Warme aarde, slecht vlees
Klef, donker vlees dat snel bederft. De klimaatverandering heeft ook gevolgen op ons bord.
Willen we de klimaatverandering enigszins afremmen, dan kunnen we maar beter met z’n allen vegetariër worden. Een biefstukje spuit evenveel broeikasgassen in de lucht als een ritje met de auto van zeventig kilometer. Vleesconsumptie overtreft de transportsector als het op broeikasgassen aankomt.
Ook de verstokte vleeseter kan maar beter op z’n minst de auto aan de kant laten en nooit meer het vliegtuig nemen. Al was het maar om zijn culinaire genot veilig te stellen. Want de klimaatverandering heeft ook gevolgen voor het vlees op ons bord, zo blijkt uit nieuw onderzoek.
De kwaliteit van vlees hangt namelijk onder meer af van hittestress: als dieren het op weg naar het slachthuis te warm hebben, dan wordt het vlees ervan minder lekker. Varkensvlees wordt klef en bleek; steaks worden donker, magerder, minder smaakvol en ze gaan sneller bederven. Het zijn bevindingen van Neville Gregory, onderzoeker aan het Britse Royal Veterinary College. Hij bestudeert al tien jaar de effecten van temperatuur op de kwaliteit van vlees. Nu heeft hij zijn conclusies tegen het licht gehouden van de verwachte klimaatverandering, las ik in New Scientist.
HITTESTRESS
Vee krijgt al hittestress zodra het 20 graden Celsius is, varkens gaan over de rooie bij 31 graden. Wanneer een dier sterft, worden de energiereserves – onder de vorm van glycogeen – afgebroken in melkzuur. Een varken met hittestress verzuurt veel sneller dan normaal. Daardoor gaan de proteïnes van de spieren uit elkaar vallen, en dus ook de structuur van het vlees. Wat overblijft, is vlees dat lijkt op klef wit vloeipapier, zegt Gregory. Koeien met hittestress ontdoen zich al van glycogeen nog voor ze sterven, en produceren dus erg weinig melkzuur na hun dood. Hun zuurgraad blijft dus hoger dan bij varkens, de proteïnes houden water op, waardoor zuurstof het vlees niet kan binnendringen. Het zuurstofvrije vlees wordt donker.

Maar in warme, zuiderse landen, eten ze toch ook vlees? Schakel dan over op die soorten dieren, zou je zeggen. Maar dat blijkt niet echt een oplossing, zegt Gregory. Je zou bijvoorbeeld de hittetolerante zeboe (Bos taurus indicus) hier kunnen introduceren. Maar die heeft taaier vlees met minder ‘marmer’.
Natuurlijk kunnen we ook investeren in koelinstallaties, die een koele stal garanderen én koel transport naar het slachthuis. Dan verbruiken we natuurlijk nog meer energie, en draagt de vleesconsumptie nog meer bij aan de klimaatverandering. Een vicieuze cirkel?
Geschreven in Broeikas Vaste link
-
Reacties :
- (1)
- Geef uw reactie!
- Print dit artikel






Broeikas



















De
Niet alleen kunnen we daardoor de producten ‘op mensen’ testen in plaats van op dieren – waarvoor de eindproducten tenslotte bedoeld zijn. De cel- en weefselkweekjes bieden ook de mogelijkheid om betere resultaten te boeken dan bij tests op complete dieren, menen Goldberg en Hartung. ‘In vitro kunnen wetenschappers de hele reeks biochemische processen nabootsen die door een chemische stof op gang wordt gebracht’, schrijven ze. ‘In de toekomst kunnen we de functionele consequenties – mutaties van de genen, veranderingen in de celgroei enzovoort – voorspellen die optreden als een cel in het menselijk lichaam wordt blootgesteld aan een bepaalde stof. Bovendien kan men verschillende weefsels in één vat kweken en daarmee allerlei complexe interacties nabootsen. Deze ontwikkelingen staan nog in de kinderschoenen, maar ze kunnen in principe het gebruik van dieren geheel overbodig maken bij het bestuderen van de toxicodynamica: de hele keten van processen die ervoor zorgen dat een chemische stof door het lichaam wordt verspreid, wordt omgezet in andere stoffen en uiteindelijk uitgescheiden.’






