De biomechanica van seks
Onlangs
heb ik een goede film gezien over de grondlegger van het wetenschappelijk
onderzoek naar seksueel gedrag bij de mens, Alfred Kinsey. Hij was de vader van de moderne seksuologie. Zoals
ondergetekende was ook hij een bioloog, en aanvankelijk trouwens meer
geïnteresseerd in de galwesp dan in de G-plek.
Amper
zestig jaar geleden startte hij met taboe-onderzoek: wat doen mensen zoal
tussen de lakens, en hoe dikwijls? Wie koestert homoseksuele gevoelens? Hoeveel
wordt er vreemdgegaan? Hoe groot is een penis nu eigenlijk? Zeer interessant
allemaal. Gelukkig is er Kinsey oms ons
te informeren – en Monty Python natuurlijk!
Filmpje: Sexuele voorlichting volgens Monty Python in The Meaning of Life.
Moet dat nu echt? Het belang van seks.
Op zich
is het eigenaardig dat onderzoek naar seks zo lang op zich heeft laten wachten,
maar wat niet eigenaardig is, is dat een bioloog zich eraan gewaagd heeft. Je
kan als bioloog namelijk niet écht begrijpen hoe planten en dieren functioneren
zonder te gaan kijken naar hun evolutieve voorgeschiedenis. En in die evolutie
is voortplanting een noodzakelijke voorwaarde. Voorplanting betekent seks, toch
bij de mens. (Ja, bij vele organismen kan het ook anders, maar dat is saaier.)
Wat
heeft dit nu allemaal met biomechanica te maken? Wel, seks is ook mechanica (en gelukkig nog
véél meer), en bij mechanisch falen van de penis, faalt de hele voortplanting. Je
mag zo sterk, slim, snel, of biologisch “fit” zijn, dat doet er allemaal niet
toe als Hij er het hoofd bij laat hangen
en je je genen niet kan verspreiden in de volgende generatie.
De
moeite dus om ons eens in de biomechanica van seks te verdiepen. En wat
blijkt? Misschien staan we hier niet
veel verder dan het gedragsonderzoek ten tijde van Kinsey. Is de
mechanica van seks de olifant in de biologische woonkamer? Weten we wél
alles van het kleinste peesje en ligamentje maar negeren we de functie van de
“penseel der liefde”?
Vliegtuigvleugels en knikkende zuilen (Dorische
en andere).
Figuur 1: Dorische zuilen.
De penis
is wat we een hydrostatisch skelet noemen. Skelet, omdat het stevigheid verschaft, hydrostatisch omdat het die
stevigheid haalt uit opgebouwde druk van een vloeistof (bloed in de corpora cavernosa) want mensen hebben in
tegenstelling tot veel andere zoogdieren geen penisbeen.
Figuur 2:Dwarsdoorsnede door de penis, met de corpora cavernosa of zwellichamen.
Mechanisch
gezien is dat dus perfect te vergelijken met de slurf van een olifant, het
lichaam van een spoelworm of met brandstof gevulde vliegtuigvleugels. De
hydrostatische druk zou een stevige structuur moeten geven, zoals een Dorische
zuil. Zou moeten, want soms gaat het mis, en dan “knikt” de structuur, in
Engelse vaktermen “buckling” genoemd.
Figuur 3: Het fenomeen knikken of “buckling”: vanaf een kritische kracht faalt de structuur.
Nu
hebben fysiologen (Udelson et al 1999, Udelson 2007) het knikken van de penis
bestudeerd zoals een ingenieur een zuil of brugpeiler zou onderzoeken, en zij
zijn één van de weinigen die zich op dit terrein wagen. Ze gingen na onder
welke kracht een penis (en vooral deze van mannen met erectieproblemen) ging
knikken, en of deze kracht nog voldoende is om te penetreren. Andere onderzoekers
hadden al aangetoond dat dit 5 tot 15 Newton, of tussen de 0.5 en 1.5 kg kracht
vergt (Karacan et al 1985). De techniek die
ze gebruikt hebben heet – hou je vast – pharmacocavernosometrie, en die bestaat
erin dat je de corpora cavernosa via
infusie onder druk zet. Op die manier
kan je zien wat de potentiële (om een gepast woord te gebruiken) kwaliteit van
een penis is. Ze maten ook lengtes en diameters want, net zoals bij een brugpeiler,
bepalen die ook in sterke mate de
knikkrachten, en een hoop andere variabelen die roet in het passionele eten
kunnen gooien.
Figuur 4: Proefopstelling voor pharmacocavernosometrie (naar Udelson 1999).
Wat
vonden ze? Dat bij de meeste van hun patiënten er wel degelijk iets mechanisch
fout was, met name met hun variabele X (sic). Die factor geeft de uitrekbaarheid weer van de corpora cavernosa. Bij een kleinere groep konden ze met hun meetopstelling
aantonen dat de onderdaan mechanisch wel OK was, maar er een psychologisch
probleem optrad.
Door het
kennen én meten van de onderliggende mechanismen kunnen mannen met
erectiestoornissen misschien beter geholpen worden, en kunnen biologen de
mechanica van seks beter begrijpen. Voorwaar geen slappe kost.
Referenties
Udelson D, Park K, Sadeghi-Najed H, Salimpour P, Krane RJ & Goldstein I (1999). Axial penile buckling forces vs RigiscanTM radial rigidity as a function of intracavernosal pressure: why Rigiscan does not predict functional erections in individual patients. Int J Impot Res 11: 327-339.
Udelson D (2007). Biomechanics of male erectile function. J Roy Soc Interface 4: 1031-1047.
Karacan I, Moore C & Sahmay S (1985). Measurement of pressure necessary for vaginal penetration. Sleep Res 14: 269.
Geschreven in Algemeen | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken






| 