SciLogs International .eu.be.es.de
Recentste blogposts RSS

De 11 populairste blogposts van 2011

03. Januari 2012, 11:52

We lezen steeds diagonaler en steeds meer verticaal: mailboxen, rss-readers, feeds, tweets en teasers. Er kan u dus heel wat interessant leesvoer zijn ontglipt dit jaar. Bijvoorbeeld van onze wetenschappers en experts op het Eos-blogportaal Scilogs.be, die in 2011 weer heel wat middagpauzes en avonden achter hun laptop hebben doorgebracht. Ik zet de 11 meest gelezen Scilogs-blogposts van dit jaar nog even in de kijker, verticaal, waarvoor mijn excuses:



  1. Pesten en erger, Leen Lampo, hoofdredacteur Psyche&Brein, op haar blog Hoofdzaken

  2. Gsm-straling en gezondheid, Eos-hoofdredacteur Raf Scheers op zijn blog IJsbreker

  3. De gezichtsillusie van De Wever, Di Rupo en Wilders, neuropsycholoog Hans Op de Beeck in Neurolog

  4. Lachen om een zomerjurk, gedragsbioloog Mark Nelissen in De bril van Darwin

  5. Gauss! Hoe Russen protesteren tegen verkiezingsfraude, wiskundige Dirk Huylebrouck als gastblogger

  6. Australopithecus sediba: vondst werpt nieuw licht op menselijke evolutie, bioloog Evie Vereecke in haar BAPE-blog

  7. Pi-dag: Wat u door 'n goede ezelsbrug te kennen immer met gemak onthoudt, wiskundigen Rudi Penne en Paul Levrie in Wiskunde is sexy

  8. Ademen onder water, biologen Peter Roels en Bert De Groef op hun duoblog Gebiologeerd

  9. Over voorschokken en naschokken, geoloog Manuel Sintubin op zijn blog Planeet Aarde

  10. Basta!, genderonderzoeker Kris Hardies in Gender is nog sex(y)

  11. LHC en het higgs-deeltje, deeltjesfysici Nick Van Remortel en Pierre Van Mechelen op Oerknallers / Higgsbosonen, de natuur als pokerdeler, mathematisch fysicus Marcel Vonk op Unreasonably Effective

 



Geschreven in In het vizier | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken


De vergeten islamwetenschappers

01. April 2010, 09:31

Al-Khwarizmi, Ibn al-Haytham, Ibn Sina, Nasir al-Din al-Tusi. Ze schonken ons tussen 700 en 1500 algebra, de camera obscura, de canon van de geneeskunde en waren de wegbereiders voor een heliocentrisch wereldbeeld. Maar had u er al van gehoord? Onze renaissance-wetenschappers waren heel goed, maar ook uitmuntend in het verzwijgen van hun bronnen.

Wij hebben altijd geleerd dat er na de bloeiende tijd van de Grieken en Romeinen, met Archimedes, Euclides en Galenus, een periode van stagnatie en onwetendheid volgde: de duistere middeleeuwen. Die duisternis zou pas in de renaissance opklaren, toen Copernicus, Kepler, Vesalius en co de klassieken herontdekten slash verbeterden en toen Galilei in conflict kwam met de rooms-katholieke kerk over de bewering dat de aarde om de zon draait. Maar die donkere middeleeuwen waren allesbehalve donker als je maar even over de grens van West-Europa keek, in de richting van Mekka. Daar beleefden wetenschappers tussen 700 en 1500 een Gouden Tijd, met 1001 ontdekkingen. De duistere middeleeuwen zijn dus een hardnekkige mythe, gecreëerd door het christelijke Europa. Dat lees ik in het boek Science and Islam van journalist Ehsan Masood, dat recent in het Nederlands is vertaald.

‘Vroeger werd bij ons aan tafel vaak verteld over die islamitische wetenschappers’, zegt de Brits-Pakistaanse Masood me bij een kop Londense thee. Ik beken hem dat ik me van de schoolboeken alleen nog herinner dat onze getallen Arabisch zijn. Daarom hebben we woorden zoals algebra en algoritme. Zonder Musa al-Kwarizmi, die, geïspireerd door het Indische systeem, 9 cijfers + 0 bedacht, zouden we inderdaad nog eeuwen in die onhandige Romeinse cijfers hebben geteld. Romeinen hadden 7 letters nodig om 38  (XXXVIII) te schrijven, op de Arabische manier geraak je met 7 cijfers al aan negen miljoen.

Ik had evenmin al iets gehoord over de arts Ibn al-Nafis uit Cairo, die in de dertiende eeuw ontdekte dat de bloedsomloop door de longen liep, of de chirurg al-Zahrawi die de moderne chirugie-instrumenten uitvond, waaronder hechtingsdraad van kattendarm die na een tijdje zelf verdween. De Andalusische ingenieur Abbas ibn-Firnas werkte dan weer theorieën uit over het vliegen, zes eeuwen voor Leonardo da Vinci zijn ornithopters tekende. En in Irak legde Jabir ibn Hayyan negen eeuwen voor Boyle de grondslag van de scheikunde. Optica en ons begrip van wat licht is, hebben we voor een groot stuk te danken aan Hassan ibn al-Haitham (Alhazen) uit Cairo. En het boek gaat nog wel een eindje door met namen noemen.

Waarom weten wij zo weinig over die zeven gouden eeuwen in het Midden-Oosten? ‘Het christelijke West-Europa leefde constant op oorlogsvoet met de moslimlanden. Toen geleerden hier de Latijnse vertalingen lazen van Arabische teksten, waren ze ongetwijfeld onder de indruk, maar tegelijk te trots om de wetenschappelijke prestaties van de ‘vijand’ te erkennen of zelfs maar te citeren.’ Een typevoorbeeld is dat ‘onze’ Copernicus zich op het werk baseerde van islamitische astronomen voor zijn bewering in 1514 dat de aarde rond de zon beweegt. Hoe revolutionair zijn eigen denkwerk ook was, hij verzweeg zijn hulpbronnen. Geen voetnoot, geen citaat. Historici ontdekten het doordat Copernicus een foutje in een tekening van de dertiende-eeuwse astronoom Nasir al-Din al-Tusi had overgenomen.

Of neem nu de Perzische geneesheer Ibn Sina (Avicenna) uit de tiende eeuw. Zijn Canon van de Geneeskunde (Al-Qanun fi al-Tibb) domineerde tot in de zestiende eeuw het onderwijs en onderzoek in de geneeskunde van het Midden-Oosten en – via de Latijnse vertaling – van Europa. Het telde een miljoen woorden en was een overzicht van alle medische kennis vanaf de oudheid tot zijn eigen tijd, met beschrijvingen van 760 medicijnen. Ibn Sina’s had er ook zijn eigen inzichten aan toegevoegd, bijvoorbeeld dat tuberculose besmettelijk is of dat ziekten zich via de grond en via water kunnen verspreiden. Maar Ibn Sina werd door Europese commentatoren grof aangevallen, mede omdat hij tot een andere religie behoorde. Het christelijke westen had ten tijde van de kruistochten geen reden om geneeskunde te leren van een ongelovige. De Italiaanse dichter Francesco Petrarca noemde de Canon ‘Arabische leugens’ en de arts Symphorien Champier zei – ik citeer – dat Ibn Sina deel uitmaakte van ‘die smerige en verdorven mohammedaanse sekte die echtscheiding legitimeert en die denkt dat alle wonderen een natuurlijke verklaring hebben.’ Zo verdwenen de moslimwetenschappers op de achtergrond.

Ironisch
Hoe ironisch is het dat de moslimlanden die onze westerse wetenschap zo sterk hebben bepaald, nu achterophinken in alle statistieken over wetenschap? Bekijk de inhoudstafel van de wekelijkse Nature of Science maar. Je vindt in vergelijking met Amerikaanse, Europese of Chinese universiteiten amper baanbrekend onderzoek uit moslimlanden. ‘In Turkije, nog een van de meest productieve landen, werden tussen 1996 en 2005 88.000 onderzoekspapers gepubliceerd’, illustreert Masood. ‘Dat is minder dan wat één universiteit in Amerika produceert in dezelfde periode. De investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn schaars. ‘Moslimlanden spenderen gemiddeld 0,38 procent van hun nationale inkomen aan wetenschap en onderzoek. Westerse landen meer dan twee procent.’

Hoe kan de wetenschap terugkeren naar de landen van de islam? Door te investeren. Dat spreekt vanzelf. Er zijn al positieve signalen. De rijke oliestaatjes, zoals Qatar, proberen heel snel de kloof te dichten. Ze hebben het geld en het zelfvertrouwen en copy-pasten het Amerikaanse universiteitssysteem. Ze laten er zelfs de proffen een tijdje voor overvliegen. Die methode levert wel een vreemde spanning op tussen een hypermoderne omgeving en hypertraditionele waarden. Ten tweede moeten de regeringen in moslimlanden de burgers vrij laten om vragen te stellen. Ze moeten de openheid voor nieuwe invloeden herstellen. Die staat nu onder druk van antiwesterse moslimcreationisten zoals Harun Yahya en van de idee dat de Koran een bron is voor wetenschappelijke kennis. Totale openheid voor nieuwe ideeën was de motor van de islamitische gouden middeleeuwen, waarin de Griekse en Indische voorgangers en masse werden vertaald en verder uitgedacht. Ibn Sina en zijn tijdgenoten hadden trouwens helemaal geen last van de Koran om hun ontdekkingen te doen. Masood: ‘Ze hadden het veel te druk met uitvinden.’






Lees het uitgebreide interview met Ehsan Masood in het meinummer van Eos-magazine.


Deze post verscheen eerder op de website van Vlaams-Nederlands Cultuurhuis deBuren.


Geschreven in Wetenschap | 9 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Zesde zintuig

21. Oktober 2009, 21:44

Drie helderzienden strijden in het VTM-programma Het zesde zintuig om de overwinning. Helderziendheid krijgt online en op televisie steeds meer zendtijd en geloofwaardigheid. Nochtans is het niks meer dan techniek en kansberekening.

Ik lig in bed. Het verjaardagsfeest voor mijn dochter is achter de kiezen. En ik lig te denken hoe mijn ouders en zus nu wellicht door de tunnels van Brussel aan het rijden zijn. En hoe smal het daar soms is. Ik denk aan een ongeval. Biep biep. Moeder sms’t: ‘Botsing gehad. Niet zo erg, hoor. Maak je geen zorgen.’

Ik ben helderziend. Zoveel is zeker. Maar dat bent u ook. Dat heb ik geleerd uit de geprezen show ‘Iedereen paranormaal’ van de Vlaamse illusionist Gili, alias Lieven Gheysen. Hij is een mentalist, iemand die faket dat hij helderziende is en ook wil aantonen wat voor bedriegers die tarotlezers, pendelaars, bachbloesemspecialisten en geestenfluisteraars zijn die online of face-to-face profiteren van mensen die met vragen zitten. De ergste die ik zag was de babyfluisteraar Derek Ogilvie (foto), die in zijn populaire tv-show (anderhalf miljoen kijkers) twee superingrediënten mengt: helderziendheid en opvoeding. Hij krijgt boodschappen door van onhandelbare, autistische of helderziende kinderen. Zo helpt hij op RTL4 Nederlandse ouders die ten einde raad zijn. In andere readings praat hij met geesten van overleden familieleden in de zaal. Emo verzekerd.

Ogilvie is geen helderziende, maar een meester in cold reading, de techniek die alle geestenfluisteraars en toekomstvoorspellers gebruiken om hun cliënten te doen geloven dat ze meer waarnemen dan een sterveling kan. Ik laat me voor de aardigheid door Lieven Gheysen inwijden in de ondervragingstechniek. Ik heb met hem onder een schuilnaam afgesproken. Dus veel weet hij niet: vandaar ‘cold reading’, iemand koud lezen. Maar het is heel moeilijk om tijdens de paar minuten voor het ‘consult’ begint, niks persoonlijks te vertellen. Lieven doet er ook alles aan om het gezellig te maken en mij te doen praten. Dat doen waarzeggers of helderzienden ook, waardoor ze al een heleboel weten nog vóór de sessie begint.

Aan de hand van drie tarotkaarten analyseert hij mijn verleden. Kort samengevat: ‘warme thuis gehad’, ‘problemen met autoriteit’, ‘brede kennissenkring’. Het zijn stuk voor stuk veilige uitspraken op basis van zijn eerste indrukken. Hij kan er weinig verkeerd mee doen. Ook bij de kaarten over het heden spreekt hij in algemeenheden. ‘Er is onlangs iets veranderd in je leven. Een belangrijke verandering.’ Ik ga erop in en praat over een lening die ik onlangs heb afgesloten. De vis bijt, denkt hij. Hij gist verder naar mijn huwelijk en bouwt er een verhaal rond op. Een verhaal vol algemeenheden, die iedereen meemaakt.

Maar de gemeenplaatsen doen hun werk dankzij het Forer- of Barnumeffect. We hebben de neiging die algemene uitspraken over als heel treffend te beschouwen voor ons eigen leven. Goochelaar Derren Brown demonstreerde dat voor zijn programma Trick of the Mind door drie groepen studenten op basis van een persoonlijk voorwerp, hun geboortedatum en de omtrek van hun hand elk een persoonlijke analyse te maken. Die was tot verbazing van de studenten heel treffend. ‘Voor 95 procent juist.’ ‘Hij ging echt diep in op mijn persoonlijkheid.’ ‘Ik speelde inderdaad met het idee om een boek te schrijven.’ De deelnemers moesten hun levensbeschrijving doorgeven aan een ander, en wat bleek: ze hadden allemaal dezelfde tekst gekregen, met algemeenheden die ze blijkbaar zelf sterk op hun eigen leven hadden betrokken. Dat effect, aangetoond door Bertram Forer in 1948, zorgt ervoor dat proefpersonen de reading nadien steeds beter beginnen te vinden, hoeveel gemeenplaatsen er ook verkocht zijn.

Een andere truc: de helderziende biedt altijd twee mogelijkheden aan. Het televisiemedium Char is er specialist in: ‘Begint zijn naam met een J of een K? Dood of levend?’. Zo komt ze in een mum van tijd een naam van een overledene te weten. Applaus verzekerd, want de toeschouwer vergeet de zes missers en onthoudt de vier treffers. En voor die missers hebben ze altijd wel een countertechniek in petto: ‘Misschien niet letterlijk maar meer in de betekenis van ...’. Derek Ogilvie beweegt plots over het podium, krijgt ineens vreemde aanvallen, of roept een andere geest, net als zijn geloofwaardigheid in het gedrang komt met een paar missers. En als je als medium genoeg krediet hebt opgebouwd met uitspraken over verleden en heden kan je scoren met oncontroleerbare toekomstvoorspellingen.

De wetenschap heeft in meer dan honderd jaar onderzoek nooit onomstotelijk en herhaalbaar aangetoond dat mensen paranormale gaven hebben. En sceptische verenigingen reiken grote bedragen uit voor een helderziende die bewijs kan geven van enig paranormaal of bovennatuurlijk verschijnsel onder testomstandigheden waar beide partijen mee akkoord gaan. In België is nog niemand met de Sysiphus-prijs van 10.000 euro gaan lopen en in de VS is in veertig jaar nog niemand geslaagd in de One Million Dollar Paranormal Challenge van scepticus James Randi. De laatste die het aandurfde was uitgerekend Derek Ogilvie. Dit was het opzet: in een kamer staan tien genummerde speeltjes. Een kind trekt een cijfer uit een zakje en pakt het overeenkomstige speelgoed. Ogilvie moet in een aparte kamer tien keer raden welk speelgoed het kind zal nemen. Slechts één keer van de twintig had hij het goed.

Zogenaamde mediums zijn er zich ofwel niet van bewust dat ze aan cold reading doen en denken echt dat ze paranormale gaven hebben. Ofwel bedriegen ze bij vol bewustzijn en verdienen ze geld door de goedgelovigheid van mensen zoals u en ik. Goedgelovigheid die ons – ondanks de technologische en wetenschappelijke vooruitgang – lijkt ingebakken.

Omdat de helderziende kandidaten uit Het zesde zintuig blijkbaar zelf niet kunnen voorspellen wie de winnaar wordt, haalt illusionist Gili een stunt uit: hij heeft de naam van de winnaar verzegeld in een koffertje dat pas op de boekenbeurs in Antwerpen wordt geopend. En wees gerust, als hij het juist heeft, zal het met zijn en uw vijf zintuigen zijn gebeurd.

Deze tekst verscheen eerder op de website van Vlaams-Nederlands Cultuurhuis deBuren.



Geschreven in Wetenschap | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Poweet

30. Juli 2009, 09:54

Wat hebben poëzie en wetenschap gemeen? Evenveel als chocolademousse en het computerscherm waarnaar u kijkt. Wetenschap verdrijft de schoonheid, poëzie verstoort de wetenschap. Maar zo lijkt het alleen maar.

John KeatsDe dichter Keats verweet Newton dat hij met de ontdekking van het prisma het spontane wonder van de regenboog teniet heeft gedaan. ‘Do not all charms fly / At the mere touch of cold philosophy? / There was an awful rainbow once in heaven: / We know her woof, her texture; she is given / In the dull catalogue of common things.' Hoe meer wetenschap, hoe minder onderwerpen dichters nog overhouden om zich over te verwonderen, zeiden de romantici. Wetenschap als dooddoener? Ik dacht het niet.

De grootste gemeenschappelijke deler tussen poëzie en wetenschap is dat ze beide graven in de werkelijkheid. Weliswaar op een totaal verschillende manier: wetenschap volgens een gecontroleerde methode en geënt op feiten en ondubbelzinnigheid, poëzie volgens een ontsporende methode en geënt op gevoel en interpretatiemogelijkheden. Maar het doel - het onderzoekend graven - is hetzelfde.

Dichtende wetenschappers of dichters in stofjassen, ze bestaan. Huisdokter-dichter Toon Tellegen, hematoloog-poëet Leo Vroman, psychiater-poëziemonument Rutger Kopland, dendrochronologe-dichteres Esther Jansma, microbioloog-poëtisch talent Frédéric Leroy. De meest actieve onder de tweespaltigen is misschien wel Jan Lauwereyns, die zijn schrijven afwisselt met neuropsychologisch onderzoek op ratten in Nieuw-Zeeland. Vroeger deed hij proeven met apen, maar zijn geweten speelde met de jaren sterker op. ‘Wetenschap werkt naar waarheid toe, en is vooral middelpuntzoekend,' zegt hij in een interview. ‘Poëzie maakt de omgekeerde beweging: dat is een zoektocht naar schoonheid, die in verschillende richtingen uitwaaiert.'

Ze komen mekaar dus ergens onderweg tegen, poëzie en wetenschap. Gevoel voor esthetiek, bijvoorbeeld, is de wetenschapper niet vreemd. Waarom houdt hij anders van elegante vergelijkingen, zoals e = mc²? Waarom kickt hij anders op technologieën, op mooie sterrenstelsels? Ook het streven naar vermeende eeuwigheidswaarde trekt hem aan. De wetenschapper gaat ultiem op zoek naar theorieën, modellen waar je tot het einde der dagen waarnemingen mee kunt verklaren. Zoals een eeuwenoud gedicht over de dood of over de liefde dat doet. ‘Als je een wiskundige stelling bewijst, dan weet je dat het resultaat er voor altijd zal zijn. Je laat iets achter dat eeuwig is,' zei Marcus Du Sautoy onlangs in Eos naar aanleiding van zijn boek Het Symmetrie Monster. Ik zeg u: Darwin was op de Beagle aan het dichten.

Omgekeerd is het schrijven van een gedicht een wetenschappelijk experiment. Of zoals Leo Vroman het in een tweegesprek met Jan Lauwereyns in het cultuurtijdschrift Ons Erfdeel zegt: ‘Het gevoel dat er een gedicht bestaat en ik moet het nauwkeurig weergeven.' Een beetje zoals Michelangelo het overschot aan steen maar moest wegkappen om het perfecte beeld over te houden. Lauwereyns daarentegen gelooft niet in een voorafbestaand gedicht of feit dat alleen maar wacht om ontdekt te worden. Een tekst kan volgens hem altijd verschillende kanten uit, afhankelijk van de omstandigheden. De gelijkenis met wetenschappelijk experimenteren is dan: ‘Kijken hoe al die omstandigheden en invloeden bij elkaar komen in een tekst, en nagaan wanneer zo'n tekst werkt, wat kan en wat niet kan. Uiteindelijk levert dat inderdaad soms verrassingen op: hoe mooi klinkt dat vers, wat voor een prachtig beeld is hier ontstaan - een zekere waarheid, goedheid of wijsheid misschien.'

Wetenschap drijft poëzie niet in het nauw. Wel integendeel, wetenschap kapt steeds meer oerwoud vrij voor de poëzie, want ze zet een oneindig domino-effect in gang: elke beantwoorde vraag roept een nieuwe op. Een Tuin Van De Vragen Die Zich Splitsen, zoals Lauwereyns wetenschap omschrijft. Bij iedere vraag ontglippen weer dingen, die je dan weer met een vraag probeert af te dekken. Je kunt dus als dichter maar beter in de slipstream van de wetenschap gaan zitten, als een meeuw aan een vissersboot.

Deinococcus radioduransDe Canadese dichter Christian Bök heeft dat goed begrepen. Zijn belangstelling voor bio-informatica inspireerde hem om een gedicht te schrijven dat - letterlijk - de mensheid kan overleven. Hij wil een gedicht ‘vertalen' in DNA en inbrengen in een bacterie van de soort Deinococcus radiodurans. Dit organisme is bestand tegen hitte en koude, tegen droogte en hoge doses straling. Als de mensheid zichzelf heeft uitgeroeid, zal er wel nog een gedicht van Bök rondkruipen. Hij legt zijn Xenotext Experiment uit in dit YouTube-filmpje.

Als poëzie en wetenschap dan zoveel gemeen hebben, waarom houden hun beoefenaars ze dan liefst gescheiden? Waarom hoort wetenschappelijke taal niet van nature thuis in gedichten? Waarom is de taal van Nature en Science niet een ietsiepietsie poëtischer? De muren tussen poëzie en wetenschap slopen of toch op zijn minst verlagen, zou beide werelden wat meer ademruimte geven. Waarom toch wordt de Letterenfaculteit altijd zo ver weg gebouwd van waar de biologen resideren, of de ingenieurs. Zo worden ze nog meer werelden op zichzelf, met een eigen idioom, met eigen maatstaven en met een eigen mode (een letterenstudent - zes jaar geleden althans - droeg broeken met olifantenpijpen en retro schoenen, biotechnologen een jeans met witte hedendaagse adidassen. Dat komt ervan.)

Het wordt door de voorschrijdende specialisatie voor alfa-studenten steeds moeilijker nog iets van de bèta-wetenschappen mee te nemen, en omgekeerd. Dus: dichters, verdiep je in de wetenschap. Wetenschappers, sla aan het dichten. Tegen het navelstaren, voor de kruisbestuiving. Breng de homo universalis terug, voor het te laat is.

Dit stukje verscheen eerder op de website van Vlaams-Nederlands cultuurhuis deBuren.

Geschreven in Wetenschap | 2 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Scilogs gaat internationaal

15. Juni 2009, 09:08

Kris Hardies, Gender is not sex(y), english versionEen iets minder mediatieke lancering dan die van Frank De Winne, maar eind mei is ook scilogs.eu in de lucht gegaan. Daarmee doorbreekt ons blogportaal, in samenwerking met het Duitse scilogs.de en het Spaanse scilogs.es, zijn landelijke grenzen en taalbarrières. Wetenschappers en journalisten bloggen er in het Engels over hun wetenschap. Wetenschapsblogs in de huidige lingua franca moeten onderzoek en wetenschap vlot leesbaar maken voor een breder publiek dan de eigen vakgenoten.

Geboren om te geloven, Psyche&Brein nr.3, 2009Van de Nederlandstalige Scilogs zijn er voorlopig twee 'gezanten': genderonderzoeker Kris Hardies en geoloog Manuel Sintubin. Een andere aanrader is de stek van evolutieblogger Michael Blume, die in het recentste nummer van Psyche&Brein (nr. 3, 2009) een interessant artikel schreef ('Geboren om te geloven') over de evolutievoordelen van geloven (Waarom zijn mensen sinds de neanderthaler blijven geloven in een hogere instantie? Welke evolutionaire voordelen levert dat op?). Zijn Duitse blog, Natur des Glaubens, werd door zijn collega-bloggers nog tot blog van het jaar verkozen. Hij is nu ook deels in het Engels beschikbaar onder de titel: Biology of Religion.

Nog een aanrader: Braincast van Arvid Leyh. Op regelmatige tijdstippen post hij een zelfgemaakte podcast met interessante links naar onderwerpen over de hersenen.

Tot zover de dienstmededeling.



Geschreven in Wetenschap | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Wuiven naar De Winne (4): Dartspijltje

27. Mei 2009, 22:56

Dartspijltje

‘Komáán Frank... komáán Frank... komáán Frank!’. De aanmoedigingen van een collega bij de lift-off gaan door merg en been. Alsof hij in zijn eentje De Winne en zijn twee kompanen de lucht in stuwt. Al mag je de grommende boosters niet onderschatten. Een geluid dat ik niet gauw zal vergeten.

We zitten op nog geen kilometer afstand: dichter bij een lancering kan je niet komen. Op Cape Canaveral zit je op 4 kilometer toe te kijken, op Kourou in Frans Guyana zitten genodigden op 3,5 kilometer, de pers zelfs 14 kilometer ver. Bajkonoer is dus home cinema, en we maken het er ook naar: we zitten op een grote steen, helemaal op de eerste rij, terwijl de genodigden en de VIP’s vanuit twee vierdeprovencialertribunes achter ons de lancering volgen.

Een vreemde stilte valt als de brandstofarm naar beneden gaat, de zogenoemde topple off. Dan is het nog 29 seconden voor de ontbranding van de boosters. Luttele seconden later stijgt de sojoezraket met de heldhaftigste Belg van het moment op, als een dartspijltje. Er wordt al snel geklapt in de VIP-tribune, terwijl dat totaal ongepast is. Remember de Challenger. Normaal gaan de handen pas op mekaar na acht minuten, als de sojoez in orbit is, in een baan om de aarde. En dat gebeurt ook. Geklap. Gelukkig.

Leden van de astronomieclub Urania omhelzen mekaar. Voor hen is dit een bedevaartsoort, een Mekka, een Medina. Eén keer in je leven. Ze hebben er 3.000 euro voor neergeteld. De lyrische collega, die me de voorbije dagen maar bleef benadrukken hoe historisch deze grond is, is vanzelfsprekend geëmotioneerd. Maar ook de grootste scepticus, een journaliste die echt tegen haar zin hier is, lijkt bekeerd. Waw, zucht ze.

Heb ik zelf een traan in mijn oog of keek ik te lang in de zon terwijl ik als een gek beelden schoot? Traan, dus. Na vijf dagen Bajkonoer, weet ik het: ruimtevaart is pure emotie. Een Russische tolk kreeg eergisteren nog de krop in de keel tijdens een rondleiding in het ruimtevaartmuseum toen we voorbij de foto’s en attributen van haar grootvader kwamen, Pavel Beljajev. Hij vloog in 1965 samen met Aleksei Leonov, die de eerste ruimtewandeling uitvoerde. Een wandeling die bijna faliekant afliep.

Anderhalf uur na de lancering passeert de sojoez onzichtbaar en onhoorbaar boven Bajkonoer. In mijn eentje wuif ik naar De Winne.


Wuiven naar De Winne

Geschreven in Lancering De Winne | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Wuiven naar De Winne (3): Kwik stijgt

26. Mei 2009, 12:48

Kazachse verpleegster controleert mijn lichaamstemperatuur.Geen griep. Alles normaal. Niemand van de verslaggevers of cameramensen heeft meer dan 37 graden koorts. Gisterenavond laat staken de ESA-begeleiders ons een ouderwetse kwikthermometer onder de oksel, vanochtend reden we met de bus naar het plaatselijke ziekenhuis aan de rand van de stad waar een gemondmaskerde en het hoofd bedekte verpleegster op de bus nog eens een check deed van onze lichaamstemperatuur. Alweer met Kazachse kwikthermometers. Mijn 36,9 was niet genoeg om zoals de camerman gisteren afgezonderd te worden van de groep en van de astronauten. Gelukkig maar.

De beeldman van VTM voelde zich gisteren niet zo lekker. Een Russische begeleider van de ruimtevaartorganisatie Roscosmos belde dat meteen door, waarna een reeks van draconische maatregelen volgde: de cameraman moest naar de dokter en werd met 37 graden lichaamstemperatuur en slechts een verkoudheid naar het ziekenhuis gebracht waar hij tot na de lancering moet blijven. Hij was een uurtje voordien nog op een metertje afstand van Frank De Winne geweest en dat leidt tot paniek bij de ruimtevaartorganisaties: de groep journalisten die in de perszaal zaten, werd een tijdje ‘opgesloten’. Veel ado about nothing. Maar het is een dubbele strategie: een cameraman met veel poeha weghouden van de buitenwereld wegens een verkoudheidje en daardoor een verslaggever in praktische moeilijkheden brengen, en tegelijk de zogenoemde quarantaine van de astronauten geregeld doorbreken: ze planten een boompje in de Laan van de Kosmonauten, laten cameramannen op aanraakafstand komen, en tijdens de ‘erectie’ van de sojoez op het lanceerplatform werd back-up Andre Kuipers tussen het volk gesignaleerd. Quarantaine met een korrel zout dus.

Op de laatste persconferentie voor hun zes maanden lange ruimter
eis lachte Frank De Winne op de persconferentieDe Winne het incidentje dan ook meteen weg. Hij heeft belangrijker dingen aan zijn hoofd. Een lancering bijvoorbeeld, in principe toch nog altijd een bom onder de kont. Het was een persmoment met de gebruikelijke vragen: Wat neem je mee (vers fruit)? Wat zul je ’t meest missen (frisse lucht, familie)? De Winne maakte een ontspannen, en gezonde, indruk. Misschien al met de gedachte aan de traditie die deze namiddag gepland stond: samen met de hele bemanning naar de oosterse western Witte zon in de woestijn kijken, een film die alle kosmonauten sindsdien hebben ‘moeten’ bekijken aan de vooravond van de lancering. Men vertelt soms dat Gagarin er ooit mee begon, maar op de doos van de film in de luchthaven van Moskou stond duidelijk 1969; die kon Gagarin in 1961 dus nooit hebben gezien. Het blijft een opmerkelijke Bajkonoerse ontspanning. Na de aftiteling zal het kwik alleen maar stijgen, tot een paar duizend graden Celsius om precies te zijn, bij de liftoff.

White sun of the desert

Beluister ook het verslag van Reinout op Radio Nostalgie



  



Geschreven in Lancering De Winne | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Wuiven naar De Winne (2): Erectiestoornis

25. Mei 2009, 12:31


Sojoez Frank De Winne, roll-outIets voor 07.00 uur laat de sojoezraket waarin Frank De Winne overmorgen naar het ISS wordt geschoten zijn achterkant zien. Traag rijdt een treinlocomotief de 49 meter lange raket uit de stelplaats waar hij is geassembleerd (de raketten worden elders gemaakt, in de stad Samara). Wat mij meteen opvalt: zo’n sojoez is kleiner dan ik had verwacht. Blijkbaar geven de foto’s van liftoffs een wat vertekend beeld. Terwijl we iedereen heen en weer host voor een perfecte foto of een perfect beeld, hoor ik mijn lyrische collega zuchten: ‘Het is als een geboorte’. Voor hem is dit een soort van bedevaart. En daar horen relikwieën bij: in een klein potje wil hij straks zand van de lanceerbasis scheppen.

En naar die lanceerbasis gaat de raket. Al blijft hij op een andere uitkijkpost die voor ons is uitgezocht, lang op zich wachten. Erg lang. ‘De trein met bestemming Internationaal Ruimtestation heeft een vertraging van ... Gelieve ons te verontschuldigen’, grapt de journalist van Le Soir met een stationstem. Het convooi had blijkbaar een paar manoeuvres nodig om met de lanceerraketten naar voren gericht naar het lanceerplatform te rijden. We leggen intussen muntjes op de rails, al is het maar om het enorme bijgeloof van de Russische ruimtevaart niet te verstoren. De platgedrukte drankjeton van de Ancienne Belgique steek ik, nadat het gevaarte ons voorbij is gekomen, op zak, als een relikwie.

Een Kazachs gezegde luidt: het waait maar twee keer in Kazachstan, één keer van de ene kant en één keer van de andere. De technici moeten de raket in de felle rukwinden verlossen uit het treingestel en ondervinden moeilijkheden. Nadat we de beauty langs alle kanten hebben gefotografeerd, komt het bericht dat ESA-officials de ‘erectie’ wegens de wind uitstellen tot na 18.00 vanavond. Het doembeeld van een uitgestelde lancering woensdag speelt door onze hoofden.

Frank De Winne zelf houdt er de moed in: 'Ik ben ervan overtuigd dat we het geplande schema verder zullen uitvoeren en woensdagnamiddag kunnen lanceren', zegt hij aan de telefoon. Wat hij vandaag zoal gedaan heeft in quarantaine? Het was een relaxte dag en er is een positieve stemming bij de bemanning. Hij en zijn mede-astronauten hebben vandaag zoals de traditie (alweer!) voorschrijft een boompje geplant, een teken van bemoediging voor de volgende generaties. 'Het was een esdoorn, zoals in de vlag van mijn Canadese missiegenoot Robert Thirsk.'

Intussen krijgen we bericht dat ze dan toch met de rechtzetting van de sojoez zijn begonnen.
De muntjes van vanochtend hebben geholpen, als viagra.

Sojoez op het lanceerplatform Rukwinden verstoren installatie sojoez

 

Beluister ook het verslag van Reinout op Radio Nostalgie

 



Geschreven in Lancering De Winne | 2 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Wuiven naar De Winne (1): Bajkonoer

24. Mei 2009, 14:46

Bajkonoer'Dit is heilige grond', zegt een collega als we van het jakolev-vliegtuig op de landingsbaan bij het Kazachse stadje Bajkonoer stappen. Hij maakte al drie sojoez-lanceringen mee op Bajkonoer (onder meer die van André Kuipers in 2004 en de eerste trip van Frank De Winne in 2002). Zijn verwondering is met de jaren alleen maar groter geworden.

Het zand van de Kazachse steppe is woensdagmiddag de ondergrond die onze Belgische astronaut Frank De Winne voor het laatst onder de voeten zal hebben voor hij voor zes maanden naar het ISS wordt geschoten. Zijn tweede beurt in het Internationaal Ruimtestation is in een paar opzichten een primeur: voor het eerst zullen zes astronauten voor lange tijd in het station verblijven, een verdubbeling van de huidige bezetting. En voor het eerst voert een Europeaan het commando over de missie: Frank De Winne neemt vanaf begin oktober het roer over van de huidige Russische commandant Gennady Padalka.

LeninVan het piepkleine militaire vliegveldje gaat het langs eindeloos uitgestrekte landschappen met her en der kamelen, dromedarissen en geiten naar het hotel op het centrale plein. Alles doet erg jaren vijftig aan. Op het plein is het in Sovjettijden incontournabele standbeeld van Lenin overeind gebleven. De plaats heette vroeger ook Leninsk, maar in 1995 herdoopte Boris Jeltsin de stad in Bajkonoer, de naam die tijdens de vroegere Sovjet-Unie als afleidingsmanoeuvre werd gebruikt: de eigenlijke stad Bajkonoer is een mijnstad die enkele honderden kilometers verderop ligt. Dat dubbele gebruik moest de plaats van het lanceercomplex verborgen houden. De plek zelf was gekozen omdat hij vlak, droog en geen andere landen in de buurt heeft, maar vooral omdat Russen daar veilig dachten te zijn voor de Amerikaanse afluister-posten, die tot in Turkije stonden. Tevergeefs, de lanceringsputten waren vanuit de vliegtuigjes makkelijk te zien.

De stad is in zekere mate artificieel. Ze heeft sinds de jaren vijftig en zestig, met de lancering van de Spoetnik en de eerste ruimtevaarder Yuri Gagarin, altijd geleefd van de ruimtevaart en het jo-jo-effect van de sector aan den lijve ondervonden. Midden de jaren tachtig bereikte de stad en piek van 100.000 inwoners, maar de jaren na de val van het communisme waren desastreus. ‘Vijftien jaar geleden was dit hotel een zwijnenstal en de spoorwegberm was een vuinisbelt’, herinneren de oude rotten zich nog levendig. Maar sinds 1995 herleefde de stad met geldinjecties van Rusland en van geld dat voortvloeide uit commerciële lanceringen. Vandaag telt de stad nog 70.000 bewoners.

Het is moeilijk voor te stellen dat een goeie vijftig jaar geleden hier alles in het volste geheim en from scratch werd opgebouwd, steen voor steen, tot een geschiedenis met vele succesverhalen (Luna-maanlanders, Mir-ruimtestation, Venus-landers) en primeurs (spoetnik, Laika, Gagarin, eerste vrouw in de ruimte, ...) en – het moet gezegd – relatief weinig dodelijke slachtoffers. Bij de Russen vielen vier doden tijdens lanceringen (telkens bij de landing), de Amerikanen liepen 14 doden op met de Challenger en de Columbia. De ‘cleane’ Russische traditie speelt Frank De Winne en zijn mede-astronauten woensdag in het voordeel.


Geschreven in Lancering De Winne | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Prof.dr.2.0

08. April 2009, 16:51

Nu wetenschapsjournalistiek eenheidsworst dreigt te worden, zorgen bloggende wetenschappers voor diepgang en nuance. Maar kan de prof 2.0 de broodschrijver vervangen?

ToetsenbordRecent stelde Nature, een van de weekbladen met het epitheton ‘gezaghebbend’, dezelfde vraag. Nature is een van de vlaggenschepen van de papieren wetenschapsmedia, maar omarmt ook al een paar jaar de blogwereld. Uit een enquête die het blad uitvoerde bij 493 wetenschapsjournalisten over de hele wereld bleek dat in die sector banen verloren gaan (door besparingen) en dat de werkdruk voor de wetenschapsjournalisten die toch kunnen blijven, stijgt. In Europa is die trend minder sterk dan in de Verenigde Staten en Canada. De krant Le Monde schroefde wel al het aandeel wetenschapsnieuws terug en ook in het Verenigd Koninkrijk werden wetenschapsredacteuren ontslagen. Op de redactie van Eos krijgen we de laatste weken opvallend meer freelancers aan de lijn uit Nederland, die hun stukken daar blijkbaar moeilijker aan de man kunnen brengen. In de jaren tachtig en negentig pronkten kranten nog graag met hun wetenschapskatern, vandaag is die katern – als de krant er nog een heeft – bij dalende advertentie-inkomsten wellicht de eerste waarop bespaard zal worden.

Terwijl de redacties afkalven, nemen instituten en universiteiten meer mensen aan voor hun persdiensten. Het aantal persberichten met ‘primeur!’, ‘doorbraak!’, ‘baanbrekend!’ en met om de twee zinnen de naam van de eigen universiteit neemt gevoelig toe. ‘Een gouden tijd,’ noemt een journalist van The Wall Street Journal het, ‘althans puur gezien vanuit het standpunt van de communicatie naar een breed publiek.’ Maar die overvloed aan pr-nieuws passeert almaar minder filterende redacteursogen. Gevolg: uit tijdnood copy-pasten als de beesten, waardoor uiteindelijk veel kranten of tijdschriften, maar vooral de nieuwssites dezelfde items brengen, in dezelfde vorm. Persagentschappen spelen daarop in door niet alleen ingekorte nieuwsbulletins van die instituten aan te bieden, maar ook fact-boxen, extra quotes, die de journalist maar hoeft in te passen. ‘Onafhankelijke wetenschapsjournalistiek is niet gewoon in gevaar, het is aan het uitsterven’, concludeert de Amerikaanse journalist in het Nature-artikel.

Witjassen aan de pc
Maar de kleine schare wetenschapsjournalisten krijgen hulp uit onverwachte hoek. Wetenschappers zijn in de lunchpauzes en na hun dagtaak beginnen te bloggen, over hun vakgebied, maar vaak ook veel breder: ze kaderen het nieuws, relativeren indien nodig, geven achtergrond, spuien kritiek. Met interessante posts en een groeiend en trouw lezerspubliek tot gevolg. Enkele Amerikaanse blogs halen maar liefst 30.000 bezoekers per dag. Natuurlijk zijn wetenschappers geen goden, en moeten we ook voor hen kritisch blijven, maar ze gooien hun reputatie vermoedelijk niet zomaar te grabbel.

Bloggen is voor witjassen een enorm krachtige tool geworden. Een blog kent geen limieten, noch in tijd, plaats of onderwerp. Het stimuleert het debat (klimaatverandering, ggo-gewassen, evolutie,...) en het brengt wetenschappers uit andere vakgebieden samen die mekaar anders nooit zouden hebben ontmoet (goed dus voor de zogenoemde interdisciplinariteit). Blogs van wetenschappers zijn ook een fantastische bron voor journalisten. Steeds meer journalisten – volgens de Nature-enquête 33 procent, tegenover 4 procent vijf jaar geleden – geven te kennen daar geregeld de mosterd te halen. Waarom? Het verhaal is al voor een stuk geschreven, de receptie is bekend (veel reacties, betekent meestal: hot item!) en de blogger lijkt toegankelijk en verstaat de kunst van de begrijpelijkheid.

Maar de oudere generatie wetenschappers kijkt neer op bloggers. Zij zien bloggen als een gevaar: want elke minuut gespendeerd op de blog is een minuut minder gewerkt aan dat belangrijke onderzoek. En om de echte publicaties in peer-reviewed tijdschriften draait het vandaag nog altijd. Populaire media roepen al jaren om een soort bonussysteem voor wetenschappers die zich de moeite getroosten uit de ivoren toren af te dalen om jan met de pet of jean-jacques met de hoed uit te leggen waar ze mee bezig zijn en wat het nut ervan is. Ik heb er geen goede hoop op, want het wetenschappelijk systeem is behoorlijk conservatief.

Lieveling van Google
Vorige week was ik in Deidesheim op een bloggertreffen (iets zoals een motortreffen) van scilogs.de, het grootste Duitse blogportaal voor wetenschappers. Ik voelde er bij de 36 aanwezige bloggers een revolutionaire sfeer. De vlot schrijvende proffen voelen dat ze de klassieke, betaalde media een beetje nerveus maken. Dat ze als groep krachtiger zijn dan gelijk welke wetenschapsredactie. Dat ze kritischer kunnen omgaan met onderzoekscijfers dan de doorsnee journalist. En ze beseffen dat het einde van wat het world wide web kan bieden voor de wetenschapscommunicatie nog niet is bereikt.

Wie leest er nu blogs, vroeg een vriend onlangs wat smalend. Wel, iedereen die googlet. Iedereen dus. Blogs zijn Googles lievelingetjes. Ze komen heel snel in de toptien. En waarheid is vandaag een kwestie van ranking en hits. Dus hoe meer wetenschappers knappe blogs beginnen, hoe meer de halve waarheden van slappe forums en schreeuwerige communitysites gecounterd worden.

Maar of de bloggende wetenschappers de journalisten overbodig maken? Neen, want wetenschapsblogs zijn nog altijd geen massamedium. Het blijven nicheproducten: slechts een heel specifiek publiek heeft een blog ‘gebookmarkt’ of in zijn favorietenijst gezet; een krant, tijdschrift of radio bereikt een veel breder lezerspubliek. Hoewel sommige fervente wetenschapsbloggers de indruk geven 24 uur per dag aan de pc te zitten, hebben ze hoedanook nog een belangrijke dagtaak te vervullen. Het is een liefhebbersmedium, en dat moet het vooral ook blijven. Zodra de ‘blogorganisator’ geld belooft per post (wat op het Amerikaanse scienceblogs.com al het geval is) of onderwerpen opdringt, gaan andere drijfveren spelen en tikt het wetenschappelijke bloggen zijn eigen ondergang tegemoet.


Mijn ‘gebookmarkte’ wetenschapsblogs:

1. Pharyngula, razendpopulaire blog over inktvissen, evolutie/creationisme en politiek
2. scilogs.be of scilogs.nl, ons Nederlandstalige blogportaal in samenwerking met het Duitse scilogs.de
3. evolutie.blog.com, kritische blog over evolutie
4. wiskundemeisjes.nl, de femmes fatales van de wetenschappen
5. John Hawks weblog, over fossielen en evolutie

 

Deze tekst werd eerder gepubliceerd op de website van het Vlaams-Nederlandse cultuurhuis DeBuren en op mediakritiek.be.



Geschreven in Wetenschap | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Olie en hersenen

13. Maart 2009, 12:45

Omdat olievelden en gasreservoirs eindig zijn, investeert het emiraat Qatar in een minder uitputtelijke grondstof: hersenen. Waar het Westen eeuwen over heeft gedaan, dat wil Qatar in een paar jaar klaren. Kan windowshoppen in Amerikaanse universiteiten tot een renaissance leiden in de Perzische Golf?

Of ik ook champagne drink bij het voorgerecht, vraagt de stewardess. 'Ja, en dit glas drink ik nog wel uit', antwoord ik vastberaden. Ik woon in Aalst en daar is drank wegkieperen een doodzonde. Na vijf gangen, aangepaste wijnen en te veel geveinsde vriendelijkheid ben ik dronken. De vochtige, warme handdoekjes die ik om de haverklap gepresenteerd krijg en waar ik het nut niet van inzag, zijn plots welgekomen.

De Qatar Foundation kijkt niet op een Qatarese rial meer of minder als ze een honderdtal journalisten uit de hele wereld uitnodigt voor een rondleiding in 'Education City'. Zo heet het ambitieuze onderwijsproject aan de rand van de hoofdstad Doha, dat alleen voorvoegsels zoals 'mega' verdraagt. Een megacampus van 14 vierkante kilometer met daarop megalomane en architecturaal schitterende universiteitsgebouwen. De Blandijn van de Universiteit Gent, waar ik vier jaar sleet, of de Arenbergcampus in Leuven zijn grijze kapelletjes in vergelijking met deze kathedralen.

Studente in Carnegie Mellon University Qatar  Weill Cornell University Qatar

Maar hebben die mooie dozen een even mooie inhoud? Wel, ook inhoud kun je kopen. De Qatar Foundation heeft maar liefst zes Amerikaanse universiteiten en de bijbehorende lespakketten en proffen 'gekocht'. Windowshoppen in kennis, zeg maar. De stichting heeft zich afgevraagd wat Qatar nodig heeft – antwoord: ingenieurs en artsen – en is dan gesprekken gaan voeren met de topuniversiteiten in de wereld. Zo hebben vermaarde Amerikaanse instituten als Texas A&M University en Weill Cornell Medical College nu een exotische kopie in het oliestaatje. De Qatar Foundation gaat er prat op dat in Education City dezelfde strenge toelatingsvoorwaarden heersen als voor de Amerikaanse tegenhanger, dezelfde lessen worden gegeven, hetzelfde diploma uitgereikt, hetzelfde hoge inschrijvingsgeld geëist (35.000 dollar voor een bachelor in medische wetenschappen). Ja, zelfs de zwarte afstudeertoga hoort erbij.

Qatar in de steigersAls Mozes niet naar de universiteit komt, brengen we de universiteit naar Mozes, moeten ze – ongeveer – gedacht hebben. Qatari studeren gratis. En buitenlanders kunnen, als ze slagen voor de toelatingsproeven, een studiebeurs krijgen die ze nadien terugbetalen door in Qatar aan de slag te gaan. Dat alles heeft maar één doel: brain gain, hersenen winnen. Qatar wil het plaatselijke talent opleiden en vooral ter plaatse houden en tegelijk uitheemse studenten lokken. Money is no issue, hoorde ik meermaals. De kennisrevolutie is broodnodig om de ambitie van het land, dat overal letterlijk in de steigers staat, uit te bouwen tot een economisch en technologisch wereldcentrum. Voorlopig nog drijvend op olie- en aardgaswinning, maar omdat die eindig zijn kan het maar beter andere businessen aanboren, zoals telecommunicatie (in Doha is de Arabische tv-zender Al-Jazeera gevestigd), bouw en onderwijs zelf.

Het aantal studenten in die echoënde zuilengangen valt voorlopig dunnetjes uit. Texas A&M heeft er nu 360, Cornell 240. Het grootste deel ervan zijn buitenlanders en zonen of dochters van expats. Het is er ook allemaal heel erg clean en er valt nog geen greintje studentenleven te bespeuren. Een kickertafel om tussen de lessen even te ontspannen, dat zag ik nog, maar iets als studentenhomes, -fuiven laat staan -dopen, daarvoor is het nog te pril allemaal.

Opvallend zijn de vele gesluierde jonge vrouwen die in groepjes aan tafeltjes zitten, de laptop voor zich. Maar liefst zestig procent van alle studenten zijn vrouwen. Dr. Abdulla Al-Thani vertelt me dat dat vooral komt omdat vrouwen gedrevener zijn en beter scoren op de toelatingstests. Het lijkt paradoxaal: in een op-en-top Amerikaanse omgeving studeren maar de traditionele waarden behouden. Voor de jonge vrouwen wellicht een moeilijke evenwichtsoefening. Met hen praten mocht niet, hen fotograferen ging met tegenzin. Toen we een paar minuten vrij konden rondlopen, kwamen we voorbij een openbare sessie waar een spreker, zo zei een Arabische tolk, uitlegde dat de vrouw gehoorzaam moet blijven aan de man. Dan vraag ik me af of de gesluierde vrouwelijke ingenieurs straks ook effectief op de werven te vinden zullen zijn, tussen de mannen. Hoe hoog is het glazen plafond er bij hen? En wat met hun carrière als er kinderen zijn? Toch durf ik hopen dat hier een mondige generatie vrouwen uit voortkomt die ook voor gelijkheid tussen man en vrouw zal strijden in het Midden-Oosten.

Duizend jaar geleden, terwijl wij de duistere middeleeuwen beleefden, bloeide de Arabische wetenschap. Leerlingen in onze streken vertaalden de Arabische teksten over astronomie, wiskunde of geneeskunde in het Latijn. Zo heeft de Arabische wereld sterk bijgedragen aan de renaissance in West-Europa. Nu is de beweging omgekeerd en staat de Perzische Golf, waar ook de Verenigde Arabische Emiraten en Dubai liggen, voor een 21ste-eeuwse renaissance.

Qatars ambitie om mee te tellen in de wereld charmeert. Na de ronde van Qatar, het ATP-tennistornooi van Qatar, in november dit jaar een internationaal filmfestival, wil de staat ook imponeren met een universitair systeem. Pakken petrodollars moeten de kenniskloof met het Westen zo snel mogelijk dichten. En copy-pasten is dan de gemakkelijkste manier. Maar dan hoop ik dat Qatar over een tiental jaren een eigen stem vindt, en dat Qatar de american style
overboord gooit. Want een kopietje is toch altijd minder mooi dan het origineel.
 

Deze tekst werd eerder gepubliceerd op de website van het Vlaams-Nederlands huis deBuren.



Geschreven in Wetenschap | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Darwin in het defensief

12. Februari 2009, 10:09

Het Darwinjaar doet aan als een haast overbodige promocampagne voor de evolutietheorie; niet meer dan een herhalingsles. Onze westerse (en Belgische) bril vertroebelt het beeld. Elders wint creationisme, de leer dat alle planten en dieren hun bestaan danken aan een scheppingsdaad, sterk aan invloed. De cijfers liegen er niet om.

Darwin als aapVandaag, 12 februari, is het 200 jaar geleden dat Charles Darwin geboren werd. Eind dit jaar vieren we de 150ste verjaardag van zijn On the Origin of Species by Means of Natural Selection. Darwin kreeg lang veel tegenkanting van wetenschappers, maar in die anderhalve eeuw stapelden de bewijzen voor zijn stelling zich in bijna alle domeinen van de biologie, de paleontologie en de genetica op. Vandaag is de strijd in de wetenschap helemaal gestreden, maar in de publieke opinie is die nog volop aan de gang. Daar overheerst nog altijd het creationisme, de beweging die gelooft dat God de aarde in zes dagen schiep, of Intelligent Design, dat niet letterlijk een god noemt als schepper, maar dat een 'intelligent ontwerp' ziet in de wonderen van de natuur. Beide stromingen proberen het darwinisme in diskrediet te brengen. Daarom is dit Darwinjaar meer nog dan een gezellig festijn, een jaartje van stevig campagne voeren, met tentoonstellingen, lezingen, tv-programma's, tijdschriftedities en blogs. Voor het halen van de kiesdrempel.

Uit recent onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de Amerikanen gelooft in het creationisme. Dat is ontzettend veel. Opvallendste adept de afgelopen maanden was Sarah Palin, en haar uitspraak dat de aarde 6.000 jaar oud is en de dino's samenleefden met de mens. In een enquête van december vorig jaar bleek dat bijna één op de zes leerkrachten in de VS er net zoals Palin jonge-aarde-ideeën op nahoudt en die ook aan hun leerlingen onderwijst. Slechts 23 procent gaf aan dat evolutie een centraal thema was in hun lessen. Eén op de acht biologieleerkrachten stelde creationisme of Intelligent Design voor als een alternatief voor de evolutietheorie. Wellicht is onzekerheid over wat evolutietheorie is, de reden waarom veel leerkrachten de makkelijkere Bijbelse verklaring als gelijkwaardig wereldbeeld voorstellen. Deze nieuwe schoolstrijd kan alleen gewonnen worden door goeie marketing voor Darwin en te blijven hameren op de misvattingen van het creationisme. Eergisteren werd een cruciale overwinning geboekt in Texas, waar de Board of Education van de Amerikaanse deelstaat beslist heeft een richtlijn waardoor evolutietheorie al twintig jaar nodeloos aangevallen kon worden tijdens wetenschapslessen, op te heffen.

GodTubeDe lobby van het creationisme is heel sterk. Bekijk maar eens dit filmpje op GodTube, waarin een presentator met veel acteertalent een typisch argument van Intelligent Design uitlegt: het concept van de onherleidbare complexiteit. Een specht heeft een heleboel ingenieuze technieken nodig om een mot te vangen. Neem er één van weg (het vertikaal op een boomschors staan bijvoorbeeld) en de specht kan niet meer overleven. Dus, zo wordt geredeneerd, kan die vogel nooit stelselmatig tot zijn huidige vorm zijn geëvolueerd, maar is hij in één keer ontstaan, geschapen naar een intelligent ontwerp. Mooi verpakte onzin.

En altijd weer grijpen creationisten de gaten in de evolutietheorie aan - de tijdelijke onzekerheid in wetenschap die er juist de motor van is - om de hele theorie met het badwater weg te kieperen. In de plaats komt dan een schepper/ontwerper die alle onzekerheid en horror vacui wegneemt. Hou religie en wetenschap gescheiden. Symbolisch-allegorische verhalen zoals het Scheppingsverhaal zeggen net zoals gedichten iets over de beleving van de wereld, maar niets over de feitelijkheden. Het is niet omdat een pasgeboren kind je euforisch stemt, en dat schattig ding je al eens het woord 'wonder' ontlokt, dat een kind plots geen gemeenschappelijke voorouder meer heeft met de aap.

Creationisme mag dan in België geen uitgesproken debatthema zijn, is Nederland is het wel een tijdje hard gegaan toen minister van Onderwijs Maria van der Hoeven, na een gesprek met nanowetenschapper en ID-aanhanger Cees Dekker, de schepping in de lessen biologie een plaatsje wou geven. De gemoederen zijn intussen wat bedaard, maar begin geen blogpost over evolutie of je krijgt een felle reactie van een Nederlandse christen die zegt dat evolutietheorie 'pure onzin' en 'slechts een theorie' is. Creationisten vergeten dat een theorie veel meer is dan een hypothese: een met bewijzen onderbouwd model dat waarnemingen van de werkelijkheid verklaart.

De EO, de Evangelisch Omroep in Nederland, opende het Darwinjaar met een debatavond met Cees Dekker, wetenschapspopularisator Bas Haring en bioloog-creationist Tom Zoutewelle. Evolutie werd openlijk besproken, wat al een hele stap is voor de omroep. Blijkbaar heeft de EO ook lessen getrokken uit het schandaaltje dat anderhalf jaar geleden losbarstte, toen een evolutieblogger ontdekte dat de omroep jarenlang stiekem alle verwijzingen naar evolutie had weggeknipt uit de wereldberoemde documentaires van bioloog en evolutionist Sir David Attenborough. Intussen heeft de omroep zich zelfs openlijk gedistantieerd van zijn eigen censuurpraktijk en de documentaire integraal uitgezonden.

MoskeeHoe wordt evolutie gepercipieerd in moslimlanden? Als je de vraag stelt: accepteer je evolutie of niet, dan wijst de grote meerderheid evolutie af. In moslimlanden is volgens een onlangs verschenen paper in Science maar 10, 15 of 20 procent voorstander. In Turkije, een van de meest westerse moslimlanden, bedraagt het aandeel evolutie-aanhangers 22 tot 25 procent. Veel invloed gaat uit van Harun Yahya, pseudoniem voor Adnan Oktar. Hij is een moslimcreationist en kwam de laatste jaren in het nieuws omdat hij, gesteund door geldschieters, zijn peperdure boek Atlas of Creation heeft verspreid in de moslimwereld en in alle scholen en bibliotheken in Europa In zijn vele boeken, films en tv-programma's en op zijn website belaadt hij het darwinisme met alle westerse zonden: materialisme, atheïsme, losse zeden en -jawel- terrorisme. Binnen een paar jaar wil hij heel Europa hebben bekeerd tot het moslimcreationisme. De grote aanvallen op de evolutietheorie komen dus niet alleen meer uit de Verenigde Staten.

In de moslimlanden heeft Darwin nog een hele kruistocht te gaan. Al is kruistocht de slechtst denkbare tactiek. Volgens Salman Hameed, auteur van de studie in Science, moeten we Darwin loskoppelen van atheïsme om de evolutietheorie ingang te doen vinden bij jonge moslims. Wetenschappers uit die landen zouden een belangrijke 'missionarisrol' kunnen spelen, omdat ze er heel veel aanzien genieten. Omdat de Koran geen datum kleeft op het ontstaan van de aarde, is het zelfs makkelijker om evolutie te verzoenen met de islam dan met het christendom, dat de leeftijd van de aarde op 6.000 of 10.000 jaar heeft vastgezet.

Het is moeilijk te geloven dat Darwin nog zoveel verdediging nodig heeft. Zijn evolutietheorie is de meest ingrijpende, allesomvattende ontdekking ooit. Hopelijk zorgen alle speciale activiteiten dit jaar voor een kentering en wordt 2009 ook echt het jaar van Darwin.

Deze tekst verscheen eerder op de website van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren.



Geschreven in Wetenschap | 9 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Hoe smokkel je Darwin binnen in moslimlanden?

12. December 2008, 16:09

Wetenschappers aller moslimlanden, verenigt uw gedachten over evolutietheorie en schrijft ze neer in kranten- en tijdschriftartikelen. Het is de enige manier om het monopolie van moslimcreationist Harun Yahya te doorbreken. Dat is de boodschap van Salman Hameed, godsdienstwetenschapper van de Hamptshire College, in Science deze week.

Uit diverse studies blijkt dat Darwins theorie in veel moslimlanden slechts door een minderheid wordt aanvaard. Vooral de evolutie van de mens blijft een heikel punt. Zo bleek in Turkije – nochtans een van de meest seculiere moslimlanden met een hoog opleidingsniveau – slechts 25% van de volwassen bevolking zich te kunnen vinden in de bewering dat ‘de mens is ontstaan uit vroegere diersoorten’.

Moslimcreationist Adnan Oktar, beter bekend onder de naam Harun Yahya, stuurt de hele wereld zijn klepper The Atlas of Creation toe. Het boek is prachtig geïllustreerd weegt een zestal kilo, is 27 bij 37 centimeter groot en vijf centimeter dik. Dus je kunt je wel inbeelden hoe financieel sterk zijn organisatie of zijn mecenassen staan. Yahya heeft in Pakistan ook een dagelijkse tv-show, waarin hij zijn afkeer uit voor de evolutietheorie en alles wat ermee samenhangt: het Westen, materialisme en atheïsme.

Daardoor wordt het moeilijk voor mensen uit moslimlanden om een juist beeld te krijgen van wat Darwins theorie inhoudt. Nochtans is het volgens Hameed makkelijker voor een moslim om evolutie te aanvaarden, dan voor een christen. Alles heeft te maken met de leeftijd van de aarde. Als een christen aanvaardt dat de aarde 6.000 jaar of 10.000 jaar oud is, is nog weinig plaats voor evolutie. In de Koran staan slechts heel vage verwijzingen naar de tijd van de schepping, dus sluiten evolutieleer en Islam mekaar niet per definitie uit. Uit de lespraktijk in Pakistan ervoer Hameed dat studenten meer openstaan voor Darwin dan hij had gedacht. Het probleem is de connotatie. Evolutie wordt in één adem genoemd met atheïsme en dat doet voor moslims de deur dicht.

Doorbreek de link tussen goddeloosheid en evolutieleer, raadt Hameed aan. In dat jasje raakt Darwin wél bij veel moslims binnen. Richard Dawkins zou dus volgens Hameed beter uit de moslimlanden wegblijven, althans om evolutie uit te leggen. Biologen en andere wetenschappers met een moslimachtergrond zijn betere kandidaten. Zij genieten veel respect en zouden die authoriteit volgens Hameed moeten gebruiken om in lokale media over de jarige theorie te vertellen.

Een goed voornemen voor 2009, lijkt mij. Het jaar waarin Darwin zijn 200ste verjaardag viert en zijn On the origin of species 150 jaar bestaat.

Salman Hameed onderhoudt een aardige blog onder de noemer Science en Religion News. In een post van eind oktober vind je een video waarin Richard Dawkins de The Atlas of Creation 'aan flarden scheurt':

 

Harun Yahya tijdens een persconferentie in 2007:




Geschreven in Wetenschap | 5 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Sarah Palin laatdunkend over fruitvliegen

29. Oktober 2008, 15:40




Palin doet het weer. Na de kemel over de ouderdom van de aarde ("6.000 jaar oud" en "de periode waarin dino en mens leefden") begaat Sarah Palin, kandidaat-vice-president voor de republikeinen, weer een wetenschappelijke blunder. Voor haar is fruitvliegonderzoek flutonderzoek.

In een speech in Pittsburgh, waarin ze extra fondsen belooft voor onderwijs voor kinderen met speciale behoeften, zegt ze dat te veel geld naar projecten gaat die 'weinig of niets te maken hebben met het welzijn van de mensen - zaken zoals fruitvliegonderzoek in Parijs, Frankrijk.' Dat laatste zegt ze om de xenofoben op de hand te hebben.

Drosphila MelanogasterLaat nu juist het onderzoek naar fruitvliegen cruciaal zijn voor de doelgroep waar ze een lans voor breekt: kinderen met stoornissen zoals autisme. En laat een belangrijk onderzoek nu niet ergens in het exotische Parijs maar in North Carolina, Verenigde Staten, zijn gevoerd. Daar toonden onderzoekers vorig jaar aan dat het eiwit neurexine de verbindingen tussen zenuwcellen vormen en die goed laten functioneren. Een inzicht dat mentale stoornissen bij kinderen kan helpen verklaren en oplossen.

Fruitvliegen zijn niet alleen die vervelende, schijnbaar uit het niets opduikende beestjes op en rond de fruitschaal. De Drosphila melanogaster is een handig model voor genetisch onderzoek, omdat hij gemakkelijk (met wat suiker) en goedkoop in grote getale gekweekt kan worden in het lab en omdat zijn DNA makkelijk te modificeren is.

Thomas Hunt MorganIn 1933 won Thomas Hunt Morgan de Nobelprijs voor Geneeskunde voor de manier waarop hij aantoonde dat genen doorgegeven worden via chromosomen. Het diertje dat hij gebruikte om dat aan te tonen was, jawel, de fruitvlieg of Drosphila melanogaster.

Misschien moeten Palin en McCain toch maar een andere speechschrijver zoeken.

Fruitvliegonderzoekers laten intussen op deze blog van zich horen.


 



Geschreven in Wetenschap | 4 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Meisjes en wetenschap

31. Juli 2008, 11:05

'Sterke, interessante vrouwen nemen de blogwereld over. Ze hebben passie, ze hebben de vaardigheden en ze gaan niet meer weg.' Zo trompetterde de website NorthxEast bij de bekendmaking van zijn topvijftig van de meest invloedrijke vrouwelijke bloggers. Op het hoogste schavot staan de oprichtsters van het blogportaal voor vrouwelijke bloggers BlogHer (Lisa Stone, Elisa Camahort Page en Jory Des Jardins). Eén trapje lager: Ariana Huffington, die de politieke weblog Huffington Post beheert en vijf jaar geleden een gooi deed naar het gouverneurschap in Californië (het werd The Terminator). En op nummer drie de technologieblogger Gina Trappani van Lifehacker.

GrrlScientistIk vond in de topvijftig - niet verwonderlijk - veel vrouwelijke webprogrammeurs en media-experts, maar geen enkele vrouwelijke wetenschapper. Vinden (vrouwelijke) wetenschappers de weg niet naar het bloggen? Voelen wetenschappers zich niet taalvaardig genoeg? Denken ze dat wetenschap niet interessant genoeg is voor het grote publiek? Wellicht, maar toch bestaan ze: populaire blogs van onderzoeksters. Living The Scientific Life (Scientist Interupted) is er zoeen. 'GrrlScientist' is de schuilnaam voor de evolutionair biologe/ornitologe uit New York. Ze becommentieert zowel artikelen uit vakbladen (vaak over vogels en dino's, aangegeven met dit kwaliteitslabel) als over de nieuwe Harry Potter. En ze is ook duidelijk verzot op de mozaïekkunst in de subway van NYC. Elke week zet GrrlScientist trouwens een bepaalde vogelsoort letterlijk in the picture ("Bird in the news" en "Picture of the day"). Opvallend is hoeveel commentaren elke bijdrage krijgt, zowel van trouwe bezoekers als van collega-ornitologen. 

SEKSISTISCHE WETENSCHAP

In een al wat oudere post betreurt GrrlScientist het tekort aan vrouwelijke 'science blog writers'. Dat tekort is volgens haar namelijk een weerspiegeling van het wetenschappelijke publicatiesysteem en van de wetenschappelijke wereld in het algemeen. "Vrouwelijke wetenschappers publiceren volgens de statistieken minder dan hun mannelijke collega's. Waarom? Sommigen vertellen me dat de wetenschappelijke resultaten van vrouwen niet van even hoge kwaliteit zijn als van mannen. En dat mannelijke reviewers (collega-wetenschappers die de artikelen beoordelen voor ze in een vakblad verschijnen) zo kunnen zeggen of een vrouw de hoofdauteur of enige auteur van een paper was. Want: "vrouwen doen anders aan wetenschap dan mannen" (wat dat ook zou mogen betekenen). Kortom, de wetenschappelijke wereld is nog altijd een zeer seksistische gemeenschap, waarin vrouwen minder vaak publiceren als mannen deels door het huidige peer-reviewsysteem." Daarmee bedoelt ze dat het 'enkelblind' beoordelen van papers - de jury weet van wie de paper is maar de onderzoeker zelf weet niet wie beoordeelt - nadelig is voor vrouwelijke hoofdauteurs van wetenschappelijke artikelen. Zij pleit voor een dubbelblind reviewen van artikelen - jury beoordeelt anonieme papers, auteur weet niet wie jury is - dat nu al gebeurt in vakbladen over geneeskunde, psychologie en economie.

Behavioural EcologyOnderzoekers van de University of Toronto gingen na hoe het vrouwen verging in beide systemen. In het peer-reviewed tijdschrift Behavioral Ecology gingen ze het geslacht na van de hoofdauteurs tussen jaargang 1997 en 2005. Het tijdschrift schakelde in 2001 van enkelblinde over naar dubbelblinde beoordeling. Na de verandering naar dubbelblinde peer-review bleken meer papers van vrouwelijke hoofdauteurs goedgekeurd te zijn voor publicatie (stijging met 7,9 procent), terwijl het aandeel mannelijke leading autors was gedaald. Ik hoor u al denken: misschien was het aantal vrouwelijke ecologen algemeen gestegen! Nope, de stijging van publicaties door vrouwen was drie keer groter dan de stijging in aantal vrouwelijke ecologen.

Hier op Scilogs zijn de eerste vrouwelijke wetenschappers aan het bloggen (Evie Vereecke en Kim Luyckx). Ze zijn nog sterk in de minderheid, dus laat dit een oproep zijn aan alle vrouwen in labs en onderzoeksgebouwen. Jullie kunnen me mailen op reinout.verbeke@cascade.be.

Unesco Award 2008

De winnaars van de l'Oréal-UNESCO Award, een jaarlijkse prijs voor vrouwelijke wetenschappers die een bijzondere bijdrage hebben geleverd aan de wetenschap. In 2006 won de Belgische hersenwetenschapper Christine van Broeckhoven (tweede rij links).


Living The Scientific Life (Scientist Interupted)
 
 



Geschreven in Wetenschap | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


1 2 3  Volgende»
#skyscraper#