol- of tabaksverslaving ...
Het rijtje is hier overigens niet afgerond. Wat met snelheidsduivels die tegen een boom knallen? Skiërs die zich buiten de piste wagen? Arbeiders die het niet nauw nemen met hun veiligheidskledij?

Het staat vast dat de ziekteverzekering te duur wordt voor ons vergrijzende land, waarin overigens steeds nieuwe geneeskundige technieken het daglicht zien. Met het bijbehorende prijskaartje. Vraag is of het ‘eigen schuld’-principe de manier is om te besparen. Want wie zal kiezen wie nog recht heeft op een behandeling, en vooral: waar ligt de lijn? Japan kiest alvast resoluut voor het principe van de eigen verantwoordelijkheid. Eens zien of dat resulteert in een ‘gezondheid voor de rijken’. Want overgewicht hangt in de geïndustrialiseerde landen jammer genoeg vaak samen met armoede.

Geschreven in Weirde WetenschapVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine