SciLogs International .com.be.es.de

Recentste blogposts RSS

De 13 populairste blogposts van 2013

31. December 2013, 12:27

Ondanks de hoge publicatiedruk brachten de bloggers van Scilogs ook in 2013 weer veel tijd door achter hun laptops. Ze gaven duiding bij het wetenschapsnieuws, deden eigen onderzoek uit de doeken of schreven uit de losse pols over wat hen boeit. Die inspanningen zouden behalve door de 15.000 Scilogs-bezoekers per maand, en de lezers van Eos en Eos Weekblad (waarin posts gepubliceerd worden) ook 'officieel' gewaardeerd mogen worden - door de financiers van wetenschappelijk onderzoek, bedoelen we. Het is een wens die al lang leeft bij breed communicerende en populariserende wetenschappers.

Fier vermelden we twee dit jaar verschenen boeken die een 'spin-off' zijn van blogs hier op Scilogs: De pracht van priemgetallen van Paul Levrie en Rudi Penne (blog: Wiskunde is sexy), en Darwin in het nieuws van Mark Nelissen (blog: De bril van Darwin). Van online naar papier, mooi!

Zoals elk jaar blikken we terug op het afgelopen Scilogs-jaar. Wat waren de meest gelezen blogposts van 2013?


1. Niets wordt nog zo goed
Exoplanetenjager Vincent Van Eylen is de jongste blogger op Scilogs. Hij was genomineerd voor de Eos Scriptieprijs in 2012, en trok van KU Leuven naar Denemarken om exoplaneten te onderzoeken. Op Scilogs blogt hij over zijn job, over ruimtenieuws heet van de naald, of vanuit exclusieve conferenties. In deze blogposts beschrijft hij de problemen met het instrument dat al zoveel exoplaneten opleverde: de Kepler-ruimtesatelliet. Een van de reactiewielen had het begeven.  
Lees meer



2. Beesten in een capsule
Ruimtevaart en kosmologie zijn populair blijkbaar. Ralf Vandebergh is ruimtefotograaf. Hij neemt vanaf zijn dak foto's van objecten in de lage baan om de aarde. Het ISS krijgt hij vaak in de lens. Maar hier blogt hij over de nieuwe Bion-capsule, waarin dieren in de ruimte worden gebracht. 

Lees meer



3. Een ruimtelijk plan voor de ondergrond
In de VS en ook in Nederland woedde dit jaar een hevig debat over schaliegaswinning, en het risico op onder meer bodemdaling. Geoloog Manuel Sintubin (KU Leuven) volgde de standpunten op de voet. Omdat er steeds
meer een beroep wordt gedaan op de aardse ondergrond, ook voor de berging van materialen, pleit Sintubin in dit stevige opiniestuk voor een 'Ruimtelijke Plan van de Ondergrond'.

Lees meer



4. 125 jaar Robert Jonckheere
Philippe Corneille heeft een opmerkelijke hobby: alle sterrenwachten ter wereld bezoeken. Dit keer bleef hij dicht bij huis. Hij trok naar het Observatoire de Lille, waar Frans astronoom Robert Jonckheere werkte. Jonckheere spendeerde decennia aan het waarnemen van dubbelsterren, en spotte ook de komeet 1P/Halley.
 
Lees meer


 
5. De oloïde: het perfecte cadeau
Paul Levrie en Rudi Penne
zijn bloggers van het eerste uur op Scilogs. Eind 2013 verscheen hun boek De pracht van priemgetallen, een spin-off van hun veelgelezen blog. In deze veelgelezen blogpost
brengen ze een ode aan Paul Schatz. De kunstenaar bedacht de oloïde, een elegante vorm die wiskundigen maar ook juwelenontwerpers wist te inspireren.

Lees meer



6. Evolutie: meer dan een intellectuele hobby
Science Palooza is een populair Nederlands blogportaal voor wetenschappers. Elke week posten ze hun beste stukken op Scilogs.
Evolutiebioloog Barbara Vreede is een van de vaste stemmen. Ze kan uren over haar onderzoek vertellen... tot de beursaanvragen geschreven moeten worden. Dan moet ze een geforceerde link kunnen leggen naar een medisch veld waar haar werk in de toekomst eventueel toepasbaar zou kunnen zijn. Waarom mag ze niet gewoon principes in de evolutiebiologie bestuderen?

Lees meer



7. Nierenbergprijs voor James Cameron
Regisseur en avonturier James Cameron ging als derde man in de Marianentrog, 'de kelder van de wereld', en kreeg dit jaar de prestigieuze Nierenbergprijs voor popularisering van wetenschap. Oceaankenner Jan Stel onderstreept de prestatie van Cameron.
 
Lees meer



8. De wiskunde van Stromae
Belgisch muzikant Stromae, bijgenaamd ‘de kleine Brel’, is hot. Zijn album 'Racine carée' staat in bijna alle muzikale eindejaarslijstjes. Maar hij trekt ook de aandacht van wiskundigen. Dirk Huylebrouck bekijkt Stromae door zijn mathematische bril. Wiskunde is 'formidabel'.

Lees meer



9. Kopzorgen over de identiteit van een gemummificeerd hoofd

Het vermeende hoofd van de Franse koning Henri IV is wellicht van iemand anders. Daarmee haalde de onderzoekgroep van geneticus Jean-Jacques Cassiman (KU Leuven) in oktober het nieuws. Maarten Larmuseau, die de studie uitvoerde, geeft meer tekst en uitleg.

Lees meer


 
10. Vertrouwen in de kritische rede
Er is ook plaats voor wetenschapsfilosofie op Scilogs, zeker na de vele fraudegevallen in de wetenschap die de afgelopen jaren aan het licht kwamen. 'Na de dominee en de dokter is nu ook de autoriteit van de wetenschapper niet langer vanzelfsprekend,' zo begint het recente rapport van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen Vertrouwen in de wetenschap. Die autoriteit kan alleen hersteld worden als we ons bewust worden van het belang van de filosofie voor de wetenschap, en op grond daarvan weer vertrouwen creëren in de kritische rede, vindt natuurkundige Sebastian de Haro.

Lees meer



11. Erotisch kapitaal
Wat hebben Catherine Deneuve, Pierce Brosnan, Madonna, Sean Connery, Christine Lagarde, David Beckham, Michelle Obama en Carla Bruni gemeen? Ze bezitten allen de nodige portie erotisch kapitaal. Maar genderonderzoeker Kris Hardies plaatst enkele kanttekeningen bij het boek 'Erotic Capital'
en de bijbehorende theorie van Catherine Hakim.

Lees meer


12. Gsm maakt sociaal contact kapot
Onze sociale contacten worden bemoeilijkt door de mobiele telefoon, zelfs als die niet wordt gebruikt. Gewoon weten dat het ding in de buurt is, is voldoende om menselijk contact te schaden. Weg met de gsm? Gedragsbioloog Mark Nelissen in zijn bekende verhalende stijl.

Lees meer


13. De wortels van zelfcontrole
Iedereen heeft het wel al eens meegemaakt dat hij of zij een taak moest afwerken, maar iets nutteloos begint te doen in de plaats. Waarom verliezen we onze zelfcontrole? Sarah Beurms (KU Leuven) doet er onderzoek naar.

Lees meer


De lijst blogposts die meer dan 2000 hits haalden, is nog lang, en ik had hier nog graag andere bloggers geprezen voor hun fantastische stukken, maar ik hou me aan de traditie:


De 12 populairste blogposts van 2012

De 11 populairste blogposts van 2011



Geschreven in Wetenschap , In het vizier | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Egoïstische redenen voor wetenschappers om te bloggen

11. Januari 2013, 17:19

Je moet wel heel wanhopig zijn als je nog naar een bibliotheek rijdt om informatie te zoeken. Internet is the place to search voor 9 op de 10 Amerikanen, zo bleek uit recent onderzoek. Dat zal voor Europeanen en Aziaten niet anders zijn. En 60 procent vindt internet nog altijd de belangrijkste bron als er specifieke informatie moet worden gezocht. Wat niet bovenaan in de zoekresultaten van Google komt, bestaat niet.

Dit zou een wake-up-call moeten zijn voor wetenschappers. Ik schreef het eerder: willen ze dat hun waarheden gevonden worden door het brede publiek, dan moeten ze online actief zijn.


Spiraal van Google

De klassieke media (kranten, tijdschriften, radio en tv) lijken steeds minder dé informatiebron. In een Science-artikel vorige week schrijven communicatiewetenschappers Dominique Brossard en Dietram Scheufele dat de opkomst van online media sinds de jaren negentig het aandeel wetenschap in de traditionele media doet slinken. Christopher Zara van International Business Times onderstreepte dit deze week nog eens: van 1989 tot nu slonken de wekelijkse wetenschapskaternen in de VS van 95 tot 19 (de krantenbusiness en het aantal kranten krompen de voorbije tien jaar sowieso)
. In de Vlaamse pers wemelt het nu ook niet van de wetenschapsbijlagen, -tijdschriften en wetenschapsprogramma's (van eigen makelij).

Het effect ervan is voelbaar volgens de onderzoekers in Science: het brede publiek klikt steeds vaker naar blogs en andere online bronnen om specifieke informatie te zoeken. Volgens een recente studie doet de helft van de Amerikanen dat, slechts 12 procent surft nog naar de websites van de kranten en tijdschriften.

Een
andere zorg van Brossard en Scheufele zijn de algoritmen van de zoekmachines. Een bericht of pagina komt hoger in Google op basis van het aantal kliks, het aantal keren gepost op sociale media, geforward per mail. Zo kan er een groot verschil ontstaan tussen wat je als gebruiker wou weten en wat je uiteindelijk vond. Informatie komt door zoekmachines en de manier waarop ze hiërarchie aanbrengen, ook in een zichzelf versterkende spiraal terecht: wat veel hits krijgt door de plaats in Google, wordt belangrijker geacht en blijft zo (een hele tijd) ‘belangrijk’. De auteurs van het artikel roepen de wetenschappelijke gemeenschap op om hier meer aandacht aan te besteden, en het ook empirisch te gaan onderzoeken.

Ingebed in sociale media
Er wordt steeds meer onderzoek gedaan naar de perceptie van wetenschap in de online omgeving. Dat nieuwsberichten en blogposts steeds meer ingebed zijn - in reacties, Facebook-likes, commentaren via Twitter – beïnvloedt bijvoorbeeld je mening over het onderwerp. Onderzoekers gaven twee groepen eenzelfde artikel over nanotechnologie met een aantal commentaren. De inhoud van die commentaren was voor de beide groepen dezelfde, alleen veranderden de onderzoekers de toon ervan voor de tweede groep. Ze stelden vast dat een artikel met een ruwe toon voor- en tegenstanders binnen een leesgroep sterk polariseerde, en dus de mening van de lezers over de mogelijke risico’s van nanotechnologie beïnvloedde. Bloggende wetenschappers kunnen wetenschap beter op de internetkaart zetten en de perceptie proberen (bij) te sturen, maar ook commentaar-schrijvers, twitteraars en facebookers doen dus hun deel.




Zelfzuchtig bloggen

Sommige wetenschappers zeggen dat ze niet getraind zijn om populariserende teksten te schrijven (laat staan video’s of podcasts te maken). Anderen zeggen dat ze die tijd beter besteden aan A1-publicaties. Je moet ook wel altruïstisch en idealistisch van aard zijn om je avondjes-lekker-lui-op-de-bank op te geven om je vakgebied te populariseren of de klassieke pers te corrigeren. Maar in mijn persoonlijke 'missie' wetenschappers tot bloggen te bekeren, alvast vier puur egoïstische redenen om een blog te starten. Ik las ze op de blog ‘Communication breakdown’ van Matt Shipman.

-
Goeie jonge onderzoekers vinden. Goeie doctorandi zijn goed voor de toekomst van je lab. Maar zij willen pas bij jou werken als ze weten dat je bestaat en als ze een goed beeld krijgen van wat jouw onderzoeksgroep doet en nog wil doen. Je blog is indirect ook een jobkanaal.

-
Maak de financierder blij. De meeste onderzoeksfondsen willen dat het publiek weet waar het zijn belastingsgeld aan spendeert. Dat kan de budgetten voor de fondsen in de toekomst alleen maar ten goede komen. Als je ruchtbaarheid geeft aan jouw gefinancierd onderzoek, kom je in een goed blaadje bij de fondsbeheerder.

-
Netwerken. Ook andere onderzoekers in je vakgebied en gerelateerde disciplines lezen je blog. Eén mailtje van hen kan tot nieuwe ideeën, samenwerkingen en publicaties leiden.

-
Interesse van de private sector en beleidsmakers. Niet de cup of tea van iedere wetenschapper, natuurlijk. Maar als je wil dat privéondernemingen en beleidsmakers je onderzoek vinden en (ooit) iets met je onderzoek doen, kun je maar beter de online media opzoeken. Beleidsmakers en bedrijfsmensen lezen niet altijd de vakbladen.


(Ook dinospecialist Dave Hone van Lost Worlds (blog van The Guardian) schreef recent over de persoonlijke voordelen van bloggen).

 

Blogs zullen de wereld niet veranderen, maar ze zijn wel hard nodig in deze op en top online wereld. Bloggen zal niet voor iedereen weggelegd zijn (zelfs veel wetenschapsjournalisten die ik ken, doen het niet). Maar wie het in zich heeft, wordt in deze onderzoekscultuur vol publicatiedruk te vaak gehinderd. Onderzoeksinstellingen zouden een paar obstakels kunnen wegnemen, door wetenschappers die erom vragen een dagje per week vrij te stellen voor blogs of andere vormen van wetenschapscommunicatie (Kinderuniversiteit, wetenschapsfestivals, lezingen, video- en audioprojecten, enz.). Of zoals blogger-wetenschapper ‘Scicurious’ op 'Neurotic Physiology' schrijft: ‘Geef de wetenschapper niet de schuld dat hij/zij niet blogt. De academische wereld moet hem of haar meer incentives geven om aan zogenoemde outreach te doen. Maak het voor de onderzoeker de moeite waard, maak de blogs/lezingen/enz. zichtbaar.’ Wetenschapscommunicatie zou een zichtbare alternatieve carrière moeten kunnen worden, die gerespecteerd wordt door collega-onderzoekers. Veel meer dus dan in de luwte - tussen twee data-checks en een broodje in - een blogstukje pleuren uit idealisme.

Dat dit een lang uitgesponnen uitnodiging is om op
Scilogs.be (of het pas opgestarte Scilogs.com) te bloggen, had u, wetenschapper, hopelijk al door. Smile



Geschreven in Wetenschap | 2 Reacties | Vaste link | Afdrukken


De 12 populairste Scilogs-posts van 2012

21. December 2012, 16:16

Vloedgolven tweets, facebookberichten en nieuwsbrieven gingen dit jaar over u heen. Als u het gevoel hebt dat veel interessant leesvoer door uw handen is geglipt, dan is dit lijstje een handige reminder. De wetenschappers en experts van het Eos-blogportaal Scilogs sloegen dit jaar weer veel middagpauzes en avondjes-op-de-bank over om u te boeien met (hun) wetenschap. Dit waren de 12 meest gelezen blogposts van 2012.



1. Borsten vergroten? Eerst even nadenken
Waarom zo veel vrouwen hun zachte juweeltjes laten oppompen, en waarom velen dat om de verkeerde redenen doen. Gedragsbioloog Mark Nelissen op dreef.

Lees meer



2. 17, en toch al wiskundig sexy?
Toen hij 17 jaar was bewees de jonge Carl Friedrich Gauss dat de regelmatige 17-hoek te construeren is met passer en liniaal, een onwaarschijnlijke krachttoer. Wiskundigen Rudi Penne en Paul Levrie bloggen over deze en andere wiskundige vraagstukken over het getal 17.

Lees meer



3. Continentendrift is een eeuw oud
Althans het idee van onze wereld als een uiteengewaaide puzzel. Het kwam van de Duitse meteoroloog Alfred Wegener en is een van de belangrijkste wissels in het wetenschappelijke denken van de vorige eeuw. Geoloog Manuel Sintubin, en ook de makers van Ice Age 4, brengen een ode.

Lees meer



4. Einstein wint alweer
Neutrino’s die sneller gingen dan het licht, was eind vorig jaar wereldnieuws. Einsteins relativiteitstheorie stond misschien wel op de helling! Een slechte kabelverbinding bij de klok lijkt nu de anticlimax. Deeltjesfysicus Pieter Everaerts van het CERN in Genève legt uit.

Lees meer



5. Gestrande Marssonde in de kijker
Ralf Vandebergh
is amateur-satellietenspotter en houdt in deze post de neerstortende Russische Marssonde in het vizier. Lees zijn relaas, en vooral, bekijk de beelden.

Lees meer



6. De fotoraadsels van Material Girl
Sylvia Wenmackers is materiaalkundige en filosoof. Op haar Scilogs-blog houdt ze van interactie. Ze post geregeld intrigerende fotoraadsels, en geeft twee weken later een uitvoerige en interessante fysische uitleg. Deze was er een van.

Lees meer



7. Kunst en geld: Wetenschappers ontmaskeren het zoveelste (zelf)bedrog??
Hoeveel van wat we denken is eigenlijk gebaseerd op illusies die ons eigen brein creëert, vraagt neuropsycholoog Hans Op de Beeck zich af. Een Stradivarius-test bij gerenommeerde violisten leverde alvast veelzeggende resultaten op.

Lees meer



8. Belgische wijsheid en oude Chinezen??
Menselijke resten uit Zuidwest-China van 11.500-14.300 jaar oud geven nieuwe inzichten in onze recente evolutionaire geschiedenis. De unieke vondst heeft ook een Belgisch tintje, lezen we op de blog van biologe Evie Vereecke.??

Lees meer



9. Tweelingen blijken niet zo gelijk als we dachten
Een recent verschenen onderzoek suggereert dat eeneiige tweelingen genetisch misschien helemaal niet zo gelijk zijn als altijd werd gedacht. Legt dat een bom onder alle tweelingconclusies uit het verleden? Geneticus Eva Teuling van SciencePalooza legt het je uit.

Lees meer



10. James Cameron: derde man op bodem diepzeetrog
Regisseur en avonturier James Cameron werd dit jaar de derde man in de Marianentrog. Dit terwijl er al twaalf mannen op de maan zijn geweest. Wat Cameron deed, was sensibilisering met hoofdletters, meent hoogleraar oceanische ruimte Jan Stel?

Lees meer



11. Natuurlijke nabootsing oplossing voor plastic eilanden?
Na Wereldoorlog II werden mensen aangespoord veel te kopen en het zo snel mogelijk weer weg te gooien. In bijna zestig jaar tijd hebben we ons hele leven ingepakt in plastic. Wat men in de jaren 50 niet besefte is dat plastic niet vanzelf afbreekt. Met plastic-eilanden in onze oceanen tot gevolg. Bioloog Danny Haelewaters schrijft over een 'insect-achtig' alternatief voor het inpakproduct.

Lees meer


12. Kat en hond
De groeiende populariteit van kleine huisdieren heeft een schaduwzijde. Het lijkt erop dat de grote aantallen katten (en honden) zorgen voor een grote biologische vervuiling van andere soorten ter land en in de zee. Eos-hoofdredacteur Raf Scheers.


Lees meer





De 11 populairste blogposts van 2011


Geschreven in In het vizier | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Zijn onze darmbacteriën een hype?

27. Maart 2012, 09:43

Eind vorig jaar noemde het vakblad Science het onderzoek van Jeroen Raes (VIB, Vrije Universiteit Brussel) 'doorbraak van het jaar'. Raes en collega's vonden dat je mensen kunt indelen volgens drie types darmflora. De drie bacteriële gemeenschappen zijn genoemd naar het dominante geslacht: Bacteroïdes, Prevotella en Ruminococcus. Elke ‘gemeenschap’ heeft zijn eigen specialiteit en beïnvloedt je gezondheid. 'We hebben mogelijk een nieuwe biologische vingerafdruk gevonden, vergelijkbaar met de bloedgroep', klonk het. De bacterietypes zijn namelijk ook onafhankelijk van geslacht, ras of leeftijd.

Darmbacteriën kun je niet kweken in het lab omdat ze alleen overleven in onze ingewanden. Daarom bestuderen Raes en co het DNA van alle bacteriën samen. Metagenomics noemen ze dat. Krachtige computers analyseren dan die bergen genetische data. En dan kunnen wetenschappers correlaties vinden tussen de genen van micro-organismen en ziekten, zoals obesitas. Zo vonden de onderzoekers een verband tussen de Body Mass Index (BMI) en de bacteriestammen in de darm. Hoe efficiënter de bacteriën energie kunnen onttrekken aan het voedsel, hoe groter de kans dat de persoon een hoge BMI heeft (en dus te kampen heeft met zwaarlijvigheid). De genetische code van de dominante groep bacteriën is dan een 'merker' voor zwaarlijvigheid. Ook de productie van vitamines is bij de drie bacterietypes anders, wat onze gezondheid kan beïnvloeden.

Het 'microbioom'
begrijpen - de honderd biljoen bacteriën in ons lichaam, hun genetische opmaak en interactie met de omgeving - wordt 'het grootste project aller tijden in life sciences' genoemd. Onze darmflora zijn zo in trek dat de Amerikaanse National Institutes of Health (NIH) en de Europese Commissie er miljoenen aan onderzoeksfondsen in pompen. Vorige week werden in Parijs de resultaten van verschillende studies voorgesteld, lees ik op de drukbezochte blog van Ed Yong, een gereputeerde Britse wetenschapsjournalist. Young ziet het onderzoeksveld groeien, maar heeft een déjà-vu-gevoel: is hier een tweede Human Genome Project in de maak, dat na de torenhoge verwachtingen en grote beloftes begin deze eeuw nog geen grote omwentelingen in de geneeskunde heeft gebracht? Zal het Human Microbiome Project, waarover nu met dezelfde superlatieven wordt gesproken, de hype kunnen overleven?


Volg Ed Yong:

Blog: Not Exactly Rocket Science
Twitter: @edyong209
Facebook: Not Exactly Rocket Science




Geschreven in In het vizier | 2 Reacties | Vaste link | Afdrukken


De 11 populairste blogposts van 2011

03. Januari 2012, 11:52

We lezen steeds diagonaler en steeds meer verticaal: mailboxen, rss-readers, feeds, tweets en teasers. Er kan u dus heel wat interessant leesvoer zijn ontglipt dit jaar. Bijvoorbeeld van onze wetenschappers en experts op het Eos-blogportaal Scilogs.be, die in 2011 weer heel wat middagpauzes en avonden achter hun laptop hebben doorgebracht. Ik zet de 11 meest gelezen Scilogs-blogposts van dit jaar nog even in de kijker, verticaal, waarvoor mijn excuses:



  1. Pesten en erger, Leen Lampo, hoofdredacteur Psyche&Brein, op haar blog Hoofdzaken

  2. Gsm-straling en gezondheid, Eos-hoofdredacteur Raf Scheers op zijn blog IJsbreker

  3. De gezichtsillusie van De Wever, Di Rupo en Wilders, neuropsycholoog Hans Op de Beeck in Neurolog

  4. Lachen om een zomerjurk, gedragsbioloog Mark Nelissen in De bril van Darwin

  5. Gauss! Hoe Russen protesteren tegen verkiezingsfraude, wiskundige Dirk Huylebrouck als gastblogger

  6. Australopithecus sediba: vondst werpt nieuw licht op menselijke evolutie, bioloog Evie Vereecke in haar BAPE-blog

  7. Pi-dag: Wat u door 'n goede ezelsbrug te kennen immer met gemak onthoudt, wiskundigen Rudi Penne en Paul Levrie in Wiskunde is sexy

  8. Ademen onder water, biologen Peter Roels en Bert De Groef op hun duoblog Gebiologeerd

  9. Over voorschokken en naschokken, geoloog Manuel Sintubin op zijn blog Planeet Aarde

  10. Basta!, genderonderzoeker Kris Hardies in Gender is nog sex(y)

  11. LHC en het higgs-deeltje, deeltjesfysici Nick Van Remortel en Pierre Van Mechelen op Oerknallers / Higgsbosonen, de natuur als pokerdeler, mathematisch fysicus Marcel Vonk op Unreasonably Effective

 



Geschreven in In het vizier | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


De vergeten islamwetenschappers

01. April 2010, 09:31

Al-Khwarizmi, Ibn al-Haytham, Ibn Sina, Nasir al-Din al-Tusi. Ze schonken ons tussen 700 en 1500 algebra, de camera obscura, de canon van de geneeskunde en waren de wegbereiders voor een heliocentrisch wereldbeeld. Maar had u er al van gehoord? Onze renaissance-wetenschappers waren heel goed, maar ook uitmuntend in het verzwijgen van hun bronnen.

Wij hebben altijd geleerd dat er na de bloeiende tijd van de Grieken en Romeinen, met Archimedes, Euclides en Galenus, een periode van stagnatie en onwetendheid volgde: de duistere middeleeuwen. Die duisternis zou pas in de renaissance opklaren, toen Copernicus, Kepler, Vesalius en co de klassieken herontdekten slash verbeterden en toen Galilei in conflict kwam met de rooms-katholieke kerk over de bewering dat de aarde om de zon draait. Maar die donkere middeleeuwen waren allesbehalve donker als je maar even over de grens van West-Europa keek, in de richting van Mekka. Daar beleefden wetenschappers tussen 700 en 1500 een Gouden Tijd, met 1001 ontdekkingen. De duistere middeleeuwen zijn dus een hardnekkige mythe, gecreëerd door het christelijke Europa. Dat lees ik in het boek Science and Islam van journalist Ehsan Masood, dat recent in het Nederlands is vertaald.

‘Vroeger werd bij ons aan tafel vaak verteld over die islamitische wetenschappers’, zegt de Brits-Pakistaanse Masood me bij een kop Londense thee. Ik beken hem dat ik me van de schoolboeken alleen nog herinner dat onze getallen Arabisch zijn. Daarom hebben we woorden zoals algebra en algoritme. Zonder Musa al-Kwarizmi, die, geïspireerd door het Indische systeem, 9 cijfers + 0 bedacht, zouden we inderdaad nog eeuwen in die onhandige Romeinse cijfers hebben geteld. Romeinen hadden 7 letters nodig om 38  (XXXVIII) te schrijven, op de Arabische manier geraak je met 7 cijfers al aan negen miljoen.

Ik had evenmin al iets gehoord over de arts Ibn al-Nafis uit Cairo, die in de dertiende eeuw ontdekte dat de bloedsomloop door de longen liep, of de chirurg al-Zahrawi die de moderne chirugie-instrumenten uitvond, waaronder hechtingsdraad van kattendarm die na een tijdje zelf verdween. De Andalusische ingenieur Abbas ibn-Firnas werkte dan weer theorieën uit over het vliegen, zes eeuwen voor Leonardo da Vinci zijn ornithopters tekende. En in Irak legde Jabir ibn Hayyan negen eeuwen voor Boyle de grondslag van de scheikunde. Optica en ons begrip van wat licht is, hebben we voor een groot stuk te danken aan Hassan ibn al-Haitham (Alhazen) uit Cairo. En het boek gaat nog wel een eindje door met namen noemen.

Waarom weten wij zo weinig over die zeven gouden eeuwen in het Midden-Oosten? ‘Het christelijke West-Europa leefde constant op oorlogsvoet met de moslimlanden. Toen geleerden hier de Latijnse vertalingen lazen van Arabische teksten, waren ze ongetwijfeld onder de indruk, maar tegelijk te trots om de wetenschappelijke prestaties van de ‘vijand’ te erkennen of zelfs maar te citeren.’ Een typevoorbeeld is dat ‘onze’ Copernicus zich op het werk baseerde van islamitische astronomen voor zijn bewering in 1514 dat de aarde rond de zon beweegt. Hoe revolutionair zijn eigen denkwerk ook was, hij verzweeg zijn hulpbronnen. Geen voetnoot, geen citaat. Historici ontdekten het doordat Copernicus een foutje in een tekening van de dertiende-eeuwse astronoom Nasir al-Din al-Tusi had overgenomen.

Of neem nu de Perzische geneesheer Ibn Sina (Avicenna) uit de tiende eeuw. Zijn Canon van de Geneeskunde (Al-Qanun fi al-Tibb) domineerde tot in de zestiende eeuw het onderwijs en onderzoek in de geneeskunde van het Midden-Oosten en – via de Latijnse vertaling – van Europa. Het telde een miljoen woorden en was een overzicht van alle medische kennis vanaf de oudheid tot zijn eigen tijd, met beschrijvingen van 760 medicijnen. Ibn Sina’s had er ook zijn eigen inzichten aan toegevoegd, bijvoorbeeld dat tuberculose besmettelijk is of dat ziekten zich via de grond en via water kunnen verspreiden. Maar Ibn Sina werd door Europese commentatoren grof aangevallen, mede omdat hij tot een andere religie behoorde. Het christelijke westen had ten tijde van de kruistochten geen reden om geneeskunde te leren van een ongelovige. De Italiaanse dichter Francesco Petrarca noemde de Canon ‘Arabische leugens’ en de arts Symphorien Champier zei – ik citeer – dat Ibn Sina deel uitmaakte van ‘die smerige en verdorven mohammedaanse sekte die echtscheiding legitimeert en die denkt dat alle wonderen een natuurlijke verklaring hebben.’ Zo verdwenen de moslimwetenschappers op de achtergrond.

Ironisch
Hoe ironisch is het dat de moslimlanden die onze westerse wetenschap zo sterk hebben bepaald, nu achterophinken in alle statistieken over wetenschap? Bekijk de inhoudstafel van de wekelijkse Nature of Science maar. Je vindt in vergelijking met Amerikaanse, Europese of Chinese universiteiten amper baanbrekend onderzoek uit moslimlanden. ‘In Turkije, nog een van de meest productieve landen, werden tussen 1996 en 2005 88.000 onderzoekspapers gepubliceerd’, illustreert Masood. ‘Dat is minder dan wat één universiteit in Amerika produceert in dezelfde periode. De investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn schaars. ‘Moslimlanden spenderen gemiddeld 0,38 procent van hun nationale inkomen aan wetenschap en onderzoek. Westerse landen meer dan twee procent.’

Hoe kan de wetenschap terugkeren naar de landen van de islam? Door te investeren. Dat spreekt vanzelf. Er zijn al positieve signalen. De rijke oliestaatjes, zoals Qatar, proberen heel snel de kloof te dichten. Ze hebben het geld en het zelfvertrouwen en copy-pasten het Amerikaanse universiteitssysteem. Ze laten er zelfs de proffen een tijdje voor overvliegen. Die methode levert wel een vreemde spanning op tussen een hypermoderne omgeving en hypertraditionele waarden. Ten tweede moeten de regeringen in moslimlanden de burgers vrij laten om vragen te stellen. Ze moeten de openheid voor nieuwe invloeden herstellen. Die staat nu onder druk van antiwesterse moslimcreationisten zoals Harun Yahya en van de idee dat de Koran een bron is voor wetenschappelijke kennis. Totale openheid voor nieuwe ideeën was de motor van de islamitische gouden middeleeuwen, waarin de Griekse en Indische voorgangers en masse werden vertaald en verder uitgedacht. Ibn Sina en zijn tijdgenoten hadden trouwens helemaal geen last van de Koran om hun ontdekkingen te doen. Masood: ‘Ze hadden het veel te druk met uitvinden.’






Lees het uitgebreide interview met Ehsan Masood in het meinummer van Eos-magazine.


Deze post verscheen eerder op de website van Vlaams-Nederlands Cultuurhuis deBuren.


Geschreven in Wetenschap | 12 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Zesde zintuig

21. Oktober 2009, 21:44

Drie helderzienden strijden in het VTM-programma Het zesde zintuig om de overwinning. Helderziendheid krijgt online en op televisie steeds meer zendtijd en geloofwaardigheid. Nochtans is het niks meer dan techniek en kansberekening.

Ik lig in bed. Het verjaardagsfeest voor mijn dochter is achter de kiezen. En ik lig te denken hoe mijn ouders en zus nu wellicht door de tunnels van Brussel aan het rijden zijn. En hoe smal het daar soms is. Ik denk aan een ongeval. Biep biep. Moeder sms’t: ‘Botsing gehad. Niet zo erg, hoor. Maak je geen zorgen.’

Ik ben helderziend. Zoveel is zeker. Maar dat bent u ook. Dat heb ik geleerd uit de geprezen show ‘Iedereen paranormaal’ van de Vlaamse illusionist Gili, alias Lieven Gheysen. Hij is een mentalist, iemand die faket dat hij helderziende is en ook wil aantonen wat voor bedriegers die tarotlezers, pendelaars, bachbloesemspecialisten en geestenfluisteraars zijn die online of face-to-face profiteren van mensen die met vragen zitten. De ergste die ik zag was de babyfluisteraar Derek Ogilvie (foto), die in zijn populaire tv-show (anderhalf miljoen kijkers) twee superingrediënten mengt: helderziendheid en opvoeding. Hij krijgt boodschappen door van onhandelbare, autistische of helderziende kinderen. Zo helpt hij op RTL4 Nederlandse ouders die ten einde raad zijn. In andere readings praat hij met geesten van overleden familieleden in de zaal. Emo verzekerd.

Ogilvie is geen helderziende, maar een meester in cold reading, de techniek die alle geestenfluisteraars en toekomstvoorspellers gebruiken om hun cliënten te doen geloven dat ze meer waarnemen dan een sterveling kan. Ik laat me voor de aardigheid door Lieven Gheysen inwijden in de ondervragingstechniek. Ik heb met hem onder een schuilnaam afgesproken. Dus veel weet hij niet: vandaar ‘cold reading’, iemand koud lezen. Maar het is heel moeilijk om tijdens de paar minuten voor het ‘consult’ begint, niks persoonlijks te vertellen. Lieven doet er ook alles aan om het gezellig te maken en mij te doen praten. Dat doen waarzeggers of helderzienden ook, waardoor ze al een heleboel weten nog vóór de sessie begint.

Aan de hand van drie tarotkaarten analyseert hij mijn verleden. Kort samengevat: ‘warme thuis gehad’, ‘problemen met autoriteit’, ‘brede kennissenkring’. Het zijn stuk voor stuk veilige uitspraken op basis van zijn eerste indrukken. Hij kan er weinig verkeerd mee doen. Ook bij de kaarten over het heden spreekt hij in algemeenheden. ‘Er is onlangs iets veranderd in je leven. Een belangrijke verandering.’ Ik ga erop in en praat over een lening die ik onlangs heb afgesloten. De vis bijt, denkt hij. Hij gist verder naar mijn huwelijk en bouwt er een verhaal rond op. Een verhaal vol algemeenheden, die iedereen meemaakt.

Maar de gemeenplaatsen doen hun werk dankzij het Forer- of Barnumeffect. We hebben de neiging die algemene uitspraken over als heel treffend te beschouwen voor ons eigen leven. Goochelaar Derren Brown demonstreerde dat voor zijn programma Trick of the Mind door drie groepen studenten op basis van een persoonlijk voorwerp, hun geboortedatum en de omtrek van hun hand elk een persoonlijke analyse te maken. Die was tot verbazing van de studenten heel treffend. ‘Voor 95 procent juist.’ ‘Hij ging echt diep in op mijn persoonlijkheid.’ ‘Ik speelde inderdaad met het idee om een boek te schrijven.’ De deelnemers moesten hun levensbeschrijving doorgeven aan een ander, en wat bleek: ze hadden allemaal dezelfde tekst gekregen, met algemeenheden die ze blijkbaar zelf sterk op hun eigen leven hadden betrokken. Dat effect, aangetoond door Bertram Forer in 1948, zorgt ervoor dat proefpersonen de reading nadien steeds beter beginnen te vinden, hoeveel gemeenplaatsen er ook verkocht zijn.

Een andere truc: de helderziende biedt altijd twee mogelijkheden aan. Het televisiemedium Char is er specialist in: ‘Begint zijn naam met een J of een K? Dood of levend?’. Zo komt ze in een mum van tijd een naam van een overledene te weten. Applaus verzekerd, want de toeschouwer vergeet de zes missers en onthoudt de vier treffers. En voor die missers hebben ze altijd wel een countertechniek in petto: ‘Misschien niet letterlijk maar meer in de betekenis van ...’. Derek Ogilvie beweegt plots over het podium, krijgt ineens vreemde aanvallen, of roept een andere geest, net als zijn geloofwaardigheid in het gedrang komt met een paar missers. En als je als medium genoeg krediet hebt opgebouwd met uitspraken over verleden en heden kan je scoren met oncontroleerbare toekomstvoorspellingen.

De wetenschap heeft in meer dan honderd jaar onderzoek nooit onomstotelijk en herhaalbaar aangetoond dat mensen paranormale gaven hebben. En sceptische verenigingen reiken grote bedragen uit voor een helderziende die bewijs kan geven van enig paranormaal of bovennatuurlijk verschijnsel onder testomstandigheden waar beide partijen mee akkoord gaan. In België is nog niemand met de Sysiphus-prijs van 10.000 euro gaan lopen en in de VS is in veertig jaar nog niemand geslaagd in de One Million Dollar Paranormal Challenge van scepticus James Randi. De laatste die het aandurfde was uitgerekend Derek Ogilvie. Dit was het opzet: in een kamer staan tien genummerde speeltjes. Een kind trekt een cijfer uit een zakje en pakt het overeenkomstige speelgoed. Ogilvie moet in een aparte kamer tien keer raden welk speelgoed het kind zal nemen. Slechts één keer van de twintig had hij het goed.

Zogenaamde mediums zijn er zich ofwel niet van bewust dat ze aan cold reading doen en denken echt dat ze paranormale gaven hebben. Ofwel bedriegen ze bij vol bewustzijn en verdienen ze geld door de goedgelovigheid van mensen zoals u en ik. Goedgelovigheid die ons – ondanks de technologische en wetenschappelijke vooruitgang – lijkt ingebakken.

Omdat de helderziende kandidaten uit Het zesde zintuig blijkbaar zelf niet kunnen voorspellen wie de winnaar wordt, haalt illusionist Gili een stunt uit: hij heeft de naam van de winnaar verzegeld in een koffertje dat pas op de boekenbeurs in Antwerpen wordt geopend. En wees gerust, als hij het juist heeft, zal het met zijn en uw vijf zintuigen zijn gebeurd.

Deze tekst verscheen eerder op de website van Vlaams-Nederlands Cultuurhuis deBuren.



Geschreven in Wetenschap | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Poweet

30. Juli 2009, 09:54

Wat hebben poëzie en wetenschap gemeen? Evenveel als chocolademousse en het computerscherm waarnaar u kijkt. Wetenschap verdrijft de schoonheid, poëzie verstoort de wetenschap. Maar zo lijkt het alleen maar.

John KeatsDe dichter Keats verweet Newton dat hij met de ontdekking van het prisma het spontane wonder van de regenboog teniet heeft gedaan. ‘Do not all charms fly / At the mere touch of cold philosophy? / There was an awful rainbow once in heaven: / We know her woof, her texture; she is given / In the dull catalogue of common things.' Hoe meer wetenschap, hoe minder onderwerpen dichters nog overhouden om zich over te verwonderen, zeiden de romantici. Wetenschap als dooddoener? Ik dacht het niet.

De grootste gemeenschappelijke deler tussen poëzie en wetenschap is dat ze beide graven in de werkelijkheid. Weliswaar op een totaal verschillende manier: wetenschap volgens een gecontroleerde methode en geënt op feiten en ondubbelzinnigheid, poëzie volgens een ontsporende methode en geënt op gevoel en interpretatiemogelijkheden. Maar het doel - het onderzoekend graven - is hetzelfde.

Dichtende wetenschappers of dichters in stofjassen, ze bestaan. Huisdokter-dichter Toon Tellegen, hematoloog-poëet Leo Vroman, psychiater-poëziemonument Rutger Kopland, dendrochronologe-dichteres Esther Jansma, microbioloog-poëtisch talent Frédéric Leroy. De meest actieve onder de tweespaltigen is misschien wel Jan Lauwereyns, die zijn schrijven afwisselt met neuropsychologisch onderzoek op ratten in Nieuw-Zeeland. Vroeger deed hij proeven met apen, maar zijn geweten speelde met de jaren sterker op. ‘Wetenschap werkt naar waarheid toe, en is vooral middelpuntzoekend,' zegt hij in een interview. ‘Poëzie maakt de omgekeerde beweging: dat is een zoektocht naar schoonheid, die in verschillende richtingen uitwaaiert.'

Ze komen mekaar dus ergens onderweg tegen, poëzie en wetenschap. Gevoel voor esthetiek, bijvoorbeeld, is de wetenschapper niet vreemd. Waarom houdt hij anders van elegante vergelijkingen, zoals e = mc²? Waarom kickt hij anders op technologieën, op mooie sterrenstelsels? Ook het streven naar vermeende eeuwigheidswaarde trekt hem aan. De wetenschapper gaat ultiem op zoek naar theorieën, modellen waar je tot het einde der dagen waarnemingen mee kunt verklaren. Zoals een eeuwenoud gedicht over de dood of over de liefde dat doet. ‘Als je een wiskundige stelling bewijst, dan weet je dat het resultaat er voor altijd zal zijn. Je laat iets achter dat eeuwig is,' zei Marcus Du Sautoy onlangs in Eos naar aanleiding van zijn boek Het Symmetrie Monster. Ik zeg u: Darwin was op de Beagle aan het dichten.

Omgekeerd is het schrijven van een gedicht een wetenschappelijk experiment. Of zoals Leo Vroman het in een tweegesprek met Jan Lauwereyns in het cultuurtijdschrift Ons Erfdeel zegt: ‘Het gevoel dat er een gedicht bestaat en ik moet het nauwkeurig weergeven.' Een beetje zoals Michelangelo het overschot aan steen maar moest wegkappen om het perfecte beeld over te houden. Lauwereyns daarentegen gelooft niet in een voorafbestaand gedicht of feit dat alleen maar wacht om ontdekt te worden. Een tekst kan volgens hem altijd verschillende kanten uit, afhankelijk van de omstandigheden. De gelijkenis met wetenschappelijk experimenteren is dan: ‘Kijken hoe al die omstandigheden en invloeden bij elkaar komen in een tekst, en nagaan wanneer zo'n tekst werkt, wat kan en wat niet kan. Uiteindelijk levert dat inderdaad soms verrassingen op: hoe mooi klinkt dat vers, wat voor een prachtig beeld is hier ontstaan - een zekere waarheid, goedheid of wijsheid misschien.'

Wetenschap drijft poëzie niet in het nauw. Wel integendeel, wetenschap kapt steeds meer oerwoud vrij voor de poëzie, want ze zet een oneindig domino-effect in gang: elke beantwoorde vraag roept een nieuwe op. Een Tuin Van De Vragen Die Zich Splitsen, zoals Lauwereyns wetenschap omschrijft. Bij iedere vraag ontglippen weer dingen, die je dan weer met een vraag probeert af te dekken. Je kunt dus als dichter maar beter in de slipstream van de wetenschap gaan zitten, als een meeuw aan een vissersboot.

Deinococcus radioduransDe Canadese dichter Christian Bök heeft dat goed begrepen. Zijn belangstelling voor bio-informatica inspireerde hem om een gedicht te schrijven dat - letterlijk - de mensheid kan overleven. Hij wil een gedicht ‘vertalen' in DNA en inbrengen in een bacterie van de soort Deinococcus radiodurans. Dit organisme is bestand tegen hitte en koude, tegen droogte en hoge doses straling. Als de mensheid zichzelf heeft uitgeroeid, zal er wel nog een gedicht van Bök rondkruipen. Hij legt zijn Xenotext Experiment uit in dit YouTube-filmpje.

Als poëzie en wetenschap dan zoveel gemeen hebben, waarom houden hun beoefenaars ze dan liefst gescheiden? Waarom hoort wetenschappelijke taal niet van nature thuis in gedichten? Waarom is de taal van Nature en Science niet een ietsiepietsie poëtischer? De muren tussen poëzie en wetenschap slopen of toch op zijn minst verlagen, zou beide werelden wat meer ademruimte geven. Waarom toch wordt de Letterenfaculteit altijd zo ver weg gebouwd van waar de biologen resideren, of de ingenieurs. Zo worden ze nog meer werelden op zichzelf, met een eigen idioom, met eigen maatstaven en met een eigen mode (een letterenstudent - zes jaar geleden althans - droeg broeken met olifantenpijpen en retro schoenen, biotechnologen een jeans met witte hedendaagse adidassen. Dat komt ervan.)

Het wordt door de voorschrijdende specialisatie voor alfa-studenten steeds moeilijker nog iets van de bèta-wetenschappen mee te nemen, en omgekeerd. Dus: dichters, verdiep je in de wetenschap. Wetenschappers, sla aan het dichten. Tegen het navelstaren, voor de kruisbestuiving. Breng de homo universalis terug, voor het te laat is.

Dit stukje verscheen eerder op de website van Vlaams-Nederlands cultuurhuis deBuren.

Geschreven in Wetenschap | 2 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Scilogs gaat internationaal

15. Juni 2009, 09:08

Kris Hardies, Gender is not sex(y), english versionEen iets minder mediatieke lancering dan die van Frank De Winne, maar eind mei is ook scilogs.eu in de lucht gegaan. Daarmee doorbreekt ons blogportaal, in samenwerking met het Duitse scilogs.de en het Spaanse scilogs.es, zijn landelijke grenzen en taalbarrières. Wetenschappers en journalisten bloggen er in het Engels over hun wetenschap. Wetenschapsblogs in de huidige lingua franca moeten onderzoek en wetenschap vlot leesbaar maken voor een breder publiek dan de eigen vakgenoten.

Geboren om te geloven, Psyche&Brein nr.3, 2009Van de Nederlandstalige Scilogs zijn er voorlopig twee 'gezanten': genderonderzoeker Kris Hardies en geoloog Manuel Sintubin. Een andere aanrader is de stek van evolutieblogger Michael Blume, die in het recentste nummer van Psyche&Brein (nr. 3, 2009) een interessant artikel schreef ('Geboren om te geloven') over de evolutievoordelen van geloven (Waarom zijn mensen sinds de neanderthaler blijven geloven in een hogere instantie? Welke evolutionaire voordelen levert dat op?). Zijn Duitse blog, Natur des Glaubens, werd door zijn collega-bloggers nog tot blog van het jaar verkozen. Hij is nu ook deels in het Engels beschikbaar onder de titel: Biology of Religion.

Nog een aanrader: Braincast van Arvid Leyh. Op regelmatige tijdstippen post hij een zelfgemaakte podcast met interessante links naar onderwerpen over de hersenen.

Tot zover de dienstmededeling.



Geschreven in Wetenschap | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Wuiven naar De Winne (4): Dartspijltje

27. Mei 2009, 22:56

Dartspijltje

‘Komáán Frank... komáán Frank... komáán Frank!’. De aanmoedigingen van een collega bij de lift-off gaan door merg en been. Alsof hij in zijn eentje De Winne en zijn twee kompanen de lucht in stuwt. Al mag je de grommende boosters niet onderschatten. Een geluid dat ik niet gauw zal vergeten.

We zitten op nog geen kilometer afstand: dichter bij een lancering kan je niet komen. Op Cape Canaveral zit je op 4 kilometer toe te kijken, op Kourou in Frans Guyana zitten genodigden op 3,5 kilometer, de pers zelfs 14 kilometer ver. Bajkonoer is dus home cinema, en we maken het er ook naar: we zitten op een grote steen, helemaal op de eerste rij, terwijl de genodigden en de VIP’s vanuit twee vierdeprovencialertribunes achter ons de lancering volgen.

Een vreemde stilte valt als de brandstofarm naar beneden gaat, de zogenoemde topple off. Dan is het nog 29 seconden voor de ontbranding van de boosters. Luttele seconden later stijgt de sojoezraket met de heldhaftigste Belg van het moment op, als een dartspijltje. Er wordt al snel geklapt in de VIP-tribune, terwijl dat totaal ongepast is. Remember de Challenger. Normaal gaan de handen pas op mekaar na acht minuten, als de sojoez in orbit is, in een baan om de aarde. En dat gebeurt ook. Geklap. Gelukkig.

Leden van de astronomieclub Urania omhelzen mekaar. Voor hen is dit een bedevaartsoort, een Mekka, een Medina. Eén keer in je leven. Ze hebben er 3.000 euro voor neergeteld. De lyrische collega, die me de voorbije dagen maar bleef benadrukken hoe historisch deze grond is, is vanzelfsprekend geëmotioneerd. Maar ook de grootste scepticus, een journaliste die echt tegen haar zin hier is, lijkt bekeerd. Waw, zucht ze.

Heb ik zelf een traan in mijn oog of keek ik te lang in de zon terwijl ik als een gek beelden schoot? Traan, dus. Na vijf dagen Bajkonoer, weet ik het: ruimtevaart is pure emotie. Een Russische tolk kreeg eergisteren nog de krop in de keel tijdens een rondleiding in het ruimtevaartmuseum toen we voorbij de foto’s en attributen van haar grootvader kwamen, Pavel Beljajev. Hij vloog in 1965 samen met Aleksei Leonov, die de eerste ruimtewandeling uitvoerde. Een wandeling die bijna faliekant afliep.

Anderhalf uur na de lancering passeert de sojoez onzichtbaar en onhoorbaar boven Bajkonoer. In mijn eentje wuif ik naar De Winne.


Wuiven naar De Winne

Geschreven in Lancering De Winne | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Wuiven naar De Winne (3): Kwik stijgt

26. Mei 2009, 12:48

Kazachse verpleegster controleert mijn lichaamstemperatuur.Geen griep. Alles normaal. Niemand van de verslaggevers of cameramensen heeft meer dan 37 graden koorts. Gisterenavond laat staken de ESA-begeleiders ons een ouderwetse kwikthermometer onder de oksel, vanochtend reden we met de bus naar het plaatselijke ziekenhuis aan de rand van de stad waar een gemondmaskerde en het hoofd bedekte verpleegster op de bus nog eens een check deed van onze lichaamstemperatuur. Alweer met Kazachse kwikthermometers. Mijn 36,9 was niet genoeg om zoals de camerman gisteren afgezonderd te worden van de groep en van de astronauten. Gelukkig maar.

De beeldman van VTM voelde zich gisteren niet zo lekker. Een Russische begeleider van de ruimtevaartorganisatie Roscosmos belde dat meteen door, waarna een reeks van draconische maatregelen volgde: de cameraman moest naar de dokter en werd met 37 graden lichaamstemperatuur en slechts een verkoudheid naar het ziekenhuis gebracht waar hij tot na de lancering moet blijven. Hij was een uurtje voordien nog op een metertje afstand van Frank De Winne geweest en dat leidt tot paniek bij de ruimtevaartorganisaties: de groep journalisten die in de perszaal zaten, werd een tijdje ‘opgesloten’. Veel ado about nothing. Maar het is een dubbele strategie: een cameraman met veel poeha weghouden van de buitenwereld wegens een verkoudheidje en daardoor een verslaggever in praktische moeilijkheden brengen, en tegelijk de zogenoemde quarantaine van de astronauten geregeld doorbreken: ze planten een boompje in de Laan van de Kosmonauten, laten cameramannen op aanraakafstand komen, en tijdens de ‘erectie’ van de sojoez op het lanceerplatform werd back-up Andre Kuipers tussen het volk gesignaleerd. Quarantaine met een korrel zout dus.

Op de laatste persconferentie voor hun zes maanden lange ruimter
eis lachte Frank De Winne op de persconferentieDe Winne het incidentje dan ook meteen weg. Hij heeft belangrijker dingen aan zijn hoofd. Een lancering bijvoorbeeld, in principe toch nog altijd een bom onder de kont. Het was een persmoment met de gebruikelijke vragen: Wat neem je mee (vers fruit)? Wat zul je ’t meest missen (frisse lucht, familie)? De Winne maakte een ontspannen, en gezonde, indruk. Misschien al met de gedachte aan de traditie die deze namiddag gepland stond: samen met de hele bemanning naar de oosterse western Witte zon in de woestijn kijken, een film die alle kosmonauten sindsdien hebben ‘moeten’ bekijken aan de vooravond van de lancering. Men vertelt soms dat Gagarin er ooit mee begon, maar op de doos van de film in de luchthaven van Moskou stond duidelijk 1969; die kon Gagarin in 1961 dus nooit hebben gezien. Het blijft een opmerkelijke Bajkonoerse ontspanning. Na de aftiteling zal het kwik alleen maar stijgen, tot een paar duizend graden Celsius om precies te zijn, bij de liftoff.

White sun of the desert

Beluister ook het verslag van Reinout op Radio Nostalgie



  



Geschreven in Lancering De Winne | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Wuiven naar De Winne (2): Erectiestoornis

25. Mei 2009, 12:31


Sojoez Frank De Winne, roll-outIets voor 07.00 uur laat de sojoezraket waarin Frank De Winne overmorgen naar het ISS wordt geschoten zijn achterkant zien. Traag rijdt een treinlocomotief de 49 meter lange raket uit de stelplaats waar hij is geassembleerd (de raketten worden elders gemaakt, in de stad Samara). Wat mij meteen opvalt: zo’n sojoez is kleiner dan ik had verwacht. Blijkbaar geven de foto’s van liftoffs een wat vertekend beeld. Terwijl we iedereen heen en weer host voor een perfecte foto of een perfect beeld, hoor ik mijn lyrische collega zuchten: ‘Het is als een geboorte’. Voor hem is dit een soort van bedevaart. En daar horen relikwieën bij: in een klein potje wil hij straks zand van de lanceerbasis scheppen.

En naar die lanceerbasis gaat de raket. Al blijft hij op een andere uitkijkpost die voor ons is uitgezocht, lang op zich wachten. Erg lang. ‘De trein met bestemming Internationaal Ruimtestation heeft een vertraging van ... Gelieve ons te verontschuldigen’, grapt de journalist van Le Soir met een stationstem. Het convooi had blijkbaar een paar manoeuvres nodig om met de lanceerraketten naar voren gericht naar het lanceerplatform te rijden. We leggen intussen muntjes op de rails, al is het maar om het enorme bijgeloof van de Russische ruimtevaart niet te verstoren. De platgedrukte drankjeton van de Ancienne Belgique steek ik, nadat het gevaarte ons voorbij is gekomen, op zak, als een relikwie.

Een Kazachs gezegde luidt: het waait maar twee keer in Kazachstan, één keer van de ene kant en één keer van de andere. De technici moeten de raket in de felle rukwinden verlossen uit het treingestel en ondervinden moeilijkheden. Nadat we de beauty langs alle kanten hebben gefotografeerd, komt het bericht dat ESA-officials de ‘erectie’ wegens de wind uitstellen tot na 18.00 vanavond. Het doembeeld van een uitgestelde lancering woensdag speelt door onze hoofden.

Frank De Winne zelf houdt er de moed in: 'Ik ben ervan overtuigd dat we het geplande schema verder zullen uitvoeren en woensdagnamiddag kunnen lanceren', zegt hij aan de telefoon. Wat hij vandaag zoal gedaan heeft in quarantaine? Het was een relaxte dag en er is een positieve stemming bij de bemanning. Hij en zijn mede-astronauten hebben vandaag zoals de traditie (alweer!) voorschrijft een boompje geplant, een teken van bemoediging voor de volgende generaties. 'Het was een esdoorn, zoals in de vlag van mijn Canadese missiegenoot Robert Thirsk.'

Intussen krijgen we bericht dat ze dan toch met de rechtzetting van de sojoez zijn begonnen.
De muntjes van vanochtend hebben geholpen, als viagra.

Sojoez op het lanceerplatform Rukwinden verstoren installatie sojoez

 

Beluister ook het verslag van Reinout op Radio Nostalgie

 



Geschreven in Lancering De Winne | 2 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Wuiven naar De Winne (1): Bajkonoer

24. Mei 2009, 14:46

Bajkonoer'Dit is heilige grond', zegt een collega als we van het jakolev-vliegtuig op de landingsbaan bij het Kazachse stadje Bajkonoer stappen. Hij maakte al drie sojoez-lanceringen mee op Bajkonoer (onder meer die van André Kuipers in 2004 en de eerste trip van Frank De Winne in 2002). Zijn verwondering is met de jaren alleen maar groter geworden.

Het zand van de Kazachse steppe is woensdagmiddag de ondergrond die onze Belgische astronaut Frank De Winne voor het laatst onder de voeten zal hebben voor hij voor zes maanden naar het ISS wordt geschoten. Zijn tweede beurt in het Internationaal Ruimtestation is in een paar opzichten een primeur: voor het eerst zullen zes astronauten voor lange tijd in het station verblijven, een verdubbeling van de huidige bezetting. En voor het eerst voert een Europeaan het commando over de missie: Frank De Winne neemt vanaf begin oktober het roer over van de huidige Russische commandant Gennady Padalka.

LeninVan het piepkleine militaire vliegveldje gaat het langs eindeloos uitgestrekte landschappen met her en der kamelen, dromedarissen en geiten naar het hotel op het centrale plein. Alles doet erg jaren vijftig aan. Op het plein is het in Sovjettijden incontournabele standbeeld van Lenin overeind gebleven. De plaats heette vroeger ook Leninsk, maar in 1995 herdoopte Boris Jeltsin de stad in Bajkonoer, de naam die tijdens de vroegere Sovjet-Unie als afleidingsmanoeuvre werd gebruikt: de eigenlijke stad Bajkonoer is een mijnstad die enkele honderden kilometers verderop ligt. Dat dubbele gebruik moest de plaats van het lanceercomplex verborgen houden. De plek zelf was gekozen omdat hij vlak, droog en geen andere landen in de buurt heeft, maar vooral omdat Russen daar veilig dachten te zijn voor de Amerikaanse afluister-posten, die tot in Turkije stonden. Tevergeefs, de lanceringsputten waren vanuit de vliegtuigjes makkelijk te zien.

De stad is in zekere mate artificieel. Ze heeft sinds de jaren vijftig en zestig, met de lancering van de Spoetnik en de eerste ruimtevaarder Yuri Gagarin, altijd geleefd van de ruimtevaart en het jo-jo-effect van de sector aan den lijve ondervonden. Midden de jaren tachtig bereikte de stad en piek van 100.000 inwoners, maar de jaren na de val van het communisme waren desastreus. ‘Vijftien jaar geleden was dit hotel een zwijnenstal en de spoorwegberm was een vuinisbelt’, herinneren de oude rotten zich nog levendig. Maar sinds 1995 herleefde de stad met geldinjecties van Rusland en van geld dat voortvloeide uit commerciële lanceringen. Vandaag telt de stad nog 70.000 bewoners.

Het is moeilijk voor te stellen dat een goeie vijftig jaar geleden hier alles in het volste geheim en from scratch werd opgebouwd, steen voor steen, tot een geschiedenis met vele succesverhalen (Luna-maanlanders, Mir-ruimtestation, Venus-landers) en primeurs (spoetnik, Laika, Gagarin, eerste vrouw in de ruimte, ...) en – het moet gezegd – relatief weinig dodelijke slachtoffers. Bij de Russen vielen vier doden tijdens lanceringen (telkens bij de landing), de Amerikanen liepen 14 doden op met de Challenger en de Columbia. De ‘cleane’ Russische traditie speelt Frank De Winne en zijn mede-astronauten woensdag in het voordeel.


Geschreven in Lancering De Winne | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Prof.dr.2.0

08. April 2009, 16:51

Nu wetenschapsjournalistiek eenheidsworst dreigt te worden, zorgen bloggende wetenschappers voor diepgang en nuance. Maar kan de prof 2.0 de broodschrijver vervangen?

ToetsenbordRecent stelde Nature, een van de weekbladen met het epitheton ‘gezaghebbend’, dezelfde vraag. Nature is een van de vlaggenschepen van de papieren wetenschapsmedia, maar omarmt ook al een paar jaar de blogwereld. Uit een enquête die het blad uitvoerde bij 493 wetenschapsjournalisten over de hele wereld bleek dat in die sector banen verloren gaan (door besparingen) en dat de werkdruk voor de wetenschapsjournalisten die toch kunnen blijven, stijgt. In Europa is die trend minder sterk dan in de Verenigde Staten en Canada. De krant Le Monde schroefde wel al het aandeel wetenschapsnieuws terug en ook in het Verenigd Koninkrijk werden wetenschapsredacteuren ontslagen. Op de redactie van Eos krijgen we de laatste weken opvallend meer freelancers aan de lijn uit Nederland, die hun stukken daar blijkbaar moeilijker aan de man kunnen brengen. In de jaren tachtig en negentig pronkten kranten nog graag met hun wetenschapskatern, vandaag is die katern – als de krant er nog een heeft – bij dalende advertentie-inkomsten wellicht de eerste waarop bespaard zal worden.

Terwijl de redacties afkalven, nemen instituten en universiteiten meer mensen aan voor hun persdiensten. Het aantal persberichten met ‘primeur!’, ‘doorbraak!’, ‘baanbrekend!’ en met om de twee zinnen de naam van de eigen universiteit neemt gevoelig toe. ‘Een gouden tijd,’ noemt een journalist van The Wall Street Journal het, ‘althans puur gezien vanuit het standpunt van de communicatie naar een breed publiek.’ Maar die overvloed aan pr-nieuws passeert almaar minder filterende redacteursogen. Gevolg: uit tijdnood copy-pasten als de beesten, waardoor uiteindelijk veel kranten of tijdschriften, maar vooral de nieuwssites dezelfde items brengen, in dezelfde vorm. Persagentschappen spelen daarop in door niet alleen ingekorte nieuwsbulletins van die instituten aan te bieden, maar ook fact-boxen, extra quotes, die de journalist maar hoeft in te passen. ‘Onafhankelijke wetenschapsjournalistiek is niet gewoon in gevaar, het is aan het uitsterven’, concludeert de Amerikaanse journalist in het Nature-artikel.

Witjassen aan de pc
Maar de kleine schare wetenschapsjournalisten krijgen hulp uit onverwachte hoek. Wetenschappers zijn in de lunchpauzes en na hun dagtaak beginnen te bloggen, over hun vakgebied, maar vaak ook veel breder: ze kaderen het nieuws, relativeren indien nodig, geven achtergrond, spuien kritiek. Met interessante posts en een groeiend en trouw lezerspubliek tot gevolg. Enkele Amerikaanse blogs halen maar liefst 30.000 bezoekers per dag. Natuurlijk zijn wetenschappers geen goden, en moeten we ook voor hen kritisch blijven, maar ze gooien hun reputatie vermoedelijk niet zomaar te grabbel.

Bloggen is voor witjassen een enorm krachtige tool geworden. Een blog kent geen limieten, noch in tijd, plaats of onderwerp. Het stimuleert het debat (klimaatverandering, ggo-gewassen, evolutie,...) en het brengt wetenschappers uit andere vakgebieden samen die mekaar anders nooit zouden hebben ontmoet (goed dus voor de zogenoemde interdisciplinariteit). Blogs van wetenschappers zijn ook een fantastische bron voor journalisten. Steeds meer journalisten – volgens de Nature-enquête 33 procent, tegenover 4 procent vijf jaar geleden – geven te kennen daar geregeld de mosterd te halen. Waarom? Het verhaal is al voor een stuk geschreven, de receptie is bekend (veel reacties, betekent meestal: hot item!) en de blogger lijkt toegankelijk en verstaat de kunst van de begrijpelijkheid.

Maar de oudere generatie wetenschappers kijkt neer op bloggers. Zij zien bloggen als een gevaar: want elke minuut gespendeerd op de blog is een minuut minder gewerkt aan dat belangrijke onderzoek. En om de echte publicaties in peer-reviewed tijdschriften draait het vandaag nog altijd. Populaire media roepen al jaren om een soort bonussysteem voor wetenschappers die zich de moeite getroosten uit de ivoren toren af te dalen om jan met de pet of jean-jacques met de hoed uit te leggen waar ze mee bezig zijn en wat het nut ervan is. Ik heb er geen goede hoop op, want het wetenschappelijk systeem is behoorlijk conservatief.

Lieveling van Google
Vorige week was ik in Deidesheim op een bloggertreffen (iets zoals een motortreffen) van scilogs.de, het grootste Duitse blogportaal voor wetenschappers. Ik voelde er bij de 36 aanwezige bloggers een revolutionaire sfeer. De vlot schrijvende proffen voelen dat ze de klassieke, betaalde media een beetje nerveus maken. Dat ze als groep krachtiger zijn dan gelijk welke wetenschapsredactie. Dat ze kritischer kunnen omgaan met onderzoekscijfers dan de doorsnee journalist. En ze beseffen dat het einde van wat het world wide web kan bieden voor de wetenschapscommunicatie nog niet is bereikt.

Wie leest er nu blogs, vroeg een vriend onlangs wat smalend. Wel, iedereen die googlet. Iedereen dus. Blogs zijn Googles lievelingetjes. Ze komen heel snel in de toptien. En waarheid is vandaag een kwestie van ranking en hits. Dus hoe meer wetenschappers knappe blogs beginnen, hoe meer de halve waarheden van slappe forums en schreeuwerige communitysites gecounterd worden.

Maar of de bloggende wetenschappers de journalisten overbodig maken? Neen, want wetenschapsblogs zijn nog altijd geen massamedium. Het blijven nicheproducten: slechts een heel specifiek publiek heeft een blog ‘gebookmarkt’ of in zijn favorietenijst gezet; een krant, tijdschrift of radio bereikt een veel breder lezerspubliek. Hoewel sommige fervente wetenschapsbloggers de indruk geven 24 uur per dag aan de pc te zitten, hebben ze hoedanook nog een belangrijke dagtaak te vervullen. Het is een liefhebbersmedium, en dat moet het vooral ook blijven. Zodra de ‘blogorganisator’ geld belooft per post (wat op het Amerikaanse scienceblogs.com al het geval is) of onderwerpen opdringt, gaan andere drijfveren spelen en tikt het wetenschappelijke bloggen zijn eigen ondergang tegemoet.


Mijn ‘gebookmarkte’ wetenschapsblogs:

1. Pharyngula, razendpopulaire blog over inktvissen, evolutie/creationisme en politiek
2. scilogs.be of scilogs.nl, ons Nederlandstalige blogportaal in samenwerking met het Duitse scilogs.de
3. evolutie.blog.com, kritische blog over evolutie
4. wiskundemeisjes.nl, de femmes fatales van de wetenschappen
5. John Hawks weblog, over fossielen en evolutie

 

Deze tekst werd eerder gepubliceerd op de website van het Vlaams-Nederlandse cultuurhuis DeBuren en op mediakritiek.be.



Geschreven in Wetenschap | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Olie en hersenen

13. Maart 2009, 12:45

Omdat olievelden en gasreservoirs eindig zijn, investeert het emiraat Qatar in een minder uitputtelijke grondstof: hersenen. Waar het Westen eeuwen over heeft gedaan, dat wil Qatar in een paar jaar klaren. Kan windowshoppen in Amerikaanse universiteiten tot een renaissance leiden in de Perzische Golf?

Of ik ook champagne drink bij het voorgerecht, vraagt de stewardess. 'Ja, en dit glas drink ik nog wel uit', antwoord ik vastberaden. Ik woon in Aalst en daar is drank wegkieperen een doodzonde. Na vijf gangen, aangepaste wijnen en te veel geveinsde vriendelijkheid ben ik dronken. De vochtige, warme handdoekjes die ik om de haverklap gepresenteerd krijg en waar ik het nut niet van inzag, zijn plots welgekomen.

De Qatar Foundation kijkt niet op een Qatarese rial meer of minder als ze een honderdtal journalisten uit de hele wereld uitnodigt voor een rondleiding in 'Education City'. Zo heet het ambitieuze onderwijsproject aan de rand van de hoofdstad Doha, dat alleen voorvoegsels zoals 'mega' verdraagt. Een megacampus van 14 vierkante kilometer met daarop megalomane en architecturaal schitterende universiteitsgebouwen. De Blandijn van de Universiteit Gent, waar ik vier jaar sleet, of de Arenbergcampus in Leuven zijn grijze kapelletjes in vergelijking met deze kathedralen.

Studente in Carnegie Mellon University Qatar  Weill Cornell University Qatar

Maar hebben die mooie dozen een even mooie inhoud? Wel, ook inhoud kun je kopen. De Qatar Foundation heeft maar liefst zes Amerikaanse universiteiten en de bijbehorende lespakketten en proffen 'gekocht'. Windowshoppen in kennis, zeg maar. De stichting heeft zich afgevraagd wat Qatar nodig heeft – antwoord: ingenieurs en artsen – en is dan gesprekken gaan voeren met de topuniversiteiten in de wereld. Zo hebben vermaarde Amerikaanse instituten als Texas A&M University en Weill Cornell Medical College nu een exotische kopie in het oliestaatje. De Qatar Foundation gaat er prat op dat in Education City dezelfde strenge toelatingsvoorwaarden heersen als voor de Amerikaanse tegenhanger, dezelfde lessen worden gegeven, hetzelfde diploma uitgereikt, hetzelfde hoge inschrijvingsgeld geëist (35.000 dollar voor een bachelor in medische wetenschappen). Ja, zelfs de zwarte afstudeertoga hoort erbij.

Qatar in de steigersAls Mozes niet naar de universiteit komt, brengen we de universiteit naar Mozes, moeten ze – ongeveer – gedacht hebben. Qatari studeren gratis. En buitenlanders kunnen, als ze slagen voor de toelatingsproeven, een studiebeurs krijgen die ze nadien terugbetalen door in Qatar aan de slag te gaan. Dat alles heeft maar één doel: brain gain, hersenen winnen. Qatar wil het plaatselijke talent opleiden en vooral ter plaatse houden en tegelijk uitheemse studenten lokken. Money is no issue, hoorde ik meermaals. De kennisrevolutie is broodnodig om de ambitie van het land, dat overal letterlijk in de steigers staat, uit te bouwen tot een economisch en technologisch wereldcentrum. Voorlopig nog drijvend op olie- en aardgaswinning, maar omdat die eindig zijn kan het maar beter andere businessen aanboren, zoals telecommunicatie (in Doha is de Arabische tv-zender Al-Jazeera gevestigd), bouw en onderwijs zelf.

Het aantal studenten in die echoënde zuilengangen valt voorlopig dunnetjes uit. Texas A&M heeft er nu 360, Cornell 240. Het grootste deel ervan zijn buitenlanders en zonen of dochters van expats. Het is er ook allemaal heel erg clean en er valt nog geen greintje studentenleven te bespeuren. Een kickertafel om tussen de lessen even te ontspannen, dat zag ik nog, maar iets als studentenhomes, -fuiven laat staan -dopen, daarvoor is het nog te pril allemaal.

Opvallend zijn de vele gesluierde jonge vrouwen die in groepjes aan tafeltjes zitten, de laptop voor zich. Maar liefst zestig procent van alle studenten zijn vrouwen. Dr. Abdulla Al-Thani vertelt me dat dat vooral komt omdat vrouwen gedrevener zijn en beter scoren op de toelatingstests. Het lijkt paradoxaal: in een op-en-top Amerikaanse omgeving studeren maar de traditionele waarden behouden. Voor de jonge vrouwen wellicht een moeilijke evenwichtsoefening. Met hen praten mocht niet, hen fotograferen ging met tegenzin. Toen we een paar minuten vrij konden rondlopen, kwamen we voorbij een openbare sessie waar een spreker, zo zei een Arabische tolk, uitlegde dat de vrouw gehoorzaam moet blijven aan de man. Dan vraag ik me af of de gesluierde vrouwelijke ingenieurs straks ook effectief op de werven te vinden zullen zijn, tussen de mannen. Hoe hoog is het glazen plafond er bij hen? En wat met hun carrière als er kinderen zijn? Toch durf ik hopen dat hier een mondige generatie vrouwen uit voortkomt die ook voor gelijkheid tussen man en vrouw zal strijden in het Midden-Oosten.

Duizend jaar geleden, terwijl wij de duistere middeleeuwen beleefden, bloeide de Arabische wetenschap. Leerlingen in onze streken vertaalden de Arabische teksten over astronomie, wiskunde of geneeskunde in het Latijn. Zo heeft de Arabische wereld sterk bijgedragen aan de renaissance in West-Europa. Nu is de beweging omgekeerd en staat de Perzische Golf, waar ook de Verenigde Arabische Emiraten en Dubai liggen, voor een 21ste-eeuwse renaissance.

Qatars ambitie om mee te tellen in de wereld charmeert. Na de ronde van Qatar, het ATP-tennistornooi van Qatar, in november dit jaar een internationaal filmfestival, wil de staat ook imponeren met een universitair systeem. Pakken petrodollars moeten de kenniskloof met het Westen zo snel mogelijk dichten. En copy-pasten is dan de gemakkelijkste manier. Maar dan hoop ik dat Qatar over een tiental jaren een eigen stem vindt, en dat Qatar de american style
overboord gooit. Want een kopietje is toch altijd minder mooi dan het origineel.
 

Deze tekst werd eerder gepubliceerd op de website van het Vlaams-Nederlands huis deBuren.



Geschreven in Wetenschap | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken


1 2 3  Volgende»